De Gelijkenis van de Profeet Natan (2 Samuel 12:1-6)
2 Samuel hoofdstuk 12 opent met een van de meest krachtige verhalen uit het Oude Testament. Profeet Natan komt naar koning David met een gelijkenis over een rijke man die het enige schaap van een arme man steelt. Deze gelijkenis is een meesterwerk van wijsheid en moed.
De rijke man in het verhaal heeft vele schapen en runderen, maar wanneer er bezoek komt, neemt hij het enige lam van zijn arme buurman. Dit lam was als een dochter voor de arme man - het at van zijn bord, dronk uit zijn beker en sliep in zijn armen. David reageert woedend op deze onrechtvaardigheid en verklaart dat de man de dood verdient.
'Gij zijt die man!' - Confrontatie met de Waarheid (2 Samuel 12:7-12)
Met de beroemde woorden "Gij zijt die man!" (vers 7) confronteert Natan David met de realiteit van zijn eigen zonde. De profeet legt de parallellen bloot: David is de rijke man, Uria de arme man, en Batseba het gestolen lam.
Natan herinnert David aan Gods goedheid: God heeft hem van herder tot koning gemaakt, heeft hem uit Sauls handen gered en hem veel gegeven. Waarom heeft David dan Gods geboden veracht? De profeet spreekt Gods oordeel uit: het zwaard zal niet wijken uit Davids huis, en zijn vrouwen zullen voor ieders ogen weggenomen worden.