Barak in de Bijbel
Barak (בָּרָק, Hebreeuws) - “Bliksem”
Wie was Barak?
Barak was de zoon van Abinoam uit Kedes in Naftali en leidde Israël in de strijd tegen Sisera, de krijgsoverste van koning Jabin. Hij trok alleen op als de profetes Debora meeging (Richteren 4:8). De HEERE gaf de overwinning aan de beek Kison, en Hebreeën 11:32 noemt hem onder de geloofsgetuigen.
Barak staat vooral in Richteren 4 en 5, het verhaal van de bevrijding van Israël uit de hand van Jabin, de koning van Kanaän. Buiten die twee hoofdstukken noemt de Bijbel hem bij name alleen in Hebreeën 11:32. De Statenvertaling schrijft zijn naam gewoon als Barak, en noemt hem meermalen "de zoon van Abinoam" (Richteren 4:6; Richteren 4:12; Richteren 5:1; Richteren 5:12). Wie Barak zegt, zegt ook Debora. Zij was profetes en richtte Israël, en zij riep hem op met een vraag die tegelijk een bevel was: "Heeft de HEERE, de God Israels, niet geboden: Ga heen en trek op den berg Thabor" (Richteren 4:6). Barak moest tienduizend man uit Naftali en Zebulon meenemen, en de HEERE beloofde Sisera met zijn wagens naar de beek Kison te trekken en in zijn hand te geven. Baraks antwoord is het bekendste moment van zijn leven: "Indien gij met mij trekken zult, zo zal ik heen trekken; maar indien gij niet met mij zult trekken, zo zal ik niet trekken" (Richteren 4:8). Debora ging mee, maar zei dat de eer niet de zijne zou zijn, "want de HEERE zal Sisera verkopen in de hand ener vrouw" (Richteren 4:9). Die vrouw bleek niet Debora te zijn, maar Jaël, de vrouw van Heber de Keniet. Op het woord van Debora trok Barak van de Tabor af. De HEERE versloeg Sisera "voor het aangezicht van Barak" (Richteren 4:15), en Barak achtervolgde het leger tot de laatste man was gevallen. Toen hij Sisera zelf zocht, wees Jaël hem de dode krijgsoverste in haar tent. Daarna zong hij met Debora het lied van Richteren 5. Barak is niet te verwarren met Balak, de koning van Moab die Bileam liet komen om Israël te vervloeken (Numeri 22:2). De namen lijken op elkaar, maar het zijn verschillende personen uit verschillende tijden. Mogelijk bedoelt ook 1 Samuël 12:11 hem: daar noemt Samuël een verlosser Bedan, waar de Griekse vertaling Barak leest.
Historische context
Barak leefde in de richterentijd, tussen de intocht onder Jozua en het koningschap van Saul. De Bijbel geeft geen jaartal. Afhankelijk van de datering van de uittocht plaatsen uitleggers Debora en Barak ruwweg tussen 1250 en 1150 voor Christus; wij houden ongeveer 1200 voor Christus aan, net als bij Debora. In de volgorde van het boek komt hun verhaal na Ehud en Samgar en vóór Gideon. Het begint met de bekende zin: "Maar de kinderen Israels voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, als Ehud gestorven was" (Richteren 4:1). De onderdrukker was Jabin, "koning der Kanaanieten, die te Hazor regeerde" (Richteren 4:2). Hazor lag in het noorden, boven het meer van Galilea. Jozua had een eerdere koning Jabin van Hazor verslagen en de stad verbrand (Jozua 11:1; Jozua 11:10-11). Dat er later weer een Jabin regeerde, laat zien dat de Kanaänitische macht in het noorden hersteld was. Veel uitleggers denken dat Jabin een dynastieke naam of titel was. Zijn krijgsoverste Sisera woonde in Haroseth der heidenen, een plaats die niet met zekerheid is aan te wijzen. Het militaire overwicht lag bij de wagens. Sisera had "negenhonderd ijzeren wagenen" (Richteren 4:3). Al eerder hadden Israëlieten geklaagd over de ijzeren wagens van de Kanaänieten in het dal van Jizreël (Jozua 17:16), en Juda kon de bewoners van de vlakte niet verdrijven "omdat zij ijzeren wagenen hadden" (Richteren 1:19). Op vlak terrein waren zulke wagens gevaarlijk; in de heuvels en op drassige grond veel minder. Barak kwam uit Kedes-Naftali (Richteren 4:6), waarschijnlijk de Kedes in Galilea die later een vrijstad was (Jozua 21:32). Sommige uitleggers denken bij de Kedes van Richteren 4:11, bij de eik in Zaanaim, aan een andere plaats dichter bij de Tabor. De Tabor (in de Statenvertaling Thabor) is een vrijstaande berg aan de noordoostkant van de vlakte van Jizreël, op de grens van Zebulon, Naftali en Issaschar (Jozua 19:12; Jozua 19:22; Jozua 19:34). Door die vlakte stroomt de Kison westwaarts naar de Middellandse Zee. Het lied noemt de slag "te Thaanach aan de wateren van Megiddo" (Richteren 5:19). Hoe de wagens precies werden uitgeschakeld, zegt Richteren 4 niet; daar staat alleen dat de HEERE Sisera versloeg. Het lied beschrijft in beeldtaal hoe de HEERE uit Seir voorttoog: "ook droop de hemel, ook dropen de wolken van water" (Richteren 5:4). Het zegt ook dat de beek Kison hen wegwentelde (Richteren 5:21). Veel uitleggers leiden daaruit een plotselinge stortbui af, waardoor de vlakte drassig werd en de wagens vastliepen; de tekst zelf zegt dat niet met zoveel woorden. Daarna had het land veertig jaar rust (Richteren 5:31).
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Gehoorzaam aan de roeping: hij riep Zebulon en Naftali bijeen en trok op (Richteren 4:10)
- Moedig in de strijd: op het woord van Debora daalde hij af naar de wagens in de vlakte (Richteren 4:14)
- Volhardend: hij achtervolgde het leger tot Haroseth en zocht daarna Sisera zelf (Richteren 4:16, 22)
- Gaf God de eer: hij zong met Debora het lied tot lof van de HEERE (Richteren 5:1)
−Zwakke kanten
- Hij wilde alleen gaan als Debora meeging (Richteren 4:8); uitleggers wegen dat verschillend, als twijfel of als verlangen naar Gods woord in zijn nabijheid
- Daardoor ging de eer van de overwinning aan hem voorbij (Richteren 4:9)
Theologische betekenis
De Schrift vertelt Baraks geschiedenis als een daad van God. Het begint met Debora's vraag: "Heeft de HEERE, de God Israels, niet geboden" (Richteren 4:6). De opdracht komt niet uit Baraks eigen moed, maar uit Gods bevel, met een belofte erbij: "Ik zal hem in uw hand geven" (Richteren 4:7). Op de dag van de slag klinkt hetzelfde: "is de HEERE niet voor uw aangezicht henen uitgetogen?" (Richteren 4:14). En de verteller vat het samen: "Alzo heeft God te dien dage Jabin, den koning van Kanaan, ten ondergebracht" (Richteren 4:23). Baraks voorwaarde is op verschillende manieren uitgelegd. Veel uitleggers zien er een zwak geloof in, dat steun zocht bij een mens. Anderen wijzen erop dat Barak juist de profetes, en daarmee het woord van God, bij zich wilde hebben, zoals Mozes niet zonder Gods aangezicht wilde optrekken (Exodus 33:15). De tekst zelf oordeelt sober: de eer zou niet de zijne zijn (Richteren 4:9). Dat is geen straf in de vorm van een nederlaag, maar een verlies van roem. God hield zijn belofte, maar gaf de eer aan een vrouw die niemand verwachtte. Zo onderstreept het verhaal dat de overwinning van de HEERE is. Een volk zonder schild of spies (Richteren 5:8) staat tegenover negenhonderd ijzeren wagens, en wint. Psalm 20:8 zegt het later zo: "Dezen vermelden van wagens, en die van paarden; maar wij zullen vermelden van den Naam des HEEREN, onzes Gods." Het lied zegt zelfs dat de sterren tegen Sisera streden (Richteren 5:20). In het Nieuwe Testament staat Barak in Hebreeën 11:32, tussen Gideon, Simson en Jefta. Ook dat zijn mannen met zichtbare zwakheden. De brief noemt hen niet om hun volmaaktheid, maar om hun geloof: zij hebben "uit zwakheid krachten" gekregen (Hebreeën 11:34). Dat Barak ondanks zijn aarzeling in die rij staat, troost wie zelf met kleine moed gehoorzaamt. Het geloof waarover Hebreeën spreekt, rust niet op de gelovige, maar op God en op wat Hij belooft. Daarbij wijst Hebreeën verder dan deze getuigen. Zij zijn een "wolk der getuigen", maar de blik gaat naar "den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus" (Hebreeën 12:1-2). Barak trok af op het woord van een ander. Christus is de Leidsman die zelf voor zijn volk uittrekt en de overwinning volbracht heeft.
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Barak (בָּרָק, Hebreeuws)
Betekenis
Bliksem
Betekenis van de naam Barak: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen
Sleutelmomenten
Geroepen door Debora
Debora laat Barak uit Kedes-Naftali komen en brengt hem het bevel van de HEERE: trek met tienduizend man uit Naftali en Zebulon naar de berg Tabor. God belooft Sisera met zijn wagens naar de beek Kison te trekken en in Baraks hand te geven.
Richteren 4:6-7
Alleen als Debora meegaat
Barak zegt dat hij alleen zal gaan als Debora met hem meetrekt. Zij stemt toe, maar kondigt aan dat de eer niet de zijne zal zijn, want de HEERE zal Sisera in de hand van een vrouw verkopen.
Richteren 4:8-9
Tienduizend man op de Tabor
Barak roept Zebulon en Naftali bijeen te Kedes en trekt met tienduizend man op, met Debora aan zijn zijde. Wanneer Sisera hoort dat Barak op de Tabor is, verzamelt hij zijn negenhonderd ijzeren wagens aan de beek Kison.
Richteren 4:10-13
De slag aan de beek Kison
Debora zegt: "Maak u op", want de HEERE gaat voor hem uit. Barak trekt van de berg af, de HEERE verslaat Sisera met al zijn wagens, en Barak achtervolgt het leger tot Haroseth der heidenen. Niemand blijft over; Sisera vlucht te voet.
Richteren 4:14-16
Bij de tent van Jaël
Barak zet de achtervolging op Sisera in. Jaël gaat hem tegemoet en laat hem de man zien die hij zoekt: Sisera ligt dood in haar tent. Zo komt het woord van Debora uit.
Richteren 4:22
Het lied van Debora en Barak
Op dezelfde dag zingen Debora en Barak een overwinningslied. Het prijst de HEERE, noemt de stammen die meestreden en die thuisbleven, en roept Barak op zijn gevangenen weg te voeren.
Richteren 5:1-31
Onder de geloofsgetuigen
Eeuwen later noemt de brief aan de Hebreeën Barak naast Gideon, Simson en Jefta, onder hen die door het geloof koninkrijken overwonnen en legers van vreemden op de vlucht brachten.
Hebreeën 11:32-34
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Barak beter te begrijpen.
Richteren 4:6
“En zij zond heen en riep Barak, den zoon van Abinoam, van Kedes-Nafthali; en zij zeide tot hem: Heeft de HEERE, de God Israels, niet geboden: Ga heen en trek op den berg Thabor, en neem met u tien duizend man, van de kinderen van Nafthali, en van de kinderen van Zebulon?”
De eerste vermelding van Barak. Debora brengt hem geen eigen plan, maar een bevel van de HEERE, in de vorm van een vraag.
Richteren 4:8
“Toen zeide Barak tot haar: Indien gij met mij trekken zult, zo zal ik heen trekken; maar indien gij niet met mij zult trekken, zo zal ik niet trekken.”
Baraks bekende voorwaarde. Uitleggers zien er zwak geloof in, of een verlangen om het profetisch woord bij zich te hebben.
Richteren 4:9
“En zij zeide: Ik zal zekerlijk met u trekken, behalve dat de eer de uwe niet zal zijn op dezen weg, dien gij wandelt; want de HEERE zal Sisera verkopen in de hand ener vrouw. Alzo maakte Debora zich op, en toog met Barak naar Kedes.”
Debora gaat mee, maar Barak verliest de eer. Pas in Richteren 4:22 blijkt dat Jaël de bedoelde vrouw is.
Richteren 4:14
“Debora dan zeide tot Barak: Maak u op; want dit is de dag, in welken de HEERE Sisera in uw hand gegeven heeft; is de HEERE niet voor uw aangezicht henen uitgetogen? Zo trok Barak van den berg Thabor af, en tien duizend man achter hem.”
Het beslissende moment. Barak verlaat de veilige berg en trekt de vlakte in, omdat de HEERE voor hem uitgaat.
Richteren 4:15
“En de HEERE versloeg Sisera, met al zijn wagenen, en het ganse heirleger, door de scherpte de zwaards, voor het aangezicht van Barak; dat Sisera van den wagen afklom, en vluchtte op zijn voeten.”
De tekst noemt de HEERE als de overwinnaar. Barak is het werktuig; de machtige krijgsoverste vlucht te voet.
Richteren 5:1
“Voorts zong Debora, en Barak, de zoon van Abinoam, ten zelven dage, zeggende:”
Na de overwinning zingt Barak mee. Het lied van Richteren 5 geeft de eer aan de HEERE, niet aan de aanvoerders.
Richteren 5:12
“Waak op, waak op, Debora, waak op, waak op, spreek een lied! maak u op, Barak! en leid uw gevangenen gevangen, gij zoon van Abinoam.”
In het lied wordt Barak aangesproken als overwinnaar die zijn gevangenen wegvoert.
Hebreeën 11:32
“En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd zal mij ontbreken, zou ik verhalen van Gideon, en Barak, en Samson, en Jeftha, en David, en Samuel, en de profeten;”
De enige vermelding van Barak in het Nieuwe Testament. Hij staat in de rij van hen die door het geloof leefden; in de Statenvertaling heten Simson en Jefta hier Samson en Jeftha.
Hebreeën 11:34
“De kracht des vuurs hebben uitgeblust, de scherpte des zwaards zijn ontvloden, uit zwakheid krachten hebben gekregen, in den krijg sterk geworden zijn, heirlegers der vreemden op de vlucht hebben gebracht;”
Woorden die goed bij Barak passen: uit zwakheid kracht gekregen en legers van vreemden op de vlucht gebracht.
Tijdperiode
~1200 v.Chr.
Barak leefde in de tijd van het Oude Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Barak begon niet met moed, maar met een bevel van God. Debora bracht hem dat bevel (Richteren 4:6). Voor ons is dat een nuchtere les: wij gehoorzamen niet omdat wij ons sterk voelen, maar omdat God gesproken heeft. Zijn woord gaat voor ons gevoel uit. Baraks voorwaarde houdt ons een spiegel voor. Hij ging, maar alleen met Debora aan zijn zijde, en de eer ging aan hem voorbij. Wij herkennen die aarzeling: gehoorzamen, maar met een slag om de arm. Het verhaal laat zien dat zulke voorbehouden iets kosten. Tegelijk liet God Barak niet vallen. Hij gaf de overwinning toch, en dat is een troost voor wie zelf met weinig moed de weg van gehoorzaamheid gaat. Barak moest ook leren dat de eer niet van hem was. Jaël, de vrouw van Heber de Keniet, een buitenstaander die niet tot Israël behoorde (Richteren 4:11; Richteren 4:17), kreeg de lof die een legeraanvoerder had kunnen krijgen. Voor ons betekent dat: wie in Gods dienst staat, zoekt niet zijn eigen naam. Barak zong na de strijd mee in een lied dat de HEERE prijst, en dat is de beste plek voor wie door God gebruikt wordt. Ten slotte staat Barak in Hebreeën 11, ondanks alles. God rekent niet met volmaakte helden, maar met mensen die op zijn woord ingaan. Dat geeft ons moed om, ook als wij aarzelen, toch de stap te zetten die Hij vraagt, en de uitkomst aan Hem over te laten.
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Barak
Wie was Barak in de Bijbel?
Wat betekent de naam Barak?
Waar staat Barak in de Bijbel?
Waarom wilde Barak niet zonder Debora gaan?
Waarom kreeg Barak de eer niet?
Was Barak een richter?
Hoe versloeg Barak Sisera?
Waarom staat Barak in Hebreeën 11?
Is Barak dezelfde als Bedan in 1 Samuël 12:11?
Is Barak dezelfde als Balak?
Wat kunnen wij leren van Barak?
Stel een vraag over Barak
Wilt u meer weten over Barak? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over BarakBijbelverhalen rond Barak
Verdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Barak in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Barak.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Barak in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Barak.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Barak aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.