Wie de evangeliën leest, ontmoet een Man Die honger had, moe werd, weende en stierf. Hoe kan Hij dan God zijn? Die vraag leeft bij wie twijfelt en bij wie met Jehova's getuigen aan de deur in gesprek raakt. Op deze pagina leest u welke bijbelteksten Jezus God noemen, wat Hij Zelf over Zich zei, hoe de bekende tegenwerpingen te verstaan zijn en wat de kerk belijdt.
Is Jezus God volgens de Bijbel?
Het duidelijkste antwoord staat aan het begin van het Johannesevangelie: 'In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God' (Johannes 1:1). Het Woord is Christus, want even verderop staat dat het Woord vlees geworden is en onder ons gewoond heeft (Johannes 1:14). Het Woord was er al in het begin, is te onderscheiden van de Vader en is Zelf God. Door Hem zijn ook alle dingen gemaakt (Johannes 1:3), en Wie alles schept, is geen schepsel. Meer over dit hoofdstuk leest u in de uitleg van Johannes 1.
Paulus spreekt even stellig. Over Christus schrijft hij: 'Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk' (Kolossenzen 2:9). Aan Titus schrijft hij over de verwachting 'der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus' (Titus 2:13). Er wordt één verschijning verwacht, die van Christus; daarom lezen reformatorische uitleggers hier dat Christus Zelf de grote God heet. Ook Romeinen 9:5 en Hebreeën 1:8 noemen Hem God.
Wat zei Jezus Zelf over Zijn Godheid?
Jezus liet in woord en daad zien Wie Hij is. Toen de Joden Hem voorhielden dat Hij nog geen vijftig jaar oud was en toch Abraham gezien zou hebben, antwoordde Hij: 'Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik' (Johannes 8:58). Hij zegt dus ben en niet was: een bestaan zonder begin. Veel uitleggers horen hierin de Naam waarmee God Zich aan Mozes bekendmaakte (Exodus 3:14). Zijn hoorders begrepen het zo, want zij namen stenen op (Johannes 8:59).
Hetzelfde gebeurde toen Hij zei: 'Ik en de Vader zijn een' (Johannes 10:30). De Joden zeiden waarom zij Hem wilden stenigen: Hij maakte Zichzelf God (Johannes 10:33). Ook vergaf Hij zonden, terwijl de schriftgeleerden terecht zeiden dat alleen God zonden kan vergeven (Markus 2:7). En in Openbaring noemt Hij Zich de Eerste en de Laatste (Openbaring 1:17), de titel die de HEERE bij Jesaja voor Zichzelf houdt (Jesaja 44:6).
Liet Jezus Zich aanbidden?
Aanbidding komt volgens de Bijbel alleen God toe. Jezus Zelf hield de satan voor dat er geschreven staat dat men de Heere God moet aanbidden en Hem alleen dienen (Mattheüs 4:10). Daarom weigerden Petrus (Handelingen 10:26) en de engel in Openbaring (Openbaring 22:9) die eer.
Jezus weigerde aanbidding nooit. Na de storm op het meer aanbaden de discipelen Hem en zeiden: 'Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon' (Mattheüs 14:33). En toen Thomas de Opgestane zag, zei hij: 'Mijn Heere en mijn God' (Johannes 20:28). Jezus verbeterde hem niet; Hij noemde zalig wie zo geloven zonder te zien (Johannes 20:29). Was Hij alleen een mens of een hoog schepsel, dan had Hij die eer moeten weigeren.
Is Jezus de Zoon van God?
Ja, en juist die naam wijst op Zijn Godheid. Petrus beleed Hem als de Christus, de Zoon van de levende God (Mattheüs 16:16). Bij mensen komt een zoon later dan zijn vader. In Johannes 5 blijkt dat de naam Zoon hier iets anders zegt: gelijkheid met de Vader. Zijn tegenstanders wilden Hem doden omdat Hij God Zijn eigen Vader noemde en Zich daarmee aan God gelijk maakte (Johannes 5:18). Jezus antwoordde dat allen de Zoon moeten eren zoals zij de Vader eren (Johannes 5:23).
Hij is dus op een andere manier Zoon dan gelovigen kinderen van God zijn; Johannes noemt Hem de Eniggeborene van de Vader (Johannes 1:14). Hoe de Vader, de Zoon en de Heilige Geest samen de ene God zijn, leest u bij de vraag wat de Drie-eenheid is.
Is Jezus God of mens?
Hij is allebei, en niet half om half. Hetzelfde evangelie dat zegt dat het Woord God was, zegt ook dat het Woord vlees geworden is (Johannes 1:14). Het concilie van Chalcedon (451) vatte het samen: één Persoon in twee naturen, waarachtig God en waarachtig mens.
Dat verklaart teksten die soms als bezwaar worden aangevoerd. Jezus zei: 'want Mijn Vader is meerder dan Ik' (Johannes 14:28). Hij zei ook dat de Zoon de dag en het uur van Zijn wederkomst niet kende (Markus 13:32). Zulke woorden spreekt Christus als mens en als de Knecht Die de Vader zond: Hij was God gelijk en nam de gestaltenis van een dienstknecht aan (Filippenzen 2:6-7). Een tekst over Zijn vernedering spreekt Zijn Godheid niet tegen. Waarom die menswording nodig was, leest u bij de vraag waarom God mens werd. Over Zijn leven leest u meer op de pagina over Jezus Christus.
Wat de kerk afwees: Arius en Jehova's getuigen
Dat Jezus God is, is geen punt waarover christenen van mening verschillen. Het is een grens van het christelijk geloof. In de vierde eeuw leerde Arius, een priester in Alexandrië, dat de Zoon het eerste en hoogste schepsel van God was: verheven, maar niet eeuwig en niet God zoals de Vader. Het concilie van Nicea (325) wees die leer af. De Geloofsbelijdenis van Nicea belijdt Christus als waarachtig God uit waarachtig God, geboren en niet geschapen, van hetzelfde wezen als de Vader.
Jehova's getuigen staan in de lijn van Arius. Zij leren dat Jezus het eerste schepsel van Jehova is, vóór Zijn leven op aarde de aartsengel Michaël, en hun Nieuwe-Wereldvertaling geeft het slot van Johannes 1:1 weer met een god. Zij zijn vaak oprecht en kennen hun Bijbel goed. Hun belangrijkste teksten, met het antwoord van de Schrift:
- Kolossenzen 1:15, waar Christus de Eerstgeborene aller kreaturen heet. Het volgende vers zegt dat alle dingen door Hem geschapen zijn (Kolossenzen 1:16). Eerstgeborene is ook een titel van rang: God belooft David, de jongste zoon van Isaï, hem tot eerstgeborene te stellen (Psalm 89:28).
- Johannes 14:28, over de Vader Die meerder is. Dat gaat over Zijn vernedering als mens.
- Johannes 1:1 in de weergave een god. Dan zouden er een grote en een kleine god zijn, terwijl de Schrift zegt dat er behalve de HEERE geen God is (Jesaja 44:6).
Een Jezus Die een schepsel is, kan de last van Gods toorn niet dragen en mag niet aanbeden worden. Daarom houdt de kerk hieraan vast, ook als zij met respect spreekt met wie het anders ziet. Hebt u een familielid bij Jehova's getuigen of raken deze gesprekken u persoonlijk, praat er dan gerust over met uw predikant of ouderling.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De Schrift gaat voor; de belijdenis vat samen wat de kerk daarin gelezen heeft. In Zondag 13 van de Heidelbergse Catechismus wordt gevraagd waarom Hij Gods eniggeboren Zoon heet, terwijl wij toch ook kinderen van God zijn. Het antwoord luidt: 'Omdat Christus alleen de eeuwige natuurlijke Zone Gods is; maar wij zijn om Zijnentwil uit genade tot kinderen Gods aangenomen' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 13, vraag 33). Eeuwig betekent hier: zonder begin. Natuurlijk betekent: van hetzelfde wezen als de Vader.
Artikel 10 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat Jezus Christus naar Zijn Goddelijke natuur de eniggeboren Zoon van God is, Die van eeuwigheid uit de Vader geboren is. Hij is niet gemaakt of geschapen; Hij is van hetzelfde wezen als de Vader en aan Hem gelijk. Het artikel noemt Hem daarom de ware en eeuwige God, Die wij aanbidden en dienen. Waarom dat ertoe doet, zegt de Catechismus elders: alleen Iemand Die waarachtig God is, kon de last van Gods toorn dragen en ons het leven teruggeven (Zondag 6, vraag 17).
Voor wie twijfelt of zoekt, is dit geen droge leer. Als Jezus God is, dan heeft God Zelf in Hem naar mensen omgezien. Wie Hem gezien heeft, heeft de Vader gezien (Johannes 14:9), en wie tot Hem komt, komt bij God Zelf. Johannes zegt het aan het eind van zijn eerste brief over Gods Zoon Jezus Christus:
'Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven' (1 Johannes 5:20)