Wie een geliefde heeft moeten begraven, of zelf ouder of ziek wordt, vraagt zich af wat er komt na het laatste ademhalen. De Bijbel stilt niet elke nieuwsgierigheid over het hiernamaals. Wel zegt zij genoeg om op te leven en te sterven. Of er een leven na het sterven is, bespreekt de vraag naar een leven na het sterven. Hier gaat het om het hoe: de ziel, het lichaam, het oordeel en de troost voor wie achterblijft.
Wat gebeurt er na de dood met de ziel?
De Bijbel spreekt over de mens als lichaam en ziel. In de dood worden die twee van elkaar gescheiden. Prediker zegt het zo: 'het stof wederom tot aarde keert, als het geweest is; en de geest weder tot God keert, Die hem gegeven heeft' (Prediker 12:7). Het lichaam wordt begraven, de ziel houdt niet op te bestaan.
Voor wie in Christus sterft, wijst de Schrift duidelijk aan waar de ziel heen gaat. Tegen de misdadiger aan het kruis die Hem om genade vroeg, zei de Heere Jezus: 'Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn' (Lukas 23:43). Dat woord heden laat geen ruimte voor een lange wachttijd in het niets. Paulus verlangde ernaar 'om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste' (Filippenzen 1:23). Elders schrijft hij dat de gelovigen goede moed hebben, omdat sterven voor hen betekent 'uit het lichaam uit te wonen, en bij den Heere in te wonen' (2 Korinthe 5:8).
De ziel van de gelovige is dus terstond bij Christus, in rust en vreugde. Dat is nog niet de volle heerlijkheid: die komt pas wanneer ook het lichaam is opgewekt. Een overzicht van wat de Schrift over het sterven zegt, staat bij bijbelteksten over de dood.
Wat gebeurt er met het lichaam? De opstanding
Het graf heeft het laatste woord niet. De Heere Jezus zegt dat de ure komt waarin allen die in de graven zijn Zijn stem zullen horen en zullen uitgaan, de een tot de opstanding des levens en de ander tot de opstanding der verdoemenis (Johannes 5:28-29). Op de jongste dag, bij Zijn wederkomst, wekt Christus alle doden op.
Het is hetzelfde lichaam dat in het graf gelegd werd, en toch veranderd. Paulus vergelijkt het met een zaadkorrel die in de aarde gaat en als nieuwe plant opkomt: 'Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid' (1 Korinthe 15:42). In de uitleg van 1 Korinthe 15 leest u hoe hij de opstanding van de gelovigen vastmaakt aan de opstanding van Christus Zelf. Christus is de Eersteling van hen die ontslapen zijn (1 Korinthe 15:20); zoals de eerste vruchten de oogst aankondigen, zo volgen de Zijnen Hem.
Daarom noemt de Bijbel gestorven gelovigen ontslapen (1 Thessalonicenzen 4:14). Slapen is een beeld van tijdelijke rust, waaruit men weer wakker wordt.
Wat is er na de dood? Het oordeel
Na de dood komt een rekenschap: 'En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel' (Hebreeën 9:27). Er is één leven en één sterven. Een tweede kans of een nieuw leven op aarde kent de Bijbel niet. Allen zullen voor de rechterstoel van Christus verschijnen (2 Korinthe 5:10).
De Heere Jezus spreekt ernstig over twee uitkomsten: 'En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven' (Mattheüs 25:46). In de gelijkenis van de rijke man en Lazarus wordt Lazarus na zijn sterven door de engelen gedragen in de schoot van Abraham, terwijl de rijke man in de pijn is (Lukas 16:22-23). Die gelijkenis beschrijft het hiernamaals niet in alle details. Wel laat zij zien dat er na de dood geen overstap meer mogelijk is (Lukas 16:26).
Dat is een ernstige boodschap, en tegelijk een uitnodiging. Wie in Christus gelooft, hoeft het oordeel niet te vrezen. Hij zegt Zelf dat wie Zijn woord hoort en gelooft, het eeuwige leven heeft en niet in de verdoemenis komt (Johannes 5:24). Christus droeg de straf. Daarom noemt de Heidelbergse Catechismus de dood van een gelovige geen betaling voor de zonde, wel een doorgang tot het eeuwige leven (Zondag 16, vraag 42).
Slaapt de ziel tot de opstanding?
Alle christenen belijden dat de doden zullen opstaan. Over de tijd tussen sterven en opstanding verschillen zij.
- Zielenslaap: adventisten en sommige andere christenen leren dat de mens na de dood niet bewust bestaat tot de opstanding. Zij wijzen op het woord ontslapen en op Prediker 9:5, waar staat dat de doden niets weten.
- Vagevuur: de Rooms-Katholieke Kerk leert dat wie in genade sterft maar nog niet volkomen gereinigd is, eerst een loutering ondergaat. Wat de Bijbel daarvan zegt, leest u bij de vraag of het vagevuur bestaat.
- Reformatorisch: de ziel van de gelovige gaat terstond naar Christus. Een tussenplaats of loutering is er niet, omdat het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonde (1 Johannes 1:7).
Waarom spreekt de Bijbel dan over slapen? Dat woord ziet op het lichaam en op het tijdelijke van de dood. Toen de Heere Jezus zei dat Lazarus sliep (Johannes 11:11), bedoelde Hij zijn dood met het oog op de opwekking. Prediker 9:5 kijkt naar het leven onder de zon: de doden hebben geen deel meer aan wat op aarde gebeurt (Prediker 9:6). Tegelijk laat de Schrift zielen zien die bewust spreken: onder het altaar roepen de zielen van de martelaren tot God (Openbaring 6:9-10). En Stefanus vroeg bij zijn sterven of de Heere Jezus zijn geest wilde ontvangen (Handelingen 7:59).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De kerk heeft deze leer samengevat in haar belijdenis. In Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 57) belijdt de gelovige als troost dat 'mijn ziel na dit leven terstond tot Christus, haar Hoofd, zal opgenomen worden' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 22, vraag 57). Daarna wordt ook het lichaam door de kracht van Christus opgewekt, weer met de ziel verenigd en aan Zijn heerlijk lichaam gelijkvormig gemaakt (Filippenzen 3:21). Vraag 58 voegt eraan toe dat wie nu al het begin van de eeuwige vreugde in zijn hart kent, na dit leven de volkomen zaligheid zal bezitten, om God daarin eeuwig te prijzen.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt in artikel 37 over het laatste oordeel. Alle doden zullen opstaan en hun zielen worden verenigd met het eigen lichaam waarin zij geleefd hebben. De goddelozen ontvangen de eeuwige straf; de gelovigen worden met heerlijkheid gekroond. Voor de gelovigen noemt het artikel de gedachtenis aan dit oordeel daarom zeer gewenst en troostelijk.
Als u iemand verloren hebt
Rouw is geen gebrek aan geloof. Ook de Heere Jezus weende bij het graf van Lazarus (Johannes 11:35). Paulus schreef aan een gemeente die doden te betreuren had, 'opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben' (1 Thessalonicenzen 4:13). Paulus verbiedt het verdriet niet; hij geeft het een hoop.
Is uw geliefde in de Heere gestorven, dan mag u weten dat hij of zij nu bij Christus is. Weet u dat niet, of twijfelt u, dan hoeft u dat oordeel niet zelf te vellen. Het is aan God, Die rechtvaardig en barmhartig is en kent wat voor ons verborgen bleef. Breng uw vragen en uw verdriet bij Hem; Hij is nabij de gebrokenen van harte (Psalm 34:19).
Ziet u zelf tegen het sterven op, dan mag u weten dat niets de gelovige kan scheiden van de liefde van God in Christus, ook de dood niet (Romeinen 8:38-39).
U hoeft hier niet alleen mee te blijven. Een gesprek met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid kan helpen, ook lang na de begrafenis. Bij troost uit de Bijbel vindt u teksten voor de tijd van rouw. Blijft het verdriet u overvallen of slaapt u er slecht van, bespreek het dan ook met uw huisarts. Wilt u liever eerst anoniem uw verhaal kwijt, dan kunt u dag en nacht De Luisterlijn bellen via 088 0767 000 of chatten via deluisterlijn.nl.
'Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven' (Johannes 11:25)