Wie de Statenvertaling leest, ziet het op bijna elke bladzijde van het Oude Testament: HEERE in hoofdletters, en soms vlak daarnaast Heere in gewone letters. Achter de hoofdletters staat de Naam waarmee God Zich aan Israël bekendmaakte. Hier leest u wat die Naam inhoudt, waarom hij niet werd uitgesproken, waar Jahweh en Jehova vandaan komen en wat dit met Jezus Christus te maken heeft.
Waarom staat HEERE in hoofdletters in de Statenvertaling?
In het Hebreeuws heeft God een eigen Naam, geschreven met vier medeklinkers: jod, he, wau en he. In Latijnse letters is dat JHWH. Geleerden noemen het ook het tetragrammaton, Grieks voor vier letters. Deze Naam komt ongeveer 6.800 keer in het Oude Testament voor, veel vaker dan het woord God. De Statenvertalers wilden de lezer laten zien waar deze Naam staat. Daarom drukten zij hem als HEERE, in hoofdletters. Waar het Hebreeuws het gewone woord voor heer of gebieder gebruikt, Adonai, schreven zij Heere.
Dat zij JHWH met HEERE weergaven, en dus met een titel in plaats van een klankvorm, heeft een oude achtergrond. In de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, staat in de overgeleverde handschriften het woord kurios, heer. De apostelen volgen dat in het Nieuwe Testament. Wie Psalm 110:1 naast Mattheüs 22:44 legt, of Joël 2:32 naast Romeinen 10:13, ziet dat de Naam van de HEERE in het Grieks als Heere wordt aangehaald. Meer over de herkomst en de eigen keuzes van deze vertaling leest u bij de Statenvertaling van 1637.
Wat is de betekenis van de naam JHWH?
De sleutel staat in Exodus 3. Bij het brandende braambos vraagt Mozes hoe hij Gods Naam aan Israël moet doorgeven (Exodus 3:13). God antwoordt: 'Ik ZAL ZIJN, Die Ik ZIJN ZAL' (Exodus 3:14). Direct daarna noemt Hij Zich de HEERE, de God van Abraham, Izak en Jakob, en zegt Hij dat dit Zijn Naam is voor eeuwig en Zijn gedachtenis van geslacht tot geslacht (Exodus 3:15).
In het Hebreeuws liggen Ik zal zijn (ehjeh) en JHWH dicht bij elkaar: beide komen van het werkwoord hajah, zijn. De Naam zegt daarom twee dingen. God is Die Hij is: Hij hangt van niemand af en verandert niet (Maleachi 3:6). En Hij zal er zijn voor Zijn volk: Hij komt Zijn beloften na. De Statenvertaling geeft het werkwoord in de toekomende tijd weer, en dat past bij wat er volgt, want de HEERE gaat Israël uit Egypte verlossen.
Dat verklaart ook een tekst die vaak vragen oproept: 'doch met Mijn Naam HEERE ben Ik hun niet bekend geweest' (Exodus 6:2). In veel andere vertalingen is dit vers 3. Abram gebruikte de Naam al (Genesis 15:2). Uitleggers lezen deze tekst daarom meestal zo: de aartsvaders kenden de Naam wel, maar wat die Naam inhoudt, zag Israël pas toen God Zijn verbond vervulde en Zijn volk uit Egypte verloste.
Wat is het verschil tussen HEERE en Heere?
Het verschil tussen de hoofdletters en de gewone letters is het verschil tussen een naam en een titel. HEERE is de Naam van God. Heere is een aanspreekvorm: heer, meester, gebieder. Een paar teksten laten zien hoe die twee samen klinken:
- 'O HEERE, onze Heere' (Psalm 8:2): de Naam van Israëls God, en tegelijk de Heere aan Wie Zijn volk toebehoort.
- Psalm 110:1: de HEERE spreekt tot de Koning Die David zijn Heere noemt. Jezus past deze tekst op Zichzelf toe (Mattheüs 22:44).
- Genesis 15:2: Abram spreekt God aan als zijn Heere en noemt daarbij Zijn Naam. Bij de profeten opent een godsspraak vaak met diezelfde twee woorden achter elkaar (Ezechiël 2:4).
Israëls God is dus geen naamloze macht. Hij heeft Zich bij Naam bekendgemaakt en verbindt Zich aan Zijn volk. De Bijbel kent daarnaast andere namen en titels voor God, zoals El, Elohim en El Shaddai. Die worden besproken in het artikel over namen van God en andere bijbelse namen.
Waarom werd JHWH niet uitgesproken, en is het Jahweh of Jehova?
Het derde gebod zegt: 'Gij zult den Naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken' (Exodus 20:7), en de wet dreigt met de doodstraf voor wie de Naam lastert (Leviticus 24:16). Uit ontzag zijn de Joden de Naam in de eeuwen voor Christus steeds minder gaan uitspreken. In de Misjna, een Joodse verzameling wetsuitspraken van rond 200 na Christus, staat de uitspraak dat wie de Naam letter voor letter uitspreekt, geen deel heeft aan de toekomende wereld (Sanhedrin 10:1). Dat is een Joodse regel van later tijd; de Schrift zelf vraagt eerbied voor de Naam (Exodus 20:7). Waar JHWH stond, lazen Joden voortaan Adonai.
Omdat de Naam niet meer klonk, is de oorspronkelijke uitspraak verloren gegaan. Het Hebreeuws werd eeuwenlang zonder klinkers geschreven; de klinkertekens zijn pas in de vroege middeleeuwen toegevoegd door Joodse schriftgeleerden, de masoreten. Bij JHWH zetten zij de klinkers van Adonai, als teken voor de lezer om Adonai te zeggen. Daaruit verklaren zich de twee bekende vormen:
- Jehova ontstond doordat christelijke geleerden vanaf de late middeleeuwen de medeklinkers van JHWH en de klinkers van Adonai samen lazen. Het is een mengvorm die in het oude Israël nooit zo heeft geklonken.
- Jahweh is een reconstructie van taalkundigen, onder meer op grond van Griekse weergaven bij vroege kerkvaders. Veel geleerden achten die uitspraak waarschijnlijk; zekerheid is er niet.
De naam Jehova is in Nederland vooral bekend van de Jehova's getuigen. Hun leer over God en over Christus wijkt op wezenlijke punten af van het christelijk geloof; zie de vraag Wat geloven Jehova's getuigen? De Statenvertaling geeft de volledige Naam in geen enkele klankvorm weer. HEERE in hoofdletters bewaart de eerbied en laat tegelijk zien waar de Naam staat.
Is Jezus de HEERE?
Het Oude Testament zegt met nadruk dat de HEERE Zijn eer met niemand deelt: 'Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven' (Jesaja 42:8). Israël belijdt dat de HEERE één is (Deuteronomium 6:4). Juist daarom valt op hoe het Nieuwe Testament over Jezus spreekt. Joël belooft dat wie de Naam van de HEERE aanroept, behouden wordt (Joël 2:32). Paulus haalt die belofte aan en betrekt haar op Christus: 'Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden' (Romeinen 10:13). In Filippenzen 2 krijgt Jezus de Naam die boven alle naam is, en zal alle tong belijden 'dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders' (Filippenzen 2:11).
Jezus Zelf zegt tegen Zijn tegenstanders: 'Eer Abraham was, ben Ik' (Johannes 8:58). Veel uitleggers horen daarin de Naam van Exodus 3:14. Zijn toehoorders namen daarop stenen op om op Hem te werpen (Johannes 8:59). Wie Jezus Heere noemt, noemt Hem dus bij de Naam van de God van Israël. In Hem komt de HEERE Zijn belofte na: Hij is er voor Zijn volk, tot redding van zondaren. Hoe Vader, Zoon en Heilige Geest samen de ene God zijn, leest u bij de vraag Wie is God volgens de Bijbel?
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenis volgt de Schrift door de Naam van God met ontzag te behandelen. Zondag 36 van de Heidelbergse Catechismus legt het derde gebod uit (Exodus 20:7). God wil dat wij 'den heiligen Naam Gods niet anders dan met vreze en eerbiedigheid gebruiken' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 36, vraag 99), opdat Hij door ons recht beleden, aangeroepen en in al onze woorden en werken geprezen wordt. Dat gaat verder dan het vermijden van vloeken; het raakt de hele omgang met Gods Naam, in spreken en in leven.
In HC Zondag 47 leert de kerk de eerste bede van het Onze Vader bidden, de bede om de heiliging van Gods Naam (Mattheüs 6:9). De catechismus verklaart dat als een gebed om God recht te kennen en Hem in al Zijn werken te prijzen (vraag 122). Zo herinnert elke HEERE in hoofdletters de lezer aan de God Die Zich bij Naam bekendmaakt, Zijn verbond houdt en gekend wil worden.
'Opdat zij weten, dat Gij alleen met Uw Naam zijt de HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde' (Psalm 83:19)