Inleiding tot Efeze 2
Efeze hoofdstuk 2 behoort tot de meest krachtige passages in het Nieuwe Testament over Gods genade en de eenheid van de kerk. Paulus schetst hier een dramatische transformatie: van spirituele dood naar eeuwig leven, van scheiding naar eenheid in Christus.
Deel 1: Redding door Genade Alleen (Efeze 2:1-10)
Onze Toestand Zonder Christus (vers 1-3)
Paulus begint met een sobere beschrijving van de menselijke conditie zonder God. Hij spreekt over mensen die "dood waren door hun overtredingen en zonden". Deze spirituele dood betekent niet dat we fysiek dood zijn, maar dat we gescheiden zijn van God door de zonde.
De apostel beschrijft drie invloeden die ons leven bepaalden:
- De wereld: de tijdgeest en waarden die tegen God ingaan
- Satan: "de vorst der macht der lucht"
- Het vlees: onze eigen zondige natuur
Belangrijk is dat Paulus zegt "wij allen" - ook hij en de gelovigen in Efeze waren onderworpen aan deze machten. Dit benadrukt dat niemand van nature goed is voor God.
Gods Grote Liefde en Genade (vers 4-7)
De wending komt in vers 4 met de woorden "Maar God". Deze twee woorden markeren Gods ingrijpen in onze hopeloze situatie. God handelt vanuit:
- Grote barmhartigheid
- Zijn liefde waarmee Hij ons liefgehad heeft
God maakt ons "mede levend" met Christus. Dit betekent dat we deel krijgen aan Christus' overwinning over de dood. Meer nog: we worden "mede opgewekt" en "mede gezet in de hemelse gewesten".