Ga naar hoofdinhoud
Oude TestamentOnzeker (tussen ~835 en ~400 v.Chr.)

Joël in de Bijbel

Joël (יוֹאֵל, Hebreeuws) - “De HEERE is God”

Wie was Joël?

Joël was een profeet in Juda, de zoon van Pethuël. Na een verwoestende sprinkhanenplaag riep hij het volk op tot vasten en bekering, kondigde hij de dag des HEEREN aan en beloofde hij de uitstorting van Gods Geest over alle vlees (Joël 2:28). Petrus haalde die belofte aan op Pinksteren.

Joël is de tweede van de twaalf kleine profeten, tussen Hosea en Amos. Zijn boek opent met één regel over hemzelf: "Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Joel, den zoon van Pethuel" (Joël 1:1). Meer weten wij niet. Er staat geen woonplaats bij, geen beroep, geen roepingsverhaal en geen koning in wiens dagen hij optrad. De Statenvertaling schrijft zijn naam zonder trema als Joel; op deze site schrijven wij Joël. Wat wel duidelijk is, is tot wie hij sprak: de oudsten, de priesters en alle inwoners van Juda en Jeruzalem. Hij spreekt over Sion, over het huis des HEEREN en over priesters die "tussen het voorhuis en het altaar" moeten wenen (Joël 2:17). Hij moet dus in Juda gewerkt hebben, in een tijd dat de tempeldienst gaande was. De lijn van het boek is helder. Een sprinkhanenplaag heeft het land kaalgevreten (Joël 1). Joël roept op tot een vasten en ziet in de ramp de nadering van de dag des HEEREN, die als een onweerstaanbaar leger over het land komt (Joël 2:1-11). Dan klinkt de oproep: "scheurt uw hart en niet uw klederen" (Joël 2:13). God antwoordt met herstel, met de belofte van Zijn Geest over alle vlees (Joël 2:28-32) en met het oordeel over de volken in het dal van Josafat (Joël 3). In de Statenvertaling telt het boek drie hoofdstukken. De Hebreeuwse Bijbel deelt het in vier hoofdstukken in; daar is Joël 2:28-32 een apart hoofdstuk. Wie in een andere uitgave zoekt, vindt de pinksterbelofte dus soms onder een ander nummer. De profeet Joël is niet te verwarren met Joël, de oudste zoon van Samuël (in de Statenvertaling Joel, 1 Samuël 8:2), die als richter in Berseba het recht boog (1 Samuël 8:3). Kronieken, Ezra en Nehemia noemen nog meer mannen met die naam; de naam was gewoon in Israël.

Historische context

Wanneer Joël leefde, is niet met zekerheid te zeggen. Het opschrift noemt geen koning, en dat maakt hem een uitzondering onder de profeten. Uitleggers hebben daarom uit de inhoud geprobeerd een tijd af te leiden, en zij komen op heel verschillende uitkomsten. Twee posities komen het meest voor. Een vroege datering plaatst Joël rond 835 voor Christus, in de jonge jaren van koning Joas van Juda, toen de hogepriester Jojada feitelijk de leiding had (2 Koningen 12:2; 2 Kronieken 24:1-3). Dat zou verklaren waarom het boek wel oudsten en priesters noemt, maar geen koning. De vijanden die Joël noemt, Tyrus, Sidon, de Filistijnen, Egypte en Edom (Joël 3:4, Joël 3:19), passen bij die vroege tijd, en er wordt nog niet over Assur of Babel gesproken. Ook de plaats in de canon, tussen Hosea en Amos, wijst volgens deze uitleggers op een vroege profeet. Dat geldt wel alleen voor de Hebreeuwse volgorde; de Griekse vertaling plaatst Joël na Micha. Amos opent met woorden die op Joël lijken: "De HEERE zal brullen uit Sion" (Amos 1:2; vergelijk Joël 3:16). Een late datering plaatst het boek na de ballingschap, rond 400 voor Christus. Argumenten daarvoor zijn de vermelding van "de kinderen der Grieken" (Joël 3:6), de uitdrukking dat God "de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden" (Joël 3:1), en het ontbreken van een koning, wat in de Perzische tijd normaal was. In die lezing staat de tweede tempel er al. Anderen kiezen een tijd daartussen. De boodschap van het boek hangt niet aan die keuze, en daarom laten wij de datering open. De plaag zelf was een bekend gevaar in het oude Nabije Oosten. Zwermen sprinkhanen konden in korte tijd een hele oogst vernietigen. Joël noemt vier namen: "Wat de rups heeft overgelaten, heeft de sprinkhaan afgegeten, en wat de sprinkhaan heeft overgelaten, heeft de kever afgegeten" (Joël 1:4). Of dat vier soorten zijn of vier stadia van hetzelfde dier, is onder uitleggers niet beslist. Voor een akkerbouwvolk betekende zo'n plaag honger, en voor de tempel dat er geen koren, most en olie meer was, zodat spijsoffer en drankoffer van het huis des HEEREN afgesneden waren (Joël 1:9-10). Daarom riep Joël een "verbodsdag" uit (Joël 1:14): een dag waarop het werk stillag en het hele volk, van de oudsten tot de zuigelingen, samenkwam in het huis des HEEREN om te vasten en te bidden. Ook de bruidegom en de bruid moesten hun kamer uit (Joël 2:16). Het is een collectieve verootmoediging, geen persoonlijke vroomheid alleen.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Leest de tijd: hij hoort in een natuurramp de stem van God (Joël 1:15)
  • Pastoraal: hij roept tot innerlijke bekering in plaats van uiterlijk vertoon (Joël 2:13)
  • Bewogen met het land en zelfs met het vee, en brengt dat in gebed bij God (Joël 1:19-20)
  • Kijkt verder dan de ramp en spreekt over herstel en de Geest (Joël 2:28)

Theologische betekenis

Het kernwoord van Joël is "de dag des HEEREN". Het komt vijf keer voor (Joël 1:15, Joël 2:1, Joël 2:11, Joël 2:31, Joël 3:14). Die dag is bij Joël eerst een bedreiging voor Israël zelf: de plaag is een voorproef, en het leger van Joël 2 trekt op tegen Sion. Pas na de bekering keert de dag zich tegen de volken die Gods volk hebben verdrukt. Daarmee leert Joël dat het oordeel begint bij het huis van God (vergelijk 1 Petrus 4:17). Tussen dreiging en herstel staat de oproep tot bekering, en die rust op Gods karakter: "want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade" (Joël 2:13). Dat is een echo van de openbaring aan Mozes (Exodus 34:6), en dezelfde woorden keren terug bij Jona (Jona 4:2). Joël zegt er voorzichtig bij: "Wie weet, Hij mocht Zich wenden" (Joël 2:14). Genade wordt niet afgedwongen, maar wel verwacht. De bekendste belofte is die van de Geest: "Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees" (Joël 2:28). In het Oude Testament kwam de Geest op enkelingen: richters, koningen, profeten. Joël belooft Hem aan zonen en dochters, ouden en jongelingen, dienstknechten en dienstmaagden. Op de Pinksterdag zegt Petrus: "Maar dit is het, wat gesproken is door den profeet Joel" (Handelingen 2:16). Hij leest "daarna" als "in de laatste dagen" en laat de laatste dagen met Pinksteren beginnen. Aan wie vragen wat zij moeten doen, belooft hij: "u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal" (Handelingen 2:39). Paulus neemt de belofte uit Joël 2:32 over in Romeinen 10:13: "Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden." Hij past de Naam des HEEREN toe op de Heere Jezus, en vlak daarvoor zegt hij dat er geen onderscheid is tussen Jood en Griek (Romeinen 10:12). Jesaja 13:6 zegt net als Joël 1:15: "de dag des HEEREN is nabij". Micha 4:3 en Jesaja 2:4 beloven dat de volken "hun zwaarden slaan tot spaden"; Joël keert dat beeld om (Joël 3:10). Zon, maan en sterren die verduisterd worden (Joël 3:15), keren terug in de rede van Jezus over de toekomst (Mattheüs 24:29), en Openbaring 9 spreekt over sprinkhanen als oordeel. In Joël 2:23 leest de Statenvertaling "dien Leraar ter gerechtigheid"; de hoofdletter laat zien dat de vertalers aan de Messias dachten. Het Hebreeuwse woord kan ook vroege regen betekenen, waarover het vervolg van het vers spreekt.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Joël (יוֹאֵל, Hebreeuws)

Betekenis

De HEERE is God

Betekenis van de naam Joël: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Het woord tot Joël en de plaag

Het woord des HEEREN komt tot Joël, de zoon van Pethuël. Het land is kaalgevreten door rupsen, sprinkhanen, kevers en kruidwormen, en de ouderen moeten het aan hun kinderen doorvertellen.

Joël 1:1-4

2

Oproep tot vasten en een verbodsdag

De priesters moeten zich in zakken hullen, want spijsoffer en drankoffer zijn uit het huis van God geweerd. Joël roept een vasten uit, want de dag des HEEREN is nabij.

Joël 1:13-15

3

Het leger van de dag des HEEREN

Joël beschrijft een groot en machtig volk dat als vuur over het land trekt, de muren beklimt en door de vensters binnenkomt. De HEERE zelf verheft Zijn stem voor dat leger uit.

Joël 2:1-11

4

Scheurt uw hart en niet uw klederen

De HEERE roept het volk op zich met het hele hart tot Hem te bekeren. De priesters moeten wenen tussen het voorhuis en het altaar en bidden: Spaar Uw volk.

Joël 2:12-17

5

Belofte van herstel

De HEERE ijvert over Zijn land, zendt koren, most en olie, geeft vroege en spade regen en belooft de jaren te vergelden die de sprinkhaan heeft afgegeten.

Joël 2:18-27

6

De uitstorting van de Geest

God belooft Zijn Geest uit te gieten over alle vlees, zonen en dochters, ouden en jongelingen, dienstknechten en dienstmaagden. Wie de Naam des HEEREN aanroept, zal behouden worden.

Joël 2:28-32

7

Het dal van Josafat en een fontein uit Sion

De HEERE vergadert de heidenen in het dal van Josafat om hen te richten om wat zij Zijn volk hebben aangedaan; Hij brult uit Sion, maar is de Toevlucht van Zijn volk. Het boek eindigt met een fontein uit het huis des HEEREN en de belofte dat de HEERE op Sion zal wonen.

Joël 3:1-21

8

De vervulling op de Pinksterdag

Als de discipelen met de Heilige Geest vervuld zijn, verklaart Petrus dat hier gebeurt wat door de profeet Joël gesproken is. Hij citeert Joël 2:28-32 tot en met de belofte dat wie de Naam des Heeren aanroept, behouden wordt.

Handelingen 2:14-21

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Joël beter te begrijpen.

Joël 1:1

“Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Joel, den zoon van Pethuel:”

Het enige wat de Bijbel over de persoon van Joël zegt: zijn naam en die van zijn vader.

Joël 1:4

“Wat de rups heeft overgelaten, heeft de sprinkhaan afgegeten, en wat de sprinkhaan heeft overgelaten, heeft de kever afgegeten, en wat de kever heeft overgelaten, heeft de kruidworm afgegeten.”

De plaag die de aanleiding werd voor de prediking van Joël, beschreven in vier golven.

Joël 2:13

“En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot den HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade.”

De bekendste oproep uit het boek. De grond van de bekering is niet de angst voor de ramp, maar wie God is.

Joël 2:25

“Alzo zal Ik ulieden de jaren vergelden, die de sprinkhaan, de kever, en de kruidworm, en de rups heeft afgegeten; Mijn groot heir, dat Ik onder u gezonden heb.”

De belofte van herstel noemt dezelfde vier plagen als Joël 1:4. God geeft terug wat verloren ging.

Joël 2:28

“En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien;”

De pinksterbelofte. In de Hebreeuwse indeling staat dit vers in hoofdstuk 3.

Joël 2:32

“En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen.”

Redding voor ieder die de Naam des HEEREN aanroept, later aangehaald door Petrus en Paulus.

Joël 3:16

“En de HEERE zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar de HEERE zal de Toevlucht Zijns volks, en de Sterkte der kinderen Israels zijn.”

Dezelfde stem die de volken doet beven, is voor Zijn volk een toevlucht. Amos 1:2 opent met bijna dezelfde woorden.

Handelingen 2:16

“Maar dit is het, wat gesproken is door den profeet Joel:”

Met deze woorden opent Petrus zijn uitleg van wat er op de Pinksterdag gebeurde.

Romeinen 10:13

“Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.”

Paulus neemt Joël 2:32 over en past het toe op het aanroepen van de Heere Jezus, voor Jood en Griek.

Tijdperiode

Onzeker (tussen ~835 en ~400 v.Chr.)

Joël leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Bijbelboeken over Joël

Lessen voor vandaag

Joël leert ons allereerst dat een ramp een vraag kan zijn. Hij zegt niet dat elke plaag een straf voor een bepaalde zonde is, en dat mogen wij ook niet zeggen. Maar hij weigert de plaag als toeval af te doen. Hij laat de oudsten nadenken, de priesters wenen en het volk samenkomen. Wanneer ons leven of onze samenleving geraakt wordt, mogen wij de vraag stellen wat God ons daarin te zeggen heeft. Ook leert Joël wat echte bekering is. "Scheurt uw hart en niet uw klederen" (Joël 2:13). Het scheuren van klederen was een bekend teken van rouw, en Joël verbiedt het niet. Hij wil alleen niet dat het bij het teken blijft. God vraagt niet om indrukwekkende vormen, maar om een hart dat werkelijk naar Hem terugkeert. Dat geldt voor biddagen en boetediensten, en evengoed voor ons persoonlijk gebed. De belofte "Alzo zal Ik ulieden de jaren vergelden, die de sprinkhaan, de kever, en de kruidworm, en de rups heeft afgegeten" (Joël 2:25) heeft veel gelovigen getroost. Zij betekent niet dat alle verlies ongedaan wordt gemaakt. Wel dat God de verloren jaren niet vergeet en dat Hij kan herstellen wat wij als voorgoed kwijt beschouwden. Ten slotte spreekt Joël over de Geest voor iedereen: jong en oud, man en vrouw, knecht en maagd. Sinds Pinksteren is de gave van de Geest niet voorbehouden aan een paar uitverkoren leiders. Dat geeft een gemeente waarin ieder lid geroepen is, en het geeft hoop voor onze kinderen: "u komt de belofte toe, en uw kinderen" (Handelingen 2:39).

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Joël

Wie was Joël in de Bijbel?
Joël was een profeet in Juda, de zoon van Pethuël (Joël 1:1). Over zijn leven vertelt de Bijbel verder niets. Zijn boek staat als tweede bij de twaalf kleine profeten. Na een verwoestende sprinkhanenplaag riep hij het volk op tot vasten en bekering, kondigde hij de dag des HEEREN aan en beloofde hij dat God Zijn Geest zou uitgieten over alle vlees. Petrus haalde die belofte aan op de Pinksterdag (Handelingen 2:16-21).
Wat betekent de naam Joël?
De naam Joël betekent: de HEERE is God. Hij is samengesteld uit een verkorte vorm van de Godsnaam (Jo, van JHWH) en El, het Hebreeuwse woord voor God. De naam is dus zelf een belijdenis. Dat past bij de boodschap van het boek, waarin God zegt: "gij zult weten, dat Ik in het midden van Israel ben, en dat Ik de HEERE, uw God, ben, en niemand meer" (Joël 2:27).
Waar staat Joël in de Bijbel?
De profeet Joël komt alleen voor in het boek dat zijn naam draagt: Joël 1 tot en met 3 in de Statenvertaling. Hij staat tussen Hosea en Amos, als tweede van de twaalf kleine profeten. In het Nieuwe Testament noemt Petrus hem bij naam in zijn pinksterpreek (Handelingen 2:16), en Paulus haalt zonder zijn naam te noemen Joël 2:32 aan in Romeinen 10:13.
Hoe schrijft de Statenvertaling Joël, en waarom verschilt de hoofdstukindeling?
De Statenvertaling schrijft de naam zonder trema: Joel, zowel in Joël 1:1 als in Handelingen 2:16. In hedendaags Nederlands schrijven wij Joël. Het boek telt in de Statenvertaling drie hoofdstukken. De Hebreeuwse Bijbel heeft er vier: daar vormt Joël 2:28-32 hoofdstuk 3, en wordt ons hoofdstuk 3 hoofdstuk 4. De pinksterbelofte staat daarom in sommige uitgaven als Joël 3:1-5.
Wanneer leefde de profeet Joël?
Dat is onzeker, omdat het opschrift geen koning noemt. Sommige uitleggers plaatsen Joël rond 835 voor Christus, in de jeugd van koning Joas, toen de hogepriester Jojada de leiding had; daarvoor pleiten de genoemde vijanden en de plaats tussen Hosea en Amos in de Hebreeuwse volgorde. Anderen denken aan de tijd na de ballingschap, rond 400 voor Christus, onder meer vanwege "de kinderen der Grieken" (Joël 3:6). De boodschap van het boek hangt niet af van die keuze.
Wat betekent de sprinkhanenplaag in Joël?
Joël beschrijft een echte plaag die het land kaalvrat: "Wat de rups heeft overgelaten, heeft de sprinkhaan afgegeten" (Joël 1:4). Er was geen oogst meer, en zelfs het offer in het huis des HEEREN viel stil. Joël ziet die ramp als een voorbode van de dag des HEEREN. In Joël 2 wordt het beeld een leger dat tegen Sion optrekt; uitleggers verschillen erover of dat de sprinkhanen zijn of een vijandig volk dat erop volgt.
Wat is de dag des HEEREN bij Joël?
De dag des HEEREN is de dag waarop God ingrijpt in oordeel en verlossing. Joël noemt hem vijf keer en zegt: "de dag des HEEREN is nabij, en zal als een verwoesting komen van den Almachtige" (Joël 1:15). Eerst bedreigt die dag Israël zelf; na de bekering keert hij zich tegen de volken. Het Nieuwe Testament neemt het begrip over voor de wederkomst van Christus.
Wat betekent "scheurt uw hart en niet uw klederen"?
Het scheuren van klederen was in Israël een teken van rouw en verslagenheid. Joël zegt namens God: "En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot den HEERE, uw God" (Joël 2:13). Het uiterlijke teken is niet genoeg; God vraagt om innerlijke verbrokenheid en een werkelijke terugkeer. De reden staat erbij: Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
Wat heeft Joël met Pinksteren te maken?
Joël beloofde: "Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees" (Joël 2:28). Toen de discipelen op de Pinksterdag met de Heilige Geest vervuld werden en in andere talen spraken, dachten omstanders dat zij dronken waren. Petrus antwoordde: "Maar dit is het, wat gesproken is door den profeet Joel" (Handelingen 2:16), en citeerde Joël 2:28-32 tot en met de belofte dat wie de Naam des Heeren aanroept, behouden wordt. Daarom wordt dit gedeelte op Pinksteren vaak gelezen.
Wat is het dal van Josafat?
In Joël 3:2 en Joël 3:12 is het dal van Josafat de plaats waar de HEERE alle heidenen vergadert om hen te richten. De naam Josafat betekent: de HEERE heeft gericht, en dat is precies wat daar gebeurt. Joël noemt het ook "het dal des dorswagens" (Joël 3:14). Een latere overlevering wijst het aan als het Kidrondal bij Jeruzalem, maar de Bijbel zelf geeft geen ligging.
Is de profeet Joël dezelfde als de zoon van Samuël?
Nee. Joël (in de Statenvertaling Joel, 1 Samuël 8:2) was ook de naam van de oudste zoon van Samuël, die met zijn broer Abia richter was in Berseba. Over hen staat: "Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen" (1 Samuël 8:3). Hun gedrag werd een aanleiding voor de vraag om een koning. De profeet Joël was de zoon van Pethuël en leefde veel later. Ook in Kronieken, Ezra en Nehemia komen nog andere mannen met de naam Joël voor.
Wat kunnen wij leren van Joël?
Joël leert ons in tegenslag naar God te luisteren in plaats van de ramp als toeval af te doen. Hij vraagt een gescheurd hart in plaats van uiterlijke vormen, en hij grondt de bekering op Gods genade. Hij troost met de belofte dat God verloren jaren kan vergelden (Joël 2:25). En hij wijst vooruit naar de Geest die sinds Pinksteren over jong en oud is uitgestort.

Stel een vraag over Joël

Wilt u meer weten over Joël? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Joël

Bijbelverhalen rond Joël

Verdiep u verder