Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1350 v.Chr.

Othniël in de Bijbel

Otniël (עָתְנִיאֵל, Hebreeuws) - “Betekenis onzeker; mogelijk kracht van God”

Wie was Othniël?

Othniël was de eerste richter van Israël, een zoon van Kenaz uit de familie van Kaleb in Juda. Hij veroverde Debir en trouwde Achsa, de dochter van Kaleb. Later verloste hij Israël van Cuschan Rischataim, de koning van Mesopotamië, waarna het land veertig jaar rust had (Richteren 3:9-11).

De Bijbel vertelt op twee plaatsen over Othniël. In Jozua 15:15-19, herhaald in Richteren 1:11-15, verovert hij de stad Kirjath-Sefer en krijgt hij Achsa, de dochter van Kaleb, tot vrouw. In Richteren 3:7-11 is hij de eerste richter: de HEERE verwekt hem als verlosser van Israël. Daarnaast noemt 1 Kronieken hem in de geslachtslijst van Juda (1 Kronieken 4:13) en in de legerindeling van David, als stamvader van Heldai (1 Kronieken 27:15). De Statenvertaling schrijft zijn naam als Othniel, zonder trema; op deze pagina spellen wij Othniël. Hij heet steeds "de zoon van Kenaz", en zijn band met Kaleb wordt nauwkeurig omschreven: "Othniel, zoon van Kenaz, broeder van Kaleb, die jonger was dan hij" (Richteren 3:9). Of daarmee Othniël zelf de jongere broer van Kaleb is, of Kenaz, zodat Othniël Kalebs neef was, laat de zin open. In beide gevallen was Othniël ook Kalebs schoonzoon. De lijn van zijn verhaal is kort. De generatie van Jozua sterft, en er komt een geslacht "dat den HEERE niet kende" (Richteren 2:10). Israël dient de Baals, en de HEERE geeft het volk acht jaar in de hand van Cuschan Rischataim. Wanneer de kinderen Israëls roepen, verwekt de HEERE Othniël. De Geest des HEEREN is over hem, hij richt Israël en wint de strijd. Daarna is het land veertig jaar stil. In die vijf verzen staat het patroon dat het hele boek Richteren draagt: afval, onderdrukking, roepen, redding en rust. Bij Othniël verloopt het zonder bijzonderheden of misstappen, en dat maakt zijn geschiedenis tot een soort voorbeeld waarmee de latere richters vergeleken kunnen worden. Zijn vader Kenaz is niet dezelfde als Kenaz, de kleinzoon van Ezau (Genesis 36:11).

Historische context

Othniël leefde aan het begin van de richterentijd, kort na de verovering van Kanaän. Een exact jaartal is niet te geven: dat hangt af van de datering van de uittocht en van de vraag of richters elkaar overlapten. Wij houden ruwweg 1350 voor Christus aan. Zeker is de volgorde: hij maakte de verovering onder Jozua mee en richtte Israël vóór Ehud (Richteren 3:12-15). Hij hoorde bij de familie van Kaleb, de verspieder die "volhard heeft Mij na te volgen" (Numeri 14:24). Kaleb heet de Keniziet (Numeri 32:12), en Othniël "de zoon van Kenaz". Genesis 15:19 noemt de Kenizieten onder de volken van Kanaän, en Kenaz is ook een naam in het geslacht van Ezau (Genesis 36:11). Daarom denken sommige uitleggers dat Kalebs familie van oorsprong niet Israëlitisch was en in Juda werd opgenomen. De tekst zegt dat niet met zoveel woorden; zeker is alleen dat Kaleb en Othniël tot Juda gerekend worden. Kirjath-Sefer lag in het gebergte van Juda (Jozua 15:48-49), vermoedelijk ten zuidwesten van Hebron. Jozua 15:49 noemt dezelfde stad ook Kirjath-Sanna. Jozua 10:38-39 vertelt dat Jozua Debir al eerder had ingenomen, en Jozua 11:21 dat hij de Enakieten daar uitroeide. Dat Kaleb en Othniël de stad daarna opnieuw moesten veroveren, laat zien dat een eerste veldtocht niet betekende dat een stad blijvend in Israëls hand was. Later werd Debir een stad van de priesters (Jozua 21:15). Het verhaal in Richteren 1:11-15 volgt in de opbouw van het boek op de woorden "na den dood van Jozua" (Richteren 1:1). Veel uitleggers lezen het als een terugblik op wat al in Jozua 15 stond, omdat het bijna woordelijk gelijk is. De onderdrukker heet Cuschan Rischataim, "koning van Mesopotamie" (Richteren 3:8). Het Hebreeuws spreekt van Aram van de twee rivieren, het gebied van het bovenstroomse Eufraatdal waar ook de stad van Nahor lag (Genesis 24:10). In Richteren 3:10 heet hij "den koning van Syrie", omdat Aram de naam is voor zowel Syrië als dat noordelijke gebied. Wie hij historisch was, is onbekend. De tweede naam wordt vaak uitgelegd als dubbele boosheid, mogelijk een spotnaam. Omdat Othniël uit het zuiden van Juda kwam, menen sommige uitleggers dat eigenlijk Edom bedoeld is; de tekst geeft daarvoor geen aanwijzing. Na de overwinning was het land veertig jaar stil (Richteren 3:11). Veertig is in Richteren een vaak terugkerend getal (Richteren 5:31; 8:28) en kan ook een ronde maat voor een generatie zijn.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Moedig: hij nam de uitdaging van Kaleb aan en veroverde Kirjath-Sefer (Jozua 15:17)
  • Door God geroepen en toegerust: de Geest des HEEREN was over hem (Richteren 3:10)
  • Een richter in de volle zin: hij richtte Israël en trok uit ten strijde (Richteren 3:10)
  • Hij gaf het volk een generatie rust; de tekst noemt van hem geen afval of misstap (Richteren 3:11)

Theologische betekenis

De geschiedenis van Othniël is het eerste uitgewerkte voorbeeld van wat Richteren 2:11-19 in algemene woorden zegt. Israël doet kwaad, de toorn des HEEREN ontsteekt, het volk wordt verkocht in de hand van een vijand, het roept, en de HEERE verwekt een verlosser. Richteren 2:18 zegt het zo: "zo was de HEERE met den richter, en verloste hen uit de hand hunner vijanden, al de dagen des richters". Bij Othniël ziet de lezer dat patroon één keer helder, voordat het in de volgende hoofdstukken steeds verder verbrokkelt. Opvallend is wie in deze verzen handelt. De HEERE verkoopt Israël, de HEERE verwekt de verlosser, de Geest des HEEREN is over hem en de HEERE geeft de vijand in zijn hand (Richteren 3:8-10). Othniël zelf zegt geen woord. Het verhaal gaat over Gods tucht en Gods ontferming, en Othniël is het middel. Nehemia 9:27 vat de hele richterentijd later samen met dezelfde gedachte: God heeft "verlossers gegeven, die hen uit de hand hunner benauwers verlosten". Othniël is de eerste in Richteren over wie staat dat de Geest des HEEREN over hem was. Daarna komt dat terug bij Gideon (Richteren 6:34), Jefta (Richteren 11:29) en Simson (Richteren 14:6). De Geest gaf hun kracht en leiding voor een bepaalde taak. Dat wijst vooruit naar de beloofde Koning op Wie de Geest des HEEREN zal rusten (Jesaja 11:2), niet voor een tijd maar blijvend. Ook de plaats van Othniël in het boek heeft betekenis. Hij komt uit Juda, de stam die volgens Richteren 1:2 als eerste mocht optrekken. Hij is verbonden met Kaleb, de man van het volhardend geloof. Het boek begint dus bij een richter van wie geen misstap verteld wordt, en eindigt met de klacht dat "een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen" (Richteren 17:6). Die neergang van Othniël naar Simson en verder laat zien dat zelfs goede richters het hart van het volk niet blijvend konden veranderen. De rust na Othniël eindigde met zijn dood. Zo houdt zijn geschiedenis de verwachting open van een Verlosser wiens werk niet ophoudt wanneer Hij sterft. Hebreeën 11 noemt Othniël niet bij name, maar de woorden over hen die "door het geloof koninkrijken hebben overwonnen" (Hebreeën 11:33) passen ook op hem.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Otniël (עָתְנִיאֵל, Hebreeuws)

Betekenis

Betekenis onzeker; mogelijk kracht van God

Betekenis van de naam Othniël: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Kalebs belofte voor Kirjath-Sefer

Bij de verovering van zijn erfdeel rond Hebron belooft Kaleb zijn dochter Achsa tot vrouw aan wie Kirjath-Sefer inneemt.

Jozua 15:15-16

2

Othniël neemt Debir in

Othniël, de zoon van Kenaz, neemt de stad in. Kaleb geeft hem Achsa tot vrouw. Richteren 1:11-13 vertelt hetzelfde nog eens.

Jozua 15:17

3

Achsa en de waterwellingen

Achsa vraagt haar vader om een zegen voor het dorre land dat zij gekregen heeft. Kaleb geeft haar hoge en lage waterwellingen.

Jozua 15:18-19

4

Acht jaar onder Cuschan Rischataim

Israël vergeet de HEERE en dient de Baals. De HEERE verkoopt het volk in de hand van Cuschan Rischataim, de koning van Mesopotamië, en Israël dient hem acht jaar.

Richteren 3:7-8

5

Verwekt als verlosser

De kinderen Israëls roepen tot de HEERE, en Hij verwekt hun een verlosser: Othniël, de zoon van Kenaz.

Richteren 3:9

6

De Geest des HEEREN over hem

De Geest des HEEREN is over Othniël. Hij richt Israël, trekt ten strijde, en de HEERE geeft Cuschan Rischataim in zijn hand.

Richteren 3:10

7

Veertig jaar rust en zijn dood

Het land is veertig jaar stil, en Othniël sterft.

Richteren 3:11

8

Zijn nageslacht onder David

In de legerindeling van koning David voert Heldai, de Nethofathiet, "van Othniel", de twaalfde afdeling aan.

1 Kronieken 27:15

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Othniël beter te begrijpen.

Jozua 15:16

“En Kaleb zeide: Wie Kirjath-Sefer zal slaan, en nemen haar in, dien zal ik ook mijn dochter Achsa tot een vrouw geven.”

Kalebs belofte bij de verovering van zijn erfdeel. Zo komt Othniël voor het eerst in beeld.

Jozua 15:17

“Othniel nu, de zoon van Kenaz, den broeder van Kaleb, nam haar in; en hij gaf hem Achsa, zijn dochter, tot een vrouw.”

De eerste vermelding van Othniël, met de Statenvertaling-spelling Othniel. Zijn moed bij Debir gaat vooraf aan zijn roeping als richter.

Richteren 1:13

“Toen nam Othniel haar in, de zoon van Kenaz, broeder van Kaleb, die jonger was dan hij; en Kaleb gaf hem Achsa, zijn dochter, tot een vrouw.”

Dezelfde gebeurtenis aan het begin van Richteren, met de toevoeging "die jonger was dan hij". Of dat op Othniël of op Kenaz slaat, laat de zin open.

Richteren 3:8

“Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel; en Hij verkocht hen in de hand van Cuschan Rischataim, koning van Mesopotamie; en de kinderen Israels dienden Cuschan Rischataim acht jaren.”

De onderdrukking is geen toeval maar tucht van de HEERE om de afgoderij van het volk (Richteren 3:7).

Richteren 3:9

“Zo riepen de kinderen Israels tot den HEERE; en de HEERE verwekte de kinderen Israels een verlosser, die hen verloste, Othniel, zoon van Kenaz, broeder van Kaleb, die jonger was dan hij.”

Het roepen van het volk en het verwekken van een verlosser: de kern van het patroon van Richteren.

Richteren 3:10

“En de Geest des HEEREN was over hem, en hij richtte Israel, en toog uit ten strijde; en de HEERE gaf Cuschan Rischataim, den koning van Syrie, in zijn hand, dat zijn hand sterk werd over Cuschan Rischataim.”

Voor het eerst in Richteren staat dat de Geest des HEEREN over een richter was. De overwinning wordt toegeschreven aan de HEERE.

Richteren 3:11

“Toen was het land veertig jaren stil, en Othniel, de zoon van Kenaz, stierf.”

Veertig jaar rust, gevolgd door de dood van de richter. Direct daarna valt Israël terug (Richteren 3:12).

1 Kronieken 4:13

“En de kinderen van Kenaz waren Othniel en Seraja; en de kinderen van Othniel, Hathath.”

In de geslachtslijst van Juda staat Othniël als zoon van Kenaz, met een broer Seraja en een zoon Hathath.

Tijdperiode

~1350 v.Chr.

Othniël leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Het verhaal van Othniël begint niet bij hem maar bij een volk dat God vergat. Binnen één generatie na Jozua diende Israël de Baals. Dat is een nuchtere waarschuwing voor ons: geloof erft niet vanzelf over. Wat de ene generatie van God gezien heeft, moet de volgende opnieuw leren kennen, in het gezin, in de gemeente en in het onderwijs. Tegelijk laat deze geschiedenis zien hoe de HEERE omgaat met een volk dat ontrouw is. Hij strafte, maar toen Israël riep, verwekte Hij een verlosser. Wij mogen ook tot God roepen in nood die wij zelf hebben veroorzaakt. Zijn ontferming is groter dan onze ontrouw. De kracht van Othniël lag niet in hemzelf. In Richteren 3:10 staat: "de Geest des HEEREN was over hem", en de HEERE gaf de vijand in zijn hand. Wat God van ons vraagt, kunnen wij evenmin in eigen kracht doen. Voor elke taak in Gods dienst, hoe klein of groot ook, zijn wij afhankelijk van de Heilige Geest. Ten slotte is er de weg die Othniël ging. Hij was al moedig toen het nog om één stad ging, lang voordat hij richter werd. Trouw in een kleine opdracht gaat vaak vooraf aan een grotere roeping. En zelfs de beste richter stierf, waarna het volk terugviel. Daarom verwachten wij blijvende verlossing niet van mensen, maar van de Here Jezus Christus.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Othniël

Wie was Othniël in de Bijbel?
Othniël was de eerste richter van Israël, een zoon van Kenaz uit de familie van Kaleb in de stam Juda. Bij de verovering van Kanaän nam hij de stad Kirjath-Sefer (Debir) in en kreeg hij Achsa, de dochter van Kaleb, tot vrouw (Jozua 15:17). Later, toen Israël acht jaar onder Cuschan Rischataim had gezucht, verwekte de HEERE hem als verlosser. De Geest des HEEREN was over hem, hij versloeg de vijand, en het land had veertig jaar rust (Richteren 3:9-11).
Wat betekent de naam Othniël?
De betekenis van de naam Othniël is niet zeker. De naam eindigt op -el, het Hebreeuwse woord voor God. Het eerste deel wordt vaak in verband gebracht met kracht, zodat men de naam uitlegt als kracht van God, maar die verklaring is niet vastgesteld. De Bijbel zelf legt de naam niet uit. Wat wel vaststaat, is dat zijn kracht in het verhaal van God kwam: "En de Geest des HEEREN was over hem" (Richteren 3:10).
Waar staat Othniël in de Bijbel?
Othniël staat in Jozua 15:15-19, waar hij Kirjath-Sefer inneemt en met Achsa trouwt. Hetzelfde verhaal staat in Richteren 1:11-15. Zijn optreden als richter staat in Richteren 3:7-11. Verder noemt 1 Kronieken 4:13 hem in de geslachtslijst van Juda, en 1 Kronieken 27:15 noemt Heldai, de Nethofathiet, "van Othniel", als aanvoerder van de twaalfde legerafdeling van David. In het Nieuwe Testament komt hij niet bij name voor.
Hoe schrijft u Othniël?
Op deze site schrijven wij Othniël, met een trema op de e. De Statenvertaling schrijft de naam zonder trema: "Othniel, de zoon van Kenaz, stierf" (Richteren 3:11). Daarnaast komt ook de spelling Otniël voor, dichter bij de Hebreeuwse uitspraak. Het gaat in alle gevallen om dezelfde persoon: de zoon van Kenaz, de schoonzoon van Kaleb en de eerste richter van Israël.
Was Othniël de broer of de neef van Kaleb?
Dat is niet zeker. Richteren 1:13 noemt hem "de zoon van Kenaz, broeder van Kaleb, die jonger was dan hij". De zin kan betekenen dat Othniël de jongere broer van Kaleb was, of dat Kenaz de jongere broer van Kaleb was, zodat Othniël zijn neef was. Kaleb heet elders "de zoon van Jefunne" (Jozua 14:6), wat de tweede lezing voor veel uitleggers waarschijnlijker maakt, al is een halfbroer niet uitgesloten. Omdat Kaleb ook "de Keneziet" heet (Jozua 14:6), kan "zoon van Kenaz" ook betekenen dat Othniël tot het geslacht van Kenaz behoorde. Zeker is dat Othniël door zijn huwelijk met Achsa de schoonzoon van Kaleb werd.
Wie was Achsa, de vrouw van Othniël?
Achsa was de dochter van Kaleb. Kaleb beloofde haar tot vrouw aan wie Kirjath-Sefer zou innemen, en Othniël won haar zo (Jozua 15:16-17). Toen zij tot hem kwam, "porde zij hem aan, om een veld van haar vader te begeren" (Jozua 15:18). Zelf vroeg zij Kaleb: "Geef mij een zegen; dewijl gij mij een dor land gegeven hebt, geef mij ook waterwellingen." Kaleb gaf haar hoge en lage waterwellingen (Jozua 15:19). Het verhaal staat ook in Richteren 1:12-15.
Wie was Cuschan Rischataim?
Cuschan Rischataim was de koning die Israël acht jaar overheerste voordat Othniël het volk verloste (Richteren 3:8). De Statenvertaling noemt hem "koning van Mesopotamie" en in het volgende vers "den koning van Syrie" (Richteren 3:10). In het Hebreeuws gaat het om Aram, het gebied tussen de rivieren in het noorden. Buiten de Bijbel is hij niet bekend. De tweede naam wordt vaak uitgelegd als dubbele boosheid, mogelijk een spotnaam. Sommige uitleggers denken aan een vorst uit Edom, maar dat is een gissing.
Waarom was Othniël de eerste richter?
Othniël is de eerste richter die het boek Richteren bij name noemt en van wie het een verhaal vertelt (Richteren 3:9-11). Na de dood van Jozua en zijn generatie viel Israël af, en de HEERE gaf het volk in de hand van Cuschan Rischataim. Toen Israël riep, verwekte God Othniël. In zijn korte geschiedenis staat het patroon dat het hele boek bepaalt: afval, onderdrukking, roepen, redding en rust. Daarna volgen Ehud, Samgar, Debora en de andere richters.
Wat betekent "de Geest des HEEREN was over hem"?
In Richteren 3:10 staat: "En de Geest des HEEREN was over hem, en hij richtte Israel, en toog uit ten strijde". Het betekent dat God Othniël toerustte met kracht en leiding voor de taak die Hij hem gaf. Othniël is de eerste richter over wie dit gezegd wordt; het komt later terug bij Gideon (Richteren 6:34), Jefta (Richteren 11:29) en Simson (Richteren 14:6). De overwinning was daarom niet zijn eigen verdienste: de HEERE gaf de vijand in zijn hand.
Hoe lang was er rust na Othniël?
Na de overwinning van Othniël was het land veertig jaar stil (Richteren 3:11). Dezelfde periode wordt later genoemd na Debora en Barak (Richteren 5:31) en na Gideon (Richteren 8:28); na Ehud was het tachtig jaar. Veertig kan een exacte tijd zijn, maar ook een ronde maat voor een generatie. De tekst zegt niet hoe lang Othniël zelf richter was. Na zijn dood deed Israël opnieuw wat kwaad was (Richteren 3:12).
Staat Othniël in Hebreeën 11?
Nee. Hebreeën 11:32 noemt uit de richterentijd Gideon, Barak, Samson (Simson) en Jeftha (Jefta), maar Othniël niet bij name. De schrijver zegt daar zelf dat de tijd hem zou ontbreken om alles te verhalen. Wat Hebreeën 11:33 zegt over hen die "door het geloof koninkrijken hebben overwonnen", past wel bij Othniël, die door de kracht van de HEERE de koning van Mesopotamië versloeg.
Wat kunnen wij leren van Othniël?
Othniël leert ons dat God zijn volk niet loslaat. Toen Israël Hem vergeten had en in nood tot Hem riep, verwekte Hij een verlosser. De kracht van Othniël lag niet in hemzelf: de Geest des HEEREN was over hem (Richteren 3:10). Zijn moed bij Debir ging vooraf aan zijn roeping: wie in een kleine opdracht trouw is, kan door God voor een grotere gebruikt worden. En omdat de rust eindigde met zijn dood, verwachten wij blijvende verlossing niet van mensen maar van Christus.

Stel een vraag over Othniël

Wilt u meer weten over Othniël? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Othniël

Verdiep u verder