Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1400 v.Chr.

Jethro in de Bijbel

Jitro (יִתְרוֹ, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk overvloed of voortreffelijkheid”

Wie was Jethro?

Jethro was de priester in Midian en de schoonvader van Mozes, die bij hem woonde en met zijn dochter Zippora trouwde. Na de uittocht zocht hij Mozes op in de woestijn, loofde de HEERE en raadde hem aan rechters over het volk aan te stellen (Exodus 18:13-23).

Jethro komt in de Bijbel binnen als gastheer. Toen Mozes na de doodslag op een Egyptenaar naar het land Midian vluchtte, ging hij zitten bij een waterput. De zeven dochters van de priester in Midian kwamen daar water putten voor de kudde van hun vader; herders dreven hen weg, en Mozes kwam voor hen op (Exodus 2:15-17). Hun vader vroeg waarom zij zo vroeg terug waren, en toen hij het hoorde zei hij: "roept hem, dat hij brood ete" (Exodus 2:20). Mozes bleef, trouwde met Zippora en werd herder van de kudde van zijn schoonvader. Zijn geschiedenis staat in Exodus 2:15-22, Exodus 3:1, Exodus 4:18 en vooral in Exodus 18, het hoofdstuk waarin hij Mozes in de woestijn opzoekt, de HEERE looft en raad geeft over de rechtspraak. De Statenvertaling schrijft zijn naam als Jethro. In Exodus 2:18 heet de vader van Zippora Rehuel (in de gangbare spelling Reüel), en in Numeri 10:29 spreekt Mozes met Hobab, "den zoon van Rehuel". Hoe die namen zich tot elkaar verhouden, bespreken wij verderop; de tekst laat daar ruimte voor meer dan één uitleg. Wat Jethro bijzonder maakt, is dat hij geen Israëliet was en toch, toen hij hoorde wat God gedaan had, de HEERE prees: "Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden" (Exodus 18:11). Daarna gaf hij Mozes de nuchtere raad om niet alles alleen te dragen. Mozes nam die raad over, en Jethro keerde terug naar zijn land (Exodus 18:27). Niet te verwarren met de andere mannen die in de Statenvertaling Rehuel heten: een zoon van Ezau en Basmath (Genesis 36:4) en de vader van Eljasaf, de overste van Gad (Numeri 2:14). Ook een Benjaminiet in 1 Kronieken 9:8 heet Reuel.

Historische context

Midian was volgens Genesis 25:2 een zoon van Abraham en Ketura. De Midianieten waren een volk van herders en handelaars zonder vaste grenzen. Hun land wordt doorgaans gezocht ten oosten van de Golf van Akaba, in het noordwesten van Arabië, maar hun kudden en karavanen trokken ook door de Sinaï en de Negev. Dat verklaart hoe Mozes met de kudde van Jethro "achter de woestijn" bij Horeb kon komen (Exodus 3:1). Waar Horeb precies lag, is onzeker. Later stond Midian vijandig tegenover Israël: bij Baäl-Peor (Numeri 25), in de oorlog van Numeri 31 en in de dagen van Gideon (Richteren 6). De familie van Jethro staat daar los van. De Kenieten worden al in Genesis 15:19 als volk genoemd, en de familie van Jethro behoorde daar kennelijk toe: "De kinderen van den Keniet, den schoonvader van Mozes" trokken met Juda op (Richteren 1:16), en Heber de Keniet, de man van Jaël, stamde "uit de kinderen van Hobab, Mozes schoonvader" (Richteren 4:11). Numeri 10:29 noemt Hobab een Midianiet, Richteren 1:16 noemt de schoonvader van Mozes een Keniet; veel uitleggers zien de Kenieten als een geslacht binnen of naast Midian. Ook het huis van Rechab, waarvan Jeremia 35 de trouw prijst, wordt tot de Kenieten gerekend (1 Kronieken 2:55); of het van de familie van Jethro afstamt, zegt de tekst niet. Jethro wordt "de priester in Midian" genoemd (Exodus 2:16). Welke god hij vóór Exodus 18 diende, zegt de tekst niet. Sommige uitleggers denken dat in Midian, als nakomelingen van Abraham, nog iets van de kennis van de ware God bewaard was; anderen lezen zijn woorden "Nu weet ik" (Exodus 18:11) als een omkeer. In de joodse traditie geldt Jethro als iemand die zich bij Israël en zijn God aansloot; de wekelijkse Tora-lezing van Exodus 18 tot en met 20 draagt zijn naam, Jitro. De tijd is die van de uittocht. Wie de vroege datering volgt, komt uit in de vijftiende eeuw voor Christus; wie de late volgt, in de dertiende. Het tijdvak bovenaan deze pagina (rond 1400 voor Christus) volgt, net als bij Mozes, Aaron en Zippora, de vroege datering. Mozes verbleef volgens Handelingen 7:30 veertig jaar in Midian. Exodus 18 speelt "aan den berg Gods" (Exodus 18:5), terwijl Israël volgens Exodus 19:1-2 pas daarna in de woestijn Sinaï aankwam. In Deuteronomium 1:9-18 verbindt Mozes het aanstellen van de oversten met de tijd bij Horeb. Veel uitleggers denken daarom dat Exodus 18 deels naar onderwerp is geplaatst, direct na de strijd met Amalek in Exodus 17. Een kleine bijzonderheid: in de Hebreeuwse tekst van Exodus 4:18 staat de eerste keer de kortere vorm Jether; de Statenvertaling schrijft beide keren Jethro.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Gastvrij: hij laat de vreemdeling die zijn dochters hielp niet gaan zonder brood (Exodus 2:20)
  • Ruimhartig: hij laat Mozes zonder bezwaar terugkeren naar Egypte (Exodus 4:18)
  • Blij met wat God voor anderen doet, en bereid de HEERE te belijden (Exodus 18:9-11)
  • Eerlijk en opmerkzaam: hij zegt Mozes ronduit dat het zo niet goed gaat (Exodus 18:17-18)
  • Bescheiden: hij legt zijn raad onder Gods gebod en zoekt geen plaats voor zichzelf (Exodus 18:23, Exodus 18:27)

Theologische betekenis

Exodus vertelt de uittocht met een uitdrukkelijk doel: God zou Zijn kracht tonen "opdat men Mijn Naam vertelle op de ganse aarde" (Exodus 9:16). Jethro is een van de eersten bij wie dat gebeurt. Hij hoorde "al wat God aan Mozes, en aan Israel, Zijn volk, gedaan had" (Exodus 18:1), en zijn lofprijzing sluit aan bij wat God in de paasnacht had aangekondigd: "Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren" (Exodus 12:12). Jethro trekt de conclusie die Farao weigerde te trekken: "Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden" (Exodus 18:11). Later hoort ook Rachab in Jericho van de uittocht en belijdt zij de God van Israël (Jozua 2:10-11). De plaats van Exodus 18 is veelzeggend. Direct daarvoor staat de aanval van Amalek op Israël (Exodus 17:8-16); daarna komt een buitenlander die Israël zegent en met Aaron en de oversten van Israël brood eet "voor het aangezicht Gods" (Exodus 18:12). Twee volken, twee reacties op Gods volk. Dat doet denken aan de belofte aan Abraham: "Ik zal zegenen, die u zegenen" (Genesis 12:3). Generaties later spaart Saul de Kenieten, omdat zij Israël bij de uittocht goed hadden gedaan: "gij hebt barmhartigheid gedaan aan al de kinderen Israels" (1 Samuël 15:6). Veel uitleggers zien in de maaltijd van Exodus 18 een vroege voorafschaduwing van de volken die delen in de zegen van Israël. Jethro vraagt eerst om karakter: "kloeke mannen, God vrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende" (Exodus 18:21). En hij stelt zijn raad onder voorbehoud: "Indien gij deze zaak doet, en God het u gebiedt" (Exodus 18:23). Mozes blijft de middelaar die de zaken voor God brengt; alleen het dagelijkse rechtspreken wordt gedeeld. Hetzelfde motief keert terug wanneer Mozes klaagt: "Ik alleen kan al dit volk niet dragen" (Numeri 11:14), en God zeventig oudsten van Zijn Geest geeft. In Handelingen 6:3-4 laten de apostelen zeven mannen kiezen voor de dagelijkse zorg, opdat zij zelf bij het gebed en de bediening van het Woord kunnen blijven. In de gereformeerde uitleg wordt hier vaak gewezen op Gods gewone gaven van wijsheid, die Hij ook buiten Israël geeft. Wijsheid hoeft niet uit een visioen te komen om bruikbaar te zijn; zij moet wel getoetst worden aan wat God gebiedt.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Jitro (יִתְרוֹ, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk overvloed of voortreffelijkheid

Betekenis van de naam Jethro: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Mozes bij de put in Midian

Mozes helpt de zeven dochters van de priester in Midian tegen de herders. Hun vader nodigt hem uit, laat hem bij zich wonen en geeft hem zijn dochter Zippora. Zij baart een zoon, Gersom.

Exodus 2:15-22

2

Herder van Jethro’s kudde

Mozes hoedt de kudde van zijn schoonvader en leidt die achter de woestijn tot aan Horeb, de berg Gods. Daar roept God hem uit het braambos.

Exodus 3:1

3

Ga in vrede

Mozes vraagt zijn schoonvader of hij mag terugkeren naar zijn broeders in Egypte. Jethro houdt hem niet tegen en zegt: Ga in vrede!

Exodus 4:18

4

Het weerzien bij de berg Gods

Jethro hoort wat God voor Israël gedaan heeft en brengt Zippora en haar zonen Gersom en Eliëzer naar Mozes in de woestijn. Mozes gaat hem tegemoet en buigt zich voor hem.

Exodus 18:1-7

5

Lof en offer

Mozes vertelt wat de HEERE gedaan heeft. Jethro verheugt zich, looft de HEERE als groter dan alle goden en brengt brandoffer en slachtoffers; Aaron en al de oversten van Israël eten met hem brood voor het aangezicht Gods.

Exodus 18:8-12

6

Raad over de rechtspraak

Jethro ziet Mozes van de morgen tot de avond alleen het volk richten. Hij raadt hem aan godvrezende, betrouwbare mannen aan te stellen voor de kleine zaken en zelf de grote zaken te behandelen, als God het gebiedt.

Exodus 18:13-23

7

Mozes volgt de raad op

Mozes kiest bekwame mannen uit heel Israël en maakt hen tot oversten van duizenden, honderden, vijftigen en tienen. Daarna laat hij zijn schoonvader gaan, en Jethro keert terug naar zijn land.

Exodus 18:24-27

8

Hobab gevraagd mee te gaan

Bij het vertrek van de berg Sinaï vraagt Mozes Hobab, de zoon van Rehuel, om met Israël mee te trekken en hun tot ogen te zijn in de woestijn. Hobab wil eerst naar zijn eigen land; hoe hij uiteindelijk besliste, zegt de tekst hier niet.

Numeri 10:29-32

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jethro beter te begrijpen.

Exodus 2:18

“En toen zij tot haar vader Rehuel kwamen, zo sprak hij: Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen?”

Hier heet de vader van Zippora Rehuel (Reüel). Of dat een tweede naam van Jethro is of de naam van een voorvader, wordt verschillend uitgelegd.

Exodus 3:1

“En Mozes hoedde de kudde van Jethro, zijn schoonvader, de priester in Midian; en hij leidde de kudde achter de woestijn, en hij kwam aan den berg Gods, aan Horeb.”

De eerste keer dat de naam Jethro valt. Met diens kudde komt Mozes bij de berg waar God hem roept.

Exodus 4:18

“Toen ging Mozes heen, en keerde weder tot Jethro, zijn schoonvader, en zeide tot hem: Laat mij toch gaan, dat ik wederkere tot mijn broederen, die in Egypte zijn, en zie, of zij nog leven. Jethro dan zeide tot Mozes: Ga in vrede!”

Mozes noemt alleen zijn broeders in Egypte; de tekst zegt niet of hij Jethro over het braambos vertelde. Jethro houdt hem niet tegen.

Exodus 18:1

“Toen Jethro, priester van Midian, schoonvader van Mozes, hoorde al wat God aan Mozes, en aan Israel, Zijn volk, gedaan had: dat de HEERE Israel uit Egypte uitgevoerd had;”

Het nieuws van de uittocht bereikt Midian. Het horen gaat aan het belijden vooraf.

Exodus 18:11

“Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden; want in de zaak, waarin zij trotselijk gehandeld hebben, was Hij boven hen.”

De belijdenis van een priester uit Midian, het hart van zijn geschiedenis.

Exodus 18:17-18

“Doch de schoonvader van Mozes zeide tot hem: De zaak is niet goed, die gij doet. Gij zult geheel vervallen, zo gij, als dit volk, hetwelk bij u is; want deze zaak is te zwaar voor u, gij alleen kunt het niet doen.”

Jethro benoemt eerlijk wat hij ziet: zo raken Mozes en het volk uitgeput.

Exodus 18:21

“Doch zie gij om, onder al het volk, naar kloeke mannen, God vrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende; stel ze over hen, oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, oversten der tienen.”

De eisen voor de nieuwe rechters gaan eerst over godsvrucht en betrouwbaarheid.

Exodus 18:24

“Mozes nu hoorde naar de stem van zijn schoonvader, en hij deed alles, wat hij gezegd had.”

Mozes, de leider van Israël, neemt raad aan van zijn schoonvader uit Midian.

Numeri 10:29

“Mozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de HEERE heeft over Israel het goede gesproken.”

Het vers achter de vraag wie Hobab was: de woorden "den schoonvader van Mozes" kunnen op Hobab of op Rehuel slaan.

Tijdperiode

~1400 v.Chr.

Jethro leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Jethro verheugde zich "over al het goede, hetwelk de HEERE Israel gedaan had" (Exodus 18:9). Het ging niet om zijn eigen volk, en toch was hij blij. Zo mogen ook wij ons van harte verheugen over wat God in het leven van anderen doet, ook als het ons zelf niet direct raakt. Dat bewaart ons voor jaloezie en maakt de vreugde groter. Jethro zag wat Mozes in zijn ijver niet zag: "gij alleen kunt het niet doen" (Exodus 18:18). Er is moed voor nodig om dat tegen een leider te zeggen, en nederigheid om het te horen. Mozes luisterde. Wie in gezin, gemeente of werk veel draagt, doet er goed aan te vragen wie mee kan dragen, en wie het van buitenaf ziet, mag dat in liefde zeggen. Bij het kiezen van mensen voor verantwoordelijkheid begon Jethro niet bij talent maar bij karakter: godvrezend, waarachtig, niet uit op eigen gewin (Exodus 18:21). Die volgorde is ook voor ons nog bruikbaar. Bekwaamheid is nodig, maar wie God vreest en de waarheid liefheeft, kan in de kleine zaken worden vertrouwd, en juist die zaken namen de nieuwe oversten van Mozes over (Exodus 18:22). Ten slotte gaf Jethro zijn raad zonder er macht aan te ontlenen. Hij legde hem onder Gods gebod (Exodus 18:23) en ging daarna terug naar zijn land. Goede raad wil niet overheersen; zij dient, en laat de ander vrij om voor God te beslissen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Jethro

Wie was Jethro in de Bijbel?
Jethro was de priester in Midian en de schoonvader van Mozes. Toen Mozes uit Egypte vluchtte, nam Jethro hem op en gaf hem zijn dochter Zippora tot vrouw. Mozes hoedde jarenlang zijn kudde. Na de uittocht zocht Jethro Mozes op in de woestijn, loofde de HEERE, bracht offers en gaf de raad om rechters over het volk aan te stellen. Daarna keerde hij terug naar zijn land (Exodus 18:27).
Wat betekent de naam Jethro?
De Hebreeuwse naam Jitro hangt waarschijnlijk samen met een woord voor overvloed of voortreffelijkheid; sommigen zien er eerder een eretitel in dan een eigennaam. Zeker is dat niet. De naam Reüel, die in Exodus 2:18 voor de vader van Zippora wordt gebruikt, wordt doorgaans uitgelegd als vriend van God. De Bijbel zelf geeft bij geen van beide namen een verklaring.
Waar staat Jethro in de Bijbel?
Jethro staat in Exodus 2:15-22 (Mozes bij de put, hier onder de naam Rehuel), Exodus 3:1, Exodus 4:18 en vooral Exodus 18, waar hij Mozes in de woestijn opzoekt en raad geeft over de rechtspraak. Numeri 10:29-32 noemt Hobab, de zoon van Rehuel. Zijn familie, de Kenieten, komt terug in Richteren 1:16, Richteren 4:11 en 1 Samuël 15:6.
Schrijft u Jethro of Jetro?
De Statenvertaling schrijft Jethro, met th, net als bij namen als Thomas en Bathseba. In nieuwere spelling ziet men ook Jetro. Het gaat om dezelfde persoon, de schoonvader van Mozes. Op deze site volgen wij de Statenvertaling: Jethro. De Hebreeuwse vorm is Jitro, en in Exodus 4:18 staat in het Hebreeuws de eerste keer de kortere vorm Jether.
Is Jethro dezelfde als Reüel?
Waarschijnlijk wel, maar de tekst laat ook een andere uitleg toe. In Exodus 2:18 komen de dochters thuis bij "haar vader Rehuel", in Exodus 3:1 hoedt Mozes de kudde van Jethro, zijn schoonvader. Veel uitleggers denken dat dezelfde man twee namen droeg, bijvoorbeeld een eigennaam en een titel. Anderen menen dat Rehuel de grootvader of het stamhoofd was en Jethro de vader van Zippora. De Statenvertaling spelt Rehuel, zonder trema.
Wie was Hobab?
Hobab wordt in Numeri 10:29 genoemd als "den zoon van Rehuel, den Midianiet". Mozes vraagt hem met Israël mee te trekken en hun tot ogen te zijn in de woestijn. Of Hobab de zwager van Mozes was of Jethro zelf onder een andere naam, is niet zeker: het Hebreeuwse woord voor schoonvader kan breder een aangetrouwd familielid aanduiden. Dat de familie van de schoonvader van Mozes met Israël meetrok, blijkt uit Richteren 1:16; Richteren 4:11 verbindt die Kenieten met Hobab en noemt hem "Mozes schoonvader".
Welke raad gaf Jethro aan Mozes?
Jethro zag Mozes van de morgen tot de avond alleen het volk richten en zei: "De zaak is niet goed, die gij doet" (Exodus 18:17). Hij raadde hem aan godvrezende, betrouwbare mannen aan te stellen als oversten over duizenden, honderden, vijftigen en tienen. Zij zouden de kleine zaken behandelen, Mozes de grote. Hij voegde eraan toe: "Indien gij deze zaak doet, en God het u gebiedt" (Exodus 18:23). Mozes volgde de raad op.
Geloofde Jethro in de God van Israël?
Na het nieuws van de uittocht beleed Jethro: "Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden" (Exodus 18:11). Hij bracht brandoffer en slachtoffers en at met Aaron en al de oversten van Israël brood voor het aangezicht Gods. Welke god hij daarvoor als priester in Midian diende, zegt de tekst niet. Sommige uitleggers lezen zijn woorden als een omkeer, anderen als de bevestiging van kennis die hij al had.
Hoeveel dochters had Jethro?
Jethro had zeven dochters. Exodus 2:16 vertelt dat zij water kwamen putten om de kudde van hun vader te drenken, toen herders hen wegdreven en Mozes voor hen opkwam. Alleen de naam van Zippora wordt genoemd; zij werd de vrouw van Mozes en de moeder van Gersom en Eliëzer (Exodus 18:3-4). Over de andere dochters zegt de Bijbel verder niets.
Waar lag Midian, het land van Jethro?
Midian wordt doorgaans gezocht ten oosten van de Golf van Akaba, in het noordwesten van Arabië. De Midianieten waren herders en handelaars die ook door de Sinaï en de Negev trokken; zo kon Mozes met de kudde van Jethro bij Horeb komen (Exodus 3:1). Volgens Genesis 25:2 stamde Midian van Abraham en Ketura. Later stond Midian vijandig tegenover Israël, maar de familie van Jethro bleef Israël welgezind.
Wat gebeurde er met de nakomelingen van Jethro?
Zijn familie hoorde bij de Kenieten. De kinderen van de Keniet, de schoonvader van Mozes, trokken met de stam Juda op naar de woestijn van Juda (Richteren 1:16). Heber de Keniet, de man van Jaël, stamde uit de kinderen van Hobab (Richteren 4:11); of hij een nakomeling van Jethro zelf was, hangt af van wie Hobab was. Saul spaarde de Kenieten, omdat zij Israël bij de uittocht goed hadden gedaan (1 Samuël 15:6). Ook het huis van Rechab wordt tot de Kenieten gerekend (1 Kronieken 2:55), maar een afstamming van Jethro noemt de tekst niet.
Wat kunnen wij leren van Jethro?
Dat wij ons mogen verheugen over wat God voor anderen doet, zoals Jethro deed over Israël (Exodus 18:9). Dat niemand alles alleen hoeft te dragen, en dat er moed nodig is om dat eerlijk te zeggen en nederigheid om het te horen. Dat karakter bij het kiezen van mensen voor verantwoordelijkheid voorgaat. En dat goede raad niet wil overheersen, maar zich onder Gods gebod stelt (Exodus 18:23).

Stel een vraag over Jethro

Wilt u meer weten over Jethro? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Jethro

Bijbelverhalen rond Jethro

Verdiep u verder