Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~2000 v.Chr.

Ketura in de Bijbel

Keturah (קְטוּרָה, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: reukwerk, wierook”

Wie was Ketura?

Ketura was een vrouw van Abraham. Genesis 25:1 noemt haar na de dood van Sara en het huwelijk van Izak. Zij baarde hem zes zonen, onder wie Midian. 1 Kronieken 1:32 noemt haar Abrahams bijwijf. Haar zonen kregen geschenken, maar het erfdeel ging naar Izak.

Ketura is de derde vrouw die de Bijbel bij Abraham noemt, na Sara en Hagar. Zij staat maar op twee plaatsen: Genesis 25:1-6 en 1 Kronieken 1:32-33. De Statenvertaling spelt haar naam als Ketura; in Engelstalige bijbels en literatuur heet zij Keturah. Genesis vertelt het kort: "En Abraham voer voort, en nam een vrouw, wier naam was Ketura" (Genesis 25:1). Daarna volgen de namen van haar zes zonen, Zimran, Joksan, Medan, Midian, Jisbak en Suah, en van een aantal kleinzonen. De lijst eindigt met: "Deze allen waren zonen van Ketura" (Genesis 25:4). Over haar afkomst, haar leeftijd of haar dood zegt de tekst niets. Wat Genesis wel benadrukt, is de verhouding tussen haar zonen en Izak. "Doch Abraham gaf aan Izak al wat hij had" (Genesis 25:5). De zonen van de bijwijven kregen geschenken en werden nog tijdens Abrahams leven weggezonden naar het oosten (Genesis 25:6). Het meervoud bijwijven slaat waarschijnlijk op Hagar en Ketura samen. Opvallend is het verschil in benaming. Genesis 25:1 spreekt van een vrouw, maar de geslachtslijst in Kronieken zegt: "De kinderen nu van Ketura, Abrahams bijwijf" (1 Kronieken 1:32). Dat is geen tegenspraak. Ook Hagar wordt in Genesis 16:3 Abrahams vrouw genoemd en was toch een dienstmaagd. Zo was Ketura waarschijnlijk een wettige vrouw van Abraham, maar met een lagere rang dan Sara. Haar bekendste nakomelingen zijn de Midianieten, de nakomelingen van haar zoon Midian. Uit dat volk kwam Jethro, de priester in Midian en schoonvader van Mozes. Dat verband legt de Bijbel zelf via de namen; verder dan dat gaat de tekst niet.

Historische context

Ketura leefde in de tijd van de aartsvaders. De Bijbel geeft geen jaartallen; Abraham wordt doorgaans rond 2000 voor Christus geplaatst, maar die datering is met onzekerheid omgeven. Wanneer Abraham Ketura nam, zegt de tekst niet precies. In Genesis staat het na de dood van Sara (Genesis 23) en na het huwelijk van Izak (Genesis 24). Als het ook in die volgorde gebeurde, was Abraham minstens honderdveertig jaar oud: Izak werd geboren toen Abraham honderd was (Genesis 21:5) en trouwde op veertigjarige leeftijd (Genesis 25:20). Abraham stierf op honderdvijfenzeventigjarige leeftijd (Genesis 25:7). Sommige uitleggers denken daarom dat Abraham Ketura al eerder nam en dat Genesis 25 de familiegegevens aan het einde van zijn leven samenvat. Anderen houden vast aan de volgorde van het verhaal en zien in de zonen van zijn ouderdom een teken van Gods kracht. Paulus zegt dat Abrahams lichaam rond zijn honderdste jaar "alrede verstorven was" (Romeinen 4:19). De tekst beslist deze vraag niet. Een bijwijf had waarschijnlijk een erkende plaats in de familie, maar haar kinderen erfden niet vanzelf mee met de zonen van de hoofdvrouw. Genesis laat dat al bij Ismaël zien: Sara zei dat "de zoon dezer dienstmaagd zal met mijn zoon, met Izak, niet erven" (Genesis 21:10). Dat verklaart Genesis 25:5-6. Abraham regelde de opvolging bij zijn leven: Izak kreeg alles, en de andere zonen kregen geschenken en een eigen woongebied in het oosten, weg van Izak. De namen van haar nakomelingen komen later in de Bijbel terug, zonder dat elke naam zeker te verbinden is. Bij Midian is het verband duidelijk. In Genesis 37 trekken "Midianietische kooplieden" voorbij wanneer Jozef verkocht wordt (Genesis 37:28). Mozes vond onderdak bij "de priester in Midian" (Exodus 2:16), en Numeri 10:29 spreekt van "Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet". Later werd Midian een vijand van Israël, in Numeri 25 en 31 en in de dagen van Gideon (Richteren 6:1). Jesaja noemt in een belofte "de snelle kemelen van Midian en Hefa" (Jesaja 60:6); Efa, zoals Genesis 25:4 hem spelt, was een zoon van Midian. Bij namen als Seba of Scheba en Dedan is voorzichtigheid nodig, omdat die ook bij andere volken voorkomen (Genesis 10:7). De kanttekeningen bij de Statenvertaling verbinden Bildad de Suhiet uit het boek Job met Suah, maar ook dat blijft onzeker.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Moeder van zes zonen van Abraham, onder wie Midian (Genesis 25:2)

Theologische betekenis

Ketura staat in het verhaal op een kantelpunt. Genesis 25 sluit het leven van Abraham af en opent de geschiedenis van Izak en zijn zonen. Daartussen staat de familie van Ketura, en de tekst legt de nadruk niet op haar persoon, maar op de verhouding tussen haar zonen en de zoon van de belofte. God had Abraham gezegd: "want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken" (Genesis 17:5). Met de zonen van Ketura en hun nakomelingen wordt zichtbaar dat dit woord ook letterlijk uitkwam. Uit Abraham kwamen niet alleen Israël en Edom voort, maar ook de twaalf vorsten van Ismaël (Genesis 25:16) en de stammen van Ketura. Tegelijk is de keuze helder: "Doch Abraham gaf aan Izak al wat hij had" (Genesis 25:5). Dat sluit aan bij wat God tegen Abraham gezegd had toen Ismaël werd weggezonden: "in Izak zal uw zaad genoemd worden" (Genesis 21:12). Paulus neemt dat woord over in Romeinen 9:7 om te laten zien dat niet alle nakomelingen naar het vlees kinderen van de belofte zijn. De zonen van Ketura waren echte zonen van Abraham, maar het verbond ging verder door Izak. Dat verklaart ook waarom Paulus kan schrijven "dat Abraham twee zonen had, een uit de dienstmaagd, en een uit de vrije" (Galaten 4:22), terwijl Genesis er acht noemt. Paulus noemt niet alle zonen; hij noemt de twee bij wie het verschil tussen geboorte naar het vlees en geboorte door de belofte het scherpst zichtbaar is. Toch staat Ketura niet buiten Gods zorg. Abraham gaf haar zonen geschenken, en hun nakomelingen blijven in de geschiedenis van Israël een rol spelen. Jethro, een priester in Midian, hoorde wat God voor Israël gedaan had en loofde de HEERE (Exodus 18:10-11). En Jesaja ziet in de toekomst de kemelen van Midian en Hefa komen om "den overvloedigen lof des HEEREN" te boodschappen (Jesaja 60:6). Wat begon met een vertrek naar het oosten, krijgt bij de profeet een uitzicht op het licht dat over Sion opgaat.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Keturah (קְטוּרָה, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk: reukwerk, wierook

Sleutelmomenten

1

Abraham neemt Ketura tot vrouw

Na de dood van Sara en het huwelijk van Izak vertelt Genesis dat Abraham nog een vrouw nam. Ketura baarde hem zes zonen: Zimran, Joksan, Medan, Midian, Jisbak en Suah.

Genesis 25:1-2

2

Haar zonen weggezonden

Abraham gaf aan Izak al wat hij had. De zonen van de bijwijven kregen geschenken en werden nog tijdens zijn leven oostwaarts weggezonden, weg van Izak.

Genesis 25:5-6

3

Midianitische kooplieden

Wanneer de broers Jozef verkopen, trekken Midianitische kooplieden voorbij. Zo komen de nakomelingen van haar zoon Midian voor in de geschiedenis van Jozef; Genesis 37:36 zegt dat de Midianieten hem in Egypte aan Potifar verkochten.

Genesis 37:28

4

Mozes bij de priester in Midian

Mozes vlucht voor Farao naar het land Midian en vindt onderdak bij de priester van dat land, die hier Rehuel heet (Exodus 2:18) en later Jethro (Exodus 3:1). Hij trouwt met diens dochter Zippora.

Exodus 2:15-16

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Ketura beter te begrijpen.

Genesis 25:1

“En Abraham voer voort, en nam een vrouw, wier naam was Ketura.”

De enige plaats in Genesis waar Ketura bij naam wordt ingeleid. Hier heet zij een vrouw van Abraham.

Genesis 25:2

“En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah.”

De zes zonen van Ketura. Midian werd de stamvader van de Midianieten.

Genesis 25:5-6

“Doch Abraham gaf aan Izak al wat hij had. Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten.”

Abraham regelt zijn nalatenschap: Izak erft alles, de zonen van Hagar en Ketura krijgen geschenken en een plaats in het oosten.

1 Kronieken 1:32

“De kinderen nu van Ketura, Abrahams bijwijf: die baarde Zimram, en Joksan, en Medan, en Midian, en Isbak, en Suah. En de kinderen van Joksan waren Scheba en Dedan.”

De geslachtslijst in Kronieken noemt Ketura een bijwijf en spelt enkele namen anders dan Genesis.

Genesis 17:5

“En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.”

De belofte achter de naam Abraham. Ook de volken die uit Ketura voortkwamen, horen bij deze menigte.

Exodus 3:1

“En Mozes hoedde de kudde van Jethro, zijn schoonvader, de priester in Midian; en hij leidde de kudde achter de woestijn, en hij kwam aan den berg Gods, aan Horeb.”

Jethro was priester in Midian, het volk dat via Midian op Ketura teruggaat.

Jesaja 60:6

“Een hoop kemelen zal u bedekken, de snelle kemelen van Midian en Hefa; zij allen uit Scheba zullen komen; goud en wierook zullen zij aanbrengen, en zij zullen den overvloedigen lof des HEEREN boodschappen.”

Midian en Hefa (Efa) zijn namen uit de familie van Ketura. Jesaja ziet hen komen om de HEERE te loven.

Tijdperiode

~2000 v.Chr.

Ketura leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Abraham regelde zijn erfenis bij zijn leven en liet geen twijfel over wie de erfgenaam was (Genesis 25:5-6). Hij gaf zijn zonen bij Ketura geschenken en een eigen toekomst, maar het erfdeel ging naar Izak. Dat hij het regelde terwijl hij nog leefde, voorkwam waarschijnlijk strijd tussen de broers na zijn dood. Ook in onze families en gemeenten kan dat wijsheid zijn: goed zorgen voor iedereen, en tegelijk helder zijn over wat God heeft toevertrouwd en aan wie. Het verhaal van Ketura laat ook zien dat Gods beloften groter zijn dan één familie. De volken die uit haar voortkwamen, raakten van Israël verwijderd en werden soms vijanden. Toch hoorde Jethro, een priester uit Midian, van Gods daden en loofde de HEERE (Exodus 18:10-11). Niemand staat zo ver weg dat Gods heil hem niet kan bereiken. Haar geschiedenis wijst ook op het onderscheid tussen afstamming en belofte. De zonen van Ketura waren echte zonen van Abraham, en toch ging het verbond verder door Izak. Paulus past dat toe op ons: niet de afkomst, maar de belofte maakt iemand tot een kind van Abraham (Romeinen 9:7-8). Ook voor ons telt niet wie wij van huis uit zijn, maar wat God heeft beloofd.

Veelgestelde vragen over Ketura

Wie was Ketura in de Bijbel?
Ketura was een vrouw van Abraham. Genesis vertelt dat Abraham haar nam na de geschiedenis van Sara’s dood en het huwelijk van Izak: "En Abraham voer voort, en nam een vrouw, wier naam was Ketura" (Genesis 25:1). Zij baarde hem zes zonen: Zimran, Joksan, Medan, Midian, Jisbak en Suah. 1 Kronieken 1:32 noemt haar Abrahams bijwijf. Haar zonen kregen geschenken en werden naar het oosten gezonden, terwijl Izak het erfdeel ontving.
Wat betekent de naam Ketura?
De naam Ketura wordt meestal verbonden met het Hebreeuwse woord voor reukwerk of wierook. Die verklaring is gangbaar, maar de Bijbel legt de naam zelf niet uit. Genesis geeft bij Ketura geen woordspeling, zoals wel gebeurt bij de namen van Izak en de zonen van Jakob. Wij doen er daarom goed aan de betekenis met voorbehoud te noemen.
Waar staat Ketura in de Bijbel?
Ketura komt op twee plaatsen voor. In Genesis 25:1-6 worden haar huwelijk met Abraham, haar zes zonen en enkele kleinzonen genoemd, en daarna de regeling van Abrahams nalatenschap. In 1 Kronieken 1:32-33 staat zij in de geslachtslijst van Abraham, waar zij "Abrahams bijwijf" heet. Elders in de Bijbel wordt haar naam niet meer genoemd, al komen de namen van haar nakomelingen, vooral Midian, nog vaak terug.
Is het Ketura of Keturah?
De Statenvertaling schrijft Ketura, en zo noemen wij haar ook. Keturah is de Engelse spelling, die u in Engelstalige bijbels en boeken tegenkomt. Het gaat om dezelfde vrouw. Ook de namen van haar zonen verschillen soms per plaats: Genesis 25:2 schrijft Zimran en Jisbak, 1 Kronieken 1:32 schrijft Zimram en Isbak. De kleinzoon die Genesis 25:3 Seba noemt, heet in Kronieken Scheba.
Was Ketura een vrouw of een bijwijf van Abraham?
Beide benamingen staan in de Bijbel. Genesis 25:1 zegt dat Abraham "een vrouw" nam, terwijl 1 Kronieken 1:32 spreekt van "Ketura, Abrahams bijwijf". Dat sluit elkaar niet uit. Ook Hagar wordt in Genesis 16:3 Abrahams vrouw genoemd, terwijl zij een dienstmaagd was. Ketura was waarschijnlijk een wettige vrouw, maar met een lagere rang dan Sara. Daarom erfden haar zonen niet mee met Izak en spreekt Genesis 25:6 over "de zonen der bijwijven".
Wanneer trouwde Abraham met Ketura?
De Bijbel noemt geen tijdstip. In Genesis staat het huwelijk na de dood van Sara en na het huwelijk van Izak. Als het in die volgorde gebeurde, was Abraham minstens honderdveertig jaar oud (Genesis 21:5, Genesis 25:20). Sommige uitleggers denken daarom dat hij Ketura eerder nam en dat Genesis 25 de familiegegevens aan het einde van zijn leven samenvat. Anderen volgen de volgorde van het verhaal. De tekst zelf beslist dat niet.
Wie waren de zonen van Ketura?
Ketura baarde Abraham zes zonen: Zimran, Joksan, Medan, Midian, Jisbak en Suah (Genesis 25:2). Genesis noemt ook kleinzonen. Joksan kreeg Seba en Dedan, en de zonen van Midian waren Efa, Efer, Henoch, Abida en Eldaa (Genesis 25:3-4). Deze Henoch is een ander dan de Henoch die met God wandelde (Genesis 5:24). Van de zes zonen is Midian veruit de bekendste, als stamvader van de Midianieten.
Stamden de Midianieten van Ketura af?
Ja, volgens Genesis 25:2 was Midian een zoon van Abraham en Ketura, en het volk van de Midianieten draagt zijn naam. Uit dat volk kwam Jethro, "de priester in Midian" en schoonvader van Mozes (Exodus 3:1). Later stond Midian vaak vijandig tegenover Israël, zoals in de tijd van Gideon (Richteren 6:1). De Bijbel legt het verband via de namen; hoe de stammen zich precies ontwikkelden, vertelt hij niet.
Is Ketura dezelfde als Hagar?
In de latere joodse uitleg komt de gedachte voor dat Ketura een andere naam voor Hagar was; die opvatting is onder meer bekend uit het middeleeuwse commentaar van Rashi. De Bijbel zegt dat niet. Genesis 25:12 noemt Hagar direct daarna opnieuw bij haar eigen naam, 1 Kronieken 1 houdt de zonen van Ismaël en die van Ketura apart, en Genesis 25:6 spreekt in het meervoud over bijwijven. De meeste uitleggers zien Ketura daarom als een andere vrouw.
Waarom zond Abraham de zonen van Ketura weg?
Abraham wilde de opvolging duidelijk regelen. "Doch Abraham gaf aan Izak al wat hij had" (Genesis 25:5). De zonen van de bijwijven kregen geschenken en werden nog tijdens zijn leven weggezonden, "oostwaarts naar het land van het Oosten" (Genesis 25:6). Zo voorkwam hij strijd over het erfdeel. Het past bij Gods woord aan Abraham: "in Izak zal uw zaad genoemd worden" (Genesis 21:12).
Wat kunnen wij leren van Ketura?
Bij Ketura zien wij hoe Abraham zijn huis ordende: hij zorgde voor al zijn zonen, maar gaf het erfdeel aan Izak (Genesis 25:5-6). Haar geschiedenis laat zien dat God Abraham werkelijk tot een vader van veel volken maakte, en dat Hij tegelijk één lijn van belofte koos, door Izak. Afstamming alleen maakt niemand tot erfgenaam. Toch blijven ook de volken uit Ketura binnen het bereik van Gods heil, zoals Jethro en Jesaja 60:6 laten zien.

Stel een vraag over Ketura

Wilt u meer weten over Ketura? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Ketura

Verdiep u verder