2 Korinthe 5 in het kort: dit hoofdstuk telt 21 verzen en gaat over de hoop voorbij de dood. Paulus vergelijkt het lichaam met een tent en wat God geeft met een huis dat niet met handen gemaakt is, hij schrijft dat wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen (vers 7), en hij noemt wie in Christus is een nieuw schepsel (vers 17). Het slot is een oproep: laat u met God verzoenen. In nieuwere vertalingen heet de brief 2 Korintiërs; in verwijzingen komt u 2 Kor. 5 tegen. Op deze pagina staat de tekst in de Statenvertaling, met dezelfde versnummering als de HSV.
De bekendste verzen van 2 Korinthe 5 in de Statenvertaling
Vers 1 Want wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
Vers 7 (Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.)
Vers 17 Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.
Vers 20 Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.
Vers 7 staat in de Statenvertaling tussen haakjes: het is een tussenzin in het betoog over het verlangen naar het hemelse huis. De volledige tekst van alle 21 verzen leest u op 2 Korinthe 5.