Simon: betekenis van de naam
Σίμων (Símōn) = “horen, verhoring”
Wat betekent de naam Simon?
De naam Simon betekent 'horen' of 'verhoring'. Het is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Simeon, die komt van het werkwoord shama, horen. In het Nieuwe Testament dragen veel mannen deze naam. De bekendste is Simon Petrus, de visser die Jezus riep en die later Petrus genoemd werd.
Herkomst en betekenis van Simon
- Grondwoord (Grieks)
- Σίμων Símōn
- Strong's-nummer
- G4613
- Afgeleid van (H8095)
- שִׁמְעוֹן Shimʻôwn: Simeon, het horen (van het werkwoord shama, horen)
- Betekenis
- horen, verhoring
Simon is in het Nieuwe Testament de gewone vorm van de oude naam Simeon. Strong's woordenboek zegt dat Simon van Hebreeuwse oorsprong is en verwijst naar Simeon. Die naam komt van het werkwoord shama, horen. Lea gaf hem aan haar tweede zoon, omdat de HEERE gehoord had dat zij gehaat was (Genesis 29:33). De betekenis van Simon is dus dezelfde: horen, of verhoring.
Dat Simon en Simeon voor de schrijvers van het Nieuwe Testament één naam zijn, blijkt bij Petrus. De evangeliën noemen hem Simon, maar op de vergadering in Jeruzalem spreekt Jakobus over Simeon, en Petrus zelf opent zijn tweede brief met "Simeon Petrus". De kanttekening bij Handelingen 15:14 legt dat uit: met Simeon is Petrus bedoeld, die anders ook Simon heet.
Bij Simon Petrus komt er een tweede naam bij. Bij de eerste ontmoeting beloofde Jezus hem de naam Cefas, Petrus (Johannes 1:43); volgens de kanttekening is die belofte vervuld toen Hij de twaalf apostelen koos (Lukas 6:14). Wat die tweede naam betekent, staat bij de naam Petrus. Toch spreekt de Heere hem later nog met zijn oude naam aan: "Simon, Simon" (Lukas 22:31), en na de opstanding "Simon, zoon van Jonas" (Johannes 21:15).
Simeon heeft: Namelijk Petrus, die zichzelven ook zo noemt, 2Pe 1:1 . Anders ook Simon; Mat 10:2 .
Bron van de betekenis: Strong's G4613: 'of Hebrew origin' (van Hebreeuwse oorsprong), van H8095 Shimʻôwn (Simeon), dat Strong's uitlegt als 'hearing' (het horen), afgeleid van H8085 shâmaʻ, horen; definitie: 'the name of nine Israelites' (de naam van negen Israëlieten).
Uitspraak en spelling
- Uitspraak in het Nederlands
- SI-mon
- In de grondtaal
- SIE-moon
- Spelling in de Statenvertaling
- Simon; Simeon in 2 Petrus 1:1
- Als voornaam
- Simon
In het Nederlands en in het Grieks ligt de klemtoon op de eerste lettergreep.
Wie heette Simon in de Bijbel?
Simon Petrus, de apostel
Een visser uit Galilea, de broer van Andreas, die Jezus riep om Hem te volgen. Hij beleed: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. Na zijn verloochening vroeg Jezus driemaal of hij Hem liefhad.
Mattheüs 4:18, Mattheüs 16:16-17, Lukas 22:31-32, Johannes 21:15
Simon Kananites, genaamd Zelotes, apostel
Een van de twaalf apostelen. De kanttekening legt uit dat zijn bijnaam ijveraar betekent en dat die hem van Simon Petrus onderscheidt.
Simon van Cyrene, die het kruis droeg
Een man die van de akker kwam en gedwongen werd het kruis van Jezus te dragen. Markus noemt hem de vader van Alexander en Rufus.
Simon de tovenaar in Samaria
Hij had het volk van Samaria met toverij verbaasd en bood de apostelen geld aan voor de macht om de Heilige Geest te geven. Petrus wees hem scherp terecht en riep hem op zich te bekeren.
Simon de melaatse in Bethanië
In zijn huis goot een vrouw kostbare zalf uit een albasten fles op het hoofd van Jezus.
Simon de Farizeeër
Hij nodigde Jezus uit om bij hem te eten. Toen een zondares de voeten van de Heere met haar tranen nat maakte, sprak Jezus Simon aan met een gelijkenis over twee schuldenaars.
Simon de lederbereider in Joppe
Petrus verbleef vele dagen in zijn huis bij de zee. Daar kwamen de boden van Cornelius hem halen.
Twee naamgenoten: een broeder van Jezus en de vader van Judas Iskariot
Het gaat om twee verschillende mannen. In Nazareth noemden de mensen een Simon onder de broeders van Jezus, en Johannes noemt Judas Iskariot de zoon van een Simon.
Kernvers
“En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona! want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.”
Mattheüs 16:17 (Statenvertaling)
Wat de naam Simon ons leert
De naam Simon spreekt van horen, en bij Simon Petrus wordt zichtbaar Wie een mens werkelijk doet horen. De visser Simon liet zijn netten liggen toen de Heere hem riep. Toen hij beleed dat Jezus de Christus is, de Zoon des levenden Gods, zei de Heere dat vlees en bloed hem dat niet geopenbaard had, maar de Vader Die in de hemelen is. Diezelfde Simon viel diep en verloochende zijn Meester, en toch had de Heere al voor hem gebeden: "dat uw geloof niet ophoude" (Lukas 22:32). Na de opstanding sprak Hij hem bij het meer opnieuw aan met zijn oude naam en zei: "Weid Mijn lammeren". Zo rustte het belijden van deze Simon op wat de Vader hem had geopenbaard, en zijn herstel op het gebed van de Zoon.
Veelgestelde vragen over de naam Simon
Wat betekent de naam Simon?
Simon betekent 'horen' of 'verhoring'. Het is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Simeon, die van het werkwoord shama, horen, komt. Lea gaf die naam aan haar tweede zoon omdat de HEERE gehoord had dat zij gehaat was (Genesis 29:33). Strong's woordenboek zegt bij Simon dat de naam van Hebreeuwse oorsprong is en verwijst naar Simeon.
Is Simon een Hebreeuwse of een Griekse naam?
Simon is de Griekse vorm van een Hebreeuwse naam. Strong's woordenboek zegt bij de Griekse naam Simon dat hij van Hebreeuwse oorsprong is en verwijst naar Simeon, de naam die van het werkwoord shama, horen, komt. Daarom hebben Simon en Simeon dezelfde betekenis. Hoe Simon en Simeon bij Petrus door elkaar gebruikt worden, leest u op de pagina over de naam Simeon.
Wat betekent Bar-Jona achter de naam Simon?
De Heere zegt tot hem: "Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona" (Mattheüs 16:17). Volgens de kanttekening betekent Bar-Jona de zoon van Jonas, want bar is in de Chaldeeuwse spraak een zoon. Het is dus geen tweede voornaam, maar de naam van zijn vader. In Johannes 21:15 staat hetzelfde in gewone woorden: Simon, zoon van Jonas.
Wie heetten Simon in de Bijbel?
Het Nieuwe Testament noemt veel mannen met deze naam. Onder hen zijn twee apostelen: Simon Petrus en Simon Kananites, genaamd Zelotes. Verder Simon van Cyrene, die het kruis droeg, Simon de tovenaar in Samaria, Simon de melaatse en Simon de Farizeeër bij wie Jezus at, Simon de lederbereider in Joppe, een Simon onder de broeders van Jezus, en een Simon die de vader van Judas Iskariot was.
Is Simon een bijbelse jongensnaam?
Ja. Simon is in de Bijbel altijd een mannennaam. Bijna alle dragers staan in het Nieuwe Testament; in het Oude Testament is de vorm Simeon. Eén keer staat Simon ook in het Oude Testament (1 Kronieken 4:20), maar daar gaat het volgens Strong's om een andere Hebreeuwse naam. Omdat de naam van het Hebreeuwse werkwoord horen komt, heeft hij dezelfde betekenis als Simeon. In het Nederlands spreekt u hem uit als SI-mon, met de klemtoon op de eerste lettergreep.