Ga naar hoofdinhoud

Kanaän in de Bijbel

Kena’an (Hebreeuws, כְּנַעַן) is de naam van het land en van de zoon van Cham, de stamvader van de Kanaänieten (Genesis 9:18, 10:15). De betekenis van de naam is onzeker. Omdat de Kanaänieten bekendstonden als handelaars, kan het woord in het Hebreeuws ook koopman betekenen; de Statenvertaling vertaalt het in Hosea 12:8 zo.

Kanaän is het land tussen de Middellandse Zee en de Jordaan dat God aan Abraham en zijn zaad beloofde (Genesis 17:8). Het was bewoond door de Kanaänieten en verwante volken, werd onder Jozua door Israël in bezit genomen en door het lot verdeeld. Later heette het land Israël en Juda.

Ook bekend als: Kanaan, het land der Kanaanieten

Ligging

Kanaän lag tussen de Middellandse Zee in het westen en de Jordaan en de Zoutzee in het oosten, van de berg Hor en de ingang van Hamath in het noorden tot de woestijn Zin en Kades-Barnea in het zuiden (Numeri 34:1-12); in ruimere omschrijving reikt het tot de Libanon (Jozua 1:4). Het land bestaat uit een kustvlakte, een heuvelachtig laagland, een centraal bergland met steden als Sichem, Bethel, Jeruzalem en Hebron, en het diepe dal van de Jordaan. Anders dan Egypte leefde het van de regen (Deuteronomium 11:10-11).

Vandaag

Het gebied van Kanaän is bekend; als streek is de identificatie zeker, al verschillen de grenzen per tijd en per bijbeltekst. Het valt nu grotendeels samen met Israël, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, met in het noorden delen van Libanon en Syrië. Opgegraven Kanaänitische steden zijn onder meer Hazor, Megiddo, Lachis en Gezer. Het land ten oosten van de Jordaan (Gilead en Basan) hoorde volgens Numeri 34 niet bij Kanaän.

Geschiedenis

De naam van het land gaat terug op Kanaän, de zoon van Cham (Genesis 9:18). Van hem stamden "de huisgezinnen der Kanaanieten" af, en hun gebied liep van Sidon tot Gaza en tot de steden van de vlakte bij Sodom (Genesis 10:15-19). Terah trok met Abram, Sarai en Lot al uit Ur der Chaldeen, "om te gaan naar het land Kanaan" (Genesis 11:31), maar hij bleef in Haran. Abram kwam wel in het land. Bij Sichem verscheen de HEERE aan Abram met de woorden: "Aan uw zaad zal Ik dit land geven" (Genesis 12:7). In het verbond van Genesis 15 noemt God de volken die er woonden, van de Kenieten tot de Jebusieten (Genesis 15:18-21), en in Genesis 17:8 belooft Hij "het gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting". Toch leefden de aartsvaders er als vreemdelingen in tenten. Het enige stuk grond dat Abraham bezat, was de akker met de spelonk van Machpela bij Hebron, waar hij Sara begroef (Genesis 23:19). Izak gebood Jakob geen vrouw te nemen uit de dochters van Kanaän (Genesis 28:1), en met Jakob trok de familie naar Egypte. Vanuit Egypte beloofde de HEERE Zijn volk een land, "vloeiende van melk en honig" (Exodus 3:8). Mozes zond twaalf verspieders om het land Kanaän te bezien (Numeri 13:17-20). Zij brachten vrucht mee, maar ook angst voor de versterkte steden; "de Kanaanieten wonen aan de zee, en aan den oever van de Jordaan" (Numeri 13:29). Na veertig jaar in de woestijn beschreef de HEERE de grenzen van het land (Numeri 34:1-12). Mozes mocht het alleen zien, vanaf de berg Nebo (Deuteronomium 32:49). Onder Jozua trok Israël de Jordaan over. Het manna hield op en het volk at van de opbrengst van het land Kanaän (Jozua 5:12). Na de veroveringen werd het land door het lot onder de stammen verdeeld (Jozua 14:1-2), en de Schrift getuigt: "Er viel niet een woord van al de goede woorden, die de HEERE gesproken had tot het huis van Israel; het kwam altemaal" (Jozua 21:45). Het boek Richteren laat zien dat de inname niet volledig was: veel steden bleven Kanaänitisch (Richteren 1:27-28), en de volken die overbleven werden een beproeving voor Israël (Richteren 3:1-3). Israël ging de Baäls en Astharoth dienen (Richteren 2:11-13). In de koningstijd raakt de naam Kanaän op de achtergrond; het land heet dan het land Israël of Juda. In het Nieuwe Testament klinkt de naam nog in de Kananese vrouw uit de streek van Tyrus en Sidon (Mattheüs 15:22) en in de prediking van Paulus, die herinnert aan de zeven volken in het land Kanaän (Handelingen 13:19). De Amarnabrieven uit de veertiende eeuw voor Christus noemen het land Kanaän; daarin schrijven Kanaänitische stadskoningen aan de farao. Kleitabletten uit Ugarit, ten noorden van Kanaän, geven een beeld van de verering van Baäl, waartegen de profeten van Israël waarschuwden.

Betekenis in de Bijbel

Kanaän is in de Bijbel allereerst het land van de belofte. Vanaf Genesis 12 bepaalt de toezegging van dit land de weg van de aartsvaders, en in de Psalmen klinkt die nog altijd: "Ik zal u geven het land Kanaan, het snoer van ulieder erfdeel" (Psalm 105:11). Dat het land werkelijk werd gegeven, is een bewijs van Gods trouw (Jozua 21:43-45). Tegelijk was Kanaän een land waarvan God de eigenaar bleef. "Het land is het Mijne", zegt de HEERE (Leviticus 25:23); Israël woonde er als vreemdeling en bijwoner bij Hem. Het land leefde van de regen, en de ogen van de HEERE waren er gedurig op (Deuteronomium 11:12). Overvloed was een gave, geen vanzelfsprekendheid: een land van tarwe en gerst, wijnstokken, vijgen en granaatappelen (Deuteronomium 8:8). De Kanaänieten zelf worden in de Schrift niet beschreven als slachtoffers van willekeur. God wachtte tot de ongerechtigheid van de Amorieten volkomen was (Genesis 15:16), en het land zou zijn inwoners uitspuwen om hun gruwelen (Leviticus 18:24-25). Daarom kreeg Israël het gebod: "naar de werken des lands Kanaan, waarheen Ik u brenge, zult gij niet doen" (Leviticus 18:3). Toen Israël dat toch deed, kreeg het dezelfde dreiging te horen (Leviticus 18:28; Deuteronomium 8:19-20). Ezechiël zegt tot het ontrouwe Jeruzalem zelfs dat zijn geboorten "uit het land der Kanaanieten" zijn (Ezechiël 16:3). In het Nieuwe Testament wordt de reikwijdte van de belofte breder. Hebreeën zegt dat Abraham in het land der belofte woonde "als in een vreemd land" (Hebreeën 11:9), omdat hij uitzag naar een stad die God gebouwd heeft. En Jezus prijst het geloof van een vrouw die Mattheüs een Kananese noemt, dus uit de oude bewoners van het land (Mattheüs 15:28); Markus 7:26 noemt haar een Syro-Fenicische.

Sleutelgebeurtenissen in Kanaän

1

De Kanaänieten verspreid

De volkerenlijst noemt de nakomelingen van Kanaän, de zoon van Cham, en beschrijft hun gebied van Sidon tot Gaza en de steden van de vlakte.

Genesis 10:15-19

2

Abram komt in het land Kanaän

Abram trekt vanuit Haran naar Kanaän. Bij Sichem belooft de HEERE het land aan zijn zaad, en Abram bouwt er een altaar.

Genesis 12:5-7

3

Het verbond en de volken van het land

De HEERE sluit een verbond met Abram en noemt de grenzen van het land en de tien volken die er wonen.

Genesis 15:18-21

4

Machpela, het eerste eigen stuk grond

Abraham koopt de akker en de spelonk van Machpela bij Hebron en begraaft daar Sara. Het is zijn enige bezit in het beloofde land.

Genesis 23:17-20

5

De verspieders bezien het land

Twaalf verspieders trekken door Kanaän. Zij noemen het land vloeiende van melk en honig, maar vrezen de sterke steden en hun bewoners.

Numeri 13:17-29

6

De grenzen van het land vastgelegd

De HEERE beschrijft de grenzen van Kanaän: de woestijn Zin in het zuiden, de grote zee in het westen, de berg Hor en Hamath in het noorden en de Jordaan in het oosten.

Numeri 34:1-12

7

Het manna houdt op

Na de doortocht door de Jordaan viert Israël het Pascha bij Gilgal en eet voortaan van de opbrengst van het land Kanaän.

Jozua 5:10-12

8

Het land door het lot verdeeld

Eleazar, Jozua en de stamhoofden verdelen het land Kanaän door het lot onder de stammen van Israël.

Jozua 14:1-2

9

De Kanaänieten blijven wonen

Manasse verdrijft de inwoners van Beth-San, Thaanach, Dor, Jibleam en Megiddo niet. Als Israël sterk wordt, legt het de Kanaänieten een schatting (cijns) op, maar verdrijft hen niet geheel.

Richteren 1:27-28

10

Het geloof van de Kananese vrouw

In de streek van Tyrus en Sidon smeekt een Kananese vrouw Jezus om genezing voor haar dochter. Hij prijst haar geloof.

Mattheüs 15:21-28

Theologische betekenis

Kanaän laat zien dat God Zijn beloften waarmaakt, ook als er eeuwen tussen belofte en vervulling liggen. Abraham kreeg het land toegezegd, maar bezat er slechts een graf; zijn nakomelingen ontvingen het pas na de slavernij in Egypte en de tocht door de woestijn. Wat God zegt, gebeurt, ook al ziet de gelovige het zelf niet (Hebreeën 11:13). Het land was een gave, geen verdienste. Israël kreeg steden die het niet gebouwd had (Deuteronomium 6:10), en Mozes waarschuwt dat het volk niet om zijn eigen gerechtigheid in het land kwam (Deuteronomium 9:5). Het wonen in Kanaän was daarom verbonden aan de dienst van de HEERE; wie de goden van het land ging dienen, verspeelde de rust. Het Nieuwe Testament leest het land in het licht van Christus. De rust die Jozua gaf, was niet de laatste rust: "Er blijft dan een rust over voor het volk Gods" (Hebreeën 4:9). De gereformeerde uitleg ziet Kanaän daarom ook als beeld van het hemelse vaderland waarnaar de aartsvaders uitzagen (Hebreeën 11:16). Dat maakt het aardse land niet onbelangrijk, maar het wijst verder: naar een erfenis die onverderfelijk is (1 Petrus 1:4).

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Kanaän in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Kanaän

Waar lag het land Kanaän?

Kanaän lag aan de oostkust van de Middellandse Zee, tussen de zee en de Jordaan. Het land bestond uit een kustvlakte, een heuvelachtig laagland, een centraal bergland met steden als Sichem, Bethel, Jeruzalem en Hebron, het diepe dal van de Jordaan en in het zuiden de droge Negev. Het gebied valt nu grotendeels samen met Israël, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, met in het noorden delen van Libanon en Syrië. Het land ten oosten van de Jordaan (Gilead en Basan) hoorde er volgens Numeri 34 niet bij.

Wat betekent de naam Kanaän?

Kanaän (Hebreeuws Kena’an) is genoemd naar Kanaän, de zoon van Cham (Genesis 9:18). Wat de naam zelf betekent, is onzeker; er bestaan verschillende verklaringen, maar geen daarvan staat vast. Omdat de Kanaänieten bekendstonden als handelaars, kan het woord in het Hebreeuws ook koopman betekenen. De Statenvertaling vertaalt het in Hosea 12:8 daarom met koopman.

Wie waren de Kanaänieten?

De Kanaänieten waren de oorspronkelijke bewoners van het land, volgens Genesis 10:15-19 nakomelingen van Kanaän, de zoon van Cham. De Bijbel gebruikt de naam soms voor alle volken van het land, soms voor één volk naast de Hethieten, Amorieten, Ferezieten, Hevieten, Girgasieten en Jebusieten (Deuteronomium 7:1). Zij woonden in ommuurde stadstaten met eigen koningen en dienden goden als Baäl en Astharoth (Richteren 2:13).

Waar staat Kanaän in de Bijbel?

Het land Kanaän speelt een rol vanaf Genesis 9 en 10 (de naam en de volken) en Genesis 12 (de belofte aan Abram). Belangrijke delen zijn Numeri 13 (de verspieders) en Numeri 34 (de grenzen), het boek Jozua (inname en verdeling) en Richteren 1 tot 3 (de volken die bleven). Verder noemen de Psalmen het land (Psalm 105:11) en het Nieuwe Testament in Handelingen 13:19 en Mattheüs 15:22.

Wat waren de grenzen van Kanaän?

Numeri 34:1-12 geeft de grenzen: in het zuiden van de Zoutzee langs de woestijn Zin en Kades-Barnea naar de rivier van Egypte, in het westen de grote zee, in het noorden een lijn van de berg Hor tot waar men bij Hamath komt, en in het oosten de Jordaan tot de Zoutzee. Genesis 15:18 noemt een ruimer gebied, van de rivier van Egypte tot de Eufraat, en Jozua 1:4 noemt daarbij de Libanon. De gangbare korte aanduiding van het land van Israël is van Dan tot Berseba (Richteren 20:1).

Waarom heet Kanaän een land van melk en honing?

De HEERE noemt het al bij de roeping van Mozes een land, "vloeiende van melk en honig" (Exodus 3:8), en de verspieders zeggen het na (Numeri 13:27). Melk wordt gewoonlijk verbonden met weidegrond voor geiten en schapen, honing met wilde bijen en mogelijk met de stroop van vruchten. Deuteronomium 8:8 noemt tarwe, gerst, wijnstokken, vijgen, granaatappelen, olijven en honing. Het land was vruchtbaar, maar leefde van de regen die God gaf (Deuteronomium 11:11-12).

Is Kanaän hetzelfde als het beloofde land?

Ja, het land dat God aan Abraham beloofde, is het land Kanaän: "het gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting" (Genesis 17:8). Hebreeën 11:9 noemt het het land der belofte. Deze pagina beschrijft het land zelf, met zijn ligging, grenzen en volken. Over de betekenis van de belofte door de hele Bijbel heen gaat het onderwerp het beloofde land op deze site.

Hoe schrijft de Statenvertaling Kanaän?

De Statenvertaling schrijft Kanaan, zonder trema, en noemt de bewoners Kanaanieten. Dezelfde naam is ook die van de zoon van Cham (Genesis 9:18). In Mattheüs 15:22 heet de vrouw uit de streek van Tyrus en Sidon een Kananese vrouw. Jesaja 19:18 spreekt van de spraak van Kanaän, wat gewoonlijk wordt verstaan als de taal van Israël.

Is Kanaän hetzelfde als Palestina?

Niet in de Statenvertaling. Daar betekent Palestina het land van de Filistijnen aan de zuidelijke kust (Exodus 15:14, Joël 3:4), dus maar een deel van Kanaän. Griekse schrijvers gebruikten de naam, afgeleid van de Filistijnen, al voor een groter gebied, en in de Romeinse tijd werd hij de naam van de hele provincie. In de Bijbel zelf heet het land eerst Kanaän en na de inname het land Israël.

Waarom moesten de Kanaänieten het land uit?

De Bijbel verbindt het met Gods oordeel over hun zonden. God wachtte eeuwen, omdat de ongerechtigheid der Amorieten nog niet volkomen was (Genesis 15:16). Leviticus 18:24-25 zegt dat het land zijn inwoners uitspuwde om hun gruwelen. Israël kreeg het land niet om eigen gerechtigheid (Deuteronomium 9:5) en werd zelf met hetzelfde oordeel bedreigd als het de werken van Kanaän zou doen (Leviticus 18:3).

Wat is er vandaag van Kanaän te zien?

Het landschap van Kanaän is er nog: de kustvlakte, het bergland en het dal van de Jordaan. Veel Kanaänitische steden zijn opgegraven, zoals Hazor, Megiddo, Lachis en Gezer, met muren, poorten en tempels uit de Kanaänitische tijd. Ook de Amarnabrieven uit Egypte noemen Kanaänitische stadskoningen bij naam.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Kanaän

Bijbelhoofdstukken die zich in Kanaän afspelen

Leer meer over Kanaän met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Kanaän? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder