Jehova's getuigen noemen de Heilige Geest Gods werkzame kracht, en ook in gewone gesprekken klinkt de Geest soms meer als iets dan als Iemand. Die vraag is geen spel met woorden: is de Geest Iemand Die u kent, eert en aanbidt, of iets wat u gebruikt? Hier leest u hoe de Bijbel over de Geest spreekt, waarom de Schrift Hem God noemt, hoe het bezwaar dat Hij een kracht is te beantwoorden is en hoe de kerk dit belijdt.
Is de Heilige Geest een persoon volgens de Bijbel?
Het duidelijkst spreekt de Heere Jezus Zelf over de Geest, in Zijn afscheidsrede. Hij belooft: 'Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid' (Johannes 14:16). Het woord 'anderen' veronderstelt dat er al een Trooster was: Jezus Zelf, Die drie jaar bij hen geweest was. De Geest neemt Zijn plaats in, en die plaats kan geen onpersoonlijke kracht innemen.
Een paar verzen verder zegt Jezus wat die Trooster doet: 'Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb' (Johannes 14:26). Leren en herinneren is het werk van iemand die weet en wil. Elders zegt Jezus dat de Geest van Hem zal getuigen (Johannes 15:26) en de discipelen in al de waarheid zal leiden (Johannes 16:13). Van Zichzelf zal Hij niet spreken; wat Hij gehoord heeft, dat zal Hij spreken. Wie hoort en doorgeeft, is een persoon.
Wat doet de Heilige Geest als Persoon?
De Bijbel schrijft de Geest alles toe wat een persoon kenmerkt: verstand, wil en gevoel. Op een rij:
- Hij spreekt. In Antiochië 'zeide de Heilige Geest: Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb' (Handelingen 13:2). De Geest zegt Mij en Ik.
- Hij kent. De Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten van God (1 Korinthe 2:10).
- Hij wil. Hij deelt de gaven uit aan ieder, zoals Hij wil (1 Korinthe 12:11). De apostelen en ouderlingen in Jeruzalem schrijven dat het de Heilige Geest en hen goed gedacht heeft (Handelingen 15:28).
- Hij leidt. Paulus en zijn reisgenoten werden door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Azië te spreken (Handelingen 16:6).
- Hij bidt. De Geest Zelf bidt voor de gelovigen met zuchtingen die niet uit te spreken zijn (Romeinen 8:26).
- Hij kan bedroefd worden. Paulus waarschuwt: 'En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing' (Efeze 4:30).
Een kracht kan men inzetten of kwijtraken; bedroeven kan men haar niet. Bedroeven kan men alleen een persoon.
Is de Heilige Geest God?
Dat de Geest een Persoon is, is één kant. De Bijbel gaat verder: Hij is God. Het scherpst blijkt dat uit de geschiedenis van Ananias, die een deel van de opbrengst van zijn akker achterhield. Petrus vraagt hem waarom de satan zijn hart vervuld heeft, 'dat gij den Heiligen Geest liegen zoudt' (Handelingen 5:3). Een vers later zegt hij: 'Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode' (Handelingen 5:4). Liegen tegen de Heilige Geest is liegen tegen God. Zie ook de uitleg van Handelingen 5.
Ook eigenschappen die alleen God heeft, worden aan de Geest toegeschreven. Hij is overal: David vraagt waar hij heen zou gaan voor Gods Geest (Psalm 139:7). Hij is eeuwig: Christus heeft Zichzelf door de eeuwige Geest aan God geofferd (Hebreeën 9:14). Hij weet wat alleen God weet (1 Korinthe 2:11). Hij was bij de schepping werkzaam, toen de Geest Gods op de wateren zweefde (Genesis 1:2). En de gelovigen heten Gods tempel omdat de Geest van God in hen woont (1 Korinthe 3:16): waar de Geest woont, woont God.
Ten slotte noemt de Heere Jezus de Geest in één adem met de Vader en de Zoon: 'dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes' (Mattheüs 28:19). Er staat één Naam, met drie Personen erbij. Niemand wordt gedoopt in de naam van God, van Zijn Zoon en van een kracht. Ook de apostolische zegenbede noemt de Geest naast de Vader en de Zoon (2 Korinthe 13:13).
Is de Heilige Geest een kracht of een persoon?
De bekendste ontkenning komt van Jehova's getuigen. Zij geloven in één God, Jehova, en zien de heilige geest (met kleine letters) als Gods werkzame kracht, waarmee Hij Zijn wil uitvoert. Zij wijzen op teksten waarin de Geest wordt uitgestort (Handelingen 2:17) en mensen met de Geest vervuld worden. Iets wat uitgestort wordt, zeggen zij, is geen persoon. Wat zij verder geloven, leest u bij de vraag wat Jehova's getuigen geloven.
Die teksten zijn er, en ze spreken over de rijke werking van de Geest. Ze bewijzen echter niet dat Hij een ding is:
- Beeldspraak van uitgieten en vervuld worden bewijst niets tegen het persoon-zijn. Paulus bidt dat de gelovigen vervuld worden tot al de volheid Gods (Efeze 3:19) en roept op de Heere Jezus Christus aan te doen (Romeinen 13:14). Niemand leidt daaruit af dat God of Christus geen Persoon is.
- De Bijbel onderscheidt de Geest van Zijn kracht. God zalfde Jezus met de Heilige Geest en met kracht (Handelingen 10:38), en de discipelen zouden ontvangen 'de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal' (Handelingen 1:8). Was de Geest Zelf de kracht, dan zou er staan: de kracht van de kracht.
- Een kracht spreekt niet in de ik-vorm, wil niets en kan niet bedroefd worden. De teksten hierboven zeggen dat juist wel van de Geest.
- Dat de Geest weinig over Zichzelf zegt, past bij Zijn werk. Jezus zegt van Hem dat Hij Christus zal verheerlijken (Johannes 16:14). Hij wijst van Zichzelf weg, naar de Zoon.
Dat Hij van Zichzelf wegwijst naar Christus, maakt Hem niet onpersoonlijk. Dat over de Geest minder gezegd wordt dan over de Vader en de Zoon, maakt Hem niet minder God.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De kerk belijdt dit na de Schrift en onder de Schrift. Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus vraagt wat wij van de Heilige Geest geloven. Het antwoord begint: 'Eerstelijk, dat Hij te zamen met den Vader en den Zoon waarachtig en eeuwig God is' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 20, vraag 53). Daarna volgt dat Hij ook aan de gelovige persoonlijk gegeven is, om hem Christus en al Zijn weldaden deelachtig te maken, hem te troosten en eeuwig bij hem te blijven.
Artikel 11 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat de Heilige Geest van eeuwigheid uitgaat van de Vader en de Zoon (vergelijk Johannes 15:26). Hij is geen schepsel en niet gegenereerd zoals de Zoon; Hij gaat van beiden uit. Hij is de derde Persoon van de Drie-eenheid, van één wezen, majesteit en heerlijkheid met de Vader en de Zoon, en dus waarachtig en eeuwig God, zoals de Schrift leert.
Ook de oude kerk heeft hier een grens getrokken. Toen in de vierde eeuw sommigen leerden dat de Geest een schepsel was, beleed het concilie van Constantinopel (381) Hem als de Heere Die levend maakt, Die met de Vader en de Zoon samen aangebeden en verheerlijkt wordt. Die woorden staan in de Geloofsbelijdenis van Nicea zoals de kerk die tot vandaag uitspreekt (vergelijk Mattheüs 28:19).
Waarom doet het ertoe dat de Heilige Geest een Persoon is?
Het verschil tussen een Persoon en een kracht raakt het hart van het geloof. Een kracht gebruikt men; een persoon leert men kennen, eert men en aanbidt men. Wie de Geest als een kracht ziet, kan al snel gaan vragen hoe hij er meer van krijgt. Wie Hem kent als God, vraagt hoe hij zich door Hem laat leiden en Hem niet bedroeft (Efeze 4:30).
Het is ook de grond van troost. De Geest is God Zelf, Die in de gelovige komt wonen (Johannes 14:17), voor hem pleit als hij geen woorden heeft (Romeinen 8:26) en hem verzekert dat hij een kind van God is. Hij maakt een mens deel van Christus en Zijn weldaden. Zonder de Geest blijft het werk van Christus buiten ons; door de Geest wordt het ons eigendom. Zo hoort de Geest onmisbaar bij de leer van de Drie-eenheid: de Vader zendt, de Zoon verlost, de Geest past het toe. Meer over Zijn werk leest u in het artikel over wie de Heilige Geest is en wat Hij doet.
'Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn' (Romeinen 8:16)