Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

Jozef van Arimathea in de Bijbel

Ioseph (Ἰωσήφ, Grieks) of Josef (יוֹסֵף, Hebreeuws) - “Hij voegt toe”

Wie was Jozef van Arimathea?

Jozef van Arimathea was een rijke raadsheer en een discipel van Jezus in het verborgene. Na de kruisiging vroeg hij Pilatus om het lichaam van Jezus en legde het, samen met Nikodemus, in zijn eigen nieuwe rotsgraf bij Jeruzalem (Mattheüs 27:57-60).

Jozef van Arimathea staat in de Bijbel op één plek in het verhaal: tussen de dood van Jezus aan het kruis en Zijn begrafenis. Toch noemen alle vier de evangelisten hem bij naam, in Mattheüs 27:57-60, Markus 15:42-46, Lukas 23:50-53 en Johannes 19:38-42. Ieder voegt een eigen trek toe. Mattheüs spreekt van "een rijk man van Arimathea, met name Jozef, die ook zelf een discipel van Jezus was" (Mattheüs 27:57). Markus noemt hem "een eerlijk raadsheer, die ook zelf het Koninkrijk Gods was verwachtende" (Markus 15:43). Lukas voegt toe dat hij "een goed en rechtvaardig man" was, die "niet mede bewilligd" had "in hun raad en handel" (Lukas 23:50-51). Johannes is het eerlijkst over zijn aarzeling: hij schrijft dat Jozef "een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden" (Johannes 19:38). Zijn metgezel bij de begrafenis heet in de Statenvertaling Nicodemus, in modern Nederlands Nikodemus, de Farizeeër die eerder 's nachts bij Jezus was gekomen. Die twee horen in dit verhaal bij elkaar: twee voorname mannen uit de Joodse leiding die Jezus vooral in stilte volgden en bij Zijn graf openlijk voor Hem uitkwamen. De lijn van het verhaal is kort. Laat op de vrijdag, toen het avond werd, "dewijl het de voorbereiding was, welke is de voorsabbat" (Markus 15:42), gaat Jozef naar Pilatus en vraagt het lichaam. Pilatus laat de dood bevestigen en geeft toestemming. Jozef koopt lijnwaad, neemt het lichaam van het kruis, verzorgt het met Nikodemus en legt het in zijn eigen nieuwe graf in een hof. Een grote steen sluit de ingang af. Daarna zwijgt de Bijbel over hem. Jozef van Arimathea is niet te verwarren met Jozef, de man van Maria, de timmerman uit Nazareth, en evenmin met Jozef, de zoon van Jakob, uit Genesis.

Historische context

De begrafenis vond plaats in Jeruzalem, op de dag van de kruisiging van Jezus, rond het jaar 30 n.Chr. (de precieze datering is onder historici niet zeker). Jezus riep "omtrent de negende ure" met een grote stem en gaf kort daarna de geest (Mattheüs 27:46-50), dus halverwege de middag. Volgens de Joodse dagindeling begon de sabbat bij zonsondergang. Er waren dus maar een paar uur om toestemming te krijgen, het lichaam van het kruis te halen en het te begraven. Die haast had een wettelijke achtergrond. De wet van Mozes bepaalde over iemand die na een doodvonnis aan het hout was gehangen: "Zo zal zijn dood lichaam aan het hout niet overnachten; maar gij zult het zekerlijk ten zelven dage begraven" (Deuteronomium 21:23). Johannes vertelt dat de Joden Pilatus vroegen de lichamen weg te laten nemen, zodat die niet op de sabbat aan het kruis zouden blijven (Johannes 19:31). De Romeinen lieten gekruisigden anders vaak lang hangen. Een lichaam opeisen kon alleen met toestemming van de stadhouder. Josephus vermeldt in zijn Joodse Oorlog (4.317) dat de Joden zelfs gekruisigden voor zonsondergang begroeven. Jozef was "raadsheer" (Markus 15:43; Lukas 23:50). Dat wordt doorgaans opgevat als lidmaatschap van het Sanhedrin, de Joodse raad die Jezus had veroordeeld. Markus 14:64 zegt dat "zij allen" Hem des doods schuldig verklaarden; Lukas 23:51 zegt dat Jozef niet had ingestemd. Hoe die twee zich verhouden, vertelt de tekst niet. Mogelijk was hij bij die zitting niet aanwezig, of telde Markus alleen de aanwezigen. Arimathea noemt Lukas "een stad der Joden" (Lukas 23:51). Waar die stad lag, is niet zeker. Veel uitleggers verbinden haar met Ramathaim-Zofim in het gebergte van Efraïm, de woonplaats van Elkana, de vader van Samuël (1 Samuël 1:1). Rotsgraven met een voorkamer en een rolsteen voor de ingang waren in die tijd kostbaar en vooral voor welgestelde families. Dat past bij wat Mattheüs zegt: het was Jozefs "nieuw graf, hetwelk hij in een steenrots uitgehouwen had" (Mattheüs 27:60). Johannes plaatst het in een hof "in de plaats, waar Hij gekruist was" (Johannes 19:41). Die plaats lag buiten de stad (Johannes 19:20; Hebreeën 13:12). Het lichaam werd met specerijen in linnen doeken gebonden, "gelijk de Joden de gewoonte hebben van begraven" (Johannes 19:40). Waar het graf precies lag, weten wij niet zeker; de kerkelijke traditie wijst de plek aan waar nu de Heilige-Grafkerk staat.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Moedig op het beslissende moment: hij verstoutte zich en ging naar Pilatus (Markus 15:43)
  • Rechtvaardig: hij stemde niet in met het besluit van de raad tegen Jezus (Lukas 23:50-51)
  • Verwachtend: hij zag uit naar het Koninkrijk Gods (Markus 15:43)
  • Vrijgevig: hij gaf zijn eigen nieuwe graf en kocht fijn lijnwaad (Mattheüs 27:60; Markus 15:46)

−Zwakke kanten

  • Vrees voor mensen: hij was lange tijd een discipel in het verborgene (Johannes 19:38)
  • Zijn geloof werd pas bij de begrafenis openlijk zichtbaar (Johannes 19:38; vergelijk Johannes 12:42-43)

Theologische betekenis

De begrafenis van Jezus is geen bijzaak. Paulus noemt haar in de kern van het evangelie dat hij zelf had ontvangen: "dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften" (1 Korinthe 15:3-4). De Apostolische Geloofsbelijdenis volgt die lijn: gestorven en begraven. De Heidelbergse Catechismus vraagt in zondag 16 waarom Hij begraven is geweest, en antwoordt dat dit gebeurde om te betuigen dat Hij waarachtig gestorven was. Jozef is de man door wie die begrafenis plaatsvond, en Pilatus liet de dood zelfs eerst officieel bevestigen (Markus 15:44-45). Veel uitleggers zien in Jozefs rol een vervulling van Jesaja 53:9: "En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest". Jezus stierf tussen misdadigers, maar werd begraven in het graf van een rijk man. De evangelisten trekken die lijn zelf niet uitdrukkelijk, maar Mattheüs noemt Jozef wel met nadruk "een rijk man". Het nieuwe, nog ongebruikte graf (Lukas 23:53; Johannes 19:41) en de vrouwen die zagen "waar Hij gelegd werd" (Markus 15:47) maken het verhaal van Pasen controleerbaar. Er lag niemand anders in dat graf, en de plaats was bekend. Toen het op de eerste dag van de week leeg was, ging het om hetzelfde graf. De leiders lieten het zelfs verzegelen en bewaken (Mattheüs 27:62-66). Daarnaast laat Jozef iets zien van wat het betekent om bij Christus te horen. Wie een dode aanraakte, was volgens de wet zeven dagen onrein (Numeri 19:11), en dat in de paasweek, vlak voor de sabbat (Markus 15:42; Johannes 19:31). Wat dat voor hem betekende, vertelt de tekst niet, maar Jozef liet het hem niet tegenhouden. Voor Paulus wordt het begraven van Christus later ook een beeld van het nieuwe leven van de gelovige: "Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood" (Romeinen 6:4). Over Jozef na Pasen zegt de Bijbel niets. De middeleeuwse legenden over de Heilige Graal en over een reis naar Glastonbury in Engeland zijn latere verhalen zonder grond in de Schrift.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Ioseph (Ἰωσήφ, Grieks) of Josef (יוֹסֵף, Hebreeuws)

Betekenis

Hij voegt toe

Betekenis van de naam Jozef: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Een rijk man en een discipel

Mattheüs stelt Jozef voor als een rijk man uit Arimathea die zelf een discipel van Jezus was. Johannes voegt toe dat hij dat in het verborgene was, uit vrees voor de Joden.

Mattheüs 27:57

2

Hij stemde niet in met de raad

Jozef was raadsheer, maar had niet meegestemd met het besluit tegen Jezus. Lukas noemt hem een goed en rechtvaardig man, die het Koninkrijk Gods verwachtte.

Lukas 23:50-51

3

Hij verstout zich en gaat naar Pilatus

Tegen de avond van de voorsabbat gaat Jozef naar de Romeinse stadhouder en vraagt om het lichaam van Jezus. Markus benadrukt dat daar moed voor nodig was.

Markus 15:43

4

Pilatus laat de dood bevestigen

Pilatus verwondert zich dat Jezus al gestorven is. Hij laat het navragen bij de hoofdman over honderd en schenkt Jozef daarna het lichaam.

Markus 15:44-45

5

Samen met Nikodemus

Jozef neemt het lichaam van het kruis. Nikodemus brengt ongeveer honderd pond mirre en aloë mee, en samen binden zij het lichaam in linnen doeken met de specerijen.

Johannes 19:38-40

6

In zijn eigen nieuwe graf

Jozef wikkelt het lichaam in zuiver fijn lijnwaad, legt het in zijn eigen nieuwe graf, uitgehouwen in de rots, en wentelt een grote steen voor de ingang.

Mattheüs 27:59-60

7

De vrouwen zien waar Hij ligt

De vrouwen uit Galilea volgen en zien het graf en hoe het lichaam gelegd wordt. Ze bereiden specerijen en rusten op de sabbat.

Lukas 23:55-56

8

Het graf is leeg

Op de eerste dag van de week zegt de engel bij het graf tegen de vrouwen dat Jezus niet hier is, want Hij is opgestaan. Het graf van Jozef is leeg.

Mattheüs 28:5-6

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jozef van Arimathea beter te begrijpen.

Mattheüs 27:57

“En als het avond geworden was, kwam een rijk man van Arimathea, met name Jozef, die ook zelf een discipel van Jezus was.”

Mattheüs stelt Jozef voor als rijk en als discipel. Beide gegevens spelen een rol in wat volgt.

Markus 15:43

“Kwam Jozef, die van Arimathea was, een eerlijk raadsheer, die ook zelf het Koninkrijk Gods was verwachtende, en zich verstoutende, ging hij in tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus.”

Markus noemt hem raadsheer en benadrukt dat hij zich verstoutte. Naar Pilatus gaan voor het lichaam van een veroordeelde vroeg moed.

Lukas 23:50-51

“En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man, (Deze had niet mede bewilligd in hun raad en handel) van Arimathea, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte;”

Lukas maakt duidelijk dat Jozef niet had ingestemd met het besluit van de raad, en noemt Arimathea een stad der Joden.

Johannes 19:38

“En daarna Jozef van Arimathea (die een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden), bad Pilatus, dat hij mocht het lichaam van Jezus wegnemen; en Pilatus liet het toe. Hij dan ging en nam het lichaam van Jezus weg.”

Johannes verzwijgt niet dat Jozef zijn geloof uit vrees verborgen hield. Juist daarom valt zijn openlijke stap op.

Mattheüs 27:60

“En legde dat in zijn nieuw graf, hetwelk hij in een steenrots uitgehouwen had; en een grote steen tegen de deur des grafs gewenteld hebbende, ging hij weg.”

Het graf was van Jozef zelf en nog nieuw. De grote steen komt op de paasmorgen terug.

Johannes 19:41

“En er was in de plaats, waar Hij gekruist was, een hof, en in den hof een nieuw graf, in hetwelk nog nooit iemand gelegd was geweest.”

Het graf lag vlak bij de plaats van de kruisiging, in een hof, en was nooit eerder gebruikt.

Jesaja 53:9

“En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is.”

Veel uitleggers zien hier een vooruitwijzing naar de begrafenis van Jezus in het graf van de rijke Jozef.

1 Korinthe 15:4

“En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;”

Paulus rekent de begrafenis tot de kern van het evangelie. Jozef is de man door wie die begrafenis plaatsvond.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

Jozef van Arimathea leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Jozef van Arimathea herkennen wij in iedereen die gelooft, maar het liever stil houdt. Johannes schrijft eerlijk dat hij een discipel was "bedekt om de vreze der Joden". De Bijbel veroordeelt hem daar niet hard om, maar laat wel zien dat het daar niet bleef. Op het moment dat de discipelen gevlucht waren, verstoutte hij zich. Voor wie aarzelt om voor zijn geloof uit te komen, is dat een bemoediging en een vraag tegelijk. Opvallend is ook dat zijn moed zich toonde toen er niets meer te winnen viel. Jezus was dood, het verhaal leek voorbij. Jozef had zijn positie in de raad te verliezen, en toch ging hij naar Pilatus. Trouw aan Christus hangt niet af van de vraag of het ons iets oplevert. Verder laat Jozef zien dat bezit een plaats kan krijgen in de dienst aan God. Hij gaf zijn eigen nieuwe graf en kocht fijn lijnwaad. Wat wij hebben, aan geld, tijd of mogelijkheden, mag ingezet worden voor Christus en Zijn Koninkrijk, waar Jozef op wachtte. Ten slotte is Jozef niet alleen. Hij deed dit werk samen met Nikodemus, terwijl de vrouwen toekeken. Wat de een niet alleen durft, lukt soms wel samen. Zo werd het graf van een stille discipel de plek waar op de eerste dag van de week te zien was dat Jezus leeft.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Jozef van Arimathea

Wie was Jozef van Arimathea in de Bijbel?
Jozef van Arimathea was een rijke raadsheer en een discipel van Jezus, die zijn geloof eerst uit vrees verborgen hield (Johannes 19:38). Na de kruisiging ging hij naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus. Samen met Nikodemus verzorgde hij het lichaam en legde het in zijn eigen nieuwe graf, uitgehouwen in de rots, vlak bij de plaats van de kruisiging (Mattheüs 27:57-60). Alle vier de evangeliën vertellen over hem.
Wat betekent de naam Jozef van Arimathea?
Jozef is de Nederlandse vorm van het Hebreeuwse Josef, dat meestal wordt uitgelegd als: Hij voegt toe. Die uitleg gaat terug op Genesis 30:24, waar Rachel zegt: "De HEERE voege mij een anderen zoon daartoe." In het vers ervoor klinkt ook een woordspel mee: "God heeft mijn smaadheid weggenomen!" (Genesis 30:23). Van Arimathea is geen achternaam maar een herkomstaanduiding: hij kwam uit Arimathea, "een stad der Joden" (Lukas 23:51). Zo werd hij onderscheiden van andere mannen die Jozef heetten.
Waar staat Jozef van Arimathea in de Bijbel?
Jozef van Arimathea staat in alle vier de evangeliën, telkens bij de begrafenis van Jezus: Mattheüs 27:57-60, Markus 15:42-46, Lukas 23:50-53 en Johannes 19:38-42. Elders in de Bijbel wordt hij niet genoemd. Wel verwijzen Mattheüs 28, Markus 16, Lukas 24 en Johannes 20 naar het graf waarin hij Jezus legde, en dat op de eerste dag van de week leeg bleek.
Waar lag Arimathea?
Dat is niet zeker. De Bijbel zegt alleen dat Arimathea "een stad der Joden" was (Lukas 23:51). Veel uitleggers verbinden de plaats met Ramathaim-Zofim in het gebergte van Efraïm, de woonplaats van Elkana, de vader van Samuël (1 Samuël 1:1). Die plaats wordt meestal gezocht ten noordwesten van Jeruzalem. Of die gelijkstelling juist is, valt niet te bewijzen; de evangeliën geven er geen nadere aanwijzing over.
Was Jozef van Arimathea een discipel van Jezus?
Ja. Mattheüs schrijft dat hij "ook zelf een discipel van Jezus was" (Mattheüs 27:57). Johannes voegt eraan toe dat hij dat "bedekt om de vreze der Joden" was (Johannes 19:38). Hij volgde Jezus dus in het verborgene, waarschijnlijk vanwege zijn positie in de raad. Johannes 12:42 vertelt dat er meer oversten waren die in Jezus geloofden maar het niet beleden. Bij de begrafenis kwam Jozef openlijk voor Hem uit.
Zat Jozef van Arimathea in het Sanhedrin?
Markus en Lukas noemen hem raadsheer (Markus 15:43; Lukas 23:50), wat doorgaans wordt opgevat als lid van het Sanhedrin, de Joodse raad. Lukas vermeldt uitdrukkelijk dat hij "niet mede bewilligd" had "in hun raad en handel" (Lukas 23:51), dus niet had ingestemd met de veroordeling van Jezus. Markus 14:64 zegt dat "zij allen" Jezus veroordeelden; mogelijk was Jozef bij die zitting niet aanwezig. De tekst legt dat niet verder uit.
Wat deden Jozef van Arimathea en Nikodemus samen?
Zij begroeven samen het lichaam van Jezus. Jozef had het lichaam van Pilatus gekregen, en Nikodemus, in de Statenvertaling Nicodemus, bracht "een mengsel van mirre en aloe; omtrent honderd ponden gewichts" mee (Johannes 19:39). Samen bonden zij het lichaam in linnen doeken met de specerijen en legden het in het nieuwe graf in de hof (Johannes 19:40-42). Beiden behoorden tot de Joodse leiding en kwamen hier openlijk voor Jezus uit.
Waarom vroeg Jozef het lichaam van Jezus aan Pilatus?
Alleen de Romeinse stadhouder kon toestemming geven om het lichaam van een gekruisigde weg te halen. Bovendien was het de middag voor de sabbat, en de wet bepaalde dat een opgehangene "aan het hout niet overnachten" mocht (Deuteronomium 21:23). Zonder Jozef was Jezus mogelijk, zoals vaker met veroordeelden gebeurde, in een gewoon graf voor misdadigers terechtgekomen. Markus schrijft dat hij zich verstoutte (Markus 15:43): het was een openlijke stap voor een lid van de raad.
Wat heeft Jozef van Arimathea te maken met de Heilige Graal en Glastonbury?
In de Bijbel niets. Het verhaal dat Jozef de beker van het Laatste Avondmaal, de Graal, bewaarde en er het bloed van Jezus in opving, is een middeleeuwse legende uit de Arthurverhalen. Ook de overlevering dat hij naar Glastonbury in Engeland reisde en daar een kerk stichtte, is een latere legende zonder historische grond. Het apocriefe Evangelie van Nikodemus vertelt nog andere verhalen over hem. De Schrift zwijgt over zijn leven na Pasen.
Is Jozef van Arimathea dezelfde als Jozef, de man van Maria?
Nee. Jozef, de man van Maria, was de timmerman uit Nazareth en de wettige vader van Jezus; over hem lezen we vooral in de geboorteverhalen. Jozef van Arimathea was een rijke raadsheer die pas bij de begrafenis van Jezus in beeld komt. Beiden zijn ook niet dezelfde als Jozef, de zoon van Jakob, uit Genesis. Jozef was in die tijd een veelvoorkomende Joodse naam.
Waarom is de begrafenis van Jezus door Jozef belangrijk?
De begrafenis bevestigt dat Jezus werkelijk gestorven was. De Heidelbergse Catechismus zegt in zondag 16 dat Hij begraven werd om te betuigen dat Hij waarachtig gestorven was. Omdat het graf nieuw was en de vrouwen zagen waar Hij gelegd werd (Markus 15:47), stond vast welk graf op Pasen leeg was. Paulus rekent de begrafenis tot de kern van het evangelie (1 Korinthe 15:4). Veel uitleggers zien bovendien een vervulling van Jesaja 53:9.
Wat kunnen wij leren van Jozef van Arimathea?
Dat verborgen geloof kan uitgroeien tot openlijke trouw. Jozef was eerst een stille discipel uit vrees, maar verstoutte zich op het moment dat de discipelen gevlucht waren en er niets meer te winnen viel. Hij zette zijn bezit, zijn graf en zijn aanzien in voor Christus. En hij deed het niet alleen, maar samen met Nikodemus. Zo leert hij ons dat liefde voor Jezus zich vaak toont in een concrete, stille daad.

Stel een vraag over Jozef van Arimathea

Wilt u meer weten over Jozef van Arimathea? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Jozef van Arimathea

Bijbelverhalen rond Jozef van Arimathea

Verdiep u verder