Rebekka in de Bijbel
Rivka (רִבְקָה, Hebreeuws) - “Mogelijk binden of vastknopen”
Wie was Rebekka?
Rebekka was de vrouw van Izak en de moeder van de tweeling Esau en Jakob. Zij kwam uit de familie van Abrahams broer Nahor in Mesopotamië. Bij een bron gaf zij de knecht van Abraham en zijn kamelen water, en zij was bereid meteen met hem mee te gaan (Genesis 24:58).
Rebekka is de tweede aartsmoeder van Israël, na Sara en voor Lea en Rachel. Haar verhaal begint in Genesis 24 en loopt door tot Genesis 28. Daarna wordt zij nog genoemd wanneer Jakob zich bij Rachel bekendmaakt als "de zoon van Rebekka" (Genesis 29:12), bij de dood van haar voedster (Genesis 35:8) en bij het familiegraf in Machpela (Genesis 49:31). In het Nieuwe Testament noemt Paulus haar in Romeinen 9:10. De Statenvertaling schrijft haar naam als Rebekka, net als de meeste latere vertalingen. Haar eerste optreden is ook het bekendste. Abraham stuurt zijn knecht naar zijn familie in Mesopotamië om een vrouw voor Izak te zoeken. Bij de bron bidt de knecht om een teken, en nog voor hij uitgesproken is, komt Rebekka met haar kruik op haar schouder (Genesis 24:15). Zij geeft hem te drinken en zegt uit zichzelf: "Ik zal ook voor uw kemelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken" (Genesis 24:19). Genesis 24 is met 67 verzen het langste hoofdstuk van Genesis, en vanaf vers 15 is Rebekka, naast de knecht, de hoofdpersoon. Daarna volgen twintig jaar onvruchtbaarheid, een moeilijke zwangerschap en een woord van de HEERE over haar zonen: "de meerdere zal den mindere dienen" (Genesis 25:23). Zij heeft Jakob lief, Izak heeft Esau lief, en die verdeeldheid loopt uit op Genesis 27. Daar zorgt Rebekka ervoor dat Jakob de zegen krijgt die Izak voor Esau bedoeld had, en daarna stuurt zij Jakob naar haar broer Laban. De knecht die Rebekka bij de bron ontmoet, heeft in Genesis 24 geen naam. Hij heet "den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had" (Genesis 24:2). Veel lezers vereenzelvigen hem met Eliëzer uit Genesis 15:2, maar de tekst zegt dat niet. Ook haar voedster Debora (Genesis 35:8) is niet dezelfde als de richteres Debora uit Richteren 4. De geschiedenis van de beide broers staat uitvoeriger bij Jakob en Esau.
Historische context
Rebekka leefde in de tijd van de aartsvaders. Wie de getallen van Genesis volgt, komt voor Abraham, Izak en Jakob uit in het begin van het tweede millennium voor Christus. Rebekka wordt dan doorgaans rond 1900 voor Christus geplaatst, al rekenen uitleggers met verschillende chronologieën en is een precies jaartal niet te geven. Zij groeide op in de familie van Nahor, de broer van Abraham die in het noorden was achtergebleven. Genesis 22:23 noemt haar al in het geslachtsregister van Nahor: "En Bethuel gewon Rebekka". Haar vader Bethuel was een zoon van Nahor en Milka. Genesis 25:20 noemt haar "de dochter van Bethuel, den Syrier, uit Paddan-Aram", de vlakte van Aram in het noorden van Mesopotamië. De knecht reisde naar "de stad van Nahor" (Genesis 24:10). Later woonde haar broer Laban in Haran (Genesis 27:43); of de stad van Nahor Haran zelf was of een plaats in de buurt, zegt de tekst niet met zoveel woorden. Enkele gebruiken helpen het verhaal te lezen. Een vrouw voor de zoon werd meestal door de familie gezocht, en Abraham wilde uitdrukkelijk geen vrouw uit de Kanaänieten (Genesis 24:3-4). De knecht gaf geschenken aan Rebekka en kostbaarheden aan haar broer en moeder (Genesis 24:53). Laban en Bethuel stemden in met het huwelijk (Genesis 24:51). Toen haar broer en moeder het vertrek tien dagen wilden uitstellen, lieten zij Rebekka zelf beslissen (Genesis 24:55-58). Water putten bij de bron, aan het eind van de dag, was werk van de vrouwen (Genesis 24:11). Tien kamelen drenken na een lange reis was geen kleine moeite. Izak was veertig jaar toen hij met Rebekka trouwde en zestig bij de geboorte van de tweeling (Genesis 25:20, 25:26). Hoe oud Rebekka zelf was, vermeldt de Bijbel niet. Zij woonde met Izak in het zuiden van Kanaän, bij de put Lachai-Roi (Genesis 25:11), een tijd in Gerar bij de Filistijnen (Genesis 26:6) en later bij Berseba (Genesis 26:23). Over haar dood zwijgt Genesis. Zij zei tegen Jakob dat hij "enige dagen" bij Laban moest blijven (Genesis 27:44), maar het werden twintig jaar (Genesis 31:41). Wanneer Jakob terugkeert bij zijn vader in Mamre, wordt Rebekka niet meer genoemd (Genesis 35:27). Veel uitleggers concluderen daaruit dat zij hem niet meer heeft teruggezien, maar de tekst zegt dat niet uitdrukkelijk. Wel weten wij dat zij in de spelonk van Machpela bij Hebron werd begraven, bij Abraham, Sara en Izak (Genesis 49:31).
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Gastvrij en vlijtig: zij put ongevraagd voor tien kamelen (Genesis 24:19-20)
- Besluitvaardig: zij is bereid meteen met de knecht mee te gaan (Genesis 24:58)
- Biddend: zij gaat in haar nood de HEERE vragen (Genesis 25:22)
- Waakzaam voor haar kinderen: zij ziet het gevaar voor Jakob en grijpt in (Genesis 27:42-45)
−Zwakke kanten
- Partijdig: zij heeft de ene zoon meer lief dan de andere (Genesis 25:28)
- Bedrieglijk: zij misleidt haar blinde man om de zegen naar Jakob te leiden (Genesis 27:5-17)
Theologische betekenis
Genesis 24 is het verhaal van Gods leiding langs gewone wegen. Abraham vertrouwt erop dat God de weg wijst: "Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden" (Genesis 24:7). De knecht bidt, Rebekka komt, en wanneer hij hoort wie zij is, zegt hij: "de HEERE heeft mij op dezen weg geleid" (Genesis 24:27). Zelfs Laban en Bethuel erkennen: "Van den HEERE is deze zaak voortgekomen" (Genesis 24:50). Er gebeurt geen wonder, en toch is God in elk detail aanwezig. Rebekka volgt in het voetspoor van Abraham. Hij moest uitgaan "uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis" (Genesis 12:1); zij verlaat op dezelfde manier haar familie voor een land dat zij niet kent. De zegen die haar familie haar meegeeft, "uw zaad bezitte de poort zijner haters" (Genesis 24:60), klinkt bijna gelijk aan Gods belofte aan Abraham na Moria (Genesis 22:17). Zo wordt Rebekka zichtbaar als draagster van de belofte. Ook in haar onvruchtbaarheid staat zij in de lijn van Sara en later Rachel. Het verbondsvolk komt niet voort uit menselijke kracht, maar uit gebed en Gods verhoring (Genesis 25:21). Opvallend is dat Rebekka zelf de HEERE gaat vragen en zelf antwoord krijgt. Het woord "de meerdere zal den mindere dienen" (Genesis 25:23) wordt door Paulus opgenomen in Romeinen 9:10-12: "ook Rebekka is daarvan een bewijs". Nog voor de kinderen iets goeds of kwaads gedaan hadden, stond Gods voornemen vast, "niet uit de werken, maar uit den Roepende". Genesis 27 is moeilijker. De tekst vertelt de list zonder hem goed te praten en zonder een uitdrukkelijk oordeel. Uitleggers lopen hier uiteen. Sommigen zien in Rebekka een vrouw die vasthield aan het woord dat zij ontvangen had, terwijl Izak Esau wilde zegenen. Anderen benadrukken dat zij Gods belofte met bedrog meende te moeten helpen. In de gereformeerde uitleg worden die twee vaak samen gehouden: geloof in de belofte, vermengd met zondige middelen. De gevolgen zijn in elk geval zichtbaar. Jakob moet vluchten, Rebekka raakt de zoon die zij liefhad kwijt, en Jakob wordt in Haran zelf bedrogen door haar broer Laban (Genesis 29:25). God voert Zijn voornemen uit, maar maakt het bedrog daarmee niet goed.
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Rivka (רִבְקָה, Hebreeuws)
Betekenis
Mogelijk binden of vastknopen
Betekenis van de naam Rebekka: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen
Sleutelmomenten
Aan de bron
Nog voor de knecht van Abraham zijn gebed heeft uitgesproken, komt Rebekka met haar kruik naar de bron. Zij geeft hem te drinken en put uit zichzelf ook voor al zijn kamelen.
Genesis 24:15-20
Het gebed verhoord
De knecht kijkt zwijgend toe, geeft haar een gouden sieraad en armringen en vraagt wiens dochter zij is. Als hij hoort dat zij uit de familie van Abraham komt, buigt hij zich en aanbidt de HEERE.
Genesis 24:21-27
"Ik zal trekken"
Laban en Bethuel erkennen dat de zaak van de HEERE komt (Genesis 24:50). Als broer en moeder het vertrek willen uitstellen, laat de familie Rebekka roepen, en zij is bereid meteen te gaan. Zij vertrekt met haar voedster en wordt gezegend.
Genesis 24:57-61
De ontmoeting met Izak
In het zuiderland ziet Rebekka Izak in het veld. Zij stapt van de kameel en bedekt zich met de sluier. Izak brengt haar in de tent van zijn moeder Sara, neemt haar tot vrouw en heeft haar lief.
Genesis 24:62-67
Twintig jaar wachten
Rebekka is onvruchtbaar, tot de HEERE het gebed van Izak verhoort. Als de kinderen in haar tegen elkaar stoten, vraagt zij de HEERE om raad. Zij hoort dat er twee volken in haar zijn.
Genesis 25:20-26
In Gerar
Tijdens een hongersnood woont Izak in Gerar. Uit angst om haar schoonheid noemt hij Rebekka zijn zuster, tot koning Abimelech ziet dat zij zijn vrouw is en haar onder bescherming stelt.
Genesis 26:1-11
De list rond de zegen
Rebekka hoort dat Izak Esau wil zegenen. Zij maakt het gerecht klaar, trekt Jakob de kleren van Esau aan en bekleedt zijn handen en hals met geitenvellen. Jakobs bezwaar beantwoordt zij met: "Uw vloek zij op mij, mijn zoon!"
Genesis 27:5-17
Jakob naar Laban
Rebekka hoort dat Esau zijn broer wil doden en raadt Jakob aan naar Laban in Haran te vluchten. Tegenover Izak zegt zij dat zij niet wil dat Jakob, zoals Esau, een vrouw uit "de dochteren Heths" neemt (vergelijk Genesis 26:34-35).
Genesis 27:42-46
Begraven in Machpela
Op zijn sterfbed vraagt Jakob om begraven te worden bij zijn vaders, en hij vertelt dat ook Izak en Rebekka in de spelonk van Machpela liggen.
Genesis 49:29-31
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Rebekka beter te begrijpen.
Genesis 24:15
“En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder.”
Het eerste optreden van Rebekka, nog terwijl de knecht bidt. De tekst noemt meteen haar afkomst uit de familie van Abraham.
Genesis 24:18-19
“En zij zeide: Drink, mijn heer! en zij haastte zich en liet haar kruik neder op haar hand, en gaf hem te drinken. Als zij nu voleindigd had van hem drinken te geven, zeide zij: Ik zal ook voor uw kemelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken.”
Rebekka doet meer dan gevraagd wordt en beantwoordt zo precies het teken waarom de knecht had gebeden (Genesis 24:14).
Genesis 24:50
“Toen antwoordde Laban en Bethuel, en zeiden: Van den HEERE is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken.”
Haar broer en vader erkennen dat God achter deze ontmoeting staat.
Genesis 24:58
“En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met deze man trekken? En zij antwoordde: Ik zal trekken.”
Gevraagd of zij meteen met de knecht wil meegaan, aarzelt Rebekka niet. Met drie woorden verlaat zij haar familie en land, zoals Abraham eerder deed.
Genesis 24:67
“En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.”
Een van de weinige plaatsen in Genesis waar uitdrukkelijk staat dat een man zijn vrouw liefhad.
Genesis 25:22-23
“En de kinderen stieten zich samen in haar lichaam. Toen zeide zij: Is het zo? waarom ben ik dus? en zij ging om den HEERE te vragen. En de HEERE zeide tot haar: Twee volken zijn in uw buik, en twee natien zullen zich uit uw ingewand van een scheiden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de meerdere zal den mindere dienen.”
Rebekka brengt haar nood bij de HEERE en ontvangt zelf het woord over haar zonen, dat de rest van het verhaal bepaalt.
Genesis 27:13
“En zijn moeder zeide tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon! hoor alleen naar mijn stem, en ga, haal ze mij.”
Jakob vreest een vloek als het bedrog uitkomt; Rebekka neemt dat risico op zich en zet het plan door.
Genesis 27:45
“Totdat de toorn uws broeders van u afkere, en hij vergeten hebbe, hetgeen gij hem gedaan hebt; dan zal ik zenden, en u van daar nemen; waarom zoude ik ook van u beiden beroofd worden op een dag?”
Rebekka vreest haar beide zonen te verliezen. Zij belooft Jakob terug te halen, maar de Bijbel vertelt niet dat zij hem weerzag.
Romeinen 9:10-12
“En niet alleenlijk deze, maar ook Rebekka is daarvan een bewijs, als zij uit een bevrucht was, namelijk Izaak, onzen Vader. Want als de kinderen nog niet geboren waren, noch iets goeds of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve, niet uit de werken, maar uit den Roepende; Zo werd tot haar gezegd: De meerdere zal den mindere dienen.”
Paulus gebruikt het woord aan Rebekka om te laten zien dat Gods verkiezing niet rust op wat mensen doen.
Tijdperiode
~1900 v.Chr.
Rebekka leefde in de tijd van het Oude Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Rebekka bij de bron laat zien dat God vaak werkt in gewone dingen. Zij wist niet dat haar hulp aan een vermoeide vreemdeling het antwoord op een gebed was. Zij gaf water en deed meer dan gevraagd werd (Genesis 24:19). Wij hoeven niet te weten welke betekenis onze kleine diensten hebben om ze met toewijding te doen. Haar antwoord "Ik zal trekken" (Genesis 24:58) vraagt om vertrouwen. Rebekka liet haar familie en haar land achter voor een man die zij nog nooit had gezien, op het woord van een knecht die vertelde hoe de HEERE hem had geleid. Gods weg met ons vraagt soms een vergelijkbare stap: loslaten wat vertrouwd is, omdat wij erop rekenen dat Hij leidt. Ook in haar nood zocht Rebekka de HEERE. Toen haar zwangerschap zwaar was, bleef zij niet alleen met haar vraag zitten: "zij ging om den HEERE te vragen" (Genesis 25:22). Wanneer wij iets niet begrijpen van wat ons overkomt, mogen ook wij onze vragen bij Hem brengen. Tegelijk waarschuwt haar geschiedenis. Rebekka had Jakob lief en Izak had Esau lief (Genesis 25:28). Die verdeeldheid liep uit op bedrog, haat en een gezin dat uiteenviel. Zij had een woord van God, maar meende het met list te moeten helpen. Gods beloften hebben ons bedrog niet nodig. Wie de uitkomst zelf wil afdwingen, betaalt daar vaak een hoge prijs voor, zoals Rebekka die haar zoon liet gaan voor wat "enige dagen" zouden zijn (Genesis 27:44).
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Rebekka
Wie was Rebekka in de Bijbel?
Wat betekent de naam Rebekka?
Waar staat Rebekka in de Bijbel?
Hoe schrijft u Rebekka?
Hoe kwamen Izak en Rebekka bij elkaar?
Was de knecht van Abraham in Genesis 24 Eliëzer?
Hoe oud was Rebekka toen zij met Izak trouwde?
Waarom hielp Rebekka Jakob aan de zegen?
Heeft Rebekka Jakob nog teruggezien?
Is de voedster Debora dezelfde als de richteres Debora?
Wat zegt het Nieuwe Testament over Rebekka?
Wat kunnen wij leren van Rebekka?
Stel een vraag over Rebekka
Wilt u meer weten over Rebekka? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over RebekkaBijbelverhalen rond Rebekka
Verdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Rebekka in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Rebekka.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Rebekka in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Rebekka.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Rebekka aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.