Bij een begrafenis of aan een ziekbed komt de vraag vanzelf: houdt alles op als het hart stilstaat? Veel mensen hopen van niet, en vragen zich af waarop zij die hoop kunnen bouwen. Deze pagina laat zien wat de Bijbel antwoordt, waarom zij de opstanding van Christus als grond noemt en wat dat voor u betekent. Hoe het daarna gaat met ziel, lichaam en oordeel, leest u bij wat er volgens de Bijbel na het sterven gebeurt.
Is er leven na de dood volgens de Bijbel?
De Bijbel antwoordt zonder aarzelen met ja. Bij het graf van Lazarus zei de Heere Jezus tegen Martha: 'Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven' (Johannes 11:25). Hij voegde eraan toe dat wie leeft en in Hem gelooft, niet zal sterven in der eeuwigheid (Johannes 11:26). Kort daarna riep Hij Lazarus, die al vier dagen in het graf lag, met luide stem naar buiten (Johannes 11:39-44). U leest het bij de opwekking van Lazarus.
Die hoop is ouder dan het Nieuwe Testament. Job, die alles verloren had en zijn eigen sterven voor ogen zag, wist dat een gestorven mens niet naar dit leven terugkeert (Job 14:14). Toch beleed hij even later: 'Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan' (Job 19:25). Job verwachtte God uit zijn vlees te aanschouwen (Job 19:26). En toen de Sadduceeën, die de opstanding loochenden, de Heere Jezus op de proef stelden, wees Hij erop dat God Zich de God van Abraham, Izak en Jakob noemt. Hij is een God van levenden (Mattheüs 22:23-32).
Is er bewijs voor leven na de dood?
Een bewijs zoals in een laboratorium geeft de Bijbel niet. Wel noemt zij één gebeurtenis die alles draagt: Christus is uit de doden opgestaan. Paulus schrijft: 'Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn' (1 Korinthe 15:20). Een eersteling is de eerste vrucht van de oogst; wie die ziet, weet dat de rest volgt. Zo is de opstanding van Christus de belofte voor allen die Hem toebehoren.
Paulus maakt het controleerbaar. Hij noemt wie de Opgestane gezien hebben: Cefas, de twaalven, Jakobus, al de apostelen, en eens meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel nog leefde toen hij schreef (1 Korinthe 15:5-7). Wie twijfelde, kon het hun gaan vragen. Ook de verandering van de discipelen spreekt. In de nacht van het verraad vluchtten zij allen (Mattheüs 26:56). Kort daarna getuigden dezelfde mannen met grote kracht van de opstanding (Handelingen 4:33), ook toen zij daarvoor in de gevangenis gezet werden (Handelingen 5:18). In de uitleg van 1 Korinthe 15 leest u hoe Paulus de hele hoop van de gemeente daarop bouwt.
In Athene zei Paulus dat God de zekerheid van het komende oordeel aan alle mensen gaf, 'dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft' (Handelingen 17:31). Paulus zegt het ook omgekeerd: is Christus niet opgewekt, dan is het geloof tevergeefs (1 Korinthe 15:17). Het christelijk geloof staat of valt met die ene morgen.
Is er iets na de dood, of is het dan afgelopen?
Ook wie de Bijbel niet kent, voelt vaak dat de dood niet het laatste woord kan hebben. Prediker zegt dat God 'de eeuw in hun hart gelegd' heeft, terwijl de mens het werk van God toch niet van het begin tot het einde kan overzien (Prediker 3:11). De kanttekeningen van de Statenvertaling lezen dat onder meer als een genegenheid die naar de eeuwigheid uitgaat. Daarbij komt het geweten. Paulus schrijft dat ook mensen zonder de wet van Mozes het werk der wet in hun hart geschreven hebben, met hun geweten als getuige (Romeinen 2:15). Wie weet dat hij verantwoording schuldig is, voelt dat het leven meer is dan een toevallig begin en een definitief einde.
Dat besef is een wegwijzer, geen bewijs. Het hart kan zich vergissen, en Prediker zegt er direct bij hoe beperkt het menselijk inzicht is. Daarom bouwt de Bijbel de hoop niet op ons gevoel. Zij wijst op wat God gesproken en gedaan heeft. Wel zegt de Bijbel nuchter dat een mens één keer sterft en daarna voor het oordeel komt (Hebreeën 9:27). Een tweede leven op aarde of een nieuwe ronde kent zij niet.
Bewijzen bijna-doodervaringen dat er leven na de dood is?
Sommige mensen die op de grens van de dood waren en weer bijkwamen, vertellen over licht, rust of een ontmoeting. Wie dat meemaakte, heeft iets echts beleefd, en het past niet om daar spottend over te doen. Toch zijn zulke ervaringen geen grond voor het geloof in een leven na de dood. Over de oorzaak verschillen artsen en onderzoekers; die discussie beslist deze pagina niet.
De Bijbel geeft een eigen maatstaf. In de gelijkenis van de rijke man en Lazarus vraagt de rijke man of iemand uit de doden naar zijn broers kan gaan. Abraham antwoordt: 'Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen' (Lukas 16:31). Het Woord van God is genoeg. Een ervaring wordt daaraan getoetst, ook als zij troost geeft: wat God over leven en dood wil laten weten, heeft Hij daarin gezegd. Paulus werd zelf eens opgetrokken in het paradijs en hoorde daar woorden die een mens niet mag spreken. Hij schreef er veertien jaar later over, en dan nog zonder te beschrijven wat hij zag (2 Korinthe 12:2-4). Meer hierover leest u bij wat de Bijbel over bijna-doodervaringen zegt.
Leven na de dood in het christendom: voor iedereen hetzelfde?
Leven na de dood betekent in het christendom meer dan voortbestaan. Elk mens bestaat na het sterven voort en zal op de jongste dag opstaan. De Bijbel spreekt daarbij ernstig over twee uitkomsten: eeuwig leven bij God of eeuwige straf (Mattheüs 25:46; Johannes 5:28-29). Het eeuwige leven is geen loon voor een goed leven. Het is een gave van genade, want Christus is Degene 'Die den dood heeft te niet gedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie' (2 Timotheüs 1:10).
Daarom wordt de vraag of er leven na de dood is, een persoonlijke vraag: kent u Hem? De Heere Jezus zegt dat wie Zijn woord hoort en gelooft, het eeuwige leven heeft en uit de dood is overgegaan in het leven (Johannes 5:24). Dat leven begint dus niet pas na het sterven. Wie Christus toebehoort, heeft er nu al deel aan, en de dood kan die band niet verbreken. Een overzicht van wat de Schrift hierover zegt, vindt u bij bijbelteksten over het eeuwige leven.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De kerk belijdt deze hoop in de laatste artikelen van de Apostolische Geloofsbelijdenis: de opstanding des vleses en een eeuwig leven. In Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 58) belijdt de gelovige: 'nademaal ik nu het beginsel der eeuwige vreugde in mijn hart gevoel, ik na dit leven volkomen zaligheid bezitten zal' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 22, vraag 58). Wat na de dood komt, begint dus al in dit leven. HC Zondag 17 (vraag 45) noemt de opstanding van Christus een zeker pand van onze eigen zalige opstanding: wat met Hem gebeurde, wacht ook de Zijnen.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis beschrijft in artikel 37 de jongste dag. Alle doden staan op, hun zielen worden met hun eigen lichamen verenigd, en Christus oordeelt. Voor de gelovigen noemt het artikel de gedachte aan dat oordeel een troost, omdat hun verlossing dan volkomen wordt en God hen met heerlijkheid en eer kroont. Zo volgt de belijdenis de Schrift, die zegt dat de doden onverderfelijk opgewekt zullen worden (1 Korinthe 15:52).
Als deze vraag u persoonlijk raakt
Wie deze vraag stelt, doet dat zelden uit nieuwsgierigheid alleen. U kunt bang zijn voor de dood, rouwen om iemand die u mist, of twijfelen of het allemaal wel waar is. De Bijbel kent die angst: Christus kwam om hen te verlossen die heel hun leven door vrees voor de dood gebonden waren (Hebreeën 2:15). Wie met zijn twijfel en angst tot Hem komt, zal Hij niet uitwerpen (Johannes 6:37).
Rouwt u om iemand, dan mag u verdrietig zijn. Paulus schreef aan een gemeente die doden betreurde, dat zij niet bedroefd hoefden te zijn zoals wie geen hoop hebben (1 Thessalonicenzen 4:13). Hij verbood het verdriet niet; hij gaf het een hoop. Of uw geliefde in de Heere gestorven is, hoeft u niet zelf te beoordelen. Dat oordeel is aan God, Die rechtvaardig en barmhartig is. Voor wie in Christus is, geldt dat noch dood noch leven kan scheiden van de liefde Gods (Romeinen 8:38-39).
U hoeft met deze vragen niet alleen te blijven. Een gesprek met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid kan helpen, ook lang na een begrafenis. Houden de angst of het verdriet u uit uw slaap of belemmeren ze uw dagelijks leven, bespreek het dan ook met uw huisarts. Wilt u liever eerst anoniem uw verhaal kwijt, dan kunt u dag en nacht De Luisterlijn bellen via 088 0767 000 of chatten via deluisterlijn.nl. 'De HEERE is nabij de gebrokenen van harte' (Psalm 34:19).
'Ik leef, en gij zult leven' (Johannes 14:19)