Veel mensen kennen Jehova's getuigen van een gesprek aan de deur of van hun standaard met lectuur op straat. Zij spreken vriendelijk over God en de Bijbel, en toch klinkt hun boodschap anders dan die van de kerk. Hieronder leest u wat zij geloven, in hun eigen termen, over God, Jezus, de Heilige Geest, de hel en de 144.000. Bij elk punt staat wat de Schrift zegt, en aan het slot hoe u een gesprek aan de deur kunt voeren.
Wat geloven Jehova's getuigen over God?
Zij geloven in één God, de Schepper, en leggen veel nadruk op Zijn Naam. Jehova is een weergave van de Hebreeuwse Godsnaam, de vier medeklinkers JHWH, gelezen met de klinkers van Adonai (Heere). De Statenvertaling schrijft daar HEERE in hoofdletters, zoals in Exodus 6:2; zie de betekenis van de naam HEERE. Het verschil met de kerk zit dus niet in de Naam. Het zit in de vraag wie deze God is: volgens de getuigen is alleen de Vader God.
De beweging begon in de jaren 1870 in de Verenigde Staten als bijbelstudiegroep rond Charles Taze Russell, die het tijdschrift De Wachttoren uitgaf. In 1931 namen de volgelingen de naam Jehova's getuigen aan, naar Jesaja: 'Gijlieden zijt Mijn getuigen, spreekt de HEERE' (Jesaja 43:10). De leiding ligt bij het Besturend Lichaam, dat de leer vaststelt in de publicaties van het Wachttorengenootschap; plaatselijk komen de getuigen samen in een Koninkrijkszaal.
Wie is Jezus volgens Jehova's getuigen?
Jehova's getuigen noemen Jezus de Zoon van God en zien Hem tegelijk als geschapen: het eerste schepsel van Jehova, door Wie God daarna al het andere maakte. Vóór Zijn komst op aarde was Hij volgens hen de aartsengel Michaël. Hij stierf aan een paal, werd als geestelijk wezen opgewekt en regeert volgens hun leer sinds 1914 onzichtbaar als Koning in de hemel. Zij eren Hem als Verlosser, maar aanbidden Hem niet.
Hun eigen vertaling, de Nieuwe-Wereldvertaling, laat Johannes 1:1 eindigen met het Woord was een god en voegt in Kolossenzen 1:16 het woord andere in (alle andere dingen), dat niet in de grondtekst staat. De Statenvertaling geeft weer wat er staat: 'In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God' (Johannes 1:1). Volgens Johannes 1:3 zijn alle dingen door het Woord gemaakt; het is dus zelf geen schepsel. Zie de uitleg van Johannes 1.
Een tweede, kleinere god past ook niet bij het vers waaraan de getuigen hun naam ontlenen: vóór de HEERE is geen God geformeerd en na Hem zal er geen zijn (Jesaja 43:10). Jezus is evenmin een engel, want Hebreeën 1 zet Hem boven de engelen: 'En dat alle engelen Gods Hem aanbidden' (Hebreeën 1:6). Thomas sprak de opgestane Heere aan met 'Mijn Heere en mijn God' (Johannes 20:28), en Jezus wees dat niet af. Meer hierover leest u bij is Jezus God?
Is de Heilige Geest een kracht of een Persoon?
Jehova's getuigen zien de Heilige Geest als Gods werkzame kracht, niet als een Persoon. De Schrift spreekt anders: de Geest leert en kan bedroefd worden (Johannes 14:26; Efeze 4:30). Toen Ananias loog over de opbrengst van zijn akker, vroeg Petrus waarom hij de Heilige Geest wilde liegen (Handelingen 5:3), en zei daarna: 'Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode' (Handelingen 5:4). Liegen tegen de Geest is liegen tegen God, en tegen een kracht liegt niemand. Zie ook is de Heilige Geest een persoon?
Geen hel, wel 144.000 in de hemel?
Volgens Jehova's getuigen is de ziel niet onsterfelijk: de mens houdt bij de dood op te bestaan (zij wijzen op Prediker 9:5). De hel is in hun leer het graf, en wie God blijvend afwijst, wordt vernietigd. Daar staat het woord van de Heere Jezus tegenover: 'En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven' (Mattheüs 25:46). Hetzelfde woord eeuwig staat bij de straf en bij het leven.
Alleen 144.000 gezalfden gaan volgens de getuigen naar de hemel om met Christus te regeren (Openbaring 7:4); alleen zij nemen bij de jaarlijkse Gedachtenisviering van brood en wijn. De overige trouwe getuigen hopen na Armageddon op eeuwig leven in een paradijs op aarde. Openbaring 7 ziet echter direct na het getal van de verzegelden 'een grote schare, die niemand tellen kon' (Openbaring 7:9), staande voor de troon. Veel reformatorische uitleggers lezen de 144.000 als beeld van de volheid van Gods volk; anderen zien er de gelovigen uit Israël in, naast de schare uit alle volken. Een hemelse klasse naast een aardse groep kent de Schrift in geen van beide lezingen.
Waar christenen verschillen met Jehova's getuigen
Wat vaststaat: de Rooms-Katholieke Kerk, de oosters-orthodoxe kerken en de kerken van de Reformatie belijden samen de Drie-eenheid en de godheid van Christus, zoals de concilies van Nicea (325) en Constantinopel (381) die verwoordden. Op dit punt staan de kerken niet tegenover elkaar; de getuigen staan er buiten.
Zelf zien de getuigen het omgekeerd. Volgens hen week de kerk na de apostelen af en hebben zij het oorspronkelijke christendom teruggevonden. De Drie-eenheid noemen zij een latere leer. Zij wijzen op teksten als:
- Johannes 14:28, waar Jezus zegt dat de Vader meerder is dan Hij;
- Kolossenzen 1:15, waar Christus de Eerstgeborene aller kreaturen heet;
- Spreuken 8:22, waar de wijsheid zegt dat de HEERE haar bezat in het beginsel van Zijn weg.
De reformatorische lijn leest die teksten in hun verband. In Johannes 14 spreekt Jezus als de Middelaar Die naar de Vader gaat, en in Johannes 10:30 zegt Hij dat Hij en de Vader één zijn. Eerstgeborene is in Kolossenzen 1 een titel van rang: het volgende vers zegt dat alle dingen door Hem geschapen zijn. In Spreuken 8 spreekt de wijsheid als persoon, en de Statenvertaling zegt dat de HEERE haar bezat in het beginsel van Zijn weg, niet dat Hij haar schiep. In de vierde eeuw leerde Arius dat de Zoon een schepsel was; de kerk wees dat in Nicea af, en de leer van de getuigen staat daar dicht bij. Dat is een oordeel over een leer, geen oordeel over het hart van de getuige aan uw deur.
Zijn Jehova's getuigen christenen?
Jehova's getuigen noemen zichzelf christenen en leven vaak zeer toegewijd. Toch rekenen de kerken hen van oudsher niet tot de christelijke kerk, omdat zij de Drie-eenheid en de godheid van Christus ontkennen. Dat is geen randkwestie: de Geloofsbelijdenis van Athanasius noemt het geloof in de ene God in drie Personen het algemene christelijke geloof. Ook de praktijk wijkt af: geen bloedtransfusies (op grond van Handelingen 15:29), geen verjaardagen of kerst, geen deelname aan verkiezingen. Wie de gemeenschap verlaat of wordt uitgesloten, verliest vaak het contact met familie en vrienden binnen de beweging. Hebt u zelf de beweging verlaten of hoort uw familie erbij, dan hoeft u dat niet alleen te dragen; uw predikant of ouderling luistert graag.
Als Jehova's getuigen aanbellen
Petrus schrijft: 'zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze' (1 Petrus 3:15). Wees dus vriendelijk; de getuigen aan de deur zijn vaak oprecht. Houd het gesprek bij de kern: wie is Jezus? Wie Hij is, bepaalt ook wat Hij gedaan heeft. Volgens Zondag 6 van de catechismus moest de Verlosser waarachtig God zijn om de last van Gods toorn te kunnen dragen en ons de gerechtigheid en het leven te verwerven. Lees samen Johannes 1:1 of Johannes 20:28. Een eerlijk getuigenis van wat Christus voor u betekent, zegt vaak meer dan een debat over teksten. U mag het gesprek ook beleefd afsluiten, en uw predikant of ouderling kan u helpen als u vragen houdt.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenis volgt de Schrift en vat samen wat zij over de ene God leert. Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 25) zegt: 'Omdat God Zich alzo in Zijn Woord geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheiden Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn'. Zondag 13 noemt Christus de eeuwige, natuurlijke Zoon van God; Zondag 20 belijdt dat de Heilige Geest met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God is.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt in artikel 8 één God in drie Personen. Artikel 9 brengt daarvoor de getuigenissen van de Schrift bij en verwerpt onder meer de dwaling van Arius. Artikel 10 belijdt dat Christus naar Zijn goddelijke natuur de eeuwige Zoon van God is, gemaakt noch geschapen, en artikel 11 dat de Heilige Geest waarachtig en eeuwig God is.
'Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven' (1 Johannes 5:20)