Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~1e eeuw n.Chr.

Matteüs in de Bijbel

Matthaios (Grieks, van Hebreeuws Mattitjahu) - “Gave van de HEERE

Wie was Matteüs?

Matteüs, ook bekend als Levi, was een Joodse tollenaar in Kapernaüm toen Jezus hem riep met de woorden "Volg Mij." Hij stond zijn tolhuis onmiddellijk op, volgde Jezus en richtte een groot gastmaal aan waar tollenaars en zondaars samen aan tafel zaten met de Heere. Hij werd één van de twaalf apostelen en is door de kerkelijke traditie erkend als auteur van het eerste evangelie, een boek vol verwijzingen naar de vervulling van oudtestamentische profetieën.

Levensverhaal

Matteüs, die in de evangeliën van Markus en Lukas ook Levi wordt genoemd (Markus 2:14, Lukas 5:27), was een Jood die in dienst stond van de Romeinse bezetter als tollenaar in of nabij Kapernaüm, aan het Meer van Galilea. Deze achtergrond is niet zomaar een biografisch detail, maar vormt het hart van wat zijn roeping zo schokkend en zo genaderijk maakt. Tollenaars behoorden tot de meest verachte mensen van de Joodse samenleving in de eerste eeuw. Zij pachtten het recht om belastingen te innen voor Rome en konden daarbij hun eigen winst inslaan — vaak door afpersing en willekeur. In de ogen van vrome Joden waren zij dubbele verraders: zij werkten samen met de heidense bezetter én zij verrijkten zich ten koste van hun eigen volk. Zij werden in één adem genoemd met "zondaars" (Matteüs 9:10), werden geweerd uit de synagoge, en golden ceremonieel als onrein. Dat Jezus uitgerekend zo'n man tot apostel riep, is een prediking in zichzelf van de genade die geen mens uitsluit. De roeping van Matteüs wordt in alle drie de synoptische evangeliën beschreven met een opvallende eenvoud. Jezus kwam langs het tolhuis, zag Matteüs zitten, en zei slechts twee woorden: "Volg Mij" (Matteüs 9:9). Er is geen lange uiteenzetting, geen voorwaardelijke onderhandeling, geen proeftijd. En Matteüs' reactie is even eenvoudig: "En hij stond op en volgde Hem." Lukas voegt eraan toe dat hij "alles verliet" (Lukas 5:28). Voor een tollenaar betekende dit een onomkeerbare breuk: wie eenmaal zijn post verliet, kon die niet zomaar terugkrijgen. De vissers die Jezus eerder had geroepen konden in principe terugkeren naar hun boten, maar Matteüs sneed zijn enige inkomstenbron definitief af. Juist dit radicale karakter van zijn bekering maakt hem tot een voorbeeld van wat echte navolging betekent. Onmiddellijk na zijn roeping richtte Matteüs een groot gastmaal aan in zijn eigen huis, en hij nodigde zijn collega-tollenaars en andere "zondaars" uit om met Jezus aan tafel te zitten (Lukas 5:29). Dit was niet slechts een afscheidsfeest, maar een daad van getuigenis: hij bracht zijn oude kring in contact met zijn nieuwe Meester. De Farizeeën en schriftgeleerden namen hier ernstig aanstoot aan en vroegen de discipelen: "Waarom eet en drinkt uw Meester met tollenaars en zondaars?" (Matteüs 9:11). Jezus' antwoord werd de klassieke belijdenis van het doel van Zijn komst: "Zij die gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar zij die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars" (Matteüs 9:12-13). Hij citeerde daarbij Hosea 6:6: "Ik wil barmhartigheid en geen offer." Zo werd de maaltijd in Matteüs' huis een levende illustratie van Christus' missie. Matteüs' naam verschijnt in alle vier de apostellijsten van het Nieuwe Testament (Matteüs 10:3, Markus 3:18, Lukas 6:15, Handelingen 1:13). Opvallend is dat hij in zijn eigen evangelie zichzelf "Matteüs, de tollenaar" noemt — een bewuste zelfvernedering, alsof hij wil zeggen: vergeet nooit waar ik vandaan kwam, en vergeet nooit wat genade is. De andere evangelisten gebruiken deze toevoeging niet. Binnen de lijst van twaalf wordt hij vaak genoemd samen met Thomas; volgens sommige tradities vormden zij een paar bij de uitzending twee aan twee. Naast de roeping en het gastmaal vermeldt het Nieuwe Testament verder weinig specifieks over Matteüs' optreden. Hij maakte deel uit van de twaalf, ontving de uitzending met de prediking van het koninkrijk, was getuige van Jezus' prediking, wonderen, kruisiging, opstanding en hemelvaart, en was aanwezig in de opperzaal bij de uitstorting van de Heilige Geest (Handelingen 1:13). Van zijn verdere bediening vertelt de kerkelijke traditie verschillende, niet altijd overeenstemmende verhalen — van werk onder de Joden in Palestina tot zending in Ethiopië of Perzië. Het belangrijkste erfenis van Matteüs is ongetwijfeld het evangelie dat zijn naam draagt. De vroege kerk was unaniem in de toeschrijving: Papias (ca. 130 n.Chr.) schreef dat "Matteüs de uitspraken in het Hebreeuws heeft samengesteld." Het boek draagt sterke sporen van een Joodse auteur die schreef voor een Joods publiek: meer dan zestig directe of indirecte verwijzingen naar het Oude Testament, een geslachtsregister dat begint bij Abraham, herhaalde uitdrukkingen als "opdat vervuld zou worden wat gesproken was door de profeet," en een bijzondere nadruk op Jezus als de beloofde Zoon van David, de nieuwe Mozes, en de Koning van het koninkrijk der hemelen. De vijf grote redevoeringen (waaronder de Bergrede in Matteüs 5-7) zijn bewust gestructureerd, mogelijk als parallel met de vijf boeken van Mozes. Een tollenaar had precies de vaardigheden die nodig waren om zo'n boek te schrijven: hij kon lezen en schrijven, was gewend aan nauwkeurige registratie, en bezat waarschijnlijk een ontwikkelde boekhoudkundige geest. God maakte zo gebruik van de vaardigheden die Matteüs had verworven in zijn onrechtvaardige beroep — gereinigd en geheiligd — om de kerk een evangelie te geven dat de gelovigen door alle eeuwen heen heeft gevoed. In de christelijke iconografie wordt Matteüs traditioneel gesymboliseerd door een mens of engel, verwijzend naar de geslachtsregister-opening van zijn evangelie, dat zich concentreert op Jezus' menselijke afstamming.

Betekenis in de heilsgeschiedenis

Matteüs is in de Schrift en de christelijke traditie bovenal het voorbeeld van de macht van Gods genade om de meest verachte zondaar niet alleen te redden, maar te verheffen tot drager van Zijn evangelie. Wie door de Joodse samenleving werd beschouwd als verrader, collaborateur en ceremonieel onrein, werd door Jezus geroepen met slechts twee woorden, en uiteindelijk gebruikt om het eerste evangelie te schrijven waarin Jezus wordt voorgesteld als de vervulling van alle oudtestamentische profetieën. In de gereformeerde theologie illustreert Matteüs de soevereine genade: Jezus koos hem, niet omdat hij kwalificaties had, maar ondanks het ontbreken daarvan. Zijn roeping weerlegt elke vorm van verdienste-denken in de heilsleer. Tegelijk laat zijn onmiddellijke gehoorzaamheid zien wat ware bekering is: niet een theoretische instemming, maar een werkelijk opstaan en loslaten. Dat Matteüs vervolgens zijn huis openstelde voor zijn oude kring en hen in contact bracht met Jezus, toont dat genade altijd uitmondt in getuigenis. En dat dezelfde tollenaar onder leiding van de Heilige Geest het evangelie schreef dat de eenheid tussen Oude en Nieuwe Testament zo kristalhelder aantoont, is een prediking van hoe God de verachten gebruikt om de wijzen te beschamen (1 Korinthe 1:27-28). Voor de kerk is Matteüs een voortdurende herinnering dat niemand te ver weg is voor de roepende stem van Christus, en dat de genade die iemand uit het slijk trekt, dezelfde genade is die hem een nieuwe naam, een nieuwe plaats en een nieuwe bestemming geeft.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Matthaios (Grieks, van Hebreeuws Mattitjahu)

Betekenis

Gave van de HEERE

Sleutelmomenten

1

De roeping bij het tolhuis in Kapernaüm

Jezus komt langs het tolhuis waar Matteüs zijn werk doet, en spreekt slechts twee woorden: "Volg Mij." Matteüs staat onmiddellijk op, verlaat alles en volgt Jezus. Deze radicale roeping van een verachte tollenaar toont dat Gods genade niemand uitsluit en dat ware bekering zich uit in directe, onvoorwaardelijke gehoorzaamheid.

Matteüs 9:9

2

Het gastmaal met tollenaars en zondaars

Kort na zijn roeping richt Matteüs een groot feestmaal aan in zijn eigen huis, en nodigt zijn collega-tollenaars en "zondaars" uit om met Jezus aan tafel te zitten. Wanneer de Farizeeën hieraan aanstoot nemen, antwoordt Jezus met de klassieke woorden: "Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars."

Matteüs 9:10-13

3

De aanstelling als één van de twaalf apostelen

Matteüs wordt door Jezus uitgekozen als één van de twaalf apostelen en ontvangt de macht om boze geesten uit te drijven en ziekten te genezen. In zijn eigen evangelie voegt hij nederig "de tollenaar" toe aan zijn naam — een blijvende herinnering aan de genade waaruit hij leefde.

Matteüs 10:1-4

4

De uitstorting van de Heilige Geest

Na Jezus' hemelvaart is Matteüs aanwezig in de opperzaal samen met de andere apostelen, en ontvangt hij de Heilige Geest op de Pinksterdag. Hiermee wordt hij toegerust voor de apostolische bediening die hem is toevertrouwd.

Handelingen 1:13; 2:1-4

5

Het schrijven van het eerste evangelie

Onder leiding van de Heilige Geest stelt Matteüs het evangelie samen dat zijn naam draagt — een geschrift dat Jezus voorstelt als de vervulling van de oudtestamentische profetieën, de beloofde Zoon van David, en de Koning van het koninkrijk der hemelen. Zijn achtergrond als tollenaar, met zijn gewoonte van nauwkeurige registratie, wordt door God gebruikt voor een blijvend geschenk aan de kerk.

Matteüs 1:1-17

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Matteüs beter te begrijpen.

  • Matteüs 9:9-13
  • Markus 2:14-17
  • Lukas 5:27-32
  • Matteüs 10:3

Tijdperiode

~1e eeuw n.Chr.

Matteüs leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Praktische toepassing

Matteüs' leven confronteert ons met de grenzenloze reikwijdte van Gods genade. Wie denkt dat zijn verleden hem voor altijd diskwalificeert voor God — door schuld, verraad, hebzucht, of welke zonde ook — hoort in de roeping van deze tollenaar de eeuwige boodschap: Jezus komt juist tot zulke mensen. De roepstem "Volg Mij" klinkt nog steeds, en zij vraagt geen vooraf-opgebouwde heiligheid, maar een onmiddellijk opstaan en loslaten. Dat is de eerste toepassing: niemand is te ver weg, niemand te bedorven, niemand te laat. De tweede les ligt in Matteüs' gastmaal: echte bekering isoleert ons niet van onze oude kring, maar drijft ons juist terug met een nieuwe boodschap. Wie Jezus heeft ontmoet, brengt Hem in contact met de mensen die hij kent. Wij mogen onze tafels openen voor "tollenaars en zondaars" van onze tijd — mensen die door anderen worden afgeschreven, maar die Jezus zoekt. De derde les is hoe God onze talenten en ervaringen gebruikt. Matteüs' boekhoudkundige precisie, zijn gewoonte om gedetailleerd vast te leggen, werd geheiligd tot het schrijven van een evangelie. Niets in ons verleden gaat verloren voor wie Christus volgt: zelfs de vaardigheden die wij in ons oude leven hebben ontwikkeld, kan God reinigen en inzetten voor Zijn koninkrijk. Tenslotte leert Matteüs' nederige zelfbenaming — "de tollenaar" — dat de gelovige nooit vergeet uit welke put hij is getrokken. Niet om in het verleden te blijven hangen, maar om de genade nooit als vanzelfsprekend te nemen.

Stel een vraag over Matteüs

Wilt u meer weten over Matteüs? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Matteüs

Verdiep u verder