Ga naar hoofdinhoud

Gosen in de Bijbel

Gosen (Hebreeuws גֹּשֶׁן) is waarschijnlijk geen Hebreeuwse naam, en de betekenis is onzeker. De Griekse vertaling, de Septuaginta, schrijft Gesem en spreekt in Genesis 45:10 van Gesem van Arabië, naar de Griekse naam van een district aan de oostkant van de delta.

Gosen was het weidegebied in het oosten van de Nijldelta waar Jakob en zijn zonen op voorspraak van Jozef gingen wonen. Daar groeide Israël uit tot een groot volk, en bij de plagen spaarde de HEERE het land Gosen: "daar was geen hagel" (Exodus 9:26).

Ook bekend als: land Rameses, Gesem

Ligging

Gosen lag in het oosten van de Nijldelta, aan de kant van Egypte die naar Kanaän keek. Jakob kwam er vanuit Kanaän het eerst aan (Genesis 46:28). Jozef zei dat de familie daar nabij hem zou zijn (Genesis 45:10), en hij reed zijn vader met de wagen tegemoet (Genesis 46:29). Farao noemde het het beste van het land (Genesis 47:6): vlak, bevloeid weideland langs de oostelijke Nijlarmen, aan de rand van de woestijn naar de Sinaï.

Vandaag

Gosen lag in het oosten van de Nijldelta in Egypte, ruwweg in de huidige provincie Sharqiya. Dat Gosen in de oostelijke delta lag, is waarschijnlijk; precieze grenzen zijn niet aan te wijzen, omdat de Bijbel ze niet noemt. Veel onderzoekers denken aan het gebied rond de Wadi Tumilat, een dal dat van de delta oostwaarts loopt, en aan de omgeving van Tell el-Dab’a en Qantir, waar de resten van een grote koningsstad uit de tijd van Ramses II zijn opgegraven.

Geschiedenis

Gosen komt in de Bijbel voor het eerst ter sprake als Jozef zich aan zijn broers bekendmaakt. Er zouden nog vijf jaren van honger komen, en Jozef liet zijn vader zeggen: "En gij zult in het land Gosen wonen, en nabij mij wezen" (Genesis 45:10). Onderweg, in Berseba, kreeg Jakob van God de belofte: "Ik zal u aldaar tot een groot volk zetten" (Genesis 46:3). Jakob zond Juda vooruit om de weg naar Gosen te wijzen, en daar viel Jozef zijn vader om de hals (Genesis 46:28-29). Jozef bereidde zijn broers voor op het gesprek met Farao. Zij moesten zeggen dat zij veehouders waren, "want alle schaapherder is de Egyptenaren een gruwel" (Genesis 46:34). Zo kreeg de familie een eigen woongebied, apart van de Egyptenaren. Farao stemde toe: "laat hen in het land Gosen wonen" (Genesis 47:6). Jozef gaf hun een bezitting "in het land Rameses, gelijk als Farao geboden had" (Genesis 47:11). Daar werd Israël vruchtbaar en vermeerderde zeer (Genesis 47:27). Toen Jakob na zeventien jaar stierf en in Kanaän begraven werd, bleven de kleine kinderen en het vee in Gosen achter (Genesis 50:8). Na de dood van Jozef kwam er een koning die Jozef niet gekend had. Israël moest de schatsteden Pitom en Raamses bouwen (Exodus 1:11). Bij de plagen maakte de HEERE onderscheid. Bij het ongedierte zonderde Hij het land Gosen af (Exodus 8:22); het vee van Israël stierf niet (Exodus 9:6); in Gosen viel geen hagel (Exodus 9:26); en tijdens de drie dagen duisternis was er licht in de woningen van Israël (Exodus 10:23). Na het pascha trokken de Israëlieten uit van Rameses naar Sukkoth (Exodus 12:37). Opgravingen in Tell el-Dab’a laten zien dat in het tweede millennium voor Christus veel mensen van Aziatische, Semitische afkomst in de oostelijke delta woonden. Of en hoe dat met het verblijf van Israël samenhangt, is onder onderzoekers omstreden.

Betekenis in de Bijbel

Gosen is in de Bijbel de plaats van bewaring. Jozef zag achter zijn levensloop de hand van God: "God heeft mij voor uw aangezicht henen gezonden, om u een overblijfsel te stellen op de aarde" (Genesis 45:7). In Gosen werd de familie van zeventig zielen (Genesis 46:27) door de hongersnood heen gedragen en groeide zij uit tot een volk. Daarmee ging de belofte aan Jakob in Berseba in vervulling, en eerder het woord aan Abram dat zijn zaad vreemdeling zou zijn in een land dat het hunne niet was (Genesis 15:13). Gosen was ook een plaats van afzondering. De Egyptenaren hielden afstand van herders, en zo bleef Israël een herkenbaar volk in een vreemd land. Bij de plagen maakt de HEERE dat onderscheid Zelf zichtbaar: Hij zondert het land Gosen af, "opdat gij weet, dat Ik, de HEERE, in het midden dezes lands ben" (Exodus 8:22). Later zegt Hij dat Hij tussen de Egyptenaren en de Israëlieten een afzondering maakt (Exodus 11:7). Toch was Gosen nooit het doel. Jakob liet Jozef zweren hem niet in Egypte te begraven (Genesis 47:29-30), en Jozef gaf stervend bevel over zijn gebeente (Hebreeën 11:22). Psalm 105:23 vat het samen: Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham.

Sleutelgebeurtenissen in het land Gosen

1

Jozef roept zijn familie naar Gosen

Nadat hij zich bekendgemaakt heeft, laat Jozef zijn vader weten dat de familie in het land Gosen mag wonen, dicht bij hem, omdat de honger nog vijf jaar zal duren.

Genesis 45:9-11

2

Jakob en Jozef ontmoeten elkaar

Juda gaat vooruit om de weg naar Gosen te wijzen. Daar rijdt Jozef zijn vader tegemoet en weent lang aan zijn hals. Jakob zegt dat hij nu kan sterven, nu hij Jozef levend heeft gezien.

Genesis 46:28-30

3

Farao geeft Gosen aan Jakobs zonen

Vijf broers vertellen Farao dat zij schaapherders zijn. Farao laat hen in het land Gosen wonen en wil de bekwamen onder hen over zijn eigen vee aanstellen.

Genesis 47:1-6

4

Israël groeit uit tot een volk

Israël woont in het land Gosen, verwerft er bezit en wordt vruchtbaar. De familie die met zeventig zielen kwam, vermeerdert zeer.

Genesis 47:27

5

Geen ongedierte in Gosen

Bij de vierde plaag zondert de HEERE het land Gosen af. Het ongedierte komt over Egypte, maar niet waar Zijn volk woont.

Exodus 8:22-23

6

Geen hagel in Gosen

De hagel slaat mensen, vee en gewas in heel Egypteland. Alleen in het land Gosen, waar de Israëlieten wonen, valt geen hagel.

Exodus 9:26

7

Licht in de woningen van Israël

Drie dagen ligt er een dikke duisternis over Egypte, zodat niemand van zijn plaats opstaat. Bij de Israëlieten, die in Gosen woonden, was het licht in hun woningen.

Exodus 10:21-23

Theologische betekenis

De geschiedenis van Gosen laat zien hoe God Zijn volk door Zijn voorzienigheid bewaart. Wat de broers kwaad bedoelden, gebruikte God om een groot volk in het leven te behouden (Genesis 50:20), en Gosen was de plaats waar dat zichtbaar werd. Gereformeerde uitleggers wijzen erop dat de belofte aan Abraham hier niet stilstond, maar in een vreemd land doorgroeide. Het onderscheid bij de plagen leert dat de HEERE de Zijnen kent, ook als zij midden in een land onder het oordeel wonen. Zij werden niet uit Egypte weggenomen voordat de tijd daar was, maar in Egypte bewaard. Het licht in de woningen van Israël terwijl het in Egypte donker was (Exodus 10:23) is vaak gelezen als beeld van het verschil dat God maakt tussen duisternis en licht. Tegelijk was Gosen een rustplaats onderweg, geen thuis. De belofte lag in Kanaän. Jakob liet Jozef zweren hem bij zijn vaders te begraven (Genesis 47:29-30), en Jozef gaf stervend bevel over zijn gebeente, omdat hij geloofde dat Israël zou uittrekken (Hebreeën 11:22). Zo leefde het volk in het beste van Egypte toch als vreemdeling, met het oog op wat God beloofd had; de lijn van Hosea 11:1 naar Christus wordt bij Egypte besproken.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van het land Gosen in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over het land Gosen

Waar lag het land Gosen?

Gosen lag in het oosten van de Nijldelta in Egypte, aan de kant van Kanaän. Jakob kwam er vanuit Kanaän het eerst aan, en Jozef zei dat de familie daar nabij hem zou zijn (Genesis 45:10). De precieze grenzen zijn onbekend. Veel onderzoekers zoeken Gosen rond de Wadi Tumilat en in de omgeving van Tell el-Dab’a en Qantir, in de huidige provincie Sharqiya.

Wat betekent de naam Gosen?

De betekenis van de naam Gosen is onzeker. Het is waarschijnlijk geen Hebreeuws woord, en de Bijbel geeft er geen verklaring bij. De Septuaginta, de oude Griekse vertaling, schrijft Gesem en noemt het gebied in Genesis 45:10 Gesem van Arabië, naar de Griekse naam van een district aan de oostkant van de delta. Verklaringen uit het Egyptisch of Semitisch blijven gissingen.

Waar staat Gosen in de Bijbel?

Het land Gosen in Egypte staat vooral in Genesis 45 tot 47, waar Jakob en zijn zonen er gaan wonen, en in Genesis 50:8 bij de begrafenis van Jakob. In Exodus 8:22 en 9:26 wordt Gosen gespaard bij de plagen. Daarnaast noemt Jozua een ander Gosen in het zuiden van Juda (Jozua 10:41, 11:16 en 15:51), dat niets met het Egyptische gebied te maken heeft.

Waarom kreeg Israël juist het land Gosen?

Jozef wilde zijn familie dichtbij hebben (Genesis 45:10), en Gosen was goed weideland voor hun kudden. Hij liet zijn broers tegen Farao zeggen dat zij veehouders waren, "want alle schaapherder is de Egyptenaren een gruwel" (Genesis 46:34). Daardoor kregen zij een eigen gebied, apart van de Egyptenaren. Farao noemde het het beste van het land en gaf toestemming (Genesis 47:6).

Is het land Rameses hetzelfde als Gosen?

Waarschijnlijk wel. Genesis 47:11 zegt dat Jozef zijn familie een bezitting gaf "in het beste van het land, in het land Rameses", terwijl de verzen ervoor van het land Gosen spreken. Veel uitleggers denken dat de schrijver een latere naam gebruikt, naar de stad Raamses die Israël later moest bouwen (Exodus 1:11). Bij de uittocht vertrok het volk van Rameses (Exodus 12:37).

Bij welke plagen werd Gosen gespaard?

De Bijbel noemt Gosen uitdrukkelijk bij het ongedierte (Exodus 8:22) en de hagel (Exodus 9:26). Daarnaast staat er dat het vee van Israël niet stierf bij de pest onder het vee (Exodus 9:6) en dat er licht was in de woningen van Israël tijdens de duisternis (Exodus 10:23). Bij de dood van de eerstgeborenen ging de HEERE voorbij aan de huizen met het bloed aan de deurposten (Exodus 12:13).

Woonde heel Israël tot de uittocht in Gosen?

De Bijbel zegt het niet met zoveel woorden. Bij de plagen woont Israël in het land Gosen (Exodus 8:22, 9:26), en bij de uittocht vertrekt het volk van Rameses (Exodus 12:37), dat waarschijnlijk in hetzelfde gebied lag. Tegelijk werd het volk zo talrijk, "zodat het land met hen vervuld werd" (Exodus 1:7), en moest het de schatsteden Pitom en Raamses bouwen (Exodus 1:11). Of een deel van het volk ook buiten Gosen woonde, laat de tekst open.

Is Gosen in Juda hetzelfde als Gosen in Egypte?

Nee. Het boek Jozua noemt het land Gosen als streek in het zuiden van Kanaän, naast het Zuiden en de laagte (Jozua 10:41 en 11:16), en een stad Gosen in het bergland van Juda (Jozua 15:51). Dat zijn andere plaatsen met dezelfde naam. Waar die precies lagen, is onzeker. Het Gosen van Jozef en de plagen ligt in de Nijldelta.

Wat is er vandaag van Gosen te zien?

Een plaats die Gosen heet, bestaat niet meer. Het gebied in het oosten van de Nijldelta is nog altijd vruchtbaar landbouwland. Archeologen hebben er in Tell el-Dab’a en Qantir resten gevonden van oude steden, waaronder een koningsstad uit de tijd van Ramses II. Sporen die rechtstreeks aan Israël in Gosen te verbinden zijn, zijn niet aangetoond.

Bijbelverhalen in het land Gosen

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan het land Gosen

Bijbelhoofdstukken die zich in het land Gosen afspelen

Leer meer over het land Gosen met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van het land Gosen? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder