Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1100 v.Chr.

Hanna in de Bijbel

Channa (חַנָּה, Hebreeuws) - “Genade, gunst”

Wie was Hanna?

Hanna was de vrouw van Elkana en de moeder van de profeet Samuël. Jarenlang bleef zij kinderloos en werd zij door haar medevrouw Peninna getergd. In het heiligdom te Silo bad zij om een zoon en beloofde hem aan de HEERE te geven. Haar lofzang staat in 1 Samuël 2:1-10.

Hanna komt in de Bijbel voor in de eerste twee hoofdstukken van 1 Samuël. Het boek dat over Saul en David gaat, begint niet bij een koning of een slagveld, maar bij een vrouw die huilt omdat zij geen kinderen heeft. Het verhaal opent met een gezin dat elk jaar naar Silo trekt om te offeren. Elkana had twee vrouwen: "Peninna nu had kinderen, maar Hanna had geen kinderen" (1 Samuël 1:2). Elkana hield veel van Hanna, maar Peninna, die de Statenvertaling "haar tegenpartijdige" noemt, tergde haar jaar op jaar. Op een van die reizen stond Hanna op na de maaltijd en bad in het heiligdom. Zij deed een gelofte: als de HEERE haar een zoon gaf, zou zij hem aan Hem geven al de dagen van zijn leven. De priester Eli zag alleen haar lippen bewegen en dacht dat zij dronken was. Haar antwoord zegt veel over wat bidden is: "ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN" (1 Samuël 1:15). Eli zegende haar, en zij ging heen met een ander gezicht. Zij kreeg een zoon, noemde hem Samuël en bracht hem, toen hij gespeend was, naar Silo om daar de HEERE te dienen. Daarop volgt haar lofzang (1 Samuël 2:1-10), die veel uitleggers naast de lofzang van Maria in Lukas 1 leggen. Daarna lezen wij nog dat zij Samuël elk jaar een kleine rok bracht en dat God haar nog vijf kinderen gaf (1 Samuël 2:19-21). Hanna is niet te verwarren met de profetes Anna in de tempel van Jeruzalem (Lukas 2:36-38). Beide namen gaan terug op hetzelfde Hebreeuwse woord, maar tussen de twee vrouwen ligt ruim duizend jaar.

Historische context

Hanna leefde aan het einde van de richterentijd, waarschijnlijk rond 1100 voor Christus; nauwkeuriger dateren is niet mogelijk. Het boek Richteren sluit af met de zin: "In die dagen was er geen koning in Israel; een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen" (Richteren 21:25). Er was geen centraal gezag, en de Filistijnen waren de grote dreiging. In die tijd speelt 1 Samuël 1. Het gezin woonde in Ramathaim-Zofim, verderop kortweg Rama genoemd (1 Samuël 1:19), in het gebergte van Efraïm. Elkana heet in 1 Samuël 1:1 "een Efrathiet". Dat woord kan een Efraïmiet aanduiden, zo heet Jerobeam in 1 Koningen 11:26, maar ook iemand uit de streek van Bethlehem (vergelijk Ruth 1:2; 1 Samuël 17:12); hier ligt het eerste het meest voor de hand. Het geslachtsregister in 1 Kronieken 6:33-34 rekent Elkana en Samuël tot de Levieten, bij de Kahathieten. Veel uitleggers verklaren dat zo: een Levitische familie die in het gebied van Efraïm woonde. Silo was in die tijd het heiligdom van Israël. Na de verovering van het land was daar de tent der samenkomst opgericht (Jozua 18:1), en in de dagen van Hanna dienden er Eli en zijn zonen Hofni en Pinehas (1 Samuël 1:3). Gezinnen trokken er jaarlijks heen om te offeren. Welk feest bedoeld is met "het jaarlijkse offer" (1 Samuël 1:21), zegt de tekst niet. Het ging waarschijnlijk om een dankoffer, waarvan het gezin samen at; Elkana verdeelde de stukken, en aan Hanna gaf hij "een aanzienlijk deel" (1 Samuël 1:5). Dat Elkana twee vrouwen had, beschrijft de Bijbel zonder het goed te keuren. Net als bij Sara en Hagar en bij Rachel en Lea leidt het tot rivaliteit en verdriet. Kinderloosheid gold in het oude Israël als een zware last; een vrouw zonder kinderen had weinig aanzien en geen zekerheid voor later. De tekst zegt het nuchter: "de HEERE had haar baarmoeder toegesloten" (1 Samuël 1:5). Twee gebruiken vragen om uitleg. Een gelofte van een getrouwde vrouw kon volgens Numeri 30:10-15 door haar man ongedaan worden gemaakt; Elkana deed dat niet, maar zei: "de HEERE bevestige naar Zijn woord!" (1 Samuël 1:23). En kinderen werden in het oude Oosten waarschijnlijk vaak pas na twee à drie jaar gespeend. De Bijbel noemt geen leeftijd voor Samuël, alleen dat "het jongsken was zeer jong" (1 Samuël 1:24). Een tempel in de latere zin was er nog niet; de Statenvertaling spreekt wel van "den tempel des HEEREN" (1 Samuël 1:9), wat mogelijk wijst op vaste gebouwen rond de tent (vergelijk de deuren in 1 Samuël 3:15).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Biddend: zij brengt haar verdriet bij de HEERE en niet terug naar Peninna (1 Samuël 1:10)
  • Eerlijk en bescheiden tegenover Eli, ook als hij haar ten onrechte beschuldigt (1 Samuël 1:15-16)
  • Trouw aan haar woord: zij geeft de zoon om wie zij gebeden heeft aan de HEERE (1 Samuël 1:27-28)
  • Dankbaar en op God gericht: haar lofzang gaat over Hem, niet over haarzelf (1 Samuël 2:1-2)
  • Blijvend betrokken als moeder: zij maakt Samuël elk jaar een kleine rok (1 Samuël 2:19)

Theologische betekenis

Het verhaal van Hanna begint met een zin die alle verdere uitleg stuurt: "de HEERE had haar baarmoeder toegesloten" (1 Samuël 1:5). Kinderloosheid wordt hier niet aan toeval of schuld toegeschreven, maar in de hand van God gelegd. Dezelfde God gedenkt later aan haar (1 Samuël 1:19). Daarmee staat Hanna in een lijn van onvruchtbare vrouwen door wie God Zijn werk voortzet: Sara (Genesis 21:1-2), Rebekka (Genesis 25:21), Rachel (Genesis 30:22), de moeder van Simson (Richteren 13:2) en later Elisabeth (Lukas 1:7). Telkens komt het beslissende kind niet uit menselijke kracht voort, maar uit Gods ingrijpen. Haar gebed is daarbij een voorbeeld van wat bidden in de Schrift is: zij noemt haar ellende, vraagt concreet, en legt zich vast aan wat zij teruggeeft. Haar woorden "ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN" (1 Samuël 1:15) laten zien dat gebed niet hoeft te klinken om gehoord te worden. De lofzang van 1 Samuël 2:1-10 trekt de lijn breder dan haar eigen gezin. Hanna bezingt de God die omkeert: "De HEERE maakt arm en maakt rijk; Hij vernedert, ook verhoogt Hij" (1 Samuël 2:7). De onvruchtbare baart, de verzadigden lijden honger, de geringe wordt uit het stof opgericht. Haar persoonlijke verhoring wordt zo een venster op de manier waarop God in de geschiedenis werkt. Het lied eindigt met de woorden dat de HEERE "zal Zijn Koning sterkte geven, en den hoorn Zijns Gezalfden verhogen" (1 Samuël 2:10). Veel uitleggers wijzen erop dat hier voor het eerst een koning Gods gezalfde wordt genoemd, terwijl Israël nog geen koning had. Het vervolg van het boek vertelt hoe haar zoon Saul (1 Samuël 10:1) en David (1 Samuël 16:13) zalft. De kerk heeft in die woorden van oudsher ook een vooruitwijzing gelezen naar de Messias, de Gezalfde bij uitstek. Dan de verhouding tot de lofzang van Maria. Beide vrouwen danken voor een kind dat God gaf, beide spreken over de verhoging van de nederigen en de vernedering van de machtigen (Lukas 1:52-53), en beide noemen zich dienstmaagd (1 Samuël 1:11; Lukas 1:38, 48). Ook Psalm 113:7-9 bezingt dezelfde God, die "de onvruchtbare doet wonen met een huisgezin". Of Maria bewust aan het lied van Hanna dacht, zegt Lukas niet. Wel is duidelijk dat beide liederen uit dezelfde Schrift leven en dezelfde God prijzen.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Channa (חַנָּה, Hebreeuws)

Betekenis

Genade, gunst

Betekenis van de naam Hanna: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Kinderloos en getergd

Elkana heeft twee vrouwen. Peninna heeft zonen en dochters, Hanna geen kinderen. Bij de jaarlijkse reis naar Silo tergt Peninna haar zo, dat Hanna weent en niet eet. Elkana vraagt: Ben ik u niet beter dan tien zonen?

1 Samuël 1:1-8

2

Het gebed en de gelofte

Na de maaltijd bidt Hanna bitter bedroefd tot de HEERE. Zij belooft dat zij een zoon aan Hem zal geven al de dagen van zijn leven, en dat er geen scheermes op zijn hoofd zal komen.

1 Samuël 1:9-11

3

Door Eli voor dronken gehouden

Hanna bidt in haar hart; alleen haar lippen bewegen. Eli denkt dat zij dronken is. Zij legt uit dat zij haar ziel uitgiet voor de HEERE, en Eli zendt haar heen in vrede. Haar gezicht staat niet langer bedroefd.

1 Samuël 1:12-18

4

De geboorte van Samuël

Terug in Rama gedenkt de HEERE aan Hanna. Zij baart een zoon en noemt hem Samuël, omdat zij hem van de HEERE gebeden heeft.

1 Samuël 1:19-20

5

Thuis tot het spenen

Hanna gaat het volgende jaar niet mee naar Silo. Zij wil de jongen pas brengen als hij gespeend is. Elkana stemt in en bevestigt daarmee haar gelofte.

1 Samuël 1:21-23

6

Samuël aan de HEERE gegeven

Met drie varren, meel en wijn brengt Hanna de jonge Samuël naar Silo. Zij herinnert Eli aan haar gebed en zegt dat zij de jongen aan de HEERE heeft overgegeven al de dagen die hij leven zal.

1 Samuël 1:24-28

7

De lofzang van Hanna

Hanna bidt een lied waarin zij de HEERE prijst als de Heilige die vernedert en verhoogt, de geringe uit het stof opricht en Zijn Gezalfde sterkte zal geven.

1 Samuël 2:1-10

8

Een kleine rok en nog vijf kinderen

Elk jaar maakt Hanna voor Samuël een kleine rok en brengt die mee naar Silo. Eli zegent Elkana en Hanna, en de HEERE geeft haar nog drie zonen en twee dochters.

1 Samuël 2:18-21

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Hanna beter te begrijpen.

1 Samuël 1:10

“Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer.”

Het begin van Hanna’s gebed in Silo. Haar verdriet wordt niet verzwegen, maar gaat in gebed naar God.

1 Samuël 1:11

“En zij beloofde een gelofte, en zeide: HEERE der heirscharen, zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet, en mijner gedenkt, en Uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.”

De gelofte van Hanna. Het scheermes doet denken aan de nazireeërsgelofte uit Numeri 6:5, al gebruikt de tekst dat woord hier niet.

1 Samuël 1:15

“Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN.”

Hanna’s rustige antwoord op Eli’s verwijt. Zij beschrijft gebed als het uitgieten van de ziel voor God.

1 Samuël 1:20

“En het geschiedde, na verloop van dagen, dat Hanna bevrucht werd, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Samuel: Want, zeide zij, ik heb hem van de HEERE gebeden.”

De geboorte en de naamgeving. Hanna verbindt de naam van haar zoon met haar verhoorde gebed.

1 Samuël 1:27-28

“Ik bad om deze jongeling, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb. Daarom heb ik hem ook den HEERE overgegeven al de dagen, die hij wezen zal; hij is van den HEERE gebeden. En hij bad aldaar den HEERE aan.”

Bij Eli in Silo houdt Hanna haar woord. Wat zij gebeden heeft, geeft zij terug aan God.

1 Samuël 2:1

“Toen bad Hanna en zeide: Mijn hart springt van vreugde op in den HEERE; mijn hoorn is verhoogd in den HEERE; mijn mond is wijd opengedaan over mijn vijanden; want ik verheug mij in Uw heil.”

Het begin van de lofzang. De Schrift noemt haar lied een gebed; de hoorn staat voor kracht en eer.

1 Samuël 2:2

“Er is niemand heilig, gelijk de HEERE; want er is niemand dan Gij, en er is geen rotssteen, gelijk onze God!”

Het hart van de lofzang: niet het kind staat centraal, maar de unieke heiligheid van God.

1 Samuël 2:8

“Hij verheft den geringe uit het stof, en den nooddruftige verhoogt Hij uit den drek, om te doen zitten bij de vorsten, dat Hij hen den stoel der ere doe beerven; want de grondvesten des aardrijks zijn des HEEREN, en Hij heeft de wereld daarop gezet.”

De omkering die Hanna bezingt, met bijna dezelfde woorden terug in Psalm 113:7-8.

1 Samuël 2:10

“Die met den HEERE twisten, zullen verpletterd worden; Hij zal in den hemel over hen donderen; de HEERE zal de einden der aarde richten, en zal Zijn Koning sterkte geven, en den hoorn Zijns Gezalfden verhogen.”

Het slot van de lofzang spreekt over Gods Koning en Gezalfde, terwijl Israël nog geen koning had.

Tijdperiode

~1100 v.Chr.

Hanna leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Hanna laat zien waar wij met ons verdriet heen mogen. Zij werd jaar op jaar gekwetst, maar zij sloeg niet terug naar Peninna. Zij bracht het naar de HEERE, en toen haar woorden op waren, bewogen alleen nog haar lippen. God hoort ook het gebed dat geen klank meer heeft. Wie lang op een antwoord wacht, mag weten dat tranen in Gods aanwezigheid geen gebrek aan geloof zijn. Eli oordeelde snel en verkeerd. Hanna antwoordde zonder bitterheid en legde uit wat er in haar omging. Dat is een les voor wie geestelijk leiding geeft, en ook voor ons allen: wie verdriet heeft, ziet er van buiten niet altijd uit zoals wij verwachten. Hanna kreeg de zoon om wie zij gebeden had, en gaf hem terug. Zij bleef hem wel elk jaar een kleine rok brengen; teruggeven betekende niet ophouden met liefhebben. Voor ons betekent dat: wat wij van God ontvangen, of het nu kinderen, gaven of tijd zijn, houden wij niet krampachtig vast. Het is van Hem en mag Hem dienen. In haar lofzang dankte Hanna niet eerst voor wat zij zelf gekregen had, maar voor Wie God is: "Er is niemand heilig, gelijk de HEERE". Dat geeft houvast voor wie het eigen gebed nog niet verhoord ziet. Haar lied rust uiteindelijk niet op haar eigen geschiedenis, maar op de God die de geringe uit het stof opricht.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Hanna

Wie was Hanna in de Bijbel?
Hanna was de vrouw van Elkana uit Ramathaim-Zofim en de moeder van de profeet Samuël. Zij leefde aan het einde van de richterentijd, waarschijnlijk rond 1100 voor Christus. Jarenlang bleef zij kinderloos en werd zij getergd door Peninna, de andere vrouw van Elkana. In het heiligdom te Silo bad zij om een zoon en beloofde hem aan de HEERE te geven. Na de geboorte van Samuël hield zij haar woord en bracht hem naar Silo. Haar lofzang staat in 1 Samuël 2:1-10.
Wat betekent de naam Hanna?
Hanna komt van het Hebreeuwse Channa, afgeleid van een stam die genadig zijn betekent. De naam wordt daarom weergegeven als genade of gunst. Dezelfde stam zit in de naam Johannes, wat de HEERE is genadig betekent. Anna is de Griekse vorm van dezelfde naam, en daarvan komen ook Anne en Hannah. De Statenvertaling schrijft in 1 Samuël Hanna.
Waar staat Hanna in de Bijbel?
Het verhaal van Hanna staat in 1 Samuël 1 en 2. Hoofdstuk 1 vertelt over haar kinderloosheid, haar gebed en gelofte in Silo, de geboorte van Samuël en de dag waarop zij hem naar Eli bracht. In 1 Samuël 2:1-10 staat haar lofzang, en in 1 Samuël 2:18-21 lezen wij dat zij Samuël elk jaar een kleine rok bracht en daarna nog vijf kinderen kreeg. Verder in de Bijbel komt zij niet meer voor.
Wat is het gebed van Hanna?
Met het gebed van Hanna kunnen twee teksten bedoeld zijn. Het eerste is haar stille gebed in Silo, waarin zij om een zoon vraagt en belooft hem aan de HEERE te geven: "zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet" (1 Samuël 1:11). Zij bad in haar hart, zodat Eli haar voor dronken hield. Het tweede is haar lofzang na de geboorte van Samuël, die begint met "Toen bad Hanna en zeide" (1 Samuël 2:1).
Waarom hield Eli Hanna voor dronken?
Omdat hij haar lippen zag bewegen zonder dat er geluid kwam: "Want Hanna sprak in haar hart; alleenlijk roerden zich haar lippen, maar haar stem werd niet gehoord" (1 Samuël 1:13). Hardop bidden was waarschijnlijk gebruikelijk, en Eli trok een overhaaste conclusie. Hanna antwoordde rustig dat zij geen wijn had gedronken, maar haar ziel had uitgegoten voor de HEERE. Toen zegende Eli haar en zei dat God haar bede zou geven.
Wie was Elkana, de man van Hanna?
Elkana was een man uit Ramathaim-Zofim in het gebergte van Efraïm, met een geslachtsregister tot Zuf (1 Samuël 1:1). 1 Kronieken 6 rekent hem tot de Levieten. Hij had twee vrouwen, Hanna en Peninna, en trok elk jaar naar Silo om te offeren. Hij had Hanna lief en gaf haar een aanzienlijk deel van het offermaal. Toen zij huilde, vroeg hij: "Ben ik u niet beter dan tien zonen?" (1 Samuël 1:8). Later stemde hij in met haar gelofte.
Wie was Peninna in de Bijbel?
Peninna was de andere vrouw van Elkana. Zij had zonen en dochters, terwijl Hanna kinderloos bleef (1 Samuël 1:2-4). De Statenvertaling noemt haar Hanna’s "tegenpartijdige", die haar elk jaar bij de reis naar Silo tergde, "om haar te vergrimmen" (1 Samuël 1:6). Na hoofdstuk 1 noemt de Bijbel haar niet meer. Sommige uitleggers horen in de lofzang, waar "die vele kinderen had, krachteloos is geworden" (1 Samuël 2:5), een toespeling op haar, maar de tekst noemt geen naam.
Waarom bracht Hanna Samuël naar Silo?
Omdat zij dat in haar gebed beloofd had: als God haar een zoon gaf, zou zij hem aan de HEERE geven al de dagen van zijn leven (1 Samuël 1:11). Zij wachtte tot hij gespeend was en bracht hem toen met offers bij Eli in het heiligdom te Silo. Daar zei zij: "Ik bad om deze jongeling, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven" (1 Samuël 1:27). Hoe oud Samuël was, zegt de Bijbel niet; alleen dat hij zeer jong was.
Wat is de lofzang van Hanna?
De lofzang van Hanna is het lied in 1 Samuël 2:1-10, dat zij bad nadat zij Samuël naar Silo had gebracht. Het begint met: "Mijn hart springt van vreugde op in den HEERE". Hanna prijst God als de Heilige en als een rots, en bezingt hoe Hij omkeert wat mensen voor vast houden: "De HEERE maakt arm en maakt rijk; Hij vernedert, ook verhoogt Hij" (1 Samuël 2:7). Het lied eindigt met Gods Koning en Gezalfde.
Wat is het verband tussen de lofzang van Hanna en de lofzang van Maria?
Beide vrouwen danken God voor een zoon die Hij gaf, en beide liederen bezingen dezelfde omkering. Hanna zingt dat God de geringe uit het stof verheft (1 Samuël 2:8); Maria dat Hij "machtigen van de tronen afgetrokken, en nederigen heeft Hij verhoogd" (Lukas 1:52). Beide noemen zich dienstmaagd. Veel uitleggers lezen de twee liederen daarom naast elkaar. Of Maria bewust aan Hanna dacht, zegt Lukas niet; zeker is dat beide liederen uit dezelfde Schrift leven.
Is Hanna dezelfde als de profetes Anna?
Nee. Hanna is de moeder van Samuël uit 1 Samuël 1 en 2, rond 1100 voor Christus. Anna is de oude profetes, "een dochter van Fanuel, uit den stam van Aser", die het kind Jezus in de tempel zag (Lukas 2:36). Anna is de Griekse vorm van dezelfde Hebreeuwse naam. Ook de Anna die volgens een latere, niet-bijbelse overlevering de moeder van Maria was, is een andere persoon; de Bijbel noemt de ouders van Maria niet uitdrukkelijk.
Wat kunnen wij leren van Hanna?
Dat wij met ons verdriet naar God mogen gaan, ook als er geen woorden meer zijn; Hanna stortte haar ziel uit voor de HEERE. Dat wij voorzichtig moeten zijn met oordelen, zoals Eli te snel deed. Dat wat wij van God ontvangen niet ons bezit is om vast te houden: Hanna gaf haar zoon terug en bleef hem liefhebben. En dat lofprijzing rust op wie God is: "Er is niemand heilig, gelijk de HEERE" (1 Samuël 2:2).

Stel een vraag over Hanna

Wilt u meer weten over Hanna? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Hanna

Bijbelverhalen rond Hanna

Verdiep u verder