Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~750 v.Chr.

Gomer in de Bijbel

Gomer (גֹּמֶר, Hebreeuws) - “Mogelijk voltooiing of volheid”

Wie was Gomer?

Gomer was de vrouw van de profeet Hosea, een dochter van Diblaïm. God beval Hosea een vrouw der hoererijen te nemen als beeld van Israëls ontrouw. Zij werd de moeder van Jizreël, Lo-Ruchama en Lo-Ammi, kinderen met namen die Gods oordeel over Israël aankondigden (Hosea 1:2-9).

Gomer staat bij naam alleen in Hosea 1:3: "Zo ging hij henen, en nam Gomer, een dochter van Diblaim; en zij ontving; en baarde hem een zoon." Toch staat haar huwelijk op de achtergrond van de eerste drie hoofdstukken van het boek Hosea. Haar verhaal begint met een opdracht die lezers van alle tijden heeft verbaasd. Het eerste woord van de Heere tot Hosea luidde: "Ga henen, neem u een vrouw der hoererijen, en kinderen der hoererijen; want het land hoereert ganselijk van achter den HEERE" (Hosea 1:2). Hosea gehoorzaamde. Gomer kreeg drie kinderen, en God gaf elk kind een naam die als een preek klonk: Jizreël, Lo-Ruchama en Lo-Ammi. In Hosea 2 spreekt God over Israël als een moeder die hoereert en haar minnaars nagaat, en in Hosea 3 krijgt Hosea opnieuw een opdracht: "Ga wederom henen, bemin een vrouw, die, bemind zijnde van haar vriend, nochtans overspel doet" (Hosea 3:1). Hij koopt haar terug en vraagt haar vele dagen op hem te wachten. De naam Gomer staat in hoofdstuk 3 niet, maar de meeste uitleggers nemen aan dat het om haar gaat. Over de profeet zelf, zijn boodschap en zijn tijd gaat de pagina over Hosea. Deze pagina gaat over Gomer: wat de Bijbel over haar zegt, hoe haar huwelijk wordt uitgelegd en wat haar kinderen betekenen. Gomer, de vrouw van Hosea, is niet te verwarren met Gomer, de zoon van Jafeth, uit de volkerentafel van Genesis 10:2. Haar man, de profeet Hosea, is ook niet te verwarren met Hosea, de zoon van Ela, de laatste koning van Israël en een tijdgenoot van de profeet.

Historische context

Hosea profeteerde volgens Hosea 1:1 in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, koningen van Juda, en van Jerobeam, de zoon van Joas, koning van Israël. Het huwelijk met Gomer staat aan het begin van zijn werk, dus waarschijnlijk in de laatste jaren van Jerobeam II, rond het midden van de achtste eeuw v.Chr. Een precies jaartal geeft de Bijbel niet. Het noordrijk was in die tijd welvarend, maar de Heere werd daar naast de Baäls gediend of door hen verdrongen. Hosea 2 laat zien hoe dat in het denken van het volk werkte: Israël zei over zijn minnaars dat zij het brood, het water, de wol, het vlas, de olie en de drank gaven (Hosea 2:4), terwijl God zegt: "Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en den most, en de olie gegeven heb" (Hosea 2:7). Hoererij is in Hosea dus in de eerste plaats een woord voor afgoderij. Bij de offers op de hoogten ging het ook om werkelijke ontucht (Hosea 4:13-14). De namen van de kinderen sluiten aan bij de geschiedenis. Jizreël was de vlakte en de stad waar Jehu het huis van Achab had uitgeroeid. God had Jehu beloofd dat zijn zonen tot het vierde gelid op de troon zouden zitten (2 Koningen 10:30). De kanttekeningen leggen uit waarom God dat bloed toch bezocht: Jehu had het bevel uitgevoerd, maar niet uit een oprecht hart en om het koninkrijk. Kort na Jerobeam II werd zijn zoon Zacharia na zes maanden vermoord, en daarmee eindigde het huis van Jehu: "en het is alzo geschied" (2 Koningen 15:12). Lo-Ruchama en Lo-Ammi kondigden het einde van het noordrijk aan. Enkele tientallen jaren later voerden de Assyriërs Israël weg, onder koning Hosea, de zoon van Ela (2 Koningen 17:6). Tegelijk spreekt Hosea 1:7 van ontferming over Juda. Over Gomers achtergrond weten wij weinig. Diblaïm kan de naam van haar vader zijn; de kanttekeningen noemen ook de mogelijkheid dat het haar geboorteplaats is. Het woord betekent iets als twee klompen vijgen, en sommige oude uitleggers zochten daarin een zinnebeeld.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Wordt in Hosea 3 teruggekocht en tot trouw geroepen (Hosea 3:2-3)

−Zwakke kanten

  • Wordt een vrouw der hoererijen genoemd (Hosea 1:2)
  • Deed overspel terwijl haar man haar liefhad, indien de vrouw in Hosea 3 Gomer is (Hosea 3:1)

Theologische betekenis

De Bijbel vertelt over Gomer om iets over God en Zijn volk te zeggen. Het huwelijk is in de profeten een vast beeld van het verbond: God is de Man, Israël de vrouw. "Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld" (Jeremia 3:20). Bij Hosea wordt dat beeld uitgebeeld in het huwelijk van de profeet zelf, als gelijkenis of als werkelijk gebeuren. Wat Hosea moet doen, laat zien hoe God Zijn ontrouwe volk liefheeft en bestraft. Daarom moet de vraag of het huwelijk letterlijk was, met zorg beantwoord worden. De kanttekeningen bij de Statenvertaling lezen Hosea 1 en 3 als een gezicht: God toonde het aan de profeet als een gelijkenis, en de profeet droeg het aan het volk voor. Zij wijzen op vergelijkbare gezichten bij Ezechiël. Een argument is dat Hosea volgens 1:2 een vrouw met kinderen der hoererijen moest nemen, terwijl de kinderen daarna bij hem geboren worden. Veel andere uitleggers lezen het als een werkelijk huwelijk. Zij wijzen op de gewone namen Gomer en Diblaïm, op het spenen van Lo-Ruchama en op de prijs in zilver en gerst. Sommigen van hen denken dat Gomer pas na het huwelijk ontrouw werd. De Schrift beslist dit niet. In elke lezing is de boodschap dezelfde. Die boodschap is dat oordeel niet Gods laatste woord is. Direct na Lo-Ammi volgt: "Gij zijt kinderen des levenden Gods" (Hosea 1:10). Aan het eind van Hosea 2 belooft God dat Hij "zal Mij ontfermen over Lo-ruchama; en Ik zal zeggen tot Lo-ammi: Gij zijt Mijn volk" (Hosea 2:22). En Hosea 3 beschrijft een liefde die terugkoopt en wacht. Het Nieuwe Testament past deze omkering toe op de gemeente. Paulus schrijft dat God een volk geroepen heeft "niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen" (Romeinen 9:24), en citeert: "Ik zal hetgeen Mijn volk niet was, Mijn volk noemen, en die niet bemind was, Mijn beminde" (Romeinen 9:25). Petrus schrijft aan de gelovigen: "Gij, die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; die eertijds niet ontfermd waart, maar nu ontfermd zijt geworden" (1 Petrus 2:10). Zo worden de namen van Gomers kinderen een beschrijving van genade. Veel uitleggers zien in de terugkoop van Hosea 3 ook een beeld van Christus, Die Zijn gemeente liefheeft en Zichzelf voor haar overgaf (Efeze 5:25). Die lijn ligt in de Schrift, maar Hosea zelf noemt in 3:5 de terugkeer tot "den HEERE, hun God, en David, hun koning", wat de kanttekeningen op de Messias betrekken.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Gomer (גֹּמֶר, Hebreeuws)

Betekenis

Mogelijk voltooiing of volheid

Sleutelmomenten

1

Een vrouw der hoererijen

Het eerste woord van de Heere tot Hosea is de opdracht een vrouw der hoererijen en kinderen der hoererijen te nemen, omdat het land de Heere ontrouw is geworden.

Hosea 1:2

2

Hosea neemt Gomer

Hosea gaat en neemt Gomer, de dochter van Diblaïm. Zij ontvangt en baart hem een zoon.

Hosea 1:3

3

Jizreël

God noemt de zoon Jizreël: Hij zal de bloedschulden van Jizreël bezoeken over het huis van Jehu en de boog van Israël verbreken in het dal van Jizreël.

Hosea 1:4-5

4

Lo-Ruchama

Gomer baart een dochter. Zij heet Lo-Ruchama, want God zal Zich niet meer ontfermen over het huis Israëls. Over Juda zal Hij Zich wel ontfermen.

Hosea 1:6-7

5

Lo-Ammi

Nadat zij Lo-Ruchama gespeend heeft, baart Gomer opnieuw een zoon. Hij heet Lo-Ammi: "gijlieden zijt Mijn volk niet".

Hosea 1:8-9

6

Kinderen des levenden Gods

Direct na de oordeelsnamen volgt een belofte: waar gezegd werd dat zij Gods volk niet waren, zullen zij kinderen des levenden Gods heten. Dan wordt Ammi en Ruchama gezegd.

Hosea 1:10-12

7

Bemin een vrouw

God beveelt Hosea opnieuw een vrouw lief te hebben die overspel doet, zoals de Heere de kinderen Israëls liefheeft terwijl zij naar andere goden omzien.

Hosea 3:1

8

Teruggekocht

Hosea koopt haar voor vijftien zilverlingen en anderhalve homer gerst. Zij moet vele dagen blijven zitten zonder een andere man, en hij belooft hetzelfde.

Hosea 3:2-3

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Gomer beter te begrijpen.

Hosea 1:2

“Het begin van het woord des HEEREN door Hosea. De HEERE dan zeide tot Hosea: Ga henen, neem u een vrouw der hoererijen, en kinderen der hoererijen; want het land hoereert ganselijk van achter den HEERE.”

De opdracht waarmee Hosea begint. De reden staat erbij: het huwelijk moet laten zien wat Israël met God doet.

Hosea 1:3

“Zo ging hij henen, en nam Gomer, een dochter van Diblaim; en zij ontving; en baarde hem een zoon.”

Het enige vers waarin de naam Gomer staat.

Hosea 1:9

“En Hij zeide: Noem zijn naam Lo-Ammi; want gijlieden zijt Mijn volk niet, zo zal Ik ook de uwe niet zijn.”

De derde naam keert de verbondsbelofte om, dat God hun God zou zijn en zij Zijn volk.

Hosea 1:10

“Nochtans zal het getal der kinderen Israels zijn als het zand der zee, dat niet gemeten noch geteld kan worden; en het zal geschieden, dat ter plaatse, waar tot hen gezegd zal zijn: Gijlieden zijt Mijn volk niet; tot hen gezegd zal worden: Gij zijt kinderen des levenden Gods.”

Direct na het oordeel klinkt de belofte. Paulus haalt dit vers aan in Romeinen 9:26.

Hosea 3:1

“En de HEERE zeide tot mij: Ga wederom henen, bemin een vrouw, die, bemind zijnde van haar vriend, nochtans overspel doet; gelijk de HEERE de kinderen Israels bemint, maar zij zien om, naar andere goden, en beminnen de flessen der druiven.”

Vriend betekent hier volgens de kanttekeningen echtgenoot. De opdracht spiegelt Gods liefde voor een ontrouw volk.

Hosea 3:3

“En ik zeide tot haar: Gij zult vele dagen na mij blijven zitten (gij zult niet hoereren, noch een anderen man geworden), en ik ook na u.”

Na de terugkoop volgt een tijd van afzondering en wachten. Vers 4 past dat toe op Israël, dat vele dagen zonder koning en offer zal zijn.

Romeinen 9:25

“Gelijk Hij ook in Hosea zegt: Ik zal hetgeen Mijn volk niet was, Mijn volk noemen, en die niet bemind was, Mijn beminde.”

Paulus gebruikt de omkering van de namen Lo-Ammi en Lo-Ruchama voor de roeping van Joden en heidenen.

1 Petrus 2:10

“Gij, die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; die eertijds niet ontfermd waart, maar nu ontfermd zijt geworden.”

Petrus beschrijft de gemeente met dezelfde woorden: niet Mijn volk en niet ontfermd, en nu Gods volk en ontfermd.

Tijdperiode

~750 v.Chr.

Gomer leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Gomer zegt in de Bijbel geen woord, en toch spreekt haar geschiedenis. Zij laat zien hoe God over ontrouw denkt. Het bijbelse woord hoererij is hard, maar het is eerlijk. Het gaat in Hosea niet in de eerste plaats over één vrouw, maar over een volk dat zei God te dienen en intussen zijn zekerheid, voorspoed en vreugde bij andere goden zocht. Wij hoeven niet ver te zoeken om dat ook in ons eigen hart en leven te herkennen, ook als wij trouw naar de kerk gaan. Haar geschiedenis leert ook dat zonde gevolgen heeft die verder reiken dan de zondaar zelf. Haar kinderen droegen namen van oordeel. In een gezin, een kerk of een land kan ontrouw aan God een stempel zetten op wie na ons komen. Tegelijk is Gomer een beeld van genade. De vrouw die overspel deed, werd niet weggestuurd, maar gezocht en teruggekocht. De kinderen die niet ontfermd en niet Mijn volk heetten, kregen nieuwe namen. Wie zich in Gomer herkent, wordt geroepen zich te bekeren (Hosea 14:2), met de belofte dat God tot een teruggekeerd volk zegt: "Gij zijt Mijn volk" (Hosea 2:22). Ten slotte vraagt haar verhaal om trouw na de terugkeer. Hosea vroeg haar vele dagen te wachten en geen andere man te zoeken. Wie door God is teruggehaald, wordt geroepen om Hem alleen toe te behoren, in de wetenschap dat Hij ook zelf trouw blijft: "en ik ook na u" (Hosea 3:3).

Veelgestelde vragen over Gomer

Wie was Gomer in de Bijbel?
Gomer was de vrouw van de profeet Hosea en een dochter van Diblaïm (Hosea 1:3). God beval Hosea een vrouw der hoererijen te nemen als beeld van Israël, dat de Heere ontrouw was geworden. Gomer kreeg drie kinderen: Jizreël, Lo-Ruchama en Lo-Ammi. In Hosea 3 koopt Hosea een overspelige vrouw terug; de meeste uitleggers nemen aan dat dat Gomer is.
Wat betekent de naam Gomer?
De betekenis van de naam Gomer is niet zeker. Hij wordt vaak verbonden met een Hebreeuws werkwoord voor voltooien of ophouden. De kanttekeningen bij Hosea 1:3 noemen de betekenissen volheid en vertering, en lezen de naam als een beeld van Israël, dat alles goeds van God ontving en het verteerde in afgoderij. De Bijbel legt de naam zelf niet uit.
Waar staat Gomer in de Bijbel?
De naam Gomer als vrouw van Hosea staat alleen in Hosea 1:3. Hosea 1 vertelt over het huwelijk en de drie kinderen. Hosea 2 spreekt over Israël als een ontrouwe moeder, en Hosea 3 vertelt hoe Hosea een overspelige vrouw terugkoopt, volgens de meeste uitleggers Gomer. In het Nieuwe Testament worden de namen van haar kinderen aangehaald in Romeinen 9:25-26 en 1 Petrus 2:10.
Waarom moest Hosea met Gomer trouwen?
God geeft de reden zelf: "want het land hoereert ganselijk van achter den HEERE" (Hosea 1:2). Het huwelijk moest laten zien hoe Israël met God omging. Zoals een vrouw haar man ontrouw wordt, zo diende Israël de Baäls naast of in plaats van de Heere. Het huwelijk, of het nu werkelijk gesloten werd of in een gezicht getoond, moest het volk laten zien hoe Israël met God omging.
Was het huwelijk van Hosea en Gomer letterlijk of zinnebeeldig?
Daarover verschillen de uitleggers. De kanttekeningen bij de Statenvertaling lezen het als een gezicht: God toonde het aan Hosea als een gelijkenis, die hij aan het volk voordroeg. Veel andere uitleggers lezen het als een werkelijk huwelijk, omdat de namen, het spenen van een kind en de prijs in zilver en gerst gewoon klinken. Sommigen denken dat Gomer pas later ontrouw werd. In elke lezing is de boodschap dezelfde.
Wat betekent "een vrouw der hoererijen"?
De uitdrukking staat in Hosea 1:2 en betekent volgens de kanttekeningen een vrouw die ganselijk tot hoererij begeven is. Of Gomer dat al was toen Hosea haar trouwde, of het later werd, zegt de tekst niet duidelijk. In Hosea is hoererij vooral een woord voor afgoderij: Israël liep andere goden na en schreef zijn voorspoed aan hen toe (Hosea 2:4-7).
Wie waren de kinderen van Gomer?
Gomer kreeg drie kinderen: de zoon Jizreël, genoemd naar de plaats waar Jehu bloed vergoot (Hosea 1:4); de dochter Lo-Ruchama, dat is niet ontfermd (Hosea 1:6); en de zoon Lo-Ammi, dat is niet Mijn volk (Hosea 1:9). Alleen bij het eerste kind staat dat zij het Hosea baarde; sommige uitleggers lezen daar meer in, anderen niet. In Hosea 1:12 worden de namen omgekeerd tot Ammi en Ruchama.
Is de vrouw in Hosea 3 dezelfde als Gomer?
Waarschijnlijk wel, al noemt Hosea 3 haar naam niet. Er staat: "Ga wederom henen, bemin een vrouw" (Hosea 3:1). Het woord wederom en de lijn van hoofdstuk 1 en 2 maken het aannemelijk dat Hosea zijn eigen vrouw terughaalt. Een minderheid van uitleggers denkt aan een andere vrouw. Voor de betekenis maakt het weinig uit: de liefde die terugkoopt, beeldt Gods liefde voor Israël af.
Waarom kocht Hosea zijn vrouw voor vijftien zilverlingen?
Hosea 3:2 noemt vijftien zilverlingen en anderhalve homer gerst. Waaruit hij haar loskocht, zegt de tekst niet. De kanttekeningen merken op dat vijftien zilverlingen de helft is van wat betaald werd voor een knecht of dienstmaagd die door een os gestoten werd (Exodus 21:32), en ook de helft van de schatting voor een vrouw (Leviticus 27:4): een geringe prijs. Anderen tellen de gerst mee en komen dan ongeveer op de prijs van een slaaf. De kanttekeningen zien in de gerst mogelijk een teken dat zij voortaan sober zou leven. Zo wordt getoond dat God Israël terugkocht, al was het die liefde niet waard.
Wat zeggen Paulus en Petrus over de kinderen van Gomer?
Paulus haalt Hosea aan in Romeinen 9:25-26: "Ik zal hetgeen Mijn volk niet was, Mijn volk noemen, en die niet bemind was, Mijn beminde." Hij past dat toe op de roeping van Joden en heidenen. Petrus schrijft: "Gij, die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; die eertijds niet ontfermd waart, maar nu ontfermd zijt geworden" (1 Petrus 2:10). Zo worden Lo-Ammi en Lo-Ruchama een beeld van genade.
Is Gomer, de vrouw van Hosea, dezelfde als Gomer, de zoon van Jafeth?
Nee. Gomer, de zoon van Jafeth, staat in de volkerentafel na de zondvloed: "De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai" (Genesis 10:2). Zijn zonen waren Askenaz, Rifath en Togarma (Genesis 10:3). In Ezechiël 38:6 is Gomer de naam van een volk uit het noorden. De vrouw van Hosea leefde vele eeuwen later en draagt dezelfde naam.
Wat kunnen wij leren van Gomer?
Wij leren van Gomer dat God ontrouw aan Hem ernstig neemt: Hosea noemt afgoderij hoererij. Haar kinderen laten zien dat zonde ook anderen raakt. Maar haar geschiedenis eindigt niet in verstoting. Zij werd teruggekocht, en de namen van oordeel werden namen van genade. Wie zich in haar herkent, mag terugkeren tot God, Die Zijn volk niet loslaat.

Stel een vraag over Gomer

Wilt u meer weten over Gomer? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Gomer

Verdiep u verder