Weinig vragen van het geloof wegen zo zwaar als deze. Wie over de hel nadenkt, denkt al snel aan zichzelf of aan iemand die hem lief is. Toch spreekt niemand in de Bijbel zo vaak over de hel als de Heere Jezus Zelf, en Hij doet dat met grote ernst. Op deze pagina leest u wat de Schrift zegt over het bestaan en de duur van de hel, welke andere visies er onder christenen leven, en waar de troost ligt.
Bestaat de hel echt?
Ja. De Heere Jezus waarschuwt herhaaldelijk voor de hel. Hij zegt dat het beter is verminkt het leven in te gaan, 'dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur' (Markus 9:43). Ook leert Hij Zijn discipelen God meer te vrezen dan mensen, omdat Hij ziel en lichaam kan verderven in de hel (Mattheüs 10:28).
Het woord hel heeft in de Statenvertaling twee betekenissen. Soms staat het voor het rijk van de doden, in het Grieks hades (Openbaring 20:14). Soms gaat het om de plaats van de eeuwige straf, in het Grieks gehenna, naar het dal van Hinnom bij Jeruzalem, waar Israël eens zijn kinderen offerde (Jeremia 7:31). Over die tweede betekenis gaat deze vraag. Wat er direct na het sterven met de ziel gebeurt, leest u bij wat er na het sterven gebeurt.
De Bijbel beschrijft de hel in beelden: vuur, de buitenste duisternis (Mattheüs 8:12), een poel van vuur en sulfer. Bijzonderheden geeft de Schrift niet. De kern is dat de mens buitengesloten is van het aangezicht van God en onder Zijn toorn blijft (2 Thessalonicenzen 1:9; Johannes 3:36). Volgens de Heere Jezus is het eeuwige vuur bereid voor de duivel en zijn engelen (Mattheüs 25:41). Meer teksten vindt u bij wat de Bijbel zegt over de hel.
Is de hel eeuwig volgens de Bijbel?
Is de hel voor altijd? Het duidelijkste antwoord staat aan het slot van de rede over het laatste oordeel. Over hen die aan de linkerhand van de Koning staan, zegt de Heere Jezus: 'En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven' (Mattheüs 25:46). In de grondtekst staat beide keren hetzelfde woord voor eeuwig (aionios). Wie het eeuwige leven zonder einde laat duren, kan aan de eeuwige pijn in hetzelfde vers geen einde geven. Augustinus wees daar al op (De stad van God, boek XXI, hoofdstuk 23). De uitleg van Mattheüs 25 plaatst de tekst in zijn verband.
Andere teksten spreken dezelfde taal. Christus noemt de hel de plaats 'waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt' (Markus 9:44). Paulus schrijft over wie God niet kennen en het evangelie niet gehoorzamen: 'Dewelken zullen tot straf lijden het eeuwig verderf' (2 Thessalonicenzen 1:9). Van de duivel, het beest en de valse profeet zegt Openbaring: 'zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid' (Openbaring 20:10). In dezelfde poel van vuur wordt ieder geworpen die niet geschreven staat in het boek des levens (Openbaring 20:15; vergelijk Openbaring 14:11).
Daniël spreekt van een opstanding van velen, de een ten eeuwigen leven, de ander tot eeuwige afgrijzing (Daniël 12:2). Een tweede kans na de dood noemt de Bijbel nergens (Hebreeën 9:27). In de gelijkenis van de rijke man en Lazarus is de klove tussen beide onoverbrugbaar (Lukas 16:26).
Hoe kan een barmhartige God eeuwig straffen?
Voor veel mensen is dit het eigenlijke bezwaar: hoe kan het kwaad van een kort leven een straf zonder einde verdienen?
De Bijbel meet de zonde niet af aan de tijd die zij duurt, maar aan Hem tegen Wie zij gedaan wordt. Zonde is opstand tegen de heilige God, en Zijn gerechtigheid is volmaakt. Daarom staat er: 'die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem' (Johannes 3:36). Wie buiten Christus sterft, blijft onder die toorn.
Tegelijk heeft God geen lust in de dood van de goddeloze. Hij roept de goddeloze op zich te bekeren en te leven (Ezechiël 33:11). De ernst van de hel staat in de Bijbel nooit los van die roepstem. Het grootste bewijs daarvan is het kruis. Wat de zonde verdient, heeft de Zoon van God gedragen voor allen die in Hem geloven. Aan het kruis riep Hij tot Zijn God waarom Die Hem verlaten had (Mattheüs 27:46). Daar onderging Hij de godverlatenheid die de hel is. Lees daarover ook of Jezus in de hel geweest is.
Waar christenen verschillen
Alle bijbelgetrouwe christenen geloven dat God de wereld zal oordelen door Jezus Christus en dat dit oordeel ernstig is (Handelingen 17:31). Over de duur van de straf bestaan drie visies.
- Eeuwige straf: de verlorenen blijven bestaan onder de toorn van God, zonder einde. Dit is de lijn van de kerk door de eeuwen heen, van Augustinus via de Reformatie tot nu; de Geloofsbelijdenis van Athanasius en de belijdenissen van zowel Rome als de Reformatie leren het (Mattheüs 25:46; Openbaring 20:10).
- Vernietiging (annihilationisme): God straft de verlorenen naar recht en vernietigt hen daarna. Eeuwig is dan het gevolg, de straf zelf houdt op. Aanhangers wijzen op woorden als verderven (Mattheüs 10:28) en op de tweede dood (Openbaring 20:14). De Zevendedagsadventisten leren dit; de Engelse evangelische theoloog John Stott hield het voor mogelijk (Evangelical Essentials, 1988).
- Alverzoening: uiteindelijk worden alle mensen behouden, omdat God door Christus alle dingen met Zichzelf verzoent (Kolossenzen 1:20) en in Christus allen levend gemaakt worden (1 Korinthe 15:22). Origenes (derde eeuw) wordt vaak als vroege vertegenwoordiger genoemd; de kerk heeft deze leer afgewezen.
De reformatorische kerken houden met de Drie Formulieren vast aan de eeuwige straf. De teksten van de alverzoening lezen zij in hun verband: in 1 Korinthe 15 gaat het om hen die bij Christus horen (vers 23), en dezelfde apostel schrijft over het eeuwig verderf. Een christen die de vernietigingsleer aanhangt, hoeft daarmee het werk van Christus niet te ontkennen. Toch kan de reformatorische kerk die leer niet aanvaarden, omdat de vernietigingsleer het woord eeuwig in één vers op twee manieren leest: bij het leven als een bestaan zonder einde, bij de pijn alleen als een gevolg zonder einde.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De Heidelbergse Catechismus spreekt hierover in Zondag 4. God wil de zonde volgens vraag 10 tijdelijk en eeuwig straffen. Vraag 11 noemt zelf het bezwaar, en het antwoord luidt: 'God is wel barmhartig, maar Hij is ook rechtvaardig' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 4, vraag 11). Daarom eist Zijn gerechtigheid dat de zonde tegen de allerhoogste majesteit van God gestraft wordt met de hoogste, de eeuwige straf aan lichaam en ziel.
Daarnaast staat de troost. In Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 44) belijdt de gelovige dat zijn Heere Jezus Christus in Zijn hele lijden, en vooral aan het kruis, helse kwelling heeft gedragen en hem zo 'van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft'. In Zondag 19 (vraag 52) ziet de gelovige uit naar de Rechter, Die Zijn vijanden in de eeuwige verdoemenis werpt en de Zijnen tot Zich neemt in de hemelse blijdschap.
Artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat de goddelozen bij het laatste oordeel onsterfelijk gemaakt worden, alleen om gestraft te worden in het eeuwige vuur dat de duivel en zijn engelen bereid is (Mattheüs 25:41). Voor de gelovigen noemt hetzelfde artikel dat oordeel zeer gewenst en troostelijk, omdat dan hun verlossing volkomen wordt.
Als deze vraag u persoonlijk raakt
Deze teksten kunnen u bang maken, voor uzelf of voor een ander. Die schrik is geen vreemde reactie: de Heere Jezus sprak over de hel om mensen tot Zich te roepen. Wie de Bijbel leest, vindt naast de waarschuwing steeds weer de uitweg. Christus belooft: 'die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen' (Johannes 6:37). Voor wie in Hem is, is er geen verdoemenis meer (Romeinen 8:1).
Denkt u aan iemand die gestorven is zonder dat u weet of hij of zij Christus kende? De Bijbel legt dat oordeel niet in onze handen. God is rechtvaardig en barmhartig, en Hij kent wat voor ons verborgen bleef. U hoeft over uw vader, moeder of kind geen uitspraak te doen. U mag uw verdriet bij Hem brengen; Hij is nabij de gebrokenen van harte (Psalm 34:19).
Houdt de angst voor de hel u vast, ook nu u op Christus wilt vertrouwen, of komen dezelfde dwingende gedachten steeds terug? U hoeft daar niet alleen mee te blijven. Praat erover met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid, en bij aanhoudende angst of somberheid ook met uw huisarts. Wilt u liever eerst anoniem uw verhaal kwijt, dan kunt u De Luisterlijn dag en nacht bellen via 088 0767 000.
'Jezus, Die ons verlost van den toekomenden toorn' (1 Thessalonicenzen 1:10)