Ga naar hoofdinhoud
Zonde en verlossing

Wat is het verschil tussen genade en barmhartigheid?

Kort antwoord

Het verschil tussen genade en barmhartigheid is dat genade Gods gunst is voor wie die niet verdient, en barmhartigheid Zijn ontferming over wie in nood is. Genade ziet op onze schuld, barmhartigheid op onze ellende. De Bijbel noemt ze vaak samen, zoals in *'opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden'* (Hebreeën 4:16).

Genade en barmhartigheid klinken in de kerk vaak in één adem: in preken, in gebeden en in de groet boven de brieven aan Timotheüs en Titus. Toch zijn het geen twee namen voor hetzelfde. Wie ze naast elkaar legt, ziet twee kanten van Gods goedheid. God kent de mens in zijn schuld en in zijn ellende, en Hij komt hem op beide punten tegemoet. Hieronder leest u hoe de Bijbel de woorden gebruikt, waar ze samen staan en wat barmhartigheid betekent voor wie zelf genade ontving.

Wat is het verschil tussen genade en barmhartigheid?

Een bekende vuistregel zegt het zo: genade is krijgen wat u niet verdient, barmhartigheid is niet krijgen wat u wel verdient. Die regel is goed te onthouden en raakt iets waars. Genade ziet op de schuld van de mens: God schenkt Zijn gunst aan wie die verspeeld heeft. Barmhartigheid ziet op de ellende van de mens: God ziet de nood en ontfermt Zich.

Bij die vuistregel hoort wel een kanttekening. Die regel legt bij barmhartigheid de nadruk op straf die uitblijft, terwijl de Bijbel er vooral bewogenheid met nood mee aanduidt: een ontferming die helpt, troost en redt. Bovendien maakt de Schrift geen strikte schoolindeling. De twee woorden lopen in elkaar over. Paulus schrijft dat God ons zalig gemaakt heeft, 'niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid' (Titus 3:5). Twee verzen verder noemt hij hetzelfde heil een rechtvaardiging door Zijn genade (Titus 3:7). Het verschil is dus vooral een verschil van invalshoek: hetzelfde werk van God, gezien vanuit onze schuld of vanuit onze nood.

Genade: gunst voor wie die niet verdient

In het Oude Testament staat voor genade vooral het Hebreeuwse chen, in het Nieuwe Testament het Griekse charis. Beide woorden betekenen gunst: de welwillendheid van iemand die de ander niets verschuldigd is. Zo vond Noach genade in de ogen des HEEREN (Genesis 6:8).

Paulus maakt duidelijk dat genade en verdienste elkaar uitsluiten: 'Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave' (Efeze 2:8). Genade is een geschenk, en een geschenk verdient niemand. Wat genade precies inhoudt, met het onderscheid tussen algemene en bijzondere genade, leest u bij de vraag wat genade is volgens de Bijbel.

Barmhartigheid: ontferming over wie in nood is

Barmhartigheid is in het Oude Testament vaak de weergave van rachamim (zo in Klaagliederen 3:22), in het Nieuwe Testament van eleos (zo in Titus 3:5 en Hebreeën 4:16). Het gaat om bewogenheid met iemand die lijdt, een ontferming die van binnenuit komt. De profeet Jesaja gebruikt daarvoor het beeld van een moeder: 'Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over den zoon haars buiks?' (Jesaja 49:15). Zelfs als een moeder haar kind zou vergeten, zegt de HEERE, zal Hij Zijn volk niet vergeten. Psalm 103 gebruikt het beeld van een vader die zich over zijn kinderen ontfermt (Psalm 103:13).

In de evangeliën roepen mensen in nood steeds om die ontferming. Twee blinden volgen Jezus en roepen Hem als de Zoon van David om ontferming aan (Mattheüs 9:27). Zij beroepen zich op niets wat zij gedaan hebben; zij roepen vanuit hun ellende. Barmhartigheid begint bij het zien van de nood. Meer teksten over dit thema vindt u op de pagina over barmhartigheid in de Bijbel.

Waar staan genade en barmhartigheid samen in de Bijbel?

De Bijbel noemt genade en barmhartigheid vaak in één adem. De bekendste plaatsen op een rij:

  • Bij de Sinaï roept de HEERE Zijn Naam uit en noemt Zich barmhartig en genadig (Exodus 34:6).
  • Psalm 103 neemt die woorden over: 'Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid' (Psalm 103:8).
  • Paulus noemt God rijk in barmhartigheid en zegt in hetzelfde verband dat wij uit genade zalig geworden zijn (Efeze 2:4-5).
  • In de brief aan Titus staan barmhartigheid en genade twee verzen van elkaar (Titus 3:5, 7).
  • Boven de brieven aan Timotheüs en Titus staat de groet: genade, barmhartigheid, vrede (1 Timotheüs 1:2; 2 Timotheüs 1:2; Titus 1:4).

Het meest treffend staan ze samen in de brief aan de Hebreeën: 'Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd' (Hebreeën 4:16). Wie zwak is en wie schuldig staat, vindt bij dezelfde troon wat hij nodig heeft. Het vers ervoor zegt waarom: de Hogepriester, Christus, kan medelijden hebben met onze zwakheden (Hebreeën 4:15). Lees verder in de uitleg van Hebreeën 4.

Hoe kan God barmhartig zijn en toch rechtvaardig?

Wie over Gods barmhartigheid hoort, vraagt zich soms af of God de zonde dan maar laat lopen. De Bijbel zegt van niet. Dezelfde HEERE Die Zich barmhartig en genadig noemt, zegt in het volgende vers dat Hij de schuldige niet ongestraft laat (Exodus 34:7). Gods barmhartigheid gaat nooit ten koste van Zijn recht.

Het antwoord op die spanning is het kruis. God heeft Zijn Zoon voorgesteld tot een verzoening (Romeinen 3:25), zodat Hij rechtvaardig is en tegelijk rechtvaardigt wie in Jezus gelooft (Romeinen 3:26). Christus droeg de straf; daardoor kan God barmhartig zijn zonder Zijn gerechtigheid prijs te geven. Barmhartigheid zonder het kruis zou de zonde licht maken, en genade zonder het kruis zou het recht opzijzetten. In Christus komen ze samen. Zo blijkt de vuistregel ten diepste te kloppen: de gelovige krijgt de straf niet die hij verdiende, omdat een Ander die droeg, en hij ontvangt het eeuwige leven dat hij niet verdiende, omdat een Ander het verwierf.

Wat betekent barmhartigheid voor een christen?

Wie barmhartigheid ontvangen heeft, wordt geroepen haar door te geven. Jezus zegt: 'Weest dan barmhartig, gelijk ook uw Vader barmhartig is' (Lukas 6:36). In de zaligsprekingen noemt Hij de barmhartigen zalig, omdat zij zelf barmhartigheid zullen ontvangen (Mattheüs 5:7). Dat is geen loon dat de barmhartige verdient. Het is de vrucht van wat God eerst aan hem gedaan heeft.

Het bekendste voorbeeld is de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Een priester en een Leviet gaan voorbij aan de man die halfdood langs de weg ligt. De Samaritaan komt bij hem, en 'hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen' (Lukas 10:33). Hij verbindt de wonden, brengt de man naar een herberg en verzorgt hem (Lukas 10:34). Aan het eind antwoordt de wetgeleerde dat de naaste is wie barmhartigheid gedaan heeft, en Jezus zegt hem heen te gaan en evenzo te doen (Lukas 10:37).

Barmhartigheid is in het leven van een christen dus concreet: zien wie in nood is en helpen, ook wie dat niet verdient. Hier raken genade en barmhartigheid elkaar opnieuw. Wie weet dat hij zelf uit genade leeft, kan een ander niet langer alleen afmeten aan wat die verdient (Mattheüs 18:33).

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De Heidelbergse Catechismus noemt beide eigenschappen van God bij hun naam. Op de vraag of God dan niet ook barmhartig is, antwoordt Zondag 4: 'God is wel barmhartig, maar Hij is ook rechtvaardig' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 4, vraag 11). Zo waarschuwt de catechismus voor een barmhartigheid die de zonde niet ernstig neemt. Zondag 23 van de Heidelbergse Catechismus laat zien hoe God Zijn recht en Zijn genade samenbrengt: Hij schenkt de gelovige de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus, 'zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 23, vraag 60).

Al bij de verkiezing gebruikt de Nederlandse Geloofsbelijdenis deze twee woorden. Artikel 16 belijdt dat God Zich barmhartig toont door wie Hij in Christus verkoren heeft uit louter goedheid te behouden, zonder te letten op hun werken, en rechtvaardig door de anderen te laten in de val waarin zij zich gestort hebben.

In artikel 20 belijdt zij dat God, Die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, Zijn Zoon zond om de straf voor de zonde te dragen. Zo bewees Hij Zijn rechtvaardigheid aan Zijn Zoon en schonk Hij Zijn goedheid en barmhartigheid aan ons, die schuldig waren.

'Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben' (Klaagliederen 3:22)

Bijbelverwijzingen

verschil genade en barmhartigheidgenade en barmhartigheidbarmhartig en genadigbarmhartigheidontferminghc zondag 23hc zondag 4ngb art. 20

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Zonde en verlossing

Wat is genade volgens de Bijbel?

Genade is in de Bijbel de onverdiende gunst van God: Hij schenkt de schuldige mens vergeving en eeuwig leven om Christus' wil, zonder dat die mens daar iets voor kan doen of verdienen. Wie zalig wordt, wordt dat uit genade, door het geloof (Efeze 2:8). Ook dat geloof is een gave van God.

Zonde en verlossing

Vergeeft God alle zonden?

Ja, God vergeeft alle zonden aan ieder die ze belijdt en op Christus vertrouwt (1 Johannes 1:9). Dat geldt ook voor zware zonden, zoals die van David en Paulus. De Heere Jezus noemt één uitzondering: de lastering tegen de Heilige Geest, door wie Gods werk bewust verwerpt en geen vergeving meer zoekt. Wie daarvoor vreest, zoekt nog vergeving.

Zonde en verlossing

Wordt een mens gered door geloof of werken?

Op de vraag geloof of werken antwoordt de Bijbel dat een mens gered wordt door het geloof in Christus, zonder de werken der wet (Romeinen 3:28). Goede werken zijn de vrucht van dat geloof en geen grond voor Gods vrijspraak. Als Jakobus zegt dat geloof zonder werken dood is, bedoelt hij een geloof dat alleen uit woorden bestaat.

Zonde en verlossing

Moeten christenen zich aan de wet van Mozes houden?

Christenen hoeven de wet van Mozes niet in alles te houden zoals Israël dat deed. Christus heeft de wet vervuld (Mattheüs 5:17): offers, reinheidswetten en feesten waren schaduwen die in Hem hun einde vonden. De tien geboden blijven wel Gods regel voor het leven, uit dankbaarheid en nooit als weg om behouden te worden.

Zonde en verlossing

Wat is een doodzonde?

Een doodzonde is in de rooms-katholieke leer een zware zonde, bewust en vrijwillig gedaan, die de genade verbreekt en gebiecht moet worden. De Reformatie wees dat onderscheid af: elke zonde verdient de dood (Romeinen 6:23), en geen zonde is zo groot dat zij niet vergeven wordt aan wie zich waarlijk bekeert. Alleen de lastering tegen de Heilige Geest wordt niet vergeven, omdat die met verharding gepaard gaat.

Verdiep u verder