Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1100 v.Chr.

Manoach in de Bijbel

Manoach (מָנוֹחַ, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk rust”

Wie was Manoach?

Manoach was een man uit Zora, uit de stam Dan, en de vader van de richter Simson. De Engel des HEEREN kondigde zijn onvruchtbare vrouw een zoon aan. Manoach bad om een tweede bezoek, bracht een offer en hoorde dat de naam van de Engel "Wonderlijk" is (Richteren 13:18).

Manoach staat bijna alleen in Richteren 13. Dat hoofdstuk vertelt hoe de Engel des HEEREN tweemaal verschijnt om de geboorte van Simson aan te kondigen. Daarna komt hij nog kort voor in Richteren 14, waar hij "zijn vader" heet en met zijn vrouw bezwaar maakt tegen Simsons huwelijk met een Filistijnse vrouw uit Thimnath, en in Richteren 16:31, waar Simson begraven wordt "in het graf van zijn vader Manoach". De Statenvertaling spelt de naam zoals wij: Manoach. De tekst stelt hem zo voor: "En er was een man van Zora, uit het geslacht van een Daniet, wiens naam was Manoach; en zijn huisvrouw was onvruchtbaar en baarde niet" (Richteren 13:2). Opvallend is dat Manoach een naam heeft en zijn vrouw niet, terwijl zij in het verhaal steeds als eerste ontvangt en begrijpt. De Engel verschijnt eerst aan haar. Bij de tweede verschijning zit zij alleen in het veld en haalt zij haar man erbij. En wanneer Manoach na het offer denkt dat zij zullen sterven, is zij het die de juiste conclusie trekt. Toch is Manoach geen bijfiguur in zijn eigen verhaal. Hij bidt om een tweede bezoek, en "God verhoorde de stem van Manoach" (Richteren 13:9). Hij vraagt hoe het kind moet leven, wil zijn Gast eren met een maaltijd en vraagt naar diens naam. De verteller zegt er eerlijk bij: "Want Manoach wist niet, dat het een Engel des HEEREN was" (Richteren 13:16). Pas als de Engel opvaart in de vlam van het altaar, begrijpt hij het. Het leven van Simson zelf, met de leeuw, de vossen, Delila en de tempel van Dagon, staat op de pagina over Simson en in het verhaal over Simson de richter. Over de Engel des HEEREN in het hele Oude Testament gaat het onderwerp Engel des HEEREN.

Historische context

Manoach leefde in de late richterentijd, meestal gedateerd rond 1100 voor Christus; een exact jaartal geeft de Bijbel niet. Richteren 13:1 begint met de bekende formule dat Israël deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, met als gevolg dat de HEERE het volk gaf "in de hand der Filistijnen veertig jaren". Anders dan bij eerdere richters staat er niet dat Israël riep. De Engel kondigt een verlosser aan voordat het volk om hulp vraagt. Zora lag in de heuvels ten westen van Jeruzalem, aan de rand van de laagvlakte waar de Filistijnen hun invloed uitoefenden. Jozua 19:41 noemt Zora en Esthaol als eerste plaatsen van het erfdeel van Dan; Jozua 15:33 noemt dezelfde plaatsen ook in de lijst van Juda, in de laagte. De stam Dan had moeite om zijn gebied in bezit te nemen: Richteren 1:34 zegt dat de Amorieten de Danieten in het gebergte drongen. Richteren 18 vertelt hoe een deel van de stam later vanuit Zora en Esthaol naar het noorden trok (Richteren 18:2). Simson begon zijn werk "in het leger van Dan, tussen Zora en tussen Esthaol" (Richteren 13:25) en werd daar ook begraven (Richteren 16:31). De Filistijnen woonden in de kustvlakte, met vijf steden onder vijf vorsten (Richteren 3:3). In de tijd van Manoach heersten zij over Israël, zonder dat er sprake lijkt te zijn van open oorlog. Uit Richteren 15:11 blijkt dat de mannen van Juda die heerschappij als een gegeven aanvaardden. Het kind moest een nazireeër zijn. Numeri 6 beschrijft die gelofte: geen wijn en niets van de wijnstok, geen scheermes op het hoofd en geen aanraking van een dode. Gewoonlijk was het een vrijwillige gelofte voor een bepaalde tijd. Bij Simson legde God het op, "van moeders buik af" (Richteren 13:5), en daarom moest zijn moeder al tijdens de zwangerschap wijn, sterke drank en onrein voedsel laten staan. In haar weergave aan Manoach voegt zij eraan toe: "tot op de dag zijns doods" (Richteren 13:7). Manoach offerde een geitenbokje en een spijsoffer "op den rotssteen, den HEERE" (Richteren 13:19), niet bij de tabernakel, die in deze tijd te Silo stond (Jozua 18:1). Ook Gideon bracht na een verschijning van de Engel des HEEREN een offer op een rots (Richteren 6:20-21). Uitleggers zien zulke offers als bijzonder, omdat de Engel des HEEREN zelf het offer gebood en erbij aanwezig was (Richteren 6:20; Richteren 13:16). Over het verdere leven van Manoach zegt de Bijbel weinig. Hij reisde met Simson naar Thimnath (Richteren 14:5 en 14:10). Bij Simsons dood had de familie een graf tussen Zora en Esthaol, het graf van zijn vader Manoach (Richteren 16:31). Of Manoach toen al gestorven was, zegt de tekst niet uitdrukkelijk, al wijst de uitdrukking daarop.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Biddend: hij vroeg God om onderwijs voor de opvoeding van het beloofde kind (Richteren 13:8)
  • Leergierig: hij vroeg naar de wijze en het werk van het knechtje (Richteren 13:12)
  • Gastvrij en eerbiedig: hij wilde zijn Gast eren en bracht een offer aan de HEERE (Richteren 13:15-19)
  • Bezorgd om het volk van God: hij verzette zich tegen een huwelijk met een Filistijnse (Richteren 14:3)

−Zwakke kanten

  • Herkende zijn Gast eerst niet: hij wist niet dat het een Engel des HEEREN was (Richteren 13:16)
  • Angstig waar vertrouwen paste: hij dacht dat zij zouden sterven, terwijl God het offer had aangenomen (Richteren 13:22-23)

Theologische betekenis

De hoofdpersoon van Richteren 13 is de Engel des HEEREN. Hij verschijnt, Hij spreekt, Hij weigert een maaltijd, Hij wijst het brandoffer naar de HEERE en Hij vaart op in de vlam. Manoach zegt na afloop: "Wij zullen zekerlijk sterven, omdat wij God gezien hebben" (Richteren 13:22). Hij spreekt over de Engel als over God zelf. Een vergelijkbare schrik of verwondering vinden wij bij Hagar (Genesis 16:13), bij Jakob in Pniël (Genesis 32:30) en bij Gideon (Richteren 6:22). Reformatorische uitleggers lezen de Engel des HEEREN in zulke verschijningen vaak als de Zoon van God vóór Zijn menswording. Zij wijzen erop dat deze Engel spreekt met goddelijk gezag, offers in de naam van de HEERE aanvaardt en door wie Hem ziet als God wordt erkend. Maleachi 3:1 spreekt van "de Engel des verbonds". Wij geven dit als uitleg; de tekst van Richteren 13 zelf noemt Hem de Engel des HEEREN en de Man Gods. Meer daarover staat bij het onderwerp Engel des HEEREN. Het antwoord op Manoachs vraag naar de naam is kort: "Waarom vraagt gij dus naar Mijn naam? Die is toch Wonderlijk" (Richteren 13:18). Ook Jakob kreeg op dezelfde vraag geen naam (Genesis 32:29). De naam wordt niet verborgen uit willekeur: hij gaat het menselijk bevatten te boven. Direct daarna staat dat Hij "wonderlijk in Zijn doen" handelde (Richteren 13:19). De Statenvertaling gebruikt dat woord ook in Jesaja 9:5, waar de beloofde Zoon wordt aangekondigd: "en men noemt Zijn naam Wonderlijk". In het Hebreeuws zijn de woorden verwant. Veel uitleggers zien hier een lijn van de Engel bij Manoach naar het Kind van Jesaja 9. Het woord van Manoachs vrouw is een stuk eenvoudige, gezonde theologie: "Zo de HEERE lust had ons te doden, Hij had het brandoffer en spijsoffer van onze hand niet aangenomen" (Richteren 13:23). God openbaart Zich niet om te vernietigen maar om te redden. Wie Gods heiligheid ziet, schrikt terecht; wie ziet dat Hij een offer aanneemt, mag vrede hebben. Gideon hoorde hetzelfde: "Vrede zij u, vrees niet, gij zult niet sterven" (Richteren 6:23). Het verhaal past ook in een reeks onvruchtbare vrouwen aan wie God een zoon schonk: Sara, Rebekka, Rachel, Hanna en later Elisabeth. Telkens begint een nieuwe fase in Gods werk met een geboorte die mensen niet konden afdwingen. Bij Manoach komt de belofte zelfs voordat Israël om hulp riep. De verlossing begint bij God.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Manoach (מָנוֹחַ, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk rust

Sleutelmomenten

1

Een Daniet uit Zora

Onder de heerschappij van de Filistijnen woont in Zora een man uit de stam Dan, Manoach. Zijn vrouw is onvruchtbaar en heeft geen kinderen.

Richteren 13:2

2

De aankondiging aan zijn vrouw

De Engel des HEEREN verschijnt aan de vrouw en kondigt een zoon aan. Het kind zal van moeders buik af een nazireeër Gods zijn en zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen. Zij vertelt het aan Manoach.

Richteren 13:3-5

3

Manoachs gebed en verhoring

Manoach bidt dat de Man Gods terugkomt om hen te leren wat zij met het kind moeten doen. God verhoort hem: de Engel verschijnt opnieuw aan de vrouw, die haar man haalt. Manoach vraagt naar de wijze en het werk van het knechtje, en de Engel herhaalt wat de vrouw moet laten.

Richteren 13:8-14

4

De vraag naar de naam

Manoach wil een geitenbokje bereiden en vraagt naar de naam van zijn Gast. De Engel wil niet eten, wijst op een brandoffer voor de HEERE en zegt dat Zijn naam Wonderlijk is.

Richteren 13:15-18

5

Opgevaren in de vlam

Terwijl het offer brandt, vaart de Engel op in de vlam van het altaar. Manoach en zijn vrouw vallen ter aarde. Manoach vreest dat zij zullen sterven; zijn vrouw wijst hem op het aangenomen offer.

Richteren 13:19-23

6

De geboorte van Simson

Zijn vrouw baart een zoon en noemt hem Simson. Het knechtje wordt groot en de HEERE zegent het.

Richteren 13:24

7

Bezwaar tegen Thimnath

Simson wil een Filistijnse vrouw uit Thimnath. Zijn vader en moeder maken bezwaar, maar gaan mee. De verteller zegt dat zij niet wisten dat dit van de HEERE was.

Richteren 14:2-4

8

Het graf van Manoach

Na Simsons dood in Gaza halen zijn broeders en het huis van zijn vader hem op en begraven hem tussen Zora en Esthaol, in het graf van zijn vader Manoach.

Richteren 16:31

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Manoach beter te begrijpen.

Richteren 13:2

“En er was een man van Zora, uit het geslacht van een Daniet, wiens naam was Manoach; en zijn huisvrouw was onvruchtbaar en baarde niet.”

De eerste vermelding van Manoach: een man met een naam en een vrouw zonder naam, in een gezin zonder kinderen.

Richteren 13:5

“Want zie, gij zult zwanger worden, en een zoon baren, op wiens hoofd geen scheermes zal komen; want dat knechtje zal een Nazireer Gods zijn, van moeders buik af; en hij zal beginnen Israel te verlossen uit der Filistijnen hand.”

De aankondiging aan Manoachs vrouw: een nazireeër vanaf de geboorte, die de verlossing zou beginnen, niet voltooien.

Richteren 13:8

“Toen aanbad Manoach den HEERE vuriglijk, en zeide: Och, HEERE! dat toch de Man Gods, Dien Gij gezonden hebt, weder tot ons kome, en ons lere, wat wij dat knechtje doen zullen, dat geboren zal worden.”

Manoach gelooft de belofte en bidt om onderwijs voor de opvoeding van het kind.

Richteren 13:9

“En God verhoorde de stem van Manoach; en de Engel Gods kwam wederom tot de vrouw. Zij nu zat in het veld, doch haar man Manoach was niet bij haar.”

God verhoort het gebed, maar de Engel komt opnieuw eerst bij de vrouw.

Richteren 13:16

“Maar de Engel des HEEREN zeide tot Manoach: Indien gij Mij zult ophouden, Ik zal van uw brood niet eten; en indien gij een brandoffer zult doen, dat zult gij den HEERE offeren. Want Manoach wist niet, dat het een Engel des HEEREN was.”

De Engel richt Manoachs gastvrijheid op de HEERE. De verteller zegt eerlijk dat Manoach nog niet begreep wie voor hem stond.

Richteren 13:18

“En de Engel des HEEREN zeide tot hem: Waarom vraagt gij dus naar Mijn naam? Die is toch Wonderlijk.”

Het bekendste vers uit Manoachs verhaal. Vergelijk Jakob in Genesis 32:29 en de naam Wonderlijk in Jesaja 9:5.

Richteren 13:20

“En het geschiedde, als de vlam van het altaar opvoer naar den hemel, zo voer de Engel des HEEREN op in de vlam des altaars. Als Manoach en zijn huisvrouw dat zagen, zo vielen zij op hun aangezichten ter aarde.”

Het moment waarop Manoach begrijpt wie hij ontmoet heeft.

Richteren 13:23

“Maar zijn huisvrouw zeide tot hem: Zo de HEERE lust had ons te doden, Hij had het brandoffer en spijsoffer van onze hand niet aangenomen, noch ons dit alles getoond, noch ons om dezen tijd laten horen, zulks als dit is.”

De vrouw van Manoach redeneert vanuit wat God gedaan heeft: een aangenomen offer is een teken van genade.

Richteren 16:31

“Toen kwamen zijn broeders af, en het ganse huis zijns vaders, en namen hem op, en brachten hem opwaarts, en begroeven hem tussen Zora en tussen Esthaol, in het graf van zijn vader Manoach; hij nu had Israel gericht twintig jaren.”

De laatste vermelding van Manoach: Simson wordt bijgezet in het graf van zijn vader.

Tijdperiode

~1100 v.Chr.

Manoach leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Manoach bad niet om een teken dat de belofte waar was, maar om onderwijs: "ons lere, wat wij dat knechtje doen zullen" (Richteren 13:8). Dat is een gebed voor alle ouders. Kinderen zijn een gave van God, en hun opvoeding is te zwaar voor eigen wijsheid. Wij mogen God vragen om licht voor de weg die wij met onze kinderen gaan. Het verhaal laat ook zien dat geloof en begrip niet altijd gelijk opgaan. Manoach geloofde de belofte, maar wist lange tijd niet wie hij voor zich had. God had geduld met hem en liet Zich ten slotte kennen. Wie in de dienst van God nog veel niet begrijpt, hoeft daarom niet te wanhopen. Bij het altaar kwam de vrees. Manoach schrok terecht van Gods heiligheid, maar trok een verkeerde conclusie. Zijn vrouw keek naar wat God gedaan had: Hij had het offer aangenomen. Voor ons wijst dat naar het ene offer van Christus. Wie daarop ziet, hoeft niet te leven in de angst dat God hem wil doden; Hij heeft Zich in Zijn Zoon laten kennen als een God Die redt. De Engel noemt Zijn naam Wonderlijk. Niet alles wat wij van God willen weten, legt Hij uit. Wat Hij wel geeft, is genoeg om Hem te aanbidden. Manoach en zijn vrouw eindigden niet met een antwoord op al hun vragen, maar met hun aangezicht ter aarde.

Veelgestelde vragen over Manoach

Wie was Manoach in de Bijbel?
Manoach was de vader van de richter Simson. Hij was een man uit Zora, uit de stam Dan, en leefde in de tijd dat de Filistijnen over Israël heersten (Richteren 13:1-2). Zijn vrouw was onvruchtbaar, tot de Engel des HEEREN haar een zoon aankondigde. Manoach bad om een tweede bezoek, vroeg naar de leefregel van het kind, bracht een offer aan de HEERE en zag de Engel opvaren in de vlam van het altaar. Simson werd later begraven in het graf van zijn vader Manoach (Richteren 16:31).
Wie was de moeder van Simson?
De moeder van Simson was de vrouw van Manoach. De Bijbel noemt haar naam niet; zij heet steeds de vrouw of de huisvrouw van Manoach. Zij was onvruchtbaar, en de Engel des HEEREN verscheen eerst aan haar alleen (Richteren 13:3). Zij moest tijdens haar zwangerschap wijn, sterke drank en onrein voedsel laten staan, omdat haar zoon van moeders buik af een nazireeër zou zijn. Toen Manoach na het offer vreesde te sterven, troostte zij hem met het aangenomen offer (Richteren 13:23). De Talmoed (Bava Batra 91a) geeft haar een naam, maar die staat niet in de Bijbel.
Wat betekent de naam Manoach?
De naam Manoach wordt meestal in verband gebracht met het Hebreeuwse woord voor rust. Die verklaring is gangbaar, maar de Bijbel legt de naam zelf niet uit, en wij brengen haar daarom met voorbehoud. Voor het verstaan van zijn geschiedenis speelt de naam geen rol. Wel draait Richteren 13 om een andere naam: de naam van de Engel des HEEREN, die Hij niet noemt maar Wonderlijk heet (Richteren 13:18).
Waar staat Manoach in de Bijbel?
Manoach staat vooral in Richteren 13, het hoofdstuk over de aankondiging van Simsons geboorte. In Richteren 14:2-10 maakt hij met zijn vrouw bezwaar tegen Simsons huwelijk met een Filistijnse vrouw uit Thimnath en reist hij met hem mee. In Richteren 16:31 wordt Simson begraven in het graf van zijn vader Manoach. Elders in de Bijbel, ook in het Nieuwe Testament, komt hij niet voor.
Wie was de Engel des HEEREN bij Manoach?
De tekst noemt Hem de Engel des HEEREN, de Engel Gods en de Man Gods. Na Zijn opvaren in de vlam zegt Manoach: "Wij zullen zekerlijk sterven, omdat wij God gezien hebben" (Richteren 13:22). Hij spreekt over Hem dus als over God. Reformatorische uitleggers zien in de Engel des HEEREN in zulke verschijningen vaak de Zoon van God vóór Zijn menswording, de Engel des verbonds uit Maleachi 3:1. Dat is uitleg; de tekst zelf houdt het bij de Engel des HEEREN.
Wat betekent "Die is toch Wonderlijk" in Richteren 13:18?
Manoach vroeg de Engel naar Zijn naam, en kreeg als antwoord: "Waarom vraagt gij dus naar Mijn naam? Die is toch Wonderlijk" (Richteren 13:18). De naam gaat het menselijk verstaan te boven. Het volgende vers zegt dat Hij "wonderlijk in Zijn doen" handelde: Hij liet Zich kennen door wat Hij deed. De Statenvertaling gebruikt hetzelfde woord in Jesaja 9:5, waar van de beloofde Zoon staat: "men noemt Zijn naam Wonderlijk". Veel uitleggers zien daar een verband.
Waarom dacht Manoach dat hij zou sterven?
Omdat hij God gezien had. Na het opvaren van de Engel zei hij: "Wij zullen zekerlijk sterven, omdat wij God gezien hebben" (Richteren 13:22). Daarachter ligt de overtuiging die God aan Mozes uitsprak: "Mij zal geen mens zien, en leven" (Exodus 33:20). Zijn vrouw antwoordde dat de HEERE hun brandoffer en spijsoffer niet zou hebben aangenomen en hun dit alles niet zou hebben getoond als Hij hen wilde doden (Richteren 13:23). Gideon kreeg na een vergelijkbare ontmoeting te horen: "vrees niet, gij zult niet sterven" (Richteren 6:23).
Wat vroeg Manoach over de leefregel van het kind?
Manoach vroeg: "wat zal des knechtjes wijze en zijn werk zijn?" (Richteren 13:12). De Engel herhaalde wat de vrouw moest laten (Richteren 13:13-14). Het kind zou een nazireeër zijn; de Engel had al gezegd: "dat knechtje zal een Nazireer Gods zijn, van moeders buik af" (Richteren 13:5). Numeri 6 beschrijft de gelofte van een nazireeër: geen wijn, geen scheermes op het hoofd, geen aanraking van een dode. Meestal was dat een vrijwillige gelofte voor een bepaalde tijd. Bij Simson legde God het op voor zijn hele leven, en daarom moest zijn moeder zich al tijdens de zwangerschap aan een deel van de regels houden.
Waarom waren Manoach en zijn vrouw tegen het huwelijk van Simson?
Simson wilde een Filistijnse vrouw uit Thimnath. Zijn ouders vroegen: "Is er geen vrouw onder de dochteren uwer broeders, en onder al mijn volk, dat gij heengaat, om een vrouw te nemen van de Filistijnen, die onbesnedenen?" (Richteren 14:3). Hun bezwaar lag in de lijn van de wet tegen huwelijken met de volken van Kanaän (Deuteronomium 7:3); Richteren 3:6 laat zien waartoe zulke huwelijken leidden: "zij dienden derzelver goden". De verteller voegt toe: "Zijn vader nu en zijn moeder wisten niet, dat dit van den HEERE was" (Richteren 14:4). God gebruikte deze weg als gelegenheid tegen de Filistijnen, zonder dat Simsons keuze daarmee goedgekeurd wordt.
Wat offerde Manoach?
Manoach wilde zijn Gast eerst een geitenbokje als maaltijd voorzetten. De Engel weigerde te eten en zei: "indien gij een brandoffer zult doen, dat zult gij den HEERE offeren" (Richteren 13:16). Toen offerde Manoach het geitenbokje en het spijsoffer "op den rotssteen, den HEERE" (Richteren 13:19). Terwijl de vlam opsteeg, voer de Engel op in de vlam van het altaar, en Manoach en zijn vrouw vielen ter aarde (Richteren 13:20).
Wat kunnen wij leren van Manoach?
Manoach leert ons bidden om onderwijs bij wat God ons toevertrouwt, zoals hij vroeg om te weten wat hij met het beloofde kind moest doen (Richteren 13:8). Hij laat zien dat God geduld heeft met wie Hem nog maar half begrijpt. En zijn vrees bij het altaar, met het antwoord van zijn vrouw, leert ons dat een offer dat God aanneemt reden is voor vertrouwen. Voor ons wijst dat naar het offer van Christus, door Wie God Zich laat kennen als een God Die redt.

Stel een vraag over Manoach

Wilt u meer weten over Manoach? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Manoach

Bijbelverhalen rond Manoach

Verdiep u verder