De oproep om God te gedenken (Prediker 12:1-8)
Prediker 12 opent met een van de meest bekende verzen uit het boek: "Gedenk je Schepper in de dagen van je jeugd, voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen waarvan je zult zeggen: Ik heb er geen behagen in" (vers 1). Deze oproep vormt de kern van de boodschap van dit hoofdstuk.
De Prediker gebruikt een prachtige, poëtische allegorie om het proces van ouder worden te beschrijven (verzen 2-7). Hij spreekt van donkere wolken, bevende wachters, buigende sterke mannen, stilstaande molenaars en donker wordende vensters. Deze beelden verwijzen naar de fysieke aftakeling die met ouderdom gepaard gaat: trillende handen, gebogen rug, uitvallende tanden, verslechterende ogen en gehoor.
De betekenis van de allegorische beelden
De "bewakers van het huis" die beven, verwijzen naar de handen en armen die gaan trillen. De "sterke mannen" die zich buigen, symboliseren de benen die zwak worden. De "molenaars" die ophouden omdat ze te weinig zijn geworden, duiden op de tanden die uitvallen. De "vensters" die donker worden, verbeelden de ogen die hun scherpte verliezen.
Het beeld van de "amandelboom die bloeit" (vers 5) verwijst naar het grijze haar dat wit wordt als amandelbloesem. De "sprinkhaan die een last wordt" toont aan hoe zelfs de kleinste inspanning zwaar wordt in de ouderdom.