Barak: betekenis van de naam
בָּרָק (Bârâq) = “bliksem”
Wat betekent de naam Barak?
De naam Barak betekent "bliksem". Strong's woordenboek zegt dat de naam hetzelfde is als het Hebreeuwse woord baraq, de bliksem of een flitsende glans. Barak was de zoon van Abinoam uit Kedes in Naftali. Op het woord van de profetes Debora trok hij met tienduizend man op tegen Sisera (Richteren 4).
Herkomst en betekenis van Barak
- Grondwoord (Hebreeuws)
- בָּרָק Bârâq
- Strong's-nummer
- H1301
- Afgeleid van (H1300)
- בָּרָק bârâq: bliksem; bij vergelijking een glans, en concreet een flitsend zwaard
- Betekenis
- bliksem
Barak is hetzelfde woord als het Hebreeuwse baraq, bliksem. Strong's woordenboek zegt het zonder voorbehoud: de naam is hetzelfde als het woord voor bliksem, dat op zijn beurt komt van een werkwoord dat bliksemen betekent. De Bijbel en de kanttekeningen verklaren de naam niet.
Het woord heeft in de Bijbel een tweede kant. Strong's merkt op dat het ook een glans kan betekenen, en concreet een flitsend zwaard. Zo zegt de HEERE in het lied van Mozes: "Indien Ik Mijn glinsterend zwaard wette" (Deuteronomium 32:41); volgens de kanttekening staat daar in het Hebreeuws letterlijk de bliksem van Mijn zwaard. In Psalm 144:6 bidt David: "Bliksem bliksem, en verstrooi hen". In beide verzen is het God Die de bliksem uitzendt.
Bron van de betekenis: Strong's: 'the same as H1300 (bârâq)' (hetzelfde als H1300), en H1300 is 'lightning; by analogy, a gleam; concretely, a flashing sword' (bliksem; bij vergelijking een glans; concreet een flitsend zwaard), afgeleid van H1299 bâraq, 'to lighten (lightning)' (bliksemen); naamduiding Open Scriptures: 'lightning' or 'lightning flash' (bliksem of bliksemflits).
Uitspraak en spelling
- Uitspraak in het Nederlands
- BA-rak
- In de grondtaal
- ba-RAK
- Spelling in de Statenvertaling
- Barak
- Als voornaam
- Barak
In het Hebreeuws valt de klemtoon op de tweede lettergreep, en de k aan het eind is een harde k.
Wie heette Barak in de Bijbel?
Barak, de zoon van Abinoam, uit Kedes in Naftali
De profetes Debora riep hem in opdracht van de HEERE om met tienduizend man van Naftali en Zebulon op te trekken naar de berg Thabor. Hij wilde alleen gaan als Debora meeging, waarop zij zei dat de eer dan niet de zijne zou zijn. Hij versloeg het leger van Sisera en wordt in Hebreeën 11:32 genoemd onder de gelovigen.
Richteren 4:6-9, Richteren 4:14-16, Richteren 5:12, Hebreeën 11:32
Kernvers
“Debora dan zeide tot Barak: Maak u op; want dit is de dag, in welken de HEERE Sisera in uw hand gegeven heeft; is de HEERE niet voor uw aangezicht henen uitgetogen? Zo trok Barak van den berg Thabor af, en tien duizend man achter hem.”
Richteren 4:14 (Statenvertaling)
Wat de naam Barak ons leert
"Indien gij met mij trekken zult, zo zal ik heen trekken" (Richteren 4:8): zo antwoordde Barak toen Debora hem in opdracht van de HEERE opriep. Volgens de kanttekening bij het volgende vers was hij zo zwak van vertrouwen dat hij het gebod van de Heere zonder Debora niet wilde volgen. Debora ging mee, maar zei erbij dat de eer van die tocht niet de zijne zou zijn, want de HEERE zou Sisera verkopen in de hand van een vrouw (Richteren 4:9). Barak trok met tienduizend man de berg af, en het leger van Sisera viel. Daarna zong hij met Debora het lied van de overwinning, waarin zij hem toeroept: "maak u op, Barak" (Richteren 5:12). Hebreeën 11:32-33 noemt hem onder hen die door het geloof koninkrijken hebben overwonnen.
Veelgestelde vragen over de naam Barak
Wat betekent de naam Barak?
Barak betekent "bliksem". Strong's woordenboek zegt dat de naam hetzelfde is als het Hebreeuwse woord baraq, dat bliksem betekent, en bij vergelijking ook een glans of een flitsend zwaard. De Bijbel verklaart de naam niet. Het woord staat onder meer in Psalm 144:6, waar David bidt: "Bliksem bliksem, en verstrooi hen".
Heeft de naam Barak iets met zegenen te maken?
Nee. In het Hebreeuws zijn het twee verschillende woorden die in het Nederlands bijna hetzelfde klinken. De naam Barak eindigt op de letter qof en betekent bliksem. Het werkwoord voor zegenen eindigt op de letter kaf; daarvan komt bijvoorbeeld de naam Baruch, die volgens Strong's woordenboek gezegend betekent. Barak, de zoon van Abinoam, heeft dus een andere naam dan Baruch, die de woorden van Jeremia opschreef (Jeremia 36:4).
Wie was Barak in de Bijbel?
Barak was de zoon van Abinoam uit Kedes in de stam Naftali. In de tijd dat Debora Israël richtte, riep zij hem op om met tienduizend man tegen Sisera, de krijgsoverste van koning Jabin, op te trekken. Barak wilde alleen gaan als Debora meeging. De HEERE gaf het leger van Sisera in zijn hand, maar Sisera zelf werd gedood door Jaël. Barak zong daarna met Debora het lied van Richteren 5.
Hoe spreekt u Barak uit?
In het Nederlands zegt u BA-rak, met de klemtoon op de eerste lettergreep. In het Hebreeuws valt de klemtoon op de tweede lettergreep: ba-RAK. De Statenvertaling schrijft de naam zowel in Richteren 4 en 5 als in Hebreeën 11:32 als Barak. De k aan het eind is in het Hebreeuws een harde k, de letter qof.