Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~1e eeuw n.Chr.

Titus in de Bijbel

Titos (Τίτος, Grieks) - “Latijnse naam, betekenis onzeker”

Wie was Titus?

Titus was een Griekse medewerker van Paulus en een gelovige uit de heidenen die niet besneden hoefde te worden (Galaten 2:3). Paulus stuurde hem naar Korinthe toen de verhouding met die gemeente verstoord was, en liet hem op Kreta achter om ouderlingen aan te stellen. De brief aan Titus is aan hem gericht.

Titus komt in het Nieuwe Testament dertien keer bij naam voor, en altijd in de brieven van Paulus: in Galaten 2, in 2 Korinthe (2, 7, 8 en 12), in 2 Timotheüs 4 en in de brief die zijn naam draagt. Het boek Handelingen, dat de reizen van Paulus uitvoerig beschrijft, noemt hem opvallend genoeg geen enkele keer. Daardoor kennen wij hem alleen uit wat Paulus over hem schrijft, en dat is veel lof en weinig biografie. Wat vaststaat, is dat hij een Griek was en geen Jood. Paulus noemt hem "mijn oprechte zoon, naar het gemeen geloof" (Titus 1:3). Die woorden betekenen waarschijnlijk dat hij door de prediking van Paulus tot geloof kwam; het gemeen geloof is het geloof dat zij samen delen. De lijn van zijn leven loopt langs drie opdrachten. Eerst gaat hij met Paulus en Barnabas naar Jeruzalem, waar het de vraag wordt of hij besneden moet worden. Paulus geeft geen duimbreed toe: "Maar ook Titus, die met mij was, een Griek zijnde, werd niet genoodzaakt zich te laten besnijden" (Galaten 2:3). Daarna wordt hij de man die Paulus naar Korinthe stuurt, een gemeente waarin de verhouding met de apostel ernstig verstoord was. Titus komt terug met goed nieuws en gaat daarna opnieuw, om de inzameling voor de arme gelovigen in Jeruzalem af te ronden. Ten slotte laat Paulus hem achter op Kreta, met de opdracht "van stad tot stad" ouderlingen te stellen (Titus 1:5). Niet te verwarren met de Romeinse keizer Titus, die als veldheer in het jaar 70 Jeruzalem innam en de tempel liet verwoesten. Die Titus komt in de Bijbel niet voor. Wie zoekt naar de inhoud van de brief aan Titus, vindt die uitgewerkt in de bijbeluitleg bij dat boek; deze pagina gaat over de man zelf.

Historische context

Titus leefde in het midden van de eerste eeuw na Christus, in de jaren waarin het evangelie zich vanuit Jeruzalem en Antiochië over de Griekse wereld verspreidde. Waar hij vandaan kwam, zegt de Bijbel niet. Omdat hij met Paulus en Barnabas naar Jeruzalem reisde, denken veel uitleggers dat hij uit de gemeente van Antiochië kwam. De reis uit Galaten 2 vond plaats "na veertien jaren" (Galaten 2:1), waarschijnlijk gerekend vanaf de bekering van Paulus. Of het gaat om de reis met de hulpgelden uit Handelingen 11:30 of om de vergadering in Jeruzalem uit Handelingen 15, is onder uitleggers niet beslist. In beide gevallen speelde dezelfde vraag: moesten gelovigen uit de heidenen zich laten besnijden en de wet van Mozes onderhouden? Titus was het voorbeeld waaraan die vraag concreet werd. Als de reis uit Galaten 2 dezelfde is als die van Handelingen 15, kan Titus een van de "enige anderen uit hen" zijn die met Paulus en Barnabas meegingen (Handelingen 15:2). De opdrachten in Korinthe vallen in de tijd van de derde zendingsreis, rond het midden van de jaren vijftig. Paulus had de Korinthiërs een scherpe brief geschreven "met vele tranen" (2 Korinthe 2:4), en mogelijk bracht Titus die brief, of moest hij in elk geval de reactie erop peilen; Paulus zegt het niet met zoveel woorden. Paulus wachtte op hem in Troas en reisde, toen hij niet kwam, door naar Macedonië. Daar kwam Titus aan met het bericht van hun verlangen en ijver (2 Korinthe 7:5-7). Daarna stuurde Paulus hem terug, samen met twee broeders die hij "afgezanten der Gemeenten" noemt (2 Korinthe 8:23), om de inzameling voor Jeruzalem te voltooien. Het verblijf op Kreta past niet in het verhaal van Handelingen, waar Paulus het eiland alleen als gevangene op weg naar Rome passeert (Handelingen 27:7-8). Daarom plaatsen de meeste uitleggers de brief aan Titus na de eerste Romeinse gevangenschap van Paulus, in de eerste helft van de jaren zestig. De Kretenzers hadden een slechte naam; Paulus haalt er iemand over aan die hij "hun eigen profeet" noemt; oude uitleggers zagen daarin de dichter Epimenides (Titus 1:12). Nikopolis, waar Paulus wilde overwinteren (Titus 3:12), is waarschijnlijk de stad van die naam in Epirus, aan de westkust van Griekenland. Dalmatië, waar Titus later heen ging, lag aan de oostkust van de Adriatische Zee, in het gebied dat Paulus elders Illyrikum noemt (Romeinen 15:19).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Betrouwbaar: Paulus noemt hem zijn metgezel en medearbeider (2 Korinthe 8:23)
  • Bereidwillig: hij nam de opdracht aan en reisde gewillig naar Korinthe (2 Korinthe 8:17)
  • Integer in geldzaken: hij zocht geen eigen voordeel (2 Korinthe 12:18)
  • Betrokken: zijn hart ging uit naar de gemeente die hem had ontvangen (2 Korinthe 7:15)
  • Toegerust voor opbouwwerk: Paulus liet hem achter om de gemeenten op Kreta te ordenen (Titus 1:5)

−Zwakke kanten

  • De Bijbel noemt geen zwakke kant van Titus; de vermaning dat niemand hem mocht verachten (Titus 2:15) wijst eerder op een zware opdracht dan op een gebrek

Theologische betekenis

De eerste betekenis van Titus ligt in Galaten 2. Paulus vertelt daar niet zomaar een reisdetail. Dat Titus, "een Griek zijnde", niet besneden werd, is voor hem een bewijs dat de rechtvaardiging uit het geloof is en niet uit de werken der wet. Had Paulus toegegeven, dan was het evangelie voor de heidenen voorwaardelijk geworden: eerst Jood worden, dan christen. Paulus zegt dat hij zelfs geen uur week, "opdat de waarheid van het Evangelie bij u zou verblijven" (Galaten 2:5). Titus staat zo aan het begin van de grote vraag die de vroege kerk moest beantwoorden. Dat Paulus kort daarna Timotheüs wel liet besnijden (Handelingen 16:3), is geen tegenspraak. Timotheüs had een joodse moeder en werd besneden om de joden in die streek geen aanstoot te geven; Titus was een heiden van geboorte, en bij hem werd de besnijdenis als voorwaarde voor het heil geëist. In het ene geval ging het om liefde en vrijheid, in het andere om de kern van het evangelie. De tweede betekenis ligt in 2 Korinthe. Paulus schrijft: "Doch God, Die de nederigen vertroost, heeft ons getroost door de komst van Titus" (2 Korinthe 7:6). God troost door mensen. Een apostel die van binnen vrees had, werd opgebeurd door de komst van een medewerker. Het Nieuwe Testament laat hier zien dat geestelijke leiders kwetsbaar zijn en elkaar nodig hebben. In dezelfde brief toont de manier waarop Titus met de collecte omging, dat zorg voor eerlijkheid "niet alleen voor den Heere, maar ook voor de mensen" bij de dienst hoort (2 Korinthe 8:21). De derde betekenis ligt in de brief aan Titus. Paulus vertrouwt hem de opbouw van de gemeenten op Kreta toe, met de opdracht ouderlingen te stellen die onberispelijk zijn en vasthouden "aan het getrouwe woord, dat naar de leer is" (Titus 1:9). Samen met de brieven aan Timotheüs is dit een belangrijke bijbelse basis voor wat de gereformeerde kerken over ambt en kerkorde leren. Daarbij gaat de orde nooit los van het evangelie: in dezelfde brief staat dat God ons zalig heeft gemaakt "niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid" (Titus 3:5). De man die in Jeruzalem het bewijs was van de vrijheid van de genade, kreeg de taak een gemeente in te richten die op diezelfde genade rust.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Titos (Τίτος, Grieks)

Betekenis

Latijnse naam, betekenis onzeker

Betekenis van de naam Titus: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Mee naar Jeruzalem

Paulus gaat met Barnabas naar Jeruzalem om het evangelie dat hij onder de heidenen predikt aan de leiders voor te leggen, en neemt Titus mee. Daarmee neemt hij een gelovige uit de heidenen mee naar het hart van de joodse gemeente.

Galaten 2:1-2

2

Een Griek, niet besneden

Valse broeders willen Titus laten besnijden, maar Paulus wijkt "niet een uur" voor hun druk. Titus wordt niet gedwongen, opdat de waarheid van het evangelie bewaard blijft.

Galaten 2:3-5

3

Gemist in Troas

In Troas staat een deur open voor het evangelie, maar Paulus heeft geen rust omdat hij Titus niet vindt. Hij neemt afscheid en reist naar Macedonië, Titus tegemoet.

2 Korinthe 2:12-13

4

Troost in Macedonië

Van buiten strijd, van binnen vrees: zo beschrijft Paulus zijn toestand. Dan komt Titus aan met het bericht van het verlangen en de ijver van de Korinthiërs, en God troost Paulus door zijn komst.

2 Korinthe 7:5-7

5

Verkwikt door de gemeente

Titus is zelf verblijd over de ontvangst in Korinthe; zijn geest is door de gemeente verkwikt. Wat Paulus over de Korinthiërs tegen hem geroemd had, bleek waar.

2 Korinthe 7:13-15

6

Terug voor de collecte

Titus neemt de opdracht gewillig aan en reist opnieuw naar Korinthe, met twee broeders die afgezanten van de gemeenten zijn, om de inzameling voor Jeruzalem te voltooien. Later kan Paulus erop wijzen dat Titus nooit zijn eigen voordeel zocht (2 Korinthe 12:18).

2 Korinthe 8:16-24

7

Achtergelaten op Kreta

Paulus laat Titus op Kreta achter om recht te zetten wat nog ontbrak en in elke stad ouderlingen aan te stellen. De brief aan Titus geeft hem daarvoor de maatstaven mee.

Titus 1:5

8

Geroepen naar Nikopolis

Zodra Artemas of Tychikus hem op Kreta komt aflossen, moet Titus zich haasten om bij Paulus in Nikopolis te komen, waar de apostel wil overwinteren.

Titus 3:12

9

Vertrokken naar Dalmatië

In zijn laatste brief schrijft Paulus dat Titus naar Dalmatië is gereisd. Anders dan bij Demas staat er geen verwijt bij; daarna zwijgt het Nieuwe Testament over hem.

2 Timotheüs 4:10

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Titus beter te begrijpen.

Galaten 2:3

“Maar ook Titus, die met mij was, een Griek zijnde, werd niet genoodzaakt zich te laten besnijden.”

Titus als proefgeval in Jeruzalem: een gelovige uit de heidenen die niet eerst Jood hoefde te worden.

2 Korinthe 2:12

“Voorts, als ik te Troas kwam, om het Evangelie van Christus te prediken, en als mij een deur geopend was in den Heere, zo heb ik geen rust gehad voor mijn geest, omdat ik Titus, mijn broeder, niet vond;”

Paulus laat zelfs een open deur voor het evangelie liggen, zo ongerust is hij over Titus en het nieuws uit Korinthe.

2 Korinthe 7:6

“Doch God, Die de nederigen vertroost, heeft ons getroost door de komst van Titus.”

God troost Paulus in Macedonië door een mens: de komst van zijn medewerker met goed nieuws.

2 Korinthe 8:16-17

“Doch Gode zij dank, Die dezelfde naarstigheid voor u in het hart van Titus gegeven heeft; Dat hij de vermaning heeft aangenomen, en zeer naarstig zijnde, gewillig tot u gereisd is.”

Paulus dankt God voor de ijver van Titus, die zonder aarzelen opnieuw naar Korinthe ging voor de collecte.

2 Korinthe 8:23

“Hetzij dan Titus, hij is mijn metgezel en medearbeider bij u; hetzij onze broeders, zij zijn afgezanten der Gemeenten, en een eer van Christus.”

Een aanbevelingsregel: Titus komt als metgezel en medearbeider van Paulus zelf, en de Korinthiërs moeten hem en de broeders hun liefde bewijzen (vers 24).

2 Korinthe 12:18

“Ik heb Titus gebeden, en den broeder medegezonden; heeft ook Titus van u zijn voordeel gezocht? Hebben wij niet in denzelfden geest gewandeld? Hebben wij niet gewandeld in dezelfde voetstappen?”

Tegenover verdachtmakingen in Korinthe beroept Paulus zich op de onbaatzuchtigheid van Titus.

Titus 1:3

“Namelijk Zijn Woord, door de prediking, die mij toebetrouwd is, naar het bevel van God, onze Zaligmaker; aan Titus, mijn oprechte zoon, naar het gemeen geloof:”

De aanhef van de brief: Paulus noemt Titus zijn zoon in het geloof dat zij samen delen.

Titus 1:5

“Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb:”

De opdracht op Kreta: de gemeenten ordenen en in elke stad ouderlingen aanstellen.

2 Timotheüs 4:10

“Want Demas heeft mij verlaten, hebbende de tegenwoordige wereld liefgekregen, en is naar Thessalonica gereisd; Krescens naar Galatie, Titus naar Dalmatie.”

De laatste vermelding van Titus. Demas vertrok uit liefde voor de wereld; bij Titus staat geen verwijt.

Tijdperiode

~1e eeuw n.Chr.

Titus leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Bijbelboeken over Titus

Lessen voor vandaag

De eerste les gaat over de vrijheid van het evangelie. Titus hoefde niet eerst Jood te worden om bij Christus te horen. Ook vandaag kunnen wij ongemerkt voorwaarden aan het heil toevoegen: een bepaalde achtergrond, gewoonte of levensstijl die iemand eerst moet aannemen voordat hij erbij hoort. Galaten 2 houdt ons voor dat het geloof in Christus genoeg is. De tweede les gaat over troost. Paulus was een apostel, maar hij had van binnen vrees en vond pas rust toen Titus kwam. God gebruikt mensen om anderen te troosten. Een bezoek, een goed bericht of een trouwe collega kan het middel zijn waardoor God iemand opbeurt. Dat mogen wij zelf ontvangen zonder ons ervoor te schamen, en wij mogen het voor anderen zijn. De derde les gaat over betrouwbaarheid, juist in geld en gevoelige zaken. Titus reisde met de opbrengst van een collecte en bemiddelde in een gemeente vol spanning. Paulus kon later zonder aarzeling vragen of Titus ooit zijn eigen voordeel had gezocht. Een gemeente heeft mensen nodig van wie dat vanzelf spreekt. De vierde les gaat over geduldig opbouwen. Op Kreta moest Titus rechtzetten wat nog ontbrak en in de ene stad na de andere ouderlingen zoeken. Paulus gaf hem daarbij mee: "Betoon uzelven in alles een voorbeeld van goede werken" (Titus 2:7). Het werk in de kerk bestaat voor een groot deel uit dat stille, voorbeeldige volhouden.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Titus

Wie was Titus in de Bijbel?
Titus was een Griekse medewerker van de apostel Paulus. Als gelovige uit de heidenen ging hij mee naar Jeruzalem en werd daar niet gedwongen zich te laten besnijden (Galaten 2:3). Later stuurde Paulus hem naar Korinthe op een moment dat de verhouding met die gemeente verstoord was, en Titus kwam terug met goed nieuws (2 Korinthe 7:6-7). Daarna ging hij opnieuw om de inzameling voor Jeruzalem af te ronden. Daarna liet Paulus hem op Kreta achter om ouderlingen aan te stellen. De brief aan Titus is aan hem gericht.
Wat betekent de naam Titus?
Titus is een Latijnse voornaam die in de Romeinse wereld veel voorkwam; in het Grieks van het Nieuwe Testament luidt hij Titos. De oorsprong van de naam is onzeker en er bestaat geen betrouwbare verklaring van de betekenis. Dat een Griek een Latijnse naam droeg, was in het Romeinse rijk niet ongewoon. Ook de Statenvertaling spelt de naam Titus.
Waar staat Titus in de Bijbel?
Titus wordt alleen in de brieven van Paulus genoemd: in Galaten 2:1-3, in 2 Korinthe 2:12-13, 2 Korinthe 7:6-15, 2 Korinthe 8:6, 2 Korinthe 8:16-24 en 2 Korinthe 12:18, in 2 Timotheüs 4:10 en in de brief aan Titus, vooral Titus 1:3-5 en Titus 3:12. Het meeste over zijn werk staat in 2 Korinthe, waar zijn naam negen keer voorkomt. In de evangeliën en in Handelingen komt hij niet voor.
Waarom wordt Titus niet genoemd in Handelingen?
Dat weten wij niet; Lukas geeft er geen reden voor. Handelingen vertelt zijn verhaal selectief en noemt meer medewerkers van Paulus niet. Sommige uitleggers vermoeden dat Lukas zijn eigen familie buiten beeld hield en dat Titus een broer van Lukas was, maar daarvoor is in de Bijbel geen bewijs. Als de reis uit Galaten 2 dezelfde is als die van Handelingen 15, kan Titus wel een van de "enige anderen" zijn die met Paulus en Barnabas naar Jeruzalem reisden (Handelingen 15:2).
Waarom hoefde Titus niet besneden te worden?
Omdat een heiden die in Christus gelooft, niet eerst Jood hoeft te worden. Titus was een Griek, en valse broeders wilden dat hij zich liet besnijden, alsof dat nodig was om behouden te worden. Paulus weigerde dat, "opdat de waarheid van het Evangelie bij u zou verblijven" (Galaten 2:5). Titus werd dan ook niet genoodzaakt zich te laten besnijden (Galaten 2:3).
Waarom werd Timotheüs wel besneden en Titus niet?
De situaties verschilden. Timotheüs had een joodse moeder en een Griekse vader; Paulus besneed hem "om der Joden wil, die in die plaatsen waren" (Handelingen 16:3), zodat zijn prediking onder joden geen onnodige aanstoot gaf. Bij Titus, een heiden van geboorte, werd de besnijdenis geëist als voorwaarde om behouden te worden. Daar mocht Paulus niet aan toegeven, omdat dan het evangelie zelf op het spel stond.
Wat deed Titus in Korinthe?
Titus was Paulus’ gezant naar de gemeente in Korinthe op een moment dat de verhouding met de apostel gespannen was. Hij kwam terug met het bericht dat de gemeente verlangen en ijver toonde, en Paulus schrijft dat God hem troostte "door de komst van Titus" (2 Korinthe 7:6). Daarna reisde Titus opnieuw naar Korinthe, met twee broeders, om de inzameling voor de arme gelovigen in Jeruzalem te voltooien (2 Korinthe 8:16-24).
Wat deed Titus op Kreta?
Paulus liet Titus op Kreta achter om recht te zetten wat in de jonge gemeenten nog ontbrak en "van stad tot stad" ouderlingen te stellen (Titus 1:5). De brief aan Titus geeft hem daarvoor de eisen voor ouderlingen mee en de opdracht om dwaalleraars tegen te spreken. Volgens de kerkelijke traditie, onder anderen bij Eusebius, werd Titus de eerste bisschop van Kreta. Dat laatste staat niet in de Bijbel; in de brief zelf worden ouderlingen en opzieners nog als hetzelfde ambt genoemd (Titus 1:5-7).
Is Titus dezelfde als keizer Titus?
Nee. De Romeinse keizer Titus nam als veldheer in het jaar 70 Jeruzalem in, waarbij de tempel werd verwoest; hij komt in de Bijbel niet voor. De Titus van het Nieuwe Testament is een christen en medewerker van Paulus. Ook de Justus uit Handelingen 18:7, naar wiens huis naast de synagoge Paulus in Korinthe uitweek, is een ander; sommige Griekse handschriften noemen hem Titius Justus, maar de Statenvertaling heeft alleen Justus.
Wat is er van Titus geworden?
De Bijbel vertelt alleen dat Titus naar Dalmatië reisde, aan de oostkust van de Adriatische Zee (2 Timotheüs 4:10). Anders dan bij Demas staat daar geen verwijt bij, en waarschijnlijk ging hij in opdracht. Wat er daarna gebeurde, zegt het Nieuwe Testament niet. Volgens latere overlevering keerde hij terug naar Kreta en stierf hij daar op hoge leeftijd; de Rooms-Katholieke Kerk gedenkt hem samen met Timotheüs op 26 januari.
Wat is het verschil tussen Titus en Timotheüs?
Beiden waren vaste medewerkers van Paulus en ontvingen een brief van hem. Timotheüs had een joodse moeder en werd besneden; Titus was een Griek en bleef onbesneden. Timotheüs wordt in Handelingen vaak genoemd, Titus nooit. Timotheüs werkte vooral in Efeze, Titus in Korinthe en op Kreta. Paulus noemt hen allebei zijn zoon in het geloof. Van Timotheüs schrijft hij dat hij jong was (1 Timotheüs 4:12); van Titus zegt de Bijbel dat niet.
Wat kunnen wij leren van Titus?
Titus laat zien dat het evangelie geen extra voorwaarden kent: een heiden hoeft niet eerst Jood te worden om bij Christus te horen. Ook leert hij ons hoe God mensen gebruikt om anderen te troosten, zoals Paulus door zijn komst werd getroost. En hij is een voorbeeld van betrouwbaarheid in moeilijke opdrachten en in geldzaken, en van geduldig opbouwen van de gemeente, "een voorbeeld van goede werken" (Titus 2:7).

Stel een vraag over Titus

Wilt u meer weten over Titus? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Titus

Verdiep u verder