Jozef geeft zijn familie het land Rameses
Op bevel van Farao geeft Jozef zijn vader en broers woningen en een bezitting in het beste van het land, het land Rameses.
Pitom komt waarschijnlijk van het Egyptische Per-Atum, huis van Atum, een Egyptische zonnegod. Raämses draagt dezelfde naam als de farao’s Ramses; de koningsstad die Ramses II in de delta bouwde, heette in het Egyptisch Pi-Ramesse, huis van Ramses.
Pitom en Raämses waren de schatsteden die Israël in Egypte onder harde dwang voor Farao moest bouwen (Exodus 1:11). Beide lagen in de oostelijke Nijldelta. Van Rameses trok het volk later bij de uittocht weg. Waar de steden precies lagen, is niet zeker.
Ook bekend als: Pitom, Raamses, Rameses, Pi-Ramesse, Pithom
Beide steden lagen in de oostelijke Nijldelta, in of bij het land Gosen waar Israël woonde. Raämses lag waarschijnlijk in het noordoosten van de delta, aan een van de oostelijke Nijlarmen. Pitom wordt gezocht in de Wadi Tumilat, het dal dat vanuit de delta oostwaarts loopt naar het Timsahmeer, aan de weg naar de Sinaï.
Raämses wordt meestal gezocht bij Qantir en Tell el-Dab’a in de oostelijke Nijldelta in Egypte, Pitom in de Wadi Tumilat; geen van beide identificaties staat vast. Bij Qantir lag Pi-Ramesse, in de provincie Sharqiya; vroeger dacht men voor Raämses aan Tanis. Voor Pitom noemen onderzoekers vooral Tell el-Maschuta en Tell er-Retabeh in de Wadi Tumilat. Geen van die identificaties staat vast.
De precieze ligging is onzeker: er zijn meerdere kandidaten.
Op bevel van Farao geeft Jozef zijn vader en broers woningen en een bezitting in het beste van het land, het land Rameses.
Een nieuwe koning die Jozef niet gekend heeft, zet oversten over Israël. Het volk moet voor Farao de schatsteden Pitom en Raämses bouwen.
De Egyptenaren laten Israël met hardheid dienen en maken hun het leven bitter met werk in leem, tichelstenen en op het veld.
Na de nacht van het pascha trekken de Israëlieten van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderdduizend mannen te voet, behalve de kinderen.
In de lijst van de legerplaatsen staat Rameses voorop. Israël trekt er uit op de dag na het pascha, terwijl de Egyptenaren hun eerstgeborenen begraven.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Pitom en Raämses in de Schrift beter te begrijpen.
Pitom en Raämses lagen in de oostelijke Nijldelta in Egypte, in of bij het land Gosen. De precieze ligging is onzeker. Raämses wordt nu meestal gezocht bij Qantir en Tell el-Dab’a, waar een grote koningsstad uit de tijd van Ramses II is opgegraven. Pitom zoeken onderzoekers in de Wadi Tumilat, vooral bij Tell el-Maschuta of Tell er-Retabeh.
Beide namen zijn Egyptisch. Pitom komt waarschijnlijk van Per-Atum, huis van Atum, naar een Egyptische zonnegod. Raämses is de naam van de farao Ramses; de koningsstad in de delta heette Pi-Ramesse, huis van Ramses. De Bijbel geeft zelf geen verklaring van de namen.
Schatsteden waren steden waar de koning voorraden opsloeg, zoals graan en andere goederen, vaak ook als steunpunt voor leger en bestuur. Exodus 1:11 zegt dat Israël voor Farao de schatsteden Pitom en Raämses moest bouwen. De kanttekeningen geven als andere vertaling ook ammunitiesteden. Later bouwde ook Salomo schatsteden (1 Koningen 9:19). Het woord zegt dus iets over het doel van de stad, niet over goud of edelstenen.
De Statenvertaling schrijft Pitom en Raamses in Exodus 1:11. Op andere plaatsen staat Rameses: het land Rameses in Genesis 47:11 en de stad waar de uittocht begon in Exodus 12:37 en Numeri 33:3 en 33:5. Of de stad Raamses van Exodus 1:11 en het land Rameses van Genesis 47:11 bij elkaar horen, is niet zeker; de kanttekeningen onderscheiden ze. In het Hebreeuws zijn de twee vormen iets anders gespeld. Buiten de Statenvertaling komt ook de spelling Pithom voor.
De uittocht begon in Rameses, in de oostelijke Nijldelta. Exodus 12:37 zegt dat de kinderen Israëls van Rameses naar Sukkoth reisden, en Numeri 33:3 noemt de dag: de vijftiende van de eerste maand, de dag na het pascha. Van Sukkoth trokken zij verder naar Etham, aan het einde van de woestijn (Numeri 33:6). Waar Rameses precies lag, is onzeker; meestal denkt men aan Qantir en Tell el-Dab’a. Of het land Rameses uit Genesis 47:11 Gosen is, bespreekt de pagina over Gosen.
Daarover verschillen de meningen. Omdat de bekende koningsstad naar Ramses II heet, plaatsen sommigen de uittocht in de dertiende eeuw voor Christus. Anderen wijzen op 1 Koningen 6:1 en houden een vroegere datum aan; zij merken op dat Genesis 47:11 de naam al in de tijd van Jozef gebruikt, zodat de naam ook later ingevuld kan zijn. De vraag wie die farao was, bespreekt de pagina over de farao van de uittocht; hier gaat het alleen om de naam van de stad.
Bij Qantir en Tell el-Dab’a in het oosten van de delta hebben archeologen de fundamenten en vondsten van een uitgestrekte koningsstad blootgelegd; boven de grond is weinig over, omdat veel steen later naar Tanis is weggevoerd. In Tell el-Maschuta en Tell er-Retabeh zijn resten van versterkte plaatsen gevonden. Een vondst die zeker met Israël te verbinden is, is er niet.
Egypte
Het bijbelse Egypte valt grotendeels samen met het huidige Egypte; die identificatie is zeker
Gosen
Gosen lag in het oosten van de Nijldelta in Egypte, ruwweg in de huidige provincie Sharqiya
Nijl
De Nijl stroomt nog altijd door Egypte; met haar bronrivieren in Oost- en Midden-Afrika is zij een van de langste rivieren ter wereld
Rode Zee
De Rode Zee bestaat nog als smalle zee tussen Afrika en het Arabisch Schiereiland, met in het noorden de Golf van Suez en de Golf van Akaba
Sukkoth
Sukkoth wordt meestal gelijkgesteld met Tell Deir Alla in de Jordaanvallei in Jordanië, even ten noorden van de Jabbok
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Pitom en Raämses? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Pitom en Raämses.
Plaats Pitom en Raämses in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Pitom en Raämses.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Pitom en Raämses.
Verken thema's die verbonden zijn met Pitom en Raämses.