Hebreeën 4 in het kort: Hebreeën 4 laat zien dat Gods rust nog openstaat en hoe u die binnengaat: door geloof, niet door eigen werk. Het hoofdstuk telt zestien verzen. Vers 1 tot 11 gaan over die rust, vers 12 en 13 over het levende Woord van God, en vers 14 tot 16 over Jezus als de grote Hogepriester Die met onze zwakheden meelijdt.
De kernverzen van Hebreeën 4 in de Statenvertaling
Vers 9 Er blijft dan een rust over voor het volk Gods.
Vers 12 Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.
Vers 16 Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.
Alle zestien verzen leest u in de Statenvertaling op Hebreeën 4. De Herziene Statenvertaling geeft diezelfde tekst in hedendaags Nederlands weer; wat die hertaling wel en niet verandert, staat op de pagina over de HSV. In verwijzingen komt dit hoofdstuk voor als Hebr. 4 en, zonder trema, als Hebreeen 4.
Gods Beloofde Rust (Hebreeen 4:1-11)
Hebreeën 4 begint met een krachtige waarschuwing: "Laat ons dan vrezen, dat niet te eniger tijd, de belofte van in Zijn rust in te gaan nagelaten zijnde, iemand van u schijne achtergebleven te zijn" (vers 1). De schrijver van Hebreeën verwijst hier naar de rust die God heeft beloofd aan Zijn volk.