Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~850 v.Chr.

Gehazi in de Bijbel

Gehazi (גֵּיחֲזִי, Hebreeuws) - “Mogelijk: dal van het visioen”

Wie was Gehazi?

Gehazi was de knecht van de profeet Elisa, rond 850 v.Chr. Hij diende bij de Sunamitische vrouw en haar zoon, maar liep na de genezing van Naäman de Syriër diens geschenken na. Omdat hij loog en zilver aannam, ging de melaatsheid van Naäman op hem over (2 Koningen 5:27).

Gehazi staat in drie hoofdstukken van het tweede boek Koningen: 2 Koningen 4, 5 en 8. Hij is de knecht van de profeet Elisa; de Statenvertaling noemt hem "zijn jongen" (2 Koningen 4:12) en "de jongen van Elisa, den man Gods" (2 Koningen 5:20). Over zijn afkomst, zijn familie of zijn roeping vertelt de Bijbel niets. Wij leren hem alleen kennen in zijn dienst aan Elisa. In 2 Koningen 4 is hij de bode tussen Elisa en de Sunamitische vrouw, een welgestelde vrouw uit Sunem die de profeet een eigen kamer had gegeven. Op de vraag van Elisa wat er voor haar te doen is, wijst Gehazi op wat de vrouw ontbreekt: "Zij heeft toch geen zoon, en haar man is oud" (2 Koningen 4:14). Als de beloofde zoon jaren later sterft, zendt Elisa hem vooruit met zijn staf. Gehazi legt de staf op het kind, maar "er was geen stem, noch opmerking" (2 Koningen 4:31). Pas als Elisa zelf komt en bidt, wordt de jongen levend. In 2 Koningen 5 valt Gehazi. Elisa had geweigerd iets van Naäman aan te nemen, maar Gehazi zwoer bij de HEERE dat hij de Syriër zou nalopen. Hij vroeg met een verzonnen verhaal zilver en kleren, verborg die en loog tegen Elisa. Het oordeel volgde direct: de melaatsheid van Naäman ging op hem over. In 2 Koningen 8 duikt Gehazi nog één keer op. Hij vertelt de koning van Israël over de grote daden van Elisa, en juist dan komt de Sunamitische vrouw om haar huis en akker terug te vragen. Gehazi wijst haar aan, en de koning geeft haar alles terug. Elisa had zelf als dienaar van Elia gewerkt (1 Koningen 19:21). Gehazi stond op dezelfde plek, maar zijn weg liep anders af. Daarmee wordt hij in de Bijbel een stil contrast: de knecht die alles van dichtbij zag en toch zijn hart aan het zilver gaf.

Historische context

Gehazi leefde in de tweede helft van de negende eeuw voor Christus, waarschijnlijk rond 850 v.Chr., toen Elisa in het noordelijke rijk Israël optrad. De koning van Israël was in het begin van die periode Joram, de zoon van Achab, die vanuit Samaria regeerde (2 Koningen 3:1). In 2 Koningen 4, 5 en 8 wordt de koning niet bij naam genoemd; de meeste uitleggers denken aan Joram. Elisa trok in die jaren rond tussen Gilgal, Bethel, de berg Karmel en Samaria. Hij stond in nauw contact met "de zonen der profeten", groepen leerlingen die rond de profeten leefden (2 Koningen 2:3; 2 Koningen 4:38). Een profeet had een persoonlijke dienaar, zoals Elisa zelf eerder Elia had gediend en "water op Elia's handen goot" (2 Koningen 3:11). Gehazi had die rol bij Elisa. Hij bracht boodschappen over, riep mensen bij zijn meester en voerde opdrachten uit. Sunem lag in de vlakte van Jizreël, op de route die Elisa vaak volgde naar de Karmel. De vrouw die daar woonde wordt "een grote vrouw" genoemd (2 Koningen 4:8), wat wijst op aanzien en bezit. Zij had land, knechten en ezelinnen. In 2 Koningen 8 vertrekt zij op aanwijzing van Elisa voor een hongersnood van zeven jaar naar het land der Filistijnen. Bij haar terugkeer moest zij bij de koning pleiten om haar huis en akker; de koning was in Israël de hoogste rechter. Het geschenk van Naäman was groot: tien talenten zilver, zesduizend sikkels goud en tien wisselklederen (2 Koningen 5:5). Gehazi vroeg "een talent zilvers en twee wisselklederen" (2 Koningen 5:22) en kreeg er twee. Een talent was volgens gangbare schattingen ruim dertig kilo. Elisa noemde daarna wat Gehazi er waarschijnlijk mee had willen kopen: olijfbomen, wijngaarden, vee en knechten (2 Koningen 5:26). Melaatsheid was in de Bijbel een verzamelnaam voor ernstige huidziekten. Wie melaats was, gold volgens de wet als onrein en moest "alleen wonen; buiten het leger" (Leviticus 13:46). De woorden "wit als de sneeuw" (2 Koningen 5:27) staan ook bij Mirjam (Numeri 12:10). De volgorde van 2 Koningen 8:1-6 is niet zeker. De tekst begint met een voltooide vorm ("Elisa nu had gesproken"), en sommige uitleggers denken daarom dat dit gesprek met de koning vóór 2 Koningen 5 plaatsvond. Anderen menen dat Gehazi ook als melaatse buiten met de koning kon spreken. De Bijbel zegt het niet.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Opmerkzaam: hij zag wat de Sunamitische vrouw ontbrak (2 Koningen 4:14)
  • Volgde de opdrachten van Elisa op en liep met de staf vooruit (2 Koningen 4:31)
  • Kende de daden van Elisa en kon ze aan de koning vertellen (2 Koningen 8:4-5)
  • Zijn getuigenis hielp de Sunamitische vrouw haar land terug te krijgen (2 Koningen 8:5-6)

−Zwakke kanten

  • Ruw tegenover een rouwende moeder: hij wilde haar wegduwen (2 Koningen 4:27)
  • Hebzuchtig: hij wilde iets nemen wat zijn meester had geweigerd (2 Koningen 5:20)
  • Loog tegen Naäman en tegen Elisa om zijn daad te verbergen (2 Koningen 5:22, 2 Koningen 5:25)

Theologische betekenis

De val van Gehazi staat in de Bijbel direct na de genezing en belijdenis van Naäman, en dat is geen toeval. Elisa had het geschenk geweigerd met een eed: "Zo waarachtig als de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien ik het neme!" (2 Koningen 5:16). Naäman moest begrijpen dat zijn reiniging een gave van God was en niet een dienst van een profeet die betaald kon worden. Gehazi gebruikte bijna dezelfde eed voor het tegenovergestelde doel: "zo waarachtig als de HEERE leeft, ik zal hem nalopen, en zal wat van hem nemen!" (2 Koningen 5:20). De naam van de HEERE werd zo een dekmantel voor eigen gewin. Elisa stelde een scherpe vraag: "Was het tijd, om dat zilver te nemen" (2 Koningen 5:26). Op het moment dat een heiden de God van Israël leerde kennen als de God die om niet geeft, zou het geschenk dat beeld hebben bedorven. Gehazi dacht aan olijfbomen en wijngaarden; Elisa dacht aan de eer van God. Het oordeel past bij de zonde: wie de gaven van Naäman wilde, kreeg zijn ziekte. Wat de vreemdeling verloor, droeg nu de knecht in Israël. Veel uitleggers zien een parallel met Achan, die na de val van Jericho zilver en een kostbaar kleed zag, zei "ik kreeg lust daartoe, en ik nam ze" en het in zijn tent verborg (Jozua 7:21). Het Nieuwe Testament kent dezelfde lijn. Van Judas zegt Johannes dat hij sprak "omdat hij een dief was, en de beurs had" (Johannes 12:6). Ananias en Saffira hielden heimelijk een deel van de opbrengst achter (Handelingen 5:1-2). Toen Simon de tovenaar de gave van de Geest wilde kopen, zei Petrus: "Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt!" (Handelingen 8:20). Jezus zond Zijn discipelen uit om melaatsen te reinigen, met de regel: "Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet" (Mattheüs 10:8). Daarnaast laat het verhaal van de staf iets zien. De staf van Elisa in de hand van Gehazi bracht geen leven; het kind werd pas levend toen Elisa zelf kwam en bad (2 Koningen 4:33). Het leven ligt niet in een voorwerp of in een knecht, maar in de God die gebeden verhoort. In 2 Koningen 8 vertelt Gehazi ten slotte de grote daden van Elisa aan de koning. Of dat vóór of na zijn melaatsheid was, zegt de tekst niet. Zijn woorden hielpen de Sunamitische vrouw wel haar huis en akker terug te krijgen.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Gehazi (גֵּיחֲזִי, Hebreeuws)

Betekenis

Mogelijk: dal van het visioen

Sleutelmomenten

1

Gehazi roept de Sunamitische

In de opperkamer die de vrouw uit Sunem voor hem had gemaakt, laat Elisa haar door Gehazi roepen. Via zijn knecht vraagt hij wat hij voor haar kan doen. Zij antwoordt dat zij in het midden van haar volk woont.

2 Koningen 4:11-13

2

Zij heeft toch geen zoon

Gehazi wijst Elisa erop dat de vrouw geen zoon heeft en dat haar man oud is. Elisa belooft haar dat zij over een jaar een zoon zal omhelzen, en het gebeurt zoals hij gezegd heeft.

2 Koningen 4:14-17

3

De bedroefde moeder bij de Karmel

Als het kind gestorven is, rijdt de moeder naar Elisa op de berg Karmel. Gehazi moet haar tegemoet lopen. Wanneer zij de voeten van Elisa vastgrijpt, wil Gehazi haar wegduwen, maar Elisa laat haar begaan.

2 Koningen 4:25-28

4

De staf op het gezicht van het kind

Elisa stuurt Gehazi met zijn staf vooruit, met de opdracht onderweg niemand te groeten. Gehazi legt de staf op het gezicht van de jongen, maar het kind blijft zonder stem. Hij gaat Elisa tegemoet met de boodschap dat de jongen niet ontwaakt is.

2 Koningen 4:29-31

5

Neem uw zoon op

Elisa sluit de deur, bidt tot de HEERE en strekt zich over het kind uit. De jongen niest zevenmaal en opent zijn ogen. Elisa laat Gehazi de moeder roepen en geeft haar haar zoon terug.

2 Koningen 4:32-37

6

Gehazi loopt Naäman na

Elisa heeft het geschenk van Naäman geweigerd, maar Gehazi zweert dat hij iets van hem zal nemen. Met een verzonnen verhaal over twee jongemannen uit de zonen der profeten vraagt hij zilver en kleren. Naäman geeft twee talenten, en Gehazi verbergt de buit in een huis.

2 Koningen 5:20-24

7

Van waar, Gehazi?

Elisa vraagt waar hij geweest is, en Gehazi liegt opnieuw. Elisa zegt dat zijn hart erbij was en vraagt of het tijd was om zilver te nemen. De melaatsheid van Naäman gaat op Gehazi en zijn nageslacht over.

2 Koningen 5:25-27

8

Gehazi vertelt de koning over Elisa

De koning van Israël vraagt Gehazi naar de grote daden van Elisa. Terwijl hij vertelt over het kind dat levend werd, komt de Sunamitische vrouw om haar huis en akker. Gehazi wijst haar en haar zoon aan, en de koning geeft haar alles terug.

2 Koningen 8:1-6

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Gehazi beter te begrijpen.

2 Koningen 4:12

“Toen zeide hij tot zijn jongen Gehazi: Roep deze Sunamietische. En als hij ze geroepen had, stond zij voor zijn aangezicht.”

De eerste keer dat Gehazi bij naam genoemd wordt. Hij is de bode tussen Elisa en de vrouw uit Sunem.

2 Koningen 4:14

“Toen had hij gezegd: Wat is er dan voor haar te doen? En Gehazi had gezegd: Zij heeft toch geen zoon, en haar man is oud.”

Gehazi ziet wat de vrouw ontbreekt. Zijn opmerking leidt tot de belofte van een zoon.

2 Koningen 4:27

“Toen zij nu tot den man Gods op den berg kwam, vatte zij zijn voeten. Maar Gehazi trad toe, om haar af te stoten. Doch de man Gods zeide: Laat ze geworden; want haar ziel is in haar bitterlijk bedroefd, en de HEERE heeft het voor mij verborgen, en mij niet verkondigd.”

Gehazi wil de rouwende moeder wegduwen, maar Elisa ziet haar verdriet en laat haar begaan.

2 Koningen 4:31

“Gehazi nu was voor hun aangezicht doorgegaan; en hij legde den staf op het aangezicht van den jongen; doch er was geen stem, noch opmerking. Zo keerde hij weder hem tegemoet, en bracht hem boodschap, zeggende: De jongen is niet ontwaakt.”

De staf van Elisa brengt in de hand van Gehazi geen leven. Pas het gebed van de profeet zelf doet dat.

2 Koningen 5:20

“Gehazi nu, de jongen van Elisa, den man Gods, zeide: Zie, mijn heer heeft Naaman, dien Syrier belet, dat men uit zijn hand niet genomen heeft, wat hij gebracht had; maar zo waarachtig als de HEERE leeft, ik zal hem nalopen, en zal wat van hem nemen!”

Gehazi neemt de eed van Elisa uit vers 16 over, maar gebruikt hem om juist te nemen wat zijn meester geweigerd had.

2 Koningen 5:25

“Daarna kwam hij in, en stond voor zijn heer. En Elisa zeide tot hem: Van waar, Gehazi? En hij zeide: Uw knecht is noch herwaarts noch derwaarts gegaan.”

De tweede leugen. Elisa geeft Gehazi met zijn vraag nog de gelegenheid om eerlijk te zijn.

2 Koningen 5:26

“Maar hij zeide tot hem: Ging niet mijn hart mede, als die man zich omkeerde van op zijn wagen u tegemoet? Was het tijd, om dat zilver te nemen, en om klederen te nemen, en olijfbomen, en wijngaarden, en schapen, en runderen, en knechten, en dienstmaagden?”

Elisa wist wat er gebeurd was en noemt zelfs wat Gehazi met het zilver wilde kopen.

2 Koningen 5:27

“Daarom zal u de melaatsheid van Naaman aankleven, en uw zaad in eeuwigheid! Toen ging hij uit van voor zijn aangezicht, melaats, wit als de sneeuw.”

Het oordeel past bij de zonde: wie de gaven van Naäman wilde, kreeg zijn ziekte.

2 Koningen 8:5

“En het geschiedde, als hij den koning vertelde, hoe hij een dode had levend gemaakt, ziet, zo riep de vrouw, welker zoon hij levend gemaakt had, tot den koning, om haar huis en om haar akker. Toen zeide Gehazi: Mijn heer koning! Dit is de vrouw, en dit is haar zoon, dien Elisa heeft levend gemaakt.”

Gehazi vertelt de koning over het kind dat levend werd, op het moment dat de moeder zelf binnenkomt.

Tijdperiode

~850 v.Chr.

Gehazi leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Nabijheid tot Gods werk is geen garantie voor een oprecht hart. Gehazi zag een kind uit de dood opstaan en een melaatse rein worden, en toch trok het zilver van Naäman hem harder dan het voorbeeld van zijn meester. Wie in een gemeente, een kerkenraad of een christelijke organisatie dicht bij het werk staat, mag zich afvragen wat er in het eigen hart leeft. Gehazi laat ook zien hoe hebzucht groeit. Jezus waarschuwde: "Ziet toe en wacht u van de gierigheid" (Lukas 12:15), en Paulus noemt de geldgierigheid "een wortel van alle kwaad" (1 Timotheüs 6:10). Gehazi had al plannen voor olijfbomen en wijngaarden (2 Koningen 5:26). Begeerte begint vaak met een gedachte die wij niet tegenspreken en wordt dan een plan. Eén leugen vraagt een volgende. Gehazi loog tegen Naäman, borg het zilver weg en loog daarna tegen Elisa. Elisa gaf hem met de vraag "Van waar, Gehazi?" nog een kans om eerlijk te zijn. Ook voor ons geldt dat een eerlijke belijdenis beter is dan een tweede leugen, hoe pijnlijk die belijdenis ook is. Ten slotte wijst Elisa op de vrijheid van Gods genade: hij weigerde betaling, omdat Naäman moest weten dat God om niet geeft. Wat wij om niet ontvangen hebben, mogen wij ook om niet geven, zonder er eer of gewin uit te willen halen. Wie in Gods naam dient, zoekt daarin niet zichzelf.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Gehazi

Wie was Gehazi in de Bijbel?
Gehazi was de knecht van de profeet Elisa in het noordelijke rijk Israël, rond 850 v.Chr. Hij diende Elisa bij de Sunamitische vrouw en haar zoon. Na de genezing van Naäman de Syriër liep hij Naäman na en vroeg met een leugen zilver en kleren, terwijl Elisa elke beloning had geweigerd. Als straf ging de melaatsheid van Naäman op hem over (2 Koningen 5:27).
Wat betekent de naam Gehazi?
De betekenis van de naam Gehazi (Hebreeuws גֵּיחֲזִי) is onzeker. Een veelgenoemde verklaring is dal van het visioen (in oudere taal: dal van het gezicht), van het Hebreeuwse woord voor dal en een stam die zien of schouwen betekent. Die uitleg is niet zeker, en de Bijbel zelf geeft geen verklaring van zijn naam.
Waar staat Gehazi in de Bijbel?
Gehazi wordt bij naam genoemd in drie hoofdstukken van 2 Koningen. In 2 Koningen 4 dient hij bij de Sunamitische vrouw en legt hij de staf van Elisa op haar dode zoon. In 2 Koningen 5:20-27 loopt hij Naäman na en wordt hij melaats. In 2 Koningen 8:1-6 vertelt hij de koning over de grote daden van Elisa. Het Nieuwe Testament noemt hem niet.
Wie was de Sunamitische vrouw?
De Sunamitische vrouw was een welgestelde vrouw uit Sunem die Elisa regelmatig te eten gaf en met haar man een kleine opperkamer voor hem inrichtte (2 Koningen 4:8-10). De Statenvertaling noemt haar "de Sunamietische". Op aanwijzing van Gehazi beloofde Elisa haar een zoon. Toen die later stierf, ging zij naar Elisa op de Karmel, en de profeet wekte het kind op. Haar naam wordt in de Bijbel niet genoemd.
Wat gebeurde er later met de Sunamitische vrouw?
Elisa waarschuwde haar voor een hongersnood van zeven jaar. Zij trok met haar huisgezin naar het land der Filistijnen (2 Koningen 8:1-2). Bij haar terugkeer ging zij naar de koning om haar huis en akker terug te krijgen. Juist op dat moment vertelde Gehazi de koning hoe Elisa haar zoon had opgewekt. De koning ondervroeg haar en gaf haar alles terug, met de opbrengst van de akker (2 Koningen 8:6).
Waarom werkte de staf van Elisa niet bij Gehazi?
De Bijbel geeft geen uitleg. Gehazi legde de staf op het gezicht van het kind, "doch er was geen stem, noch opmerking" (2 Koningen 4:31). Pas toen Elisa zelf kwam, de deur sloot en tot de HEERE bad, werd het kind levend. Veel uitleggers zien hierin dat het leven niet in een voorwerp of in een dienaar ligt, maar in God die het gebed verhoort. Sommigen zien er al een aanwijzing in voor Gehazi’s latere houding, maar de tekst zegt dat niet.
Waarom werd Gehazi melaats?
Gehazi werd melaats omdat hij uit hebzucht Naäman naliep en met een leugen zilver en kleren aannam, terwijl Elisa elke beloning had geweigerd. Hij verborg de buit en loog daarna ook tegen Elisa: "Uw knecht is noch herwaarts noch derwaarts gegaan" (2 Koningen 5:25). Elisa zei: "Daarom zal u de melaatsheid van Naaman aankleven, en uw zaad in eeuwigheid!" Hij ging weg, "melaats, wit als de sneeuw" (2 Koningen 5:27).
Hoe kon Gehazi als melaatse nog met de koning praten?
Dat zegt de Bijbel niet. In 2 Koningen 8:4-5 vertelt Gehazi de koning over de daden van Elisa. Sommige uitleggers denken dat dit gesprek eerder plaatsvond dan 2 Koningen 5, omdat het hoofdstuk begint met een terugblik ("Elisa nu had gesproken"). Anderen menen dat een melaatse in Israël op afstand of buiten wel met iemand kon spreken. Of Gehazi later genas, vertelt de Bijbel niet.
Is Gehazi de dienaar van Elisa in 2 Koningen 6?
Dat is niet zeker. In 2 Koningen 6:15-17 opent de HEERE de ogen van "de dienaar van den man Gods", die vurige paarden en wagens rondom Elisa ziet. Die dienaar wordt niet bij naam genoemd. Omdat Gehazi in het hoofdstuk daarvoor melaats werd, denken veel uitleggers aan een nieuwe dienaar. Ook de naamloze jongen bij de moespot in 2 Koningen 4:38-44 is mogelijk, maar niet aantoonbaar, Gehazi.
Wat zegt het Nieuwe Testament over de zonde van Gehazi?
Het Nieuwe Testament noemt Gehazi niet bij naam, maar spreekt wel over dezelfde zonde. Petrus zei tegen Simon de tovenaar: "Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt!" (Handelingen 8:20). Jezus zei tegen Zijn discipelen, die ook melaatsen moesten reinigen: "Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet" (Mattheüs 10:8). Ook Judas en Ananias en Saffira worden vaak met Gehazi vergeleken.
Wat zegt de joodse traditie over Gehazi?
De Misjna (Sanhedrin 10:2) noemt Gehazi samen met Bileam, Doëg en Achitofel onder de mensen die geen deel hebben aan de toekomende wereld. De Babylonische Talmoed (Sanhedrin 107b; Sota 47a) identificeert bovendien de vier melaatse mannen bij de poort van Samaria in 2 Koningen 7:3 met Gehazi en zijn zonen. De Bijbel zelf zegt dat niet: de vier melaatsen in 2 Koningen 7 blijven naamloos. Deze tradities zijn latere uitleg en geen bijbelse gegevens.
Wat kunnen wij leren van Gehazi?
Gehazi leert ons dat iemand dicht bij Gods werk kan staan en toch door begeerte kan vallen. Hij zag wonderen, maar het zilver van Naäman trok hem meer dan het voorbeeld van Elisa. Zijn verhaal laat ook zien dat één leugen een tweede vraagt. En het herinnert eraan dat Gods genade niet te koop is: wat wij om niet ontvangen hebben, mogen wij ook om niet geven.

Stel een vraag over Gehazi

Wilt u meer weten over Gehazi? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Gehazi

Bijbelverhalen rond Gehazi

Verdiep u verder