Ga naar hoofdinhoud

Pitom en Raämses in de Bijbel

Pitom komt waarschijnlijk van het Egyptische Per-Atum, huis van Atum, een Egyptische zonnegod. Raämses draagt dezelfde naam als de farao’s Ramses; de koningsstad die Ramses II in de delta bouwde, heette in het Egyptisch Pi-Ramesse, huis van Ramses.

Pitom en Raämses waren de schatsteden die Israël in Egypte onder harde dwang voor Farao moest bouwen (Exodus 1:11). Beide lagen in de oostelijke Nijldelta. Van Rameses trok het volk later bij de uittocht weg. Waar de steden precies lagen, is niet zeker.

Ook bekend als: Pitom, Raamses, Rameses, Pi-Ramesse, Pithom

Ligging

Beide steden lagen in de oostelijke Nijldelta, in of bij het land Gosen waar Israël woonde. Raämses lag waarschijnlijk in het noordoosten van de delta, aan een van de oostelijke Nijlarmen. Pitom wordt gezocht in de Wadi Tumilat, het dal dat vanuit de delta oostwaarts loopt naar het Timsahmeer, aan de weg naar de Sinaï.

Vandaag

Raämses wordt meestal gezocht bij Qantir en Tell el-Dab’a in de oostelijke Nijldelta in Egypte, Pitom in de Wadi Tumilat; geen van beide identificaties staat vast. Bij Qantir lag Pi-Ramesse, in de provincie Sharqiya; vroeger dacht men voor Raämses aan Tanis. Voor Pitom noemen onderzoekers vooral Tell el-Maschuta en Tell er-Retabeh in de Wadi Tumilat. Geen van die identificaties staat vast.

De precieze ligging is onzeker: er zijn meerdere kandidaten.

Geschiedenis

De naam komt in de Bijbel het eerst voor bij Jozef. Hij gaf zijn vader en broers een bezitting "in het beste van het land, in het land Rameses" (Genesis 47:11). De verzen ervoor spreken van het land Gosen. De kanttekeningen zien in het land Rameses een deel van Gosen; andere uitleggers denken dat de schrijver de streek noemt naar de latere stad. Na de dood van Jozef stond er een nieuwe koning op, die Jozef niet gekend had. Hij vreesde dat het talrijke volk zich bij een oorlog tot de vijand zou voegen. Daarom zetten de Egyptenaren oversten der schattingen over Israël, "want men bouwde voor Farao schatsteden, Pitom en Raamses" (Exodus 1:11). Zij moesten dienen "in leem en in tichelstenen, en met allen dienst op het veld" (Exodus 1:14). Later moest het volk ook zelf stro zoeken voor de tichelstenen (Exodus 5:7). Na het pascha werd Rameses, zoals de Statenvertaling de stad hier noemt, het vertrekpunt van de uittocht: "Alzo reisden de kinderen Israels uit van Rameses naar Sukkoth" (Exodus 12:37). Numeri 33:3 noemt de dag: de vijftiende van de eerste maand, de dag na het pascha. Bij Qantir en Tell el-Dab’a zijn de resten opgegraven van een grote koningsstad uit de tijd van Ramses II, in de dertiende eeuw voor Christus. In Tell el-Maschuta werden in de negentiende eeuw inscripties gevonden die de god Atum noemen, maar of daar Pitom lag, is omstreden. Ook de vraag wat de naam Raämses zegt over de datering van de uittocht, wordt verschillend beantwoord.

Betekenis in de Bijbel

Pitom en Raämses staan in de Bijbel voor de slavernij in Egypte. Het zijn de enige steden die bij naam genoemd worden als werk van Israëls handen in het diensthuis. Daar zag de HEERE de verdrukking van Zijn volk en hoorde Hij hun geschrei vanwege hun drijvers (Exodus 3:7). Exodus 1:12 zegt: "Maar hoe meer zij het verdrukten, hoe meer het vermeerderde". De bouwplaatsen van Farao werden zo de plaats waar de belofte aan Abraham doorgroeide. Rameses is ook het begin van de weg naar vrijheid. Numeri 33 opent de lijst van alle legerplaatsen in de woestijn met het vertrek van Rameses, waar Israël uittoog "door een hoge hand, voor de ogen van alle Egyptenaren" (Numeri 33:3). Later moest Israël bij het eerste gebod en bij de sabbat telkens gedenken dat het een dienstknecht in Egypteland geweest was (Deuteronomium 5:6, 15).

Sleutelgebeurtenissen in Pitom en Raämses

1

Jozef geeft zijn familie het land Rameses

Op bevel van Farao geeft Jozef zijn vader en broers woningen en een bezitting in het beste van het land, het land Rameses.

Genesis 47:11

2

Israël bouwt de schatsteden

Een nieuwe koning die Jozef niet gekend heeft, zet oversten over Israël. Het volk moet voor Farao de schatsteden Pitom en Raämses bouwen.

Exodus 1:11

3

Harde dienst in leem en tichelstenen

De Egyptenaren laten Israël met hardheid dienen en maken hun het leven bitter met werk in leem, tichelstenen en op het veld.

Exodus 1:13-14

4

De uittocht van Rameses

Na de nacht van het pascha trekken de Israëlieten van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderdduizend mannen te voet, behalve de kinderen.

Exodus 12:37

5

Het begin van de reisroute

In de lijst van de legerplaatsen staat Rameses voorop. Israël trekt er uit op de dag na het pascha, terwijl de Egyptenaren hun eerstgeborenen begraven.

Numeri 33:3-5

Theologische betekenis

Israël bouwde in Egypte steden voor een koning die het volk wilde breken. Toch was het de HEERE Die in die tijd Zijn volk bouwde. Toen de kinderen Israëls zuchtten over de dienst, staat er: "En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob" (Exodus 2:24). De verlossing uit het diensthuis begint dus niet bij Israëls kracht, maar bij Gods trouw aan Zijn belofte. In de gereformeerde uitleg is de dienstbaarheid in Egypte vaak gelezen als beeld van de slavernij van de zonde, en de uittocht als beeld van de verlossing door Christus. De Heere Jezus zegt: "Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn" (Johannes 8:36). Daartegenover staat de stad die Abraham verwachtte, "welker Kunstenaar en Bouwmeester God is" (Hebreeën 11:10).

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Pitom en Raämses in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Pitom en Raämses

Waar lagen Pitom en Raämses?

Pitom en Raämses lagen in de oostelijke Nijldelta in Egypte, in of bij het land Gosen. De precieze ligging is onzeker. Raämses wordt nu meestal gezocht bij Qantir en Tell el-Dab’a, waar een grote koningsstad uit de tijd van Ramses II is opgegraven. Pitom zoeken onderzoekers in de Wadi Tumilat, vooral bij Tell el-Maschuta of Tell er-Retabeh.

Wat betekenen de namen Pitom en Raämses?

Beide namen zijn Egyptisch. Pitom komt waarschijnlijk van Per-Atum, huis van Atum, naar een Egyptische zonnegod. Raämses is de naam van de farao Ramses; de koningsstad in de delta heette Pi-Ramesse, huis van Ramses. De Bijbel geeft zelf geen verklaring van de namen.

Wat zijn schatsteden in de Bijbel?

Schatsteden waren steden waar de koning voorraden opsloeg, zoals graan en andere goederen, vaak ook als steunpunt voor leger en bestuur. Exodus 1:11 zegt dat Israël voor Farao de schatsteden Pitom en Raämses moest bouwen. De kanttekeningen geven als andere vertaling ook ammunitiesteden. Later bouwde ook Salomo schatsteden (1 Koningen 9:19). Het woord zegt dus iets over het doel van de stad, niet over goud of edelstenen.

Hoe heten Pitom en Raämses in de Statenvertaling?

De Statenvertaling schrijft Pitom en Raamses in Exodus 1:11. Op andere plaatsen staat Rameses: het land Rameses in Genesis 47:11 en de stad waar de uittocht begon in Exodus 12:37 en Numeri 33:3 en 33:5. Of de stad Raamses van Exodus 1:11 en het land Rameses van Genesis 47:11 bij elkaar horen, is niet zeker; de kanttekeningen onderscheiden ze. In het Hebreeuws zijn de twee vormen iets anders gespeld. Buiten de Statenvertaling komt ook de spelling Pithom voor.

Waar begon de uittocht uit Egypte?

De uittocht begon in Rameses, in de oostelijke Nijldelta. Exodus 12:37 zegt dat de kinderen Israëls van Rameses naar Sukkoth reisden, en Numeri 33:3 noemt de dag: de vijftiende van de eerste maand, de dag na het pascha. Van Sukkoth trokken zij verder naar Etham, aan het einde van de woestijn (Numeri 33:6). Waar Rameses precies lag, is onzeker; meestal denkt men aan Qantir en Tell el-Dab’a. Of het land Rameses uit Genesis 47:11 Gosen is, bespreekt de pagina over Gosen.

Zegt de naam Raämses iets over het jaartal van de uittocht?

Daarover verschillen de meningen. Omdat de bekende koningsstad naar Ramses II heet, plaatsen sommigen de uittocht in de dertiende eeuw voor Christus. Anderen wijzen op 1 Koningen 6:1 en houden een vroegere datum aan; zij merken op dat Genesis 47:11 de naam al in de tijd van Jozef gebruikt, zodat de naam ook later ingevuld kan zijn. De vraag wie die farao was, bespreekt de pagina over de farao van de uittocht; hier gaat het alleen om de naam van de stad.

Wat is er vandaag van Pitom en Raämses te zien?

Bij Qantir en Tell el-Dab’a in het oosten van de delta hebben archeologen de fundamenten en vondsten van een uitgestrekte koningsstad blootgelegd; boven de grond is weinig over, omdat veel steen later naar Tanis is weggevoerd. In Tell el-Maschuta en Tell er-Retabeh zijn resten van versterkte plaatsen gevonden. Een vondst die zeker met Israël te verbinden is, is er niet.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Pitom en Raämses

Bijbelhoofdstukken die zich in Pitom en Raämses afspelen

Leer meer over Pitom en Raämses met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Pitom en Raämses? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder