Ga naar hoofdinhoud

Artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Van het laatste oordeel

In het kort

In artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt de kerk dat Christus zichtbaar terugkomt voor het laatste oordeel over alle mensen. Voor de goddelozen is die dag schrikkelijk, voor de gelovigen vol troost. Daarom zien zij er met verlangen naar uit, zonder de datum te willen berekenen.

De tekst van NGB 37

Ten laatste, geloven wij, volgens het Woord Gods, dat, als de tijd, van den Heere verordend (die allen schepselen onbekend is), gekomen, en het getal der uitverkorenen vervuld zal zijn, onze Heere Jezus Christus uit den hemel zal komen, lichamelijk en zienlijk, gelijk Hij opgevaren is, met grote heerlijkheid en majesteit, om Zich te verklaren een Rechter te zijn over levenden en doden; deze oude wereld in vuur en vlam stellende om haar te zuiveren.

En alsdan zullen persoonlijk voor dezen groten Rechter verschijnen alle mensen, zowel mannen als vrouwen en kinderen, die van het begin der wereld af tot den einde toe geweest zullen zijn, gedagvaard zijnde door de stem des archangels en door het geklank der Goddelijke bazuin, 1 Thess. 4:16. Want al degenen, die gestorven zullen wezen, zullen uit de aarde verrijzen, de zielen te zamen gevoegd en verenigd zijnde met haar eigen lichaam, in hetwelk zij zullen geleefd hebben. En aangaande degenen die alsdan nog leven zullen, die zullen niet sterven gelijk de anderen, maar zullen in een ogenblik veranderd en uit verderfelijk onverderfelijk worden. Alsdan zullen de boeken (dat is consciëntiën) geopend, en de doden geoordeeld worden, naar hetgeen zij in deze wereld gedaan zullen hebben, hetzij goed of kwaad. Ja, de mensen zullen rekenschap geven van alle ijdele woorden, die zij gesproken zullen hebben, Math. 12:36, die de wereld niet dan voor kinderspel en voor tijdverdrijf acht; en dan zullen de verborgenheden en geveinsdheden der mensen openbaarlijk voor allen ontdekt worden.

En daarom is de gedachtenis van dit oordeel met recht schrikkelijk en vervaarlijk voor de bozen en goddelozen, en zeer wenselijk en troostelijk voor de vromen en uitverkorenen; dewijl alsdan hun volle verlossing volbracht zal worden, en zij aldaar zullen ontvangen de vruchten des arbeids en der moeite, die zij zullen gedragen hebben; hun onnozelheid zal door allen bekend worden; en zij zullen de schrikkelijke wraak zien, die God tegen de goddelozen doen zal, die hen getiranniseerd, verdrukt en gekweld zullen hebben in deze wereld. Dewelke overwonnen zullen worden door het getuigenis hunner eigen consciëntiën, en zullen onsterfelijk worden, doch in zulker voege, dat het zal zijn om gepijnigd te worden in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is, Math. 25:41.

En daarentegen, de gelovigen en uitverkorenen zullen gekroond worden met heerlijkheid en eer. De Zoon Gods zal hun naam belijden voor God, Zijn Vader, en Zijn uitverkoren engelen; alle tranen zullen van hun ogen afgewist worden; hun zaak, die nu tegenwoordig door vele rechters en overheden als ketters en goddeloos verdoemd wordt, zal bekend worden de zaak des Zoons Gods te zijn. En tot een genadige vergelding zal hen de Heere zulk een heerlijkheid doen bezitten, als het hart eens mensen nimmermeer zou kunnen bedenken. Daarom verwachten wij dien groten dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onzen Heere.

Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.

'Ten laatste': met die woorden begint artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, en zo sluit het de hele belijdenis af. Het belijdt hoe de geschiedenis van deze wereld eindigt: met het laatste oordeel. Paulus zei in Athene dat God "een dag gesteld heeft", waarop Hij de wereld zal oordelen door de Man Die Hij uit de doden opwekte. Die Man is Christus.

Een tijd die niemand kent

Wanneer komt Christus terug? Het artikel zegt: als de tijd gekomen is die de Heere heeft verordend, dat wil zeggen: vastgesteld. Die tijd is 'allen schepselen onbekend'. Ook de engelen kennen hem niet. De Heere Jezus zei: "Doch van dien dag en die ure weet niemand". Daarom past het niet om een datum uit te rekenen.

Het artikel noemt nog een kenmerk. Christus komt als 'het getal der uitverkorenen vervuld zal zijn'. God wacht tot al de Zijnen zijn toegebracht.

Zichtbaar en met majesteit

Christus komt 'lichamelijk en zienlijk, gelijk Hij opgevaren is'. Zienlijk betekent: zichtbaar. Het gaat dus niet om een verborgen of alleen geestelijke komst. Bij de hemelvaart zeiden de engelen: "Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen". Hij komt 'met grote heerlijkheid en majesteit'. Majesteit is koninklijke grootheid. De Heere Jezus sprak Zelf over de Zoon des mensen Die zal zitten "op den troon Zijner heerlijkheid".

Hij komt om Zich 'te verklaren een Rechter te zijn over levenden en doden'. Dan wordt 'deze oude wereld in vuur en vlam' gezet. Het doel daarvan noemt het artikel ook: 'om haar te zuiveren'.

Alle mensen voor de Rechter

Voor deze Rechter verschijnen 'alle mensen, zowel mannen als vrouwen en kinderen'. Niemand is uitgezonderd. Zij worden gedagvaard, dat wil zeggen: opgeroepen om voor de rechter te komen. Dat gebeurt "met de stem des archangels, en met de bazuin Gods", zoals Paulus aan de Thessalonicenzen schrijft. Een archangel is een overste van de engelen.

De doden staan op, en hun ziel wordt weer verenigd 'met haar eigen lichaam'. Wie dan nog leeft, sterft niet, maar wordt 'in een ogenblik veranderd'. Uit verderfelijk wordt onverderfelijk: wat kan vergaan, wordt onvergankelijk. Zondag 22 van de catechismus noemt dit een troost. Ook het lichaam van de gelovige wordt gelijk aan het heerlijke lichaam van Christus.

Geopende boeken

Dan worden de boeken geopend. Johannes zag dat ook in zijn gezicht: "de boeken werden geopend". Het artikel legt uit wat die boeken zijn: 'dat is consciëntiën'. Consciëntie betekent geweten. Ieder mens wordt geoordeeld naar wat hij in deze wereld gedaan heeft, 'hetzij goed of kwaad'. Paulus schrijft: "wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus".

Zelfs woorden tellen mee. De mensen zullen 'rekenschap geven van alle ijdele woorden'. IJdel betekent hier: leeg en zonder nut. Velen zien de wereld aan 'voor kinderspel en voor tijdverdrijf', maar op die dag blijkt hoe ernstig het leven is. Ook 'de verborgenheden en geveinsdheden der mensen' komen aan het licht. Geveinsdheid is huichelarij: een vroom uiterlijk zonder oprecht hart.

Schrik en troost

Daarom is het denken aan dit oordeel 'schrikkelijk en vervaarlijk voor de bozen en goddelozen'. Vervaarlijk betekent: angstaanjagend. Zij worden overwonnen 'door het getuigenis hunner eigen consciëntiën'. Hun straf is het eeuwige vuur, 'hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is'. Het artikel spreekt hier ernstig, omdat de Heere Jezus Zelf zo spreekt.

Voor de gelovigen is dezelfde dag 'zeer wenselijk en troostelijk'. Dan wordt 'hun volle verlossing volbracht', en zij ontvangen 'de vruchten des arbeids en der moeite'. Ook hun onnozelheid wordt bekend; dat oude woord betekent hier onschuld. Wie om het geloof als ketter werd veroordeeld, krijgt dan recht. Het blijkt dat hun zaak 'de zaak des Zoons Gods' was.

Ook zullen zij 'de schrikkelijke wraak' zien die God aan hun verdrukkers doet. Dat is geen wraak van henzelf, maar Gods rechtvaardig oordeel.

De Zoon Gods belijdt hun naam voor Zijn Vader. Johannes hoorde de belofte: "God zal alle tranen van hun ogen afwissen". Hij geeft hun een heerlijkheid die 'het hart eens mensen nimmermeer zou kunnen bedenken'. Het artikel noemt dat 'een genadige vergelding'. Het is dus geen verdiend loon, maar een gave uit genade.

Uitzien met een groot verlangen

Het artikel eindigt met hoop: 'Daarom verwachten wij dien groten dag met een groot verlangen'. Dat verlangen rust niet op eigen goedheid, maar op 'de beloften Gods, in Jezus Christus, onzen Heere'. Zondag 19 van de catechismus wijst erop dat de Rechter Dezelfde is Die Zich eerst voor Gods gericht heeft gesteld. Hij heeft de vloek weggenomen. Daarom mag de gelovige Hem "met opgerichten hoofde" verwachten. Aan het slot van de Bijbel klinkt de bede: "Ja, kom, Heere Jezus".

Bijbelse onderbouwing

  • Handelingen 17:31

    “Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen, door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft.”

    God heeft de dag van het oordeel vastgesteld, zoals het artikel spreekt van de tijd die door de Heere verordend is.

    Uitleg bij Handelingen 17

  • 2 Korinthe 5:10

    “Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.”

    Alle mensen moeten voor de rechterstoel van Christus verschijnen, en het artikel zegt net zo dat ieder geoordeeld wordt naar wat hij gedaan heeft.

  • Mattheüs 12:36

    “Maar Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de mensen zullen gesproken hebben, zij van hetzelve zullen rekenschap geven in den dag des oordeels.”

    Christus zegt dat de mensen rekenschap zullen geven van elk ijdel woord, en het artikel haalt dit vers zelf aan.

  • 1 Thessalonicenzen 4:16

    “Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;”

    Paulus noemt de stem van de archangel en de bazuin Gods, en het artikel neemt die woorden over bij de oproep van alle mensen voor de Rechter.

  • Openbaring 20:12

    “En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.”

    Johannes ziet de doden voor God staan terwijl de boeken geopend worden, en het artikel legt die boeken uit als de gewetens van de mensen.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

Artikel 37 is geschreven voor gelovigen onder zware vervolging. Dat klinkt door in de tekst. Het spreekt over gelovigen die 'getiranniseerd, verdrukt en gekweld' worden, en over hun zaak, die 'door vele rechters en overheden als ketters' veroordeeld wordt. Voor zulke lezers was het laatste oordeel een troost: de hoogste Rechter zou hun zaak recht doen.

Tegelijk houdt het artikel afstand van een andere weg. Sommige dopersen meenden te weten wanneer Christus zou komen. Melchior Hoffman noemde het jaar 1533, en in Münster liep een verwachting van het einde uit op geweld. Artikel 37 laat de tijd bij God en het oordeel aan Christus.

Om over door te praten

  1. Waarom laat het artikel de tijd van de wederkomst aan God over, en wat betekent dat voor het rekenen met datums?
  2. Wat betekent het voor uw dagelijks leven dat ook ijdele woorden en verborgen dingen op die dag openbaar worden?
  3. Hoe kan dezelfde dag voor de een schrikkelijk en voor de ander troostelijk zijn?
  4. Waarom noemt het artikel de heerlijkheid van de gelovigen een genadige vergelding en geen verdiend loon?
  5. Waarop rust het verlangen naar de grote dag, en hoe kan dat verlangen in uw eigen leven groeien?