Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1900 v.Chr.

Asnath in de Bijbel

Asenath (אָסְנַת, Hebreeuws) - “Egyptische naam, betekenis onzeker”

Wie was Asnath?

Asnath was de Egyptische vrouw van Jozef, de dochter van Potifera, de overste van On. Farao gaf haar aan Jozef toen hij hem over Egypte aanstelde (Genesis 41:45). Zij werd de moeder van Manasse en Efraïm, die Jakob als eigen zonen aannam.

Asnath staat drie keer in de Bijbel: in Genesis 41:45, Genesis 41:50 en Genesis 46:20. Elke keer heet zij "de dochter van Potifera", en daarmee houdt het op. Wij horen haar niet spreken, en de Bijbel vertelt niets over haar karakter, haar geloof of haar dood. De Statenvertaling spelt haar naam Asnath; in andere bronnen komt de vorm Asenath voor. Haar plaats in het verhaal is toch belangrijk. Farao gaf haar aan Jozef op het hoogtepunt van zijn verheffing: Jozef kreeg Farao’s ring, een gouden keten en een nieuwe naam, "en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw" (Genesis 41:45). Een huwelijk met de dochter van een vooraanstaande Egyptische familie maakte Jozef waarschijnlijk ook maatschappelijk deel van het hof. In de jaren van overvloed baarde zij Jozef twee zonen, Manasse en Efraïm. Toen Jakob later naar Egypte kwam, werden zij met name genoemd onder de zeventig zielen van zijn huis (Genesis 46:20, Genesis 46:27). Jakob nam hen zelfs als eigen zonen aan. Niet te verwarren met de vrouw van Potifar, die Jozef in Genesis 39 probeerde te verleiden. Asnaths vader Potifera is een andere man dan Potifar. Ook is zij een andere vrouw dan Maria, de vrouw van Jozef de timmerman uit het Nieuwe Testament. De Manasse die zij baarde, is niet koning Manasse van Juda, die eeuwen later leefde.

Historische context

Asnath leefde in de tijd van de aartsvaders, in Egypte. De Bijbel geeft geen jaartallen; Jozef wordt doorgaans rond 1900 voor Christus geplaatst, maar die datering is onzeker. Jozef was dertig jaar oud toen hij voor Farao stond (Genesis 41:46), en het huwelijk volgde direct op zijn aanstelling. Haar vader Potifera was "overste van On". On is de stad die de Griekse vertaling van het Oude Testament Heliopolis noemt, zonnestad. Zij lag bij het huidige Caïro en was een centrum van de Egyptische zonnedienst. Het Hebreeuwse woord dat de Statenvertaling hier met overste weergeeft, betekent meestal priester; veel uitleggers spreken daarom van de priester van On. Asnath kwam dus uit een vooraanstaande familie die nauw met de Egyptische godsdienst verbonden was. Haar naam is Egyptisch; de betekenis is niet zeker. De farao die Asnath aan Jozef gaf, is niet de farao van de uittocht. Die koning kwam pas veel later, toen er "een nieuwe koning" opstond "die Jozef niet gekend had" (Exodus 1:8). De Egyptenaren hielden afstand van de Hebreeën: zij aten niet met hen, "dewijl zulks den Egyptenaren een gruwel is" (Genesis 43:32). Des te opvallender is het dat Jozef in het hart van de Egyptische samenleving trouwde. Abraham en Izak hadden ervoor gezorgd dat hun zonen geen vrouw namen uit de Kanaänieten (Genesis 24:3, Genesis 28:1). Over het huwelijk van Jozef velt de Bijbel geen oordeel; het was Farao die haar gaf. Hun zonen werden in Egypte geboren, "eer er een jaar des hongers aankwam" (Genesis 41:50). Jozef leefde honderdtien jaar; hij zag van Efraïm kinderen tot het derde geslacht, en de zonen van Machir, de zoon van Manasse, werden op zijn knieën geboren (Genesis 50:22-23). Of Asnath toen nog leefde, vertelt de tekst niet.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Haar zonen kregen van Jakob een plaats als zijn eigen zonen (Genesis 48:5)

Theologische betekenis

De Bijbel laat Asnath geen woord zeggen, maar haar zonen krijgen een plaats die niemand had verwacht. Jakob zegt tegen Jozef: "Efraim en Manasse zullen mijne zijn, als Ruben en Simeon" (Genesis 48:5). De kleinzonen van een Egyptische priester worden zo gelijkgesteld met de oudste zonen van Israël. In plaats van één stam Jozef ontstaan er twee, en 1 Kronieken 5:1 legt uit dat de eerstgeboorte die Ruben verloor, aan de kinderen van Jozef werd gegeven. Hier wordt iets zichtbaar van Gods wijze van werken. Hij bouwde Zijn volk niet alleen uit de familie van Abraham, maar nam ook vrouwen van buiten op: Asnath, Zippora, Rachab en Ruth. Van Asnath vertelt de Bijbel, anders dan bij Rachab en Ruth, niets over haar geloof; het is haar plaats in de geschiedenis die spreekt. De belofte aan Abraham dat in hem "alle geslachten des aardrijks gezegend worden" (Genesis 12:3), krijgt in zulke levens al een begin. Jozef zelf verbindt de geboorte van zijn zonen met God. Manasse betekent bij hem dat God hem zijn moeite deed vergeten, en Efraïm dat God hem deed "wassen in het land mijner verdrukking" (Genesis 41:52). Zo staan de kinderen van Asnath als getuigen van Gods trouw in een vreemd land. De Brief aan de Hebreeën noemt deze zegen een daad van geloof: "Door het geloof heeft Jakob, stervende, een iegelijk der zonen van Jozef gezegend" (Hebreeën 11:21). Jakob zag in de zonen van Asnath al de toekomst die God aan zijn huis beloofd had.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Asenath (אָסְנַת, Hebreeuws)

Betekenis

Egyptische naam, betekenis onzeker

Sleutelmomenten

1

Vrouw van Jozef en moeder van twee zonen

Bij de aanstelling van Jozef geeft Farao hem Asnath tot vrouw. In de zeven jaren van overvloed baart zij Manasse en Efraïm, en Jozef geeft hun namen die spreken van Gods goedheid.

Genesis 41:45-52

2

Jakob neemt haar zonen aan

Op zijn ziekbed zegt Jakob dat Efraïm en Manasse, de zonen die in Egypte geboren zijn, zijn zonen zullen zijn, zoals Ruben en Simeon.

Genesis 48:5

3

De zegen over haar zonen

Jakob legt zijn rechterhand op Efraïm, de jongste, en zegent beide jongens. Hun namen worden een zegenspreuk in Israël.

Genesis 48:14-20

4

Twee stammen

Bij de verdeling van het land Kanaän tellen de kinderen van Jozef als twee stammen, Manasse en Efraïm, elk met een eigen erfdeel.

Jozua 14:4

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Asnath beter te begrijpen.

Genesis 41:45

“En Farao noemde Jozefs naam Zafnath Paaneah, en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw; en Jozef toog uit door het land van Egypte.”

Farao geeft Asnath aan Jozef bij zijn aanstelling als onderkoning. Het is de eerste keer dat zij genoemd wordt.

Genesis 41:50

“En Jozef werden twee zonen geboren, eer er een jaar des hongers aankwam, die Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, hem baarde.”

Asnath baart haar zonen in de jaren van overvloed, voordat de hongersnood begint.

Genesis 41:51-52

“En Jozef noemde den naam des eerstgeborenen Manasse; want, zeide hij, God heeft mij doen vergeten al mijn moeite, en het ganse huis mijns vaders. En den naam des tweeden noemde hij Efraim; want, zeide hij, God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking.”

Jozef geeft de zonen van Asnath namen waarin hij Gods goedheid belijdt.

Genesis 46:20

“En Jozef werden geboren in Egypteland, Manasse en Efraim, die hem Asnath, de dochter van Potifera, den overste te On, baarde.”

In de lijst van het huis van Jakob worden Asnath en haar zonen opnieuw genoemd.

Genesis 48:5

“Nu dan, uw twee zonen, die u in Egypteland geboren waren, eer ik in Egypte tot u gekomen ben, zijn mijne; Efraim en Manasse zullen mijne zijn, als Ruben en Simeon.”

Jakob neemt de zonen van Asnath aan als zijn eigen zonen. Zo worden zij twee stammen van Israël.

Tijdperiode

~1900 v.Chr.

Asnath leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Asnath kwam uit het huis van een overste van On, en toch werden haar zonen gezegend met de naam van de God van Abraham en Izak (Genesis 48:15-16). Over haar eigen geloof zwijgt de Schrift, en daar laten wij het bij. Wat God heeft laten opschrijven, is genoeg om Zijn weg te zien: Hij gaf haar kinderen een plaats in Zijn volk. Haar zonen groeiden op aan het hof van Egypte, in een omgeving vol afgoden, als kleinzonen van de overste van On, waarschijnlijk een priester. Toch nam Jakob hen op in zijn huis en zegende hen met de woorden: "De God, voor Wiens aangezicht mijn vaders, Abraham en Izak, gewandeld hebben" (Genesis 48:15). Dat bemoedigt ouders en grootouders die hun kinderen zien opgroeien in een wereld die God niet kent. Het laatste woord ligt niet bij de omgeving, maar bij God. Wie Asnath was en waar zij vandaan kwam, verhinderde niet dat haar kinderen tot Israël gerekend werden. Wie vandaag door het geloof in Christus bij Gods volk hoort, mag hetzelfde weten: "Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods" (Efeze 2:19).

Veelgestelde vragen over Asnath

Wie was Asnath in de Bijbel?
Asnath was de Egyptische vrouw van Jozef, de zoon van Jakob. Zij was een dochter van Potifera, de overste van On. Farao gaf haar aan Jozef toen hij hem over heel Egypte aanstelde (Genesis 41:45). In de zeven jaren van overvloed baarde zij hem twee zonen, Manasse en Efraïm (Genesis 41:50-52). Jakob nam die beide jongens later als eigen zonen aan, en zij werden de stamvaders van twee stammen van Israël.
Wat betekent de naam Asnath?
Asnath is een Egyptische naam, en de betekenis is niet zeker. Een gangbare verklaring verbindt hem met de Egyptische godin Neith, maar dat is een vermoeden van taalkundigen, geen uitleg die de Bijbel zelf geeft. Genesis legt wel de namen van haar zonen uit, Manasse en Efraïm (Genesis 41:51-52), maar niet haar eigen naam.
Waar staat Asnath in de Bijbel?
Asnath wordt drie keer genoemd, alle drie in Genesis. In Genesis 41:45 geeft Farao haar aan Jozef tot vrouw. In Genesis 41:50 baart zij hem twee zonen voordat de hongersnood begint. In Genesis 46:20 staat zij in de lijst van het huis van Jakob dat in Egypte woonde. Elke keer heet zij "de dochter van Potifera". Haar zonen komen daarna nog vaak voor, onder meer in Genesis 48.
Is Potifera dezelfde als Potifar?
Nee. Potifera, de vader van Asnath, was "overste van On" (Genesis 41:45), waarschijnlijk een priester in die stad. Potifar was "een hoveling van Farao, een overste der trawanten" (Genesis 39:1), de man die Jozef als slaaf kocht. De namen lijken op elkaar en hebben waarschijnlijk dezelfde Egyptische oorsprong, maar het gaat om twee verschillende mannen met een verschillende functie.
Was Asnath de vrouw van Potifar?
Nee. De vrouw van Potifar is de vrouw die Jozef probeerde te verleiden en hem daarna valselijk beschuldigde, zodat hij in de gevangenis belandde (Genesis 39:7-20). Haar naam noemt de Bijbel niet. Asnath was de dochter van Potifera, de overste van On, en werd pas later, na Jozefs vrijlating en verheffing, door Farao aan hem tot vrouw gegeven (Genesis 41:45).
Waarom trouwde Jozef met een Egyptische vrouw?
De Bijbel zegt dat Farao haar aan Jozef gaf (Genesis 41:45). Het huwelijk hoorde bij zijn aanstelling tot onderkoning, samen met een nieuwe naam, een ring en een gouden keten. Jozef had in Egypte geen familie, en zijn vader was ver weg. Genesis velt geen oordeel over het huwelijk. Wel laat het verhaal zien dat Jakob hun zonen zegende in de naam van de God van Abraham en Izak (Genesis 48:15-16).
Wie waren de kinderen van Asnath?
Asnath baarde Jozef twee zonen, Manasse en Efraïm (Genesis 41:50-52). Jakob nam hen als eigen zonen aan (Genesis 48:5), zodat er van Jozef twee stammen kwamen: Manasse en Efraïm (Jozua 14:4). Uit Efraïm kwam onder anderen Jozua voort (Numeri 13:8), uit Manasse Gideon (Richteren 6:15). Deze Manasse is niet dezelfde als koning Manasse van Juda, die eeuwen later leefde.
Is Asnath de vrouw van Jozef uit het Nieuwe Testament?
Nee. Asnath was de vrouw van Jozef, de zoon van Jakob, in het boek Genesis. De Jozef uit het Nieuwe Testament is de timmerman uit Nazareth, de man van Maria, de moeder van Jezus. Tegen hem zei de engel: "wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen" (Mattheüs 1:20). Tussen beide mannen liggen vele eeuwen.
Wat is het boek Jozef en Aseneth?
Jozef en Aseneth is een geschrift uit de oudheid, meestal als joods gezien en met een onzekere datering, dat buiten de Bijbel staat. Het hoort niet bij de canonieke boeken en ook niet bij de apocriefe boeken die in oude bijbeluitgaven werden opgenomen. De Bijbel zelf vertelt niets over de bekering of het karakter van Asnath. Wat wij met zekerheid over haar weten, staat in de drie verzen van Genesis.
Wat kunnen wij leren van Asnath?
Asnath kwam uit het huis van een overste van On, en toch werden haar zonen gezegend met de naam van de God van Abraham en Izak (Genesis 48:15-16). Haar geschiedenis laat zien dat God mensen van buiten Zijn volk een plaats kan geven. De zonen van een Egyptische vrouw werden door Jakob gezegend en als zonen van Israël gerekend (Genesis 48:5). Voor ouders die hun kinderen in een vreemde omgeving opvoeden, is dat een bemoediging.

Stel een vraag over Asnath

Wilt u meer weten over Asnath? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Asnath

Bijbelverhalen rond Asnath

Verdiep u verder