Ga naar hoofdinhoud
Dood en eeuwigheid

Herkennen we elkaar in de hemel?

Kort antwoord

Ja, de Bijbel geeft aanwijzingen dat we elkaar als gelovigen in de hemel herkennen: wie opstaat, blijft dezelfde persoon. Paulus troost rouwenden met de belofte dat de gelovigen samen met hun ontslapen geliefden de Heere tegemoet gaan (1 Thessalonicenzen 4:17). Hoe dat weerzien precies zal zijn, is niet geopenbaard. De grootste vreugde van de hemel is God Zelf.

Wie een vader, moeder, kind of huwelijkspartner heeft moeten begraven, kent de vraag die bij het graf opkomt: zal ik hem of haar terugzien, en herken ik die ander dan? Het is een vraag van liefde. De Bijbel gaat er niet aan voorbij. Hier leest u welke aanwijzingen de Schrift geeft, wat zij open laat en waarom het hart van de hemel God Zelf is. Wat er in het sterven gebeurt, leest u bij wat er na de dood gebeurt.

Herkennen we elkaar in de hemel volgens de Bijbel?

De Bijbel beschrijft de hemel nergens als een plaats waar mensen hun naam en hun geschiedenis kwijtraken. Wie opstaat, is dezelfde die gestorven is. Dat ziet u het duidelijkst aan de Heere Jezus Zelf. Na Zijn opstanding zei Hij tegen Zijn verschrikte discipelen dat Hij het Zelf was, met handen en voeten die zij konden aanraken (Lukas 24:39). Maria Magdalena herkende Hem toen Hij haar bij haar naam noemde (Johannes 20:16). En Paulus schrijft dat Christus ook ons vernederd lichaam gelijkvormig zal maken aan Zijn heerlijk lichaam (Filippenzen 3:21).

Er zijn meer aanwijzingen. Op de berg van de verheerlijking zagen drie discipelen twee mannen die eeuwen eerder van de aarde waren heengegaan: 'En ziet, van hen werden gezien Mozes en Elias, met Hem samensprekende' (Mattheüs 17:3). Petrus wilde voor ieder van hen een tabernakel maken en noemde hen bij name (Mattheüs 17:4). Hoe hij wist wie zij waren, vertelt de tekst niet. Wel blijkt dat Mozes en Elia na al die eeuwen nog Mozes en Elia waren.

De Heere Jezus zegt ook dat 'velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen' (Mattheüs 8:11). De aartsvaders zijn daar met hun eigen naam, en aanzitten aan een maaltijd veronderstelt gemeenschap met elkaar. Ook de gelijkenis van de rijke man en Lazarus, die het hiernamaals niet in alle details beschrijft, veronderstelt dat mensen elkaar na de dood kennen: de rijke man kent Abraham en Lazarus en denkt nog aan zijn vijf broers (Lukas 16:23-28).

Zien wij elkaar terug in de hemel?

De sterkste troost op dit punt staat in de brief van Paulus aan de gemeente in Thessalonika. Daar waren gelovigen gestorven, en de achterblijvers vroegen zich af wat er met hen zou gebeuren als de Heere terugkwam. Paulus antwoordt dat God hen die ontslapen zijn in Jezus met Hem zal wederbrengen (1 Thessalonicenzen 4:14). Daarna schrijft hij: 'Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen' (1 Thessalonicenzen 4:17).

Let op de woorden 'te zamen met hen'. Paulus troost de rouwenden niet alleen met hun eigen behoud; hij wijst hen ook op het samenzijn met wie hen waren voorgegaan. Daarom besluit hij met de opdracht om elkaar met deze woorden te vertroosten (1 Thessalonicenzen 4:18). In de uitleg van 1 Thessalonicenzen 4 leest u dit gedeelte in zijn verband.

Ook koning David sprak na de dood van zijn kind woorden die vaak bij een graf worden aangehaald: 'Ik zal wel tot hem gaan, maar hij zal tot mij niet wederkomen' (2 Samuël 12:23). Dit vers wordt op twee manieren gelezen. Sommigen horen er alleen in dat David eens ook zal sterven. Anderen horen er de verwachting in dat hij zijn kind zal terugzien, mede omdat David na het sterven van het kind opstond en in het huis van de HEERE aanbad (2 Samuël 12:20). Wat de Bijbel zegt over ouders die een kind verloren, bespreekt de vraag of baby's die sterven naar de hemel gaan.

Zijn man en vrouw in de hemel nog getrouwd?

De Sadduceeën, die de opstanding loochenden, legden de Heere Jezus het geval voor van een vrouw die na elkaar met zeven broers getrouwd was geweest. Wiens vrouw zou zij in de opstanding zijn (Mattheüs 22:28)? Het antwoord van de Heere Jezus luidt: 'Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in de hemel' (Mattheüs 22:30).

Het huwelijk is een goede gave van God voor dit leven, en het wijst heen naar de band tussen Christus en Zijn gemeente (Efeze 5:32). In de opstanding is wat het afschaduwde, vervuld. De Heere Jezus zegt daarmee ook niet dat mensen engelen worden. Lukas laat zien waarin de vergelijking zit: zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn den engelen gelijk (Lukas 20:36). Wie uit deze tekst afleidt dat man en vrouw elkaar dan niet meer kennen, zegt meer dan er staat. Van de liefde schrijft Paulus wel dat zij nimmermeer vergaat (1 Korinthe 13:8), al spreekt hij daar over de liefde in het algemeen. Hoe die liefde er in de heerlijkheid uitziet, is niet geopenbaard.

Wat heeft God niet geopenbaard?

Hier past bescheidenheid. Paulus schrijft: 'nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben' (1 Korinthe 13:12). Ons kennen wordt in de heerlijkheid niet minder; het wordt voller. Dat is een goede grond om te verwachten dat wij elkaar zullen kennen. Tegelijk zegt Johannes dat het nog niet geopenbaard is wat wij zijn zullen (1 Johannes 3:2).

Daarom zegt de Bijbel ons niet:

  • hoe wij er in het opstandingslichaam uitzien, of welke leeftijd wij dan hebben;
  • of wij alles van dit leven nog weten;
  • hoe het zal zijn als iemand van wie wij hielden er niet is.

Over dat laatste zegt de Schrift wel dat God alle tranen zal afwissen en dat er geen rouw meer zal zijn (Openbaring 21:4). Hoe Hij dat doet, zegt de Bijbel niet; wel dat Hij het doet. Wat de Schrift open laat, hoeven wij niet zelf in te vullen. Dat u van een geliefde droomt of hem of haar overal mist, is geen zonde. Verhalen over overledenen die boodschappen sturen, vinden wel geen grond in de Bijbel; die verbiedt het zoeken van contact met de doden (Deuteronomium 18:11).

Wat is de grootste vreugde van de hemel?

Het weerzien is een gave. Het hart van de hemel is het niet. Asaf zegt: 'Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!' (Psalm 73:25). Ook de troost van Paulus in 1 Thessalonicenzen 4 loopt uit op die ene zin: altijd met den Heere wezen. De gelovigen zien elkaar terug omdat zij allen bij Christus zijn. Hij is het middelpunt, en in Hem vinden zij elkaar.

Zo beschrijft ook Johannes de nieuwe hemel en de nieuwe aarde: de tabernakel van God is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen (Openbaring 21:3). Bij Gods aangezicht is verzadiging van vreugde (Psalm 16:11). De toegang daartoe is er alleen door Christus, Die voor zondaren gestorven en opgestaan is (Romeinen 5:8; 1 Thessalonicenzen 4:14). Het weerzien is daarom vrucht van genade en geen recht. Wie bang is dat de liefde voor een overleden kind of partner het verlangen naar God in de weg staat, mag weten dat die liefde een gave van God Zelf is. Een overzicht van wat de Schrift over de hemel zegt, staat bij bijbelteksten over de hemel.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De belijdenisgeschriften spreken niet uitdrukkelijk over het herkennen van elkaar. Zij houden het oog op Christus en op de zaligheid in Hem. In Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus belijdt de gelovige dat zijn ziel na dit leven terstond tot Christus wordt opgenomen en dat ook zijn lichaam zal opstaan (vraag 57). Vraag 58 spreekt over de volkomen zaligheid, 'die geen oog gezien, geen oor gehoord heeft en in geen mensenhart is opgekomen' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 22, vraag 58), om God daarin eeuwig te prijzen. Die woorden komen uit 1 Korinthe 2:9. Wat God bereid heeft voor wie Hem liefhebben, gaat uit boven wat wij ons kunnen voorstellen, ook boven onze voorstelling van een weerzien.

Volgens artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis worden de gelovigen op de jongste dag met heerlijkheid en eer gekroond, en zal de Zoon van God hun naam belijden voor Zijn Vader en Zijn engelen. Dat is een persoonlijke belofte: Christus, de goede Herder, kent de Zijnen en roept Zijn schapen bij name (Johannes 10:3, 14).

Als u iemand verloren hebt

Het verlangen om een geliefde terug te zien, is geen gebrek aan geloof. De Heere Jezus weende bij het graf van Lazarus (Johannes 11:35). Paulus verbiedt de rouw niet; hij wil dat de gelovigen niet bedroefd zijn zoals de anderen, die geen hoop hebben (1 Thessalonicenzen 4:13).

Is uw geliefde in de Heere gestorven, dan mag u met de woorden van Paulus hopen op het weerzien bij Christus. Weet u niet hoe het met uw geliefde stond, of twijfelt u daaraan, dan hoeft u dat oordeel niet zelf te vellen. Het is aan God, Die rechtvaardig en barmhartig is en kent wat voor ons verborgen bleef. Breng uw verdriet en uw vragen bij Hem; Hij is nabij de gebrokenen van harte (Psalm 34:19).

Rouw kan lang duren en onverwacht terugkomen. Praat erover met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid, ook lang na de begrafenis. In het artikel over rouw en verlies in het licht van de Bijbel vindt u meer troost uit de Schrift. Blijft het verdriet u overvallen of slaapt u er slecht van, bespreek het dan ook met uw huisarts. Wilt u liever eerst anoniem uw verhaal kwijt, dan kunt u dag en nacht De Luisterlijn bellen via 088 0767 000, of chatten via deluisterlijn.nl.

'En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn' (Openbaring 21:4)

Bijbelverwijzingen

herkennen we elkaar in de hemelelkaar terugzien in de hemelweerzien na de doodhuwelijk in de hemelhemelrouwhc zondag 22ngb art. 37

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Dood en eeuwigheid

Wat gebeurt er na de dood volgens de Bijbel?

Volgens de Bijbel gebeurt er na de dood dit: de ziel van wie in Christus sterft, is terstond bij Hem (Lukas 23:43), terwijl het lichaam in het graf rust. Op de jongste dag wekt Christus alle doden op en volgt het oordeel: eeuwig leven of eeuwige straf.

Dood en eeuwigheid

Hoe kom ik in de hemel volgens de Bijbel?

Hoe kom ik in de hemel? De Bijbel zegt duidelijk: alleen door Gods genade, door het geloof in de Heere Jezus Christus (Efeze 2:8). Goed leven is daarvoor nooit genoeg, want ieder mens heeft gezondigd. Christus heeft aan het kruis voor zondaren betaald. Wie zich tot God bekeert en Hem vertrouwt, ontvangt vergeving en het eeuwige leven als gave.

Dood en eeuwigheid

Gaan baby's die sterven naar de hemel?

Godvrezende ouders hoeven niet te twijfelen of hun baby's die sterven naar de hemel gaan: God belooft Zijn genade aan hen en aan hun kinderen (Handelingen 2:39). Zo vatten de Dordtse Leerregels het samen. Over andere kinderen spreekt de Schrift niet uitdrukkelijk; hen mogen wij toevertrouwen aan God, Die rechtvaardig en barmhartig is.

Engelen en geesten

Worden mensen engelen als ze sterven?

Nee, mensen worden geen engelen als ze sterven. De Bijbel noemt engelen gedienstige geesten (Hebreeën 1:14); God schiep de mens met lichaam en ziel, naar Zijn beeld. Wie in Christus sterft, blijft mens, ook een kind dat jong sterft: de ziel gaat naar Christus en het lichaam staat op de jongste dag op.

Dood en eeuwigheid

Is Jezus in de hel geweest?

Jezus is in de hel geweest in de zin die de Heidelbergse Catechismus noemt: aan het kruis droeg Hij de helse angst van Gods verlating (Mattheüs 27:46). Dat Hij na Zijn dood naar de plaats van de verdoemden ging, leert de Bijbel nergens. Lutheranen zien de nederdaling als overwinningsgang naar de hel, rooms-katholieken als afdaling naar het dodenrijk.

Verdiep u verder