Titus: betekenis van de naam
Τίτος (Títos) = “onzeker, Latijnse herkomst”
Wat betekent de naam Titus?
De naam Titus is Latijns, maar werd gedragen door een Griek. Wat hij betekent, is onzeker: Strong's woordenboek noemt hem van Latijnse herkomst, maar met een onzekere betekenis. Titus werd een medewerker van Paulus. Paulus liet hem op Kreta achter om ouderlingen aan te stellen, en schreef hem de brief aan Titus.
Herkomst en betekenis van Titus
- Grondwoord (Grieks)
- Τίτος Títos
- Strong's-nummer
- G5103
- Betekenis
- onzeker, Latijnse herkomst
De betekenis van de naam Titus is onzeker. Strong's woordenboek zegt dat de naam van Latijnse herkomst is, maar voegt eraan toe dat de betekenis onzeker is. Een vertaling geeft het woordenboek daarom niet. De Bijbel legt de naam evenmin uit, en de kanttekeningen bij de verzen over Titus gaan over andere dingen.
Zeker is wel dat de man die deze Latijnse naam droeg, een Griek was. Paulus schrijft over "Titus, die met mij was, een Griek zijnde" (Galaten 2:3), en de kanttekening legt uit: van heidense ouders geboren en onbesneden. In het Grieks van het Nieuwe Testament heet hij Titos; de Statenvertaling gebruikt de Latijnse vorm Titus.
Paulus noemt hem zijn oprechte zoon "naar het gemeen geloof" (Titus 1:3). Volgens de kanttekening bedoelt hij daarmee het geloof dat alle uitverkorenen gemeen hebben, en geeft hij te kennen dat Titus zijn geestelijke zoon is.
Gangbare duidingen
- Strong's woordenboek: van Latijnse herkomst, maar met onzekere betekenis; een vertaling geeft het niet.
- De Bijbel verklaart de naam niet, en de kanttekeningen bij Galaten 2:3 en Titus 1:3 gaan over zijn heidense afkomst en zijn band met Paulus, niet over zijn naam.
Bron van de betekenis: Strong's G5103: 'Titus, a Christian' (Titus, een christen), 'of Latin origin but uncertain significance' (van Latijnse herkomst, maar met onzekere betekenis).
Uitspraak en spelling
- Uitspraak in het Nederlands
- TI-tus
- In de grondtaal
- TIE-tos
- Spelling in de Statenvertaling
- Titus
- Als voornaam
- Titus
In het Grieks heet hij Titos; de Statenvertaling volgt de Latijnse vorm Titus.
Wie heette Titus in de Bijbel?
Titus, de Griekse medewerker van Paulus
Hij ging met Paulus en Barnabas naar Jeruzalem en werd daar niet genoodzaakt zich te laten besnijden. In Macedonië troostte hij Paulus met het nieuws uit Korinthe, en hij hielp de gave van de Korinthiërs voltooien. Paulus liet hem op Kreta achter om in elke stad ouderlingen aan te stellen.
Kernvers
“Doch God, Die de nederigen vertroost, heeft ons getroost door de komst van Titus.”
2 Korinthe 7:6 (Statenvertaling)
Wat de naam Titus ons leert
De naam Titus heeft geen bekende betekenis, en de Bijbel staat er ook niet bij stil. Wat Paulus wel laat uitkomen, is dat Titus een Griek was, van heidense ouders geboren. Toen hij met Paulus in Jeruzalem kwam, schrijft Paulus over hem: "een Griek zijnde, werd niet genoodzaakt zich te laten besnijden". Toch noemt Paulus hem zijn oprechte zoon "naar het gemeen geloof", het geloof dat Paulus en Titus met alle uitverkorenen gemeen hadden. In een tijd van strijd en vrees in Macedonië kwam Titus bij Paulus aan, en Paulus schrijft: "God, Die de nederigen vertroost, heeft ons getroost door de komst van Titus". De troost kwam van God; de komst van een Griekse broeder was het middel.
Veelgestelde vragen over de naam Titus
Wat betekent de naam Titus?
De betekenis van Titus is niet bekend. Strong's woordenboek noemt de naam van Latijnse herkomst, maar met onzekere betekenis, en geeft geen vertaling. Ook de Bijbel en de kanttekeningen bij de verzen over Titus zeggen er niets over. Titus was een Griekse medewerker van Paulus, aan wie de brief aan Titus gericht is.
Wie was Titus in de Bijbel?
Titus was een Griek die een medewerker van Paulus werd. Hij ging met Paulus en Barnabas naar Jeruzalem (Galaten 2:1-3), bracht Paulus nieuws uit Korinthe (2 Korinthe 7:6-7) en werd op Kreta achtergelaten om ouderlingen aan te stellen (Titus 1:5). Meer over zijn leven leest u op de pagina over Titus.
Is Titus een bijbelse jongensnaam?
Ja. In de Bijbel is Titus de naam van één man, de Griekse medewerker van Paulus. Zijn naam komt voor in 2 Korinthe, Galaten, 2 Timotheüs en in de brief die naar hem genoemd is. Als Nederlandse voornaam wordt hij geschreven zoals in de Statenvertaling: Titus.
Hoe spreekt u Titus uit?
In het Nederlands zegt u TI-tus, met de klemtoon op de eerste lettergreep en een lange i, zoals in het woord tien. In het Grieks heet hij Titos, en ook daar ligt de klemtoon op de eerste lettergreep: TIE-tos.
Is Titus een Griekse of een Latijnse naam?
Volgens Strong's woordenboek is Titus van Latijnse herkomst. In het Grieks van het Nieuwe Testament staat hij als Titos, en de Statenvertaling schrijft de Latijnse vorm Titus. De man die de naam droeg, was zelf een Griek: "Titus, die met mij was, een Griek zijnde" (Galaten 2:3). Waarom een Griek een Latijnse naam droeg, vertelt de Bijbel niet.