Simon de Zeloot in de Bijbel
Simon Zelotes (Grieks) of Simon Kananites (Grieks, uit het Aramees) - “Simon: gehoord; Zeloot: ijveraar”
Wie was Simon de Zeloot?
Simon de Zeloot was een van de twaalf apostelen van Jezus. De Statenvertaling noemt hem Simon Kananites en Simon Zelotes; beide bijnamen betekenen ijveraar. Hij komt alleen voor in de lijsten van de apostelen, het laatst in de opperzaal te Jeruzalem na de hemelvaart (Handelingen 1:13).
Simon de Zeloot staat in vier verzen van het Nieuwe Testament, en het zijn alle vier lijsten van de twaalf apostelen: Mattheüs 10:4, Markus 3:18, Lukas 6:15 en Handelingen 1:13. De Statenvertaling geeft hem twee bijnamen. Mattheüs en Markus schrijven "Simon Kananites", Lukas schrijft "Simon genaamd Zelotes" en in Handelingen staat "Simon Zelotes". De naam Simon de Zeloot is de gangbare Nederlandse vorm van die laatste bijnaam. De bijnaam was nodig. Onder de twaalf waren twee mannen die Simon heetten, en de eerste kreeg van Jezus de naam Petrus (Markus 3:16). De tweede werd aangeduid met een woord dat ijveraar betekent. In de lijsten staat hij steeds in de laatste groep van vier, met Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Thaddeüs, die in Lukas 6:16 en Handelingen 1:13 Judas, de broeder van Jakobus heet; meestal worden die twee als dezelfde apostel gezien. In de evangeliën is Judas Iskariot de vierde, en in Mattheüs en Markus komt hij direct na Simon. Verder zwijgt de Bijbel over hem. Er is geen roepingsverhaal, geen vraag aan Jezus en geen daad die op zijn naam staat. Wat wij van hem weten, weten wij omdat hij bij de twaalf hoorde: hij werd na een nacht van gebed gekozen (Lukas 6:12-13), uitgezonden om te prediken en te genezen (Mattheüs 10:1-7), was bij het laatste Pascha en de verstrooiing van de discipelen, zag de opgestane Heere en zat na de hemelvaart biddend in de opperzaal (Handelingen 1:13-14). Simon de Zeloot is niet te verwarren met de andere Simons van het Nieuwe Testament: Simon Petrus, Simon de broer van Jezus (Mattheüs 13:55), Simon de Farizeeër (Lukas 7:40), Simon de melaatse in Bethanië (Mattheüs 26:6), Simon van Cyrene (Mattheüs 27:32), Simon de tovenaar in Samaria (Handelingen 8:9), Simon de lederbereider in Joppe (Handelingen 9:43) en Simon, de vader van Judas Iskariot (Johannes 6:71). Kananites verwijst, naar de verklaring die Lukas zelf geeft, niet naar Kanaän of de Kanaänieten.
Historische context
Simon leefde in de eerste eeuw en wordt genoemd in de jaren van het openbare optreden van Jezus, rond 30 n.Chr., en kort daarna in Jeruzalem. Waar hij vandaan kwam, zegt de Bijbel niet. Wel noemen de engelen bij de hemelvaart de apostelen "Galilese mannen" (Handelingen 1:11), en op de Pinksterdag vroegen de omstanders of niet allen die daar spraken "Galileers" waren (Handelingen 2:7). Waarschijnlijk kwam ook Simon dus uit Galilea, al wordt dat van hem persoonlijk niet gezegd. Zijn twee bijnamen zijn één woord in twee talen. Kananites gaat terug op een Aramees woord voor ijveraar; Lukas, die voor Griekse lezers schreef, gaf het weer met het Griekse Zelotes, dat hetzelfde betekent. Hetzelfde Griekse woord vertaalt de Statenvertaling elders met ijveraar of ijverig: Paulus noemde zich "een ijveraar Gods" (Handelingen 22:3), en in Jeruzalem waren duizenden gelovige Joden "ijveraars van de wet" (Handelingen 21:20). Oudere uitleggers verbonden Kananites met Kanaän of met het dorp Kana, maar de meeste uitleggers houden de verklaring ijveraar voor de juiste, omdat Lukas die zelf geeft. IJver voor God en Zijn wet had in Israël een lange geschiedenis. Pinehas werd geprezen omdat hij "Mijn ijver geijverd heeft" (Numeri 25:11), en Elia zei: "Ik heb zeer geijverd voor den HEERE" (1 Koningen 19:10). In de tijd van Jezus stond Judea onder Romeins bestuur. Gamaliël herinnerde in de Raad aan "Judas, de Galileer in de dagen der beschrijving", die veel volk achter zich kreeg en omkwam (Handelingen 5:37). De Joodse geschiedschrijver Josephus vermeldt dat deze Judas leerde dat men geen heer naast God mocht erkennen en de Romeinse belasting moest weigeren. Josephus gebruikt het woord zeloten vooral voor een strijdgroep in de Joodse oorlog tegen Rome (66-70 n.Chr.), ruim dertig jaar na de dagen van Jezus. Of Simon bij zo'n beweging hoorde, is daarom onzeker. Zeloot kan in zijn tijd een lid van een verzetsgroep hebben aangeduid, maar ook iemand die bekendstond om zijn ijver voor de wet, zoals Paulus zich vóór zijn bekering beschreef (Galaten 1:14). De tekst geeft de bijnaam zonder uitleg. Zeker is wel dat in dezelfde kring Matteüs stond, "de tollenaar" (Mattheüs 10:3), die de belasting had geïnd waar ijveraars zich tegen verzetten. Hoe groot die spanning ook was, de evangeliën noemen hen zonder commentaar naast elkaar.
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Hij werd door Jezus tot apostel gekozen (Lukas 6:13-15) en bleef bij de twaalf (Handelingen 1:13)
- Hij ging uit om bekering te prediken en zieken te genezen (Markus 6:12-13)
- Hij volhardde na de hemelvaart met de anderen in het gebed (Handelingen 1:14)
- Hij werd vervuld met de Heilige Geest (Handelingen 2:4)
−Zwakke kanten
- Met alle discipelen verliet hij Jezus bij de gevangenneming (Mattheüs 26:56)
- Hij hoorde bij de apostelen onder wie twist ontstond wie de meeste was (Lukas 22:14-24)
Theologische betekenis
Het eerste wat de Schrift over Simon zegt, is dat Jezus hem koos. Lukas vertelt dat Jezus de nacht doorbracht "in het gebed tot God" en daarna twaalf uit Zijn discipelen verkoos (Lukas 6:12-13). Markus voegt eraan toe waarvoor: "opdat zij met Hem zouden zijn, en opdat Hij dezelve zou uitzenden om te prediken" (Markus 3:14). Simon is apostel omdat hij geroepen is, niet omdat hij iets bijzonders deed. Jezus zei later tot de twaalf: "Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren" (Johannes 15:16). Zijn bijnaam roept de vraag op wat ware ijver is. Het Oude Testament prijst de ijver voor God bij Pinehas en Elia. Jezus zelf werd door Zijn discipelen herkend in het woord: "De ijver van Uw huis heeft mij verslonden" (Johannes 2:17). Maar Paulus schreef over zijn volksgenoten dat zij "een ijver tot God hebben, maar niet met verstand" (Romeinen 10:2), en hij wist uit eigen ervaring hoe ijver tot vervolging kan leiden (Galaten 1:13-14). Wat ijver ook voor Simon betekende, onder Jezus werd die gericht op een ander koninkrijk. Tegenover Pilatus zei Jezus: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld" (Johannes 18:36), en in Gethsemane: "allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan" (Mattheüs 26:52). Ook na de opstanding leefde bij de apostelen de verwachting van een herstel van Israël: "Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israel het Koninkrijk wederoprichten?" (Handelingen 1:6). Jezus wees die vraag niet af, maar wees hen op de Geest en op hun getuigenis tot aan het uiterste der aarde (Handelingen 1:7-8). Titus 2:14 laat zien waar de ijver van de verloste gemeente naartoe gaat: Christus reinigde Zich een volk, "ijverig in goede werken". Dat een ijveraar en een tollenaar samen in één lijst staan (Mattheüs 10:3-4), laat iets zien van de gemeente die Christus bijeenbrengt. Zij vormen geen partij, maar een gemeenschap die rust op Zijn roeping. Als apostel hoort Simon bij het fundament waarop de gemeente gebouwd is, met Christus als "de uiterste Hoeksteen" (Efeze 2:20). In het nieuwe Jeruzalem staan op de twaalf fundamenten "de namen der twaalf apostelen des Lams" (Openbaring 21:14), ook de naam van deze apostel van wie de Bijbel geen enkel woord bewaard heeft.
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Simon Zelotes (Grieks) of Simon Kananites (Grieks, uit het Aramees)
Betekenis
Simon: gehoord; Zeloot: ijveraar
Betekenis van de naam Simon: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen
Sleutelmomenten
Gekozen na een nacht van gebed
Jezus bidt de hele nacht op een berg en kiest bij het aanbreken van de dag twaalf discipelen, die Hij apostelen noemt. Lukas noemt onder hen "Simon genaamd Zelotes".
Lukas 6:12-16
Uitgezonden naar Israël
Jezus geeft de twaalf macht over onreine geesten en ziekten en zendt hen uit, voorlopig niet naar de heidenen of de Samaritanen. In de lijst staat Simon Kananites, naast Judas Iskariot.
Mattheüs 10:1-5
Twee aan twee op weg
De twaalf trekken twee aan twee rond, prediken dat de mensen zich moeten bekeren, werpen duivelen uit en zalven zieken met olie. Met wie Simon optrok, vermeldt de Bijbel niet.
Markus 6:7-13
Verstrooid in de nacht
Na het laatste Pascha wordt Jezus in Gethsemane gevangengenomen. Alle discipelen verlaten Hem en vluchten, zoals Hij had voorzegd.
Mattheüs 26:56
De Opgestane in hun midden
Op de avond van de opstanding zijn de elf in Jeruzalem bijeen wanneer Jezus in hun midden staat en zegt: "Vrede zij ulieden!"
Lukas 24:33-36
De vraag naar het koninkrijk
Vlak voor de hemelvaart vragen de apostelen of Jezus nu het koninkrijk aan Israël zal herstellen. Hij wijst hen op de kracht van de Heilige Geest en hun taak als getuigen.
Handelingen 1:6-8
In de opperzaal
Na de hemelvaart keren de elf apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem (Handelingen 1:12). Daar blijven zij, onder wie Simon Zelotes, eendrachtig bijeen in gebed, met de vrouwen, Maria en de broers van Jezus.
Handelingen 1:13-14
Pinksteren
Op de Pinksterdag worden allen die bijeen zijn vervuld met de Heilige Geest. Petrus spreekt de menigte toe, "staande met de elven" (Handelingen 2:14). Daarna noemt de Bijbel Simon niet meer.
Handelingen 2:1-4
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Simon de Zeloot beter te begrijpen.
Lukas 6:12
“En het geschiedde in die dagen, dat Hij uitging naar den berg, om te bidden, en Hij bleef den nacht over in het gebed tot God.”
Aan de keuze van de twaalf, onder wie Simon, ging een nacht van gebed vooraf.
Lukas 6:15
“Mattheus en Thomas, Jakobus, den zoon van Alfeus, en Simon genaamd Zelotes;”
Lukas geeft de bijnaam in het Grieks: Zelotes, ijveraar. Daaraan ontleent Simon de Zeloot zijn Nederlandse naam.
Mattheüs 10:4
“Simon Kananites, en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.”
Mattheüs gebruikt de bijnaam die teruggaat op het Aramees. Een vers eerder staat "Mattheus, de tollenaar".
Markus 3:18
“En Andreas, en Filippus, en Bartholomeus, en Mattheus, en Thomas, en Jakobus, den zoon van Alfeus, en Thaddeus, en Simon Kananites,”
Ook Markus noemt hem Kananites, direct na Thaddeüs en vóór Judas Iskariot.
Markus 3:14
“En Hij stelde er twaalf, opdat zij met Hem zouden zijn, en opdat Hij dezelve zou uitzenden om te prediken;”
Het doel van het apostelschap: bij Jezus zijn en door Hem uitgezonden worden. Dat gold ook voor Simon.
Handelingen 1:6
“Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israel het Koninkrijk wederoprichten?”
De apostelen verwachtten nog een herstel van Israël. Jezus wijst hen op de Geest en hun getuigenis.
Handelingen 1:13
“En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven, namelijk Petrus en Jakobus, en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeus en Mattheus, Jakobus, de zoon van Alfeus, en Simon Zelotes, en Judas, de broeder van Jakobus.”
De laatste keer dat de Bijbel Simon bij name noemt, na de hemelvaart in Jeruzalem.
Handelingen 1:14
“Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen.”
De ijveraar is hier een van de biddenden, in afwachting van de beloofde Heilige Geest.
Tijdperiode
~30 n.Chr.
Simon de Zeloot leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Simon de Zeloot leert ons dat trouw niet afhangt van zichtbaarheid. Van hem is geen woord bewaard, geen wonder en geen preek. Toch hoorde hij bij de twaalf, ging hij uit om bekering te prediken en zat hij biddend in de opperzaal (Handelingen 1:14). In de gemeente doen velen hun werk zonder dat hun naam genoemd wordt. Christus kent hen bij name, zoals Hij deze Simon kende. Zijn bijnaam vraagt ons naar onze eigen ijver. Wij kunnen ons sterk maken voor recht, voor ons land of voor onze overtuigingen, en dat is niet verkeerd. Maar de Schrift waarschuwt voor een ijver "niet met verstand" (Romeinen 10:2) en wijst op een koninkrijk dat niet van deze wereld is (Johannes 18:36). IJver die onder Christus komt, wordt ijver in goede werken (Titus 2:14). Simon stond in één kring met Matteüs, de tollenaar (Mattheüs 10:3-4). Wat hen verbond, was niet hun verleden of hun politieke keus, maar de roeping van dezelfde Heere. Ook in de gemeente zitten mensen naast elkaar die buiten de kerk weinig gemeen zouden hebben. Dat is geen zwakte, maar een teken van wat Christus doet. Ten slotte bleef Simon, ook na de nacht waarin alle discipelen vluchtten (Mattheüs 26:56). Hij was er op de Pinksterdag. Falen sloot hem niet buiten; de Heere bracht hem terug en gaf hem Zijn Geest.
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Simon de Zeloot
Wie was Simon de Zeloot in de Bijbel?
Wat betekent de naam Simon de Zeloot?
Waar staat Simon de Zeloot in de Bijbel?
Waarom heet hij in de Statenvertaling Simon Kananites?
Was Simon de Zeloot een Kanaäniet?
Wat waren de zeloten?
Was Simon de Zeloot lid van een verzetsbeweging?
Hoe konden Simon de Zeloot en Matteüs de tollenaar samen apostel zijn?
Is Simon de Zeloot dezelfde als Simon Petrus?
Was Simon de Zeloot een broer van Jezus?
Hoe is Simon de Zeloot gestorven?
Wat kunnen wij leren van Simon de Zeloot?
Stel een vraag over Simon de Zeloot
Wilt u meer weten over Simon de Zeloot? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over Simon de ZelootVerdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Simon de Zeloot in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Simon de Zeloot.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Simon de Zeloot in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Simon de Zeloot.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Simon de Zeloot aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.