Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~840 v.Chr.

Hazaël in de Bijbel

Hazaël (חֲזָאֵל, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: God ziet”

Wie was Hazaël?

Hazaël was koning van Syrië rond 840 v.Chr. Als dienaar van de zieke koning Benhadad ging hij naar de profeet Elisa, die weende omdat hij wist wat Hazaël Israël zou aandoen (2 Koningen 8:12). Hazaël doodde Benhadad, werd koning en verdrukte Israël vele jaren.

Hazaël staat in 1 Koningen 19, in 2 Koningen 8, 9, 10, 12 en 13, in 2 Kronieken 22 en in Amos 1:4. De Statenvertaling schrijft zijn naam zonder trema: Hazael. Hij was een hoge dienaar van Benhadad, de koning van Syrië, en werd zelf koning in Damaskus. Zijn naam valt voor het eerst op de Horeb. De HEERE zei tegen Elia: "zalf Hazael ten koning over Syrie" (1 Koningen 19:15). Dat Elia dat ook deed, vertelt de Bijbel niet. Wel komt Hazaël jaren later tegenover Elisa, de opvolger van Elia, te staan. Toen Benhadad ziek was, stuurde hij Hazaël met een geschenk van veertig kemelen naar Elisa. De ontmoeting is stil en zwaar: "En hij hield zijn gezicht staande, en zette het vast tot schamens toe; en de man Gods weende" (2 Koningen 8:11). Elisa zag wat Hazaël Israël zou aandoen. Hazaël antwoordde: "Maar wat is uw knecht, die een hond is, dat hij deze grote zaak doen zou?" (2 Koningen 8:13). De volgende dag stierf Benhadad onder een natte deken, en Hazaël werd koning. Daarna is Hazaël de grote tegenstander van Israël. Hij streed tegen Joram bij Ramoth in Gilead, veroverde onder Jehu het Overjordaanse land, nam Gath in en dreigde Jeruzalem. Zijn zoon heette, net als de koning die hij had gedood, Benhadad. Over die Benhadad leest u meer op de pagina over Benhadad.

Historische context

Hazaël regeerde in de tweede helft van de negende eeuw voor Christus; zijn troonsbestijging wordt meestal rond 842 v.Chr. gedateerd, met enige speling. Hij was tijdgenoot van de koningen Joram, Jehu en Joahaz van Israël en van Joas van Juda. Elisa profeteerde in dezelfde jaren. Over zijn afkomst zegt de Bijbel niets. Hij is een dienaar van Benhadad die met een opdracht naar de profeet wordt gestuurd (2 Koningen 8:8). Dat hij zijn heer daarna doodde, is de gangbare lezing van 2 Koningen 8:15; de tekst zegt daar alleen "hij", en daarna dat Hazaël koning werd. Een inscriptie van de Assyrische koning Salmanassar III noemt hem volgens de gangbare vertaling een zoon van niemand: iemand die niet uit het koningshuis kwam. Andere teksten van dezelfde koning beschrijven veldtochten tegen Hazaël van Damaskus. De Bijbel noemt die Assyrische oorlogen niet. Onder Hazaël werd Syrië een zware last voor Israël. Joram, de zoon van Achab, verdedigde Ramoth in Gilead tegen hem en raakte gewond (2 Koningen 8:28-29). Terwijl Joram in Jizreël herstelde, werd Jehu gezalfd. In de dagen van Jehu nam Hazaël het hele gebied ten oosten van de Jordaan in, "het ganse land van Gilead, der Gadieten, en der Rubenieten, en der Manassieten" (2 Koningen 10:33). Onder Joahaz, de zoon van Jehu, hield hij Israël klein: er bleven maar vijftig ruiters, tien wagens en tienduizend man voetvolk over (2 Koningen 13:7). Hazaël trok ook naar het zuiden. Hij veroverde Gath en richtte zich op Jeruzalem; koning Joas van Juda kocht hem af met de geheiligde dingen en het goud uit de schatten van de tempel en het paleis (2 Koningen 12:17-18). Na zijn dood volgde zijn zoon Benhadad hem op (2 Koningen 13:24).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Had het vertrouwen van zijn koning, die hem met een belangrijke opdracht zond (2 Koningen 8:8-9)
  • Krachtig legeraanvoerder die Syrië groot maakte (2 Koningen 10:32-33)

−Zwakke kanten

  • Loog tegen zijn zieke heer en doodde hem om koning te worden (2 Koningen 8:14-15)
  • Wreed in de oorlog tegen Israël, zoals Elisa had voorzegd (2 Koningen 8:12; 2 Koningen 13:7; Amos 1:3)

Theologische betekenis

De naam van Hazaël valt voor het eerst in een gesprek tussen God en Zijn profeet. Elia klaagde op de Horeb dat hij alleen was overgebleven. God antwoordde met een opdracht waarin Hazaël, Jehu en Elisa elk een plaats kregen: "die van het zwaard van Hazael ontkomt, doden zal" (1 Koningen 19:17). De koning van Syrië hoorde dus, zonder het te weten, bij Gods plan met Israël. De Heere stelt koningen aan, ook buiten Zijn volk. Daarom zegt de schrijver van Koningen niet alleen dat Hazaël Israël sloeg, maar dat de HEERE Israël begon af te korten (2 Koningen 10:32). Hazaël was een roede in Gods hand, omdat het volk de zonden van Jerobeam niet losliet (2 Koningen 13:2-3). Toch maakt dat Hazaël niet onschuldig. Amos noemt de wreedheid van Damaskus in Gilead en kondigt aan: "Daarom zal Ik een vuur in het huis van Hazael zenden" (Amos 1:4). God gebruikt het kwaad van mensen en oordeelt het tegelijk. Jesaja zegt hetzelfde van Assur, "de roede Mijns toorns", dat toch onder het wee valt omdat "hij het zo niet meent" (Jesaja 10:5-7). De Bijbel laat die twee naast elkaar staan, zonder de verborgenheid op te lossen. Ook de tranen van Elisa zeggen iets. Hij wist van Gods oordeel en sprak het uit, maar weende om de kinderen en vrouwen van Israël die zouden lijden (2 Koningen 8:12). Wie Gods oordeel kent, spreekt er niet koel over. Midden in de verdrukking door Hazaël staat een vers vol genade: "Doch de HEERE was hun genadig, en ontfermde Zich hunner, en wendde Zich tot hen, om Zijns verbonds wil met Abraham, Izak en Jakob" (2 Koningen 13:23). De macht van Hazaël had een grens. Gods verbond met de vaderen woog zwaarder.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Hazaël (חֲזָאֵל, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk: God ziet

Sleutelmomenten

1

Opdracht op de Horeb

Op de Horeb geeft de HEERE Elia drie opdrachten: Hazaël zalven tot koning over Syrië, Jehu tot koning over Israël en Elisa tot profeet. Wie aan het zwaard van Hazaël ontkomt, zal Jehu doden.

1 Koningen 19:15-17

2

Elisa weent

Hazaël gaat namens de zieke Benhadad met een geschenk naar Elisa. De profeet kijkt hem strak aan en weent. Hij zegt dat Hazaël Israël veel kwaad zal doen en koning over Syrië zal worden. Hazaël noemt zichzelf een hond.

2 Koningen 8:11-13

3

De deken

Hazaël zegt tegen Benhadad dat hij zal genezen. De volgende dag neemt hij een deken, doopt die in water en spreidt die over het gezicht van de koning, zodat hij sterft. Hazaël wordt koning in zijn plaats.

2 Koningen 8:14-15

4

Strijd om Ramoth in Gilead

Joram van Israël en Ahazia van Juda trekken tegen Hazaël op naar Ramoth in Gilead. Joram raakt gewond en gaat naar Jizreël om te herstellen. Daar wordt hij kort daarna door Jehu gedood (2 Koningen 9:24).

2 Koningen 8:28-29

5

Israël afgekort

In de dagen van Jehu begint de HEERE Israël af te korten. Hazaël verovert het hele land ten oosten van de Jordaan, van Aroer aan de beek Arnon tot Gilead en Basan.

2 Koningen 10:32-33

6

Gath en Jeruzalem

Hazaël neemt Gath in en wil tegen Jeruzalem optrekken. Joas van Juda zendt hem de geheiligde dingen en het goud uit de schatten van het huis des HEEREN en van het paleis, en Hazaël trekt weg.

2 Koningen 12:17-18

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Hazaël beter te begrijpen.

1 Koningen 19:15

“En de HEERE zeide tot hem: Ga, keer weder op uwen weg, naar de woestijn van Damaskus; en ga daar in, en zalf Hazael ten koning over Syrie.”

Op de Horeb noemt God Hazaël als toekomstige koning van Syrië, jaren voordat hij aan de macht komt.

1 Koningen 19:17

“En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazael ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden.”

Hazaël, Jehu en Elisa worden samen genoemd als werktuigen van Gods oordeel over het afvallige Israël.

2 Koningen 8:11-12

“En hij hield zijn gezicht staande, en zette het vast tot schamens toe; en de man Gods weende. Toen zeide Hazael: Waarom weent mijn heer? En hij zeide: omdat ik weet, wat kwaad gij den kinderen Israels doen zult; gij zult hun sterkten in het vuur zetten, en hun jonge manschap met het zwaard doden, en hun jonge kinderen verpletteren, en hun zwangere vrouwen opensnijden.”

Elisa kijkt Hazaël aan tot het pijnlijk wordt, en weent om wat Israël van hem te lijden zal hebben.

2 Koningen 8:13

“En Hazael zeide: Maar wat is uw knecht, die een hond is, dat hij deze grote zaak doen zou? En Elisa zeide: De HEERE heeft mij getoond, dat gij koning zijn zult over Syrie.”

Hazaël noemt zichzelf een hond. Of dat oprechte verbazing of gespeelde bescheidenheid is, zegt de tekst niet.

2 Koningen 10:32

“In die dagen begon de HEERE Israel af te korten, want Hazael sloeg ze in alle landpalen van Israel:”

De schrijver ziet in de veroveringen van Hazaël de hand van de HEERE die Israël tuchtigt.

Amos 1:4

“Daarom zal Ik een vuur in het huis van Hazael zenden, dat zal de paleizen van Benhadad verteren.”

Het oordeel over Damaskus noemt het koningshuis van Hazaël en zijn zoon Benhadad bij naam.

Tijdperiode

~840 v.Chr.

Hazaël leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Hazaël wees de gedachte aan zulke daden van zich af, en toch deed hij ze. Als zijn verbazing gemeend was, kende hij zijn eigen hart niet; het menselijk hart kent zichzelf slechter dan het denkt (Jeremia 17:9). Ook wij kunnen te snel zeggen dat wij iets nooit zouden doen. Het is wijzer de Heere te vragen ons te bewaren en de verzoekingen niet op te zoeken. Elisa laat zien hoe een dienaar van God over het oordeel spreekt: met tranen. Hij zweeg niet over wat komen ging, maar het liet hem niet koud. Dat is ook een les voor wie vandaag Gods Woord brengt, in de kerk, in het gezin of op het werk. Verder leert de geschiedenis van Hazaël dat God boven de machten van deze wereld staat. Hazaël leek onweerstaanbaar, maar zijn naam was al op de Horeb genoemd, en zijn macht had grenzen. Midden in de verdrukking was de HEERE Zijn volk genadig om Zijn verbond (2 Koningen 13:23). Wie in onrustige tijden leeft, mag weten dat geen heerser buiten Gods bestuur valt.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Hazaël

Wie was Hazaël in de Bijbel?
Hazaël was koning van Syrië, met Damaskus als hoofdstad, in de tweede helft van de negende eeuw voor Christus. Hij was eerst een dienaar van koning Benhadad. Toen hij namens de zieke koning naar Elisa ging, weende de profeet omdat hij wist wat Hazaël Israël zou aandoen (2 Koningen 8:11-12). De volgende dag doodde Hazaël zijn heer en werd koning. Hij verdrukte Israël onder Joram, Jehu en Joahaz.
Waar staat Hazaël in de Bijbel?
Hazaël wordt voor het eerst genoemd in 1 Koningen 19:15-17, waar God Elia opdraagt hem te zalven. Zijn ontmoeting met Elisa staat in 2 Koningen 8:7-15. Zijn oorlogen staan in 2 Koningen 8:28-29, 2 Koningen 9:14-15, 2 Koningen 10:32-33, 2 Koningen 12:17-18 en 2 Koningen 13:3-25, en in 2 Kronieken 22:5-6. De profeet Amos noemt zijn huis in Amos 1:4. De Statenvertaling schrijft zijn naam als Hazael.
Heeft Elia Hazaël gezalfd?
Dat vertelt de Bijbel niet. Op de Horeb kreeg Elia de opdracht: "zalf Hazael ten koning over Syrie" (1 Koningen 19:15). Daarna lezen wij alleen dat Elia zijn mantel op Elisa wierp (1 Koningen 19:19). Jaren later zegt Elisa tegen Hazaël: "De HEERE heeft mij getoond, dat gij koning zijn zult over Syrie" (2 Koningen 8:13). Veel uitleggers zien in die woorden van Elisa de vervulling van de opdracht aan Elia, zoals ook Jehu op last van Elisa werd gezalfd.
Waarom weende Elisa toen hij Hazaël zag?
Elisa zei het zelf: "omdat ik weet, wat kwaad gij den kinderen Israels doen zult" (2 Koningen 8:12). De HEERE had hem getoond dat Hazaël steden in brand zou steken, jonge mannen zou doden en zelfs kinderen en zwangere vrouwen niet zou sparen. Elisa sprak het oordeel uit, maar het brak zijn hart. Voordat hij weende, keek hij Hazaël zo lang aan dat het beschamend werd (2 Koningen 8:11).
Wat bedoelde Hazaël met: wat is uw knecht, die een hond is?
Hazaël antwoordde Elisa: "Maar wat is uw knecht, die een hond is, dat hij deze grote zaak doen zou?" (2 Koningen 8:13). Zichzelf een hond noemen was in Israël en de landen rondom een sterke uitdrukking van geringheid; vergelijk 1 Samuël 24:15 en 2 Samuël 9:8, waar David en Mefiboseth zichzelf een doden hond noemen. Sommige uitleggers lezen er oprechte verbazing in, anderen gespeelde bescheidenheid van iemand die de troon al begeerde. Met deze grote zaak bedoelde hij waarschijnlijk de macht om zulke oorlogen te voeren. De tekst zegt niet wat er in zijn hart omging.
Hoe werd Hazaël koning van Syrië?
Na zijn bezoek aan Elisa zei Hazaël tegen de zieke Benhadad: "Gij zult zekerlijk genezen" (2 Koningen 8:14), al had Elisa het tegendeel gezegd. De volgende dag nam hij een deken, doopte die in water en spreidde die over het gezicht van de koning, zodat hij stierf. "Hazael werd koning in zijn plaats" (2 Koningen 8:15). De meeste uitleggers lezen dat Hazaël de dader was; de tekst zegt alleen hij.
Welke oorlogen voerde Hazaël tegen Israël?
Hazaël streed bij Ramoth in Gilead tegen Joram, die daar gewond raakte (2 Koningen 8:28-29). In de dagen van Jehu veroverde hij het hele land ten oosten van de Jordaan, Gilead en Basan (2 Koningen 10:32-33). Onder Joahaz liet hij Israël maar een klein leger over (2 Koningen 13:7). Ook nam hij Gath in en dreigde hij Jeruzalem, totdat Joas van Juda hem met de tempelschatten afkocht (2 Koningen 12:17-18).
Wordt Hazaël buiten de Bijbel genoemd?
Ja. Inscripties van de Assyrische koning Salmanassar III beschrijven veldtochten tegen Hazaël van Damaskus, en één tekst noemt hem volgens de gangbare vertaling een zoon van niemand, iemand die niet uit het koningshuis kwam. Dat past bij de Bijbel, die hem als dienaar van Benhadad tekent.
Wat kunnen wij leren van Hazaël?
Hazaël leert ons dat het hart zichzelf slecht kent: hij wees van zich af wat hij later toch deed. Het verhaal laat ook zien dat God boven de koningen staat. Hij noemde Hazaël al op de Horeb, gebruikte hem als roede voor het afvallige Israël en hield hem toch verantwoordelijk (Amos 1:4). En Elisa leert ons dat wie Gods oordeel kent, daarover met tranen spreekt.

Stel een vraag over Hazaël

Wilt u meer weten over Hazaël? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Hazaël

Verdiep u verder