Ga naar hoofdinhoud
Geloofsleven en gebed

Mag een christen bidden voor overledenen?

Kort antwoord

Nee, bidden voor overledenen heeft volgens de Bijbel geen grond: na de dood volgt het oordeel en is iemands staat voor God beslist (Hebreeën 9:27). De Rooms-Katholieke Kerk bidt wel voor de doden. Reformatorische christenen danken God voor het leven van wie stierf en bidden voor de nabestaanden en om troost in hun verdriet.

Op 2 november, Allerzielen, worden in rooms-katholieke kerken de namen van gestorvenen genoemd en wordt er voor hen gebeden. Wie zelf een geliefde verloor, kent vaak dezelfde behoefte: u wilt nog iets doen voor wie er niet meer is. Hieronder leest u wat de Bijbel zegt over de tijd na het sterven, waarom de Rooms-Katholieke Kerk voor de doden bidt, waarom de Reformatie daarmee brak, en wat u na een overlijden wel in gebed bij God kunt brengen.

Wat zegt de Bijbel over bidden voor de doden?

De Bijbel geeft nergens een opdracht of een voorbeeld van gebed voor iemand die gestorven is. Wel spreekt zij duidelijk over wat er na de dood gebeurt: 'En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel' (Hebreeën 9:27). Het leven wordt eenmaal geleefd en eenmaal afgesloten; daarna komt geen nieuwe gelegenheid om de staat voor God te veranderen. In de uitleg van Hebreeën 9 leest u hoe die tekst samenhangt met het eenmalige offer van Christus.

De Heere Jezus vertelt over de rijke man en de arme Lazarus. Na hun sterven zegt Abraham tegen de rijke man: 'tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd' (Lukas 16:26). Of het een gelijkenis of een geschiedenis is, daarover verschillen uitleggers, en niet elk detail beschrijft de hemel of de hel. Maar het punt waar het om draait, is helder: na de dood kan niemand meer de overstap maken.

Opvallend is ook wat koning David deed. Zolang zijn zieke kind leefde, vastte en bad hij. Toen het kind gestorven was, stond hij op, at en zei: 'Ik zal wel tot hem gaan, maar hij zal tot mij niet wederkomen' (2 Samuël 12:23). Zijn gebed hield op bij de dood van het kind.

De beslissing valt in dit leven. Wie het woord van Christus hoort en gelooft, is volgens Johannes 5:24 al uit de dood overgegaan in het leven. Daarom roept de Schrift op om nu, in dit leven, tot geloof te komen (2 Korinthe 6:2).

Waarom kent de Rooms-Katholieke Kerk het bidden voor overledenen?

In de rooms-katholieke leer hangt het gebed voor de doden samen met het vagevuur: een louterende reiniging na de dood voor wie in Gods genade stierf. Gebeden en missen helpen de gestorvenen volgens die leer bij hun loutering (Catechismus van de Katholieke Kerk, nummers 958 en 1032). Op bestaat het vagevuur leest u die leer uitgebreider, met de bijbelse tegenwerpingen.

Rooms-katholieke uitleggers noemen onder meer deze gronden:

  • 2 Makkabeeën 12: Judas de Makkabeeër laat een zoenoffer brengen voor gesneuvelde soldaten. Dat boek hoort bij de apocriefe boeken, waaruit de kerken van de Reformatie geen leer afleiden.
  • 2 Timotheüs 1: Paulus schrijft over Onesiforus: 'De Heere geve hem, dat hij barmhartigheid vinde bij den Heere, in dien dag' (2 Timotheüs 1:18). Sommige uitleggers menen dat Onesiforus toen al gestorven was, omdat Paulus later zijn huis groet (2 Timotheüs 4:19). De tekst zegt dat echter nergens; het is evengoed een zegenwens voor een levende.
  • De oude kerk: Tertullianus noemt omstreeks 211 offers voor de doden op hun sterfdag (De corona, hoofdstuk 3). Augustinus vraagt in zijn Belijdenissen (boek IX, hoofdstuk 13) om gebed voor zijn overleden moeder Monica.

Het gebruik is dus oud. Calvijn erkende dat in zijn Institutie (boek III, hoofdstuk 5, paragraaf 10), en wees erop dat een oude gewoonte nog geen gebod van God is. Allerzielen zelf als vaste gedenkdag op 2 november gaat terug op abt Odilo van Cluny, rond het jaar 1000. Meer over de oorsprong leest u bij Allerzielen.

Waar christenen verschillen

Alle christenen belijden dat de dood niet het einde is en dat God de doden zal opwekken (Johannes 11:25). Het verschil gaat over de vraag of de levenden voor de doden nog iets kunnen doen.

  • Rooms-katholiek: gebed, aalmoezen en de mis helpen gestorvenen in het vagevuur. Allerzielen en de jaarlijkse gedachtenis zijn daar de vaste momenten voor.
  • Oosters-orthodox: deze kerken bidden in hun liturgie voor de ontslapenen, maar hebben de Latijnse leer van het vagevuur niet overgenomen. Zij laten open hoe het gebed de doden ten goede komt.
  • Luthers: Maarten Luther wees zielmissen en jaargetijden af, maar vond in zijn Belijdenis over het Avondmaal (1528) een eenvoudig, persoonlijk gebed voor een gestorvene geen zonde, omdat de Schrift er volgens hem niets over zegt.
  • Reformatorisch: na de dood is iemands staat voor God beslist (Hebreeën 9:27). Gebed voor de doden heeft daarom geen grond in de Schrift, en het kan de indruk wekken dat het werk van Christus aanvulling nodig heeft.

Dat verschil raakt aan de kern van het evangelie: is wat Christus volbracht heeft genoeg voor wie in Hem sterft? De reformatorische kerken antwoorden ja, en zien daarom geen taak meer voor gebed na het sterven.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

In Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 57) belijdt de gelovige dat 'mijn ziel na dit leven terstond tot Christus, haar Hoofd, zal opgenomen worden'. Terstond: er is geen tussentijd waarin anderen nog voor de ziel moeten bidden.

Artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat alle mensen op de jongste dag geoordeeld worden naar wat zij in dit leven gedaan hebben, goed of kwaad (2 Korinthe 5:10). Voor wie in Christus gelooft, is dat oordeel geen schrik, maar een verwachting.

De Westminster Confessie zegt het met zoveel woorden: gebed wordt gedaan voor de levenden en voor wie nog geboren zullen worden, niet voor de doden (hoofdstuk 21, paragraaf 4).

Wat mag u wel bidden als iemand gestorven is?

Dat gebed voor de doden wegvalt, betekent niet dat u na een overlijden met lege handen voor God staat. Er blijft veel om te bidden.

  • Danken voor het leven van wie gestorven is, voor wat God door hem of haar gaf, en voor Zijn trouw tot het einde.
  • Klagen over het gemis. De Psalmen geven daar woorden voor, en ook de Heere Jezus weende bij het graf van Lazarus (Johannes 11:35).
  • Bidden voor de nabestaanden: de weduwe of weduwnaar, de kinderen, de ouders die een kind verloren.
  • Bidden om troost, voor uzelf en voor anderen. God is de God 'Die ons vertroost in al onze verdrukking' (2 Korinthe 1:4).
  • Bidden voor wie nog leeft: voor stervenden, voor familie zonder hoop, voor uw eigen voorbereiding op het sterven.

Wie zelf geen woorden vindt, kan een gebed bij een overlijden of een gebed na het verlies van een geliefde gebruiken, of in eigen woorden de naam van de gestorvene in dankbaarheid voor God noemen.

Als u iemand verloren hebt

Rouw is geen gebrek aan geloof. Paulus schreef aan een gemeente die gestorvenen te betreuren had, 'opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben' (1 Thessalonicenzen 4:13). Hij verbiedt het verdriet niet; hij geeft het een hoop.

Hebt u toch voor een gestorvene gebeden, uit liefde of uit gewoonte, dan hoeft u daar niet over te tobben. God kent uw hart en weet hoe uw liefde zocht naar een uitweg. Breng die liefde voortaan bij Hem in dankbaarheid.

Het kan nog zwaarder wegen als u niet weet of uw vader, moeder of kind in het geloof gestorven is. Dat oordeel hoeft u niet zelf te vellen. Het ligt bij God, Die rechtvaardig en barmhartig is en kent wat voor ons verborgen bleef. Wat u na het sterven niet meer kunt doen, hoeft u ook niet te dragen. U mag uw vragen en uw verdriet bij Hem brengen; Hij is nabij de gebrokenen van harte (Psalm 34:19).

U hoeft hier niet alleen mee te blijven. Een gesprek met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid kan helpen, ook lang na de begrafenis. Bij wat de Bijbel over rouw zegt vindt u teksten voor deze tijd. Blijft het verdriet u overvallen of slaapt u er slecht van, bespreek het dan ook met uw huisarts. Wilt u liever eerst anoniem uw verhaal kwijt, dan kunt u dag en nacht De Luisterlijn bellen via 088 0767 000 of chatten via deluisterlijn.nl.

'Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden, en de God aller vertroosting' (2 Korinthe 1:3)

Bijbelverwijzingen

bidden voor overledenenbidden voor de dodenvoor overledenen biddenallerzielenrouwhc zondag 22ngb art. 37

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Dood en eeuwigheid

Bestaat het vagevuur?

Nee, volgens de Bijbel bestaat het vagevuur niet. De Rooms-Katholieke Kerk leert een loutering na de dood, maar de Schrift zegt dat Christus met één offerande volmaakt heeft wie geheiligd worden (Hebreeën 10:14). Wie in Hem sterft, gaat terstond naar Christus; een tussenplaats van reiniging noemt de Bijbel niet.

Dood en eeuwigheid

Wat gebeurt er na de dood volgens de Bijbel?

Volgens de Bijbel gebeurt er na de dood dit: de ziel van wie in Christus sterft, is terstond bij Hem (Lukas 23:43), terwijl het lichaam in het graf rust. Op de jongste dag wekt Christus alle doden op en volgt het oordeel: eeuwig leven of eeuwige straf.

Dood en eeuwigheid

Herkennen we elkaar in de hemel?

Ja, de Bijbel geeft aanwijzingen dat we elkaar als gelovigen in de hemel herkennen: wie opstaat, blijft dezelfde persoon. Paulus troost rouwenden met de belofte dat de gelovigen samen met hun ontslapen geliefden de Heere tegemoet gaan (1 Thessalonicenzen 4:17). Hoe dat weerzien precies zal zijn, is niet geopenbaard. De grootste vreugde van de hemel is God Zelf.

Geloofsleven en gebed

Mag een christen twijfelen aan God?

Een christen kan twijfelen aan God zonder daardoor een ongelovige te zijn. De Bijbel laat het eerlijk zien bij Thomas, Johannes de Doper en de vader die riep: 'Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp' (Markus 9:24). Twijfel is geen deugd, wel een strijd waarin Christus de zwakke gelovige vasthoudt.

Geloofsleven en gebed

Hoe weet ik wat Gods wil is?

U leert de wil van God kennen uit de Bijbel, waarin God heeft geopenbaard hoe wij moeten geloven en leven. Zijn verborgen raad over de toekomst hoeft u niet vooruit te kennen (Deuteronomium 29:29). Bij keuzes over werk of relatie bidt u om wijsheid, toetst u aan Gods Woord en vraagt u raad aan mensen die de Heere vrezen.

Verdiep u verder