Ga naar hoofdinhoud

Negev in de Bijbel

Negev (Hebreeuws נֶגֶב) wordt meestal verbonden met een stam die droog zijn betekent; helemaal zeker is die afleiding niet. Omdat de streek in het zuiden van het land lag, werd negev ook het gewone woord voor de windstreek zuid. De Statenvertaling vertaalt het met het zuiden, het land van het zuiden of zuiderland.

De Negev is het droge zuiden van het land Kanaän, rond Berseba en Arad, tot de woestijn Zin. Abraham, Izak en Hagar leefden er, de verspieders trokken erdoor naar Hebron (Numeri 13:22). De Statenvertaling noemt de streek niet bij naam, maar spreekt van het zuiden.

Ook bekend als: het zuiden, land van het zuiden, zuiderland, Negeb

Ligging

De Negev ligt ten zuiden van het bergland van Hebron. De streek begint ongeveer bij Berseba en Arad en liep naar het zuiden tot de woestijn Zin en Kades-Barnea, de zuidgrens van Juda (Jozua 15:1-4), tussen de kustvlakte in het westen en de Araba, de laagte ten zuiden van de Dode Zee, in het oosten. In het noorden is het land open en golvend; naar het zuiden wordt het kaler, met droge beddingen die alleen na regen water voeren.

Vandaag

De Negev vormt nu het zuidelijke deel van Israël, ruim de helft van het grondgebied. De moderne naam omvat een veel groter gebied dan de bijbelse streek, tot Eilat aan de Golf van Akaba; de Negev van de Bijbel is vooral het noordelijke deel rond Berseba en Arad. Bij Tel Berseba, dicht bij de moderne stad Beër Sjeva, en bij Tel Arad zijn vestingen uit de tijd van de koningen opgegraven. Welke streek de Bijbel bedoelt, staat vast; de precieze grenzen zijn niet scherp te trekken.

Geschiedenis

De aartsvaders leefden voor een groot deel in de Negev. Na zijn aankomst in Kanaän trok Abram "gaande en trekkende naar het zuiden" (Genesis 12:9), en na zijn verblijf in Egypte ging hij weer op naar het zuiden (Genesis 13:1). Later woonde Abraham in het land van het zuiden, tussen Kades en Sur, en verkeerde hij als vreemdeling te Gerar (Genesis 20:1). In Berseba plantte hij een bos en riep hij de Naam des HEEREN aan (Genesis 21:33). Hagar dwaalde met Ismaël in de woestijn van Berseba (Genesis 21:14). Izak woonde in het zuiderland bij de put Lachai-Roi (Genesis 24:62), zaaide in het land van Gerar en oogstte honderdvoudig (Genesis 26:12). Tijdens de woestijnreis zond Mozes de verspieders met de opdracht: "Trekt dit henen op tegen het zuiden" (Numeri 13:17). Zij gingen door het zuiden tot Hebron (Numeri 13:22) en meldden dat de Amalekieten in het land van het zuiden woonden (Numeri 13:29). De Kanaänitische koning van Arad, die in het zuiden woonde, viel Israël aan; na de overwinning noemde Israël de plaats Horma (Numeri 21:1-3). Jozua sloeg het gebergte, het zuiden en de laagte (Jozua 10:40). De zuidelijkste steden van Juda, tot aan de grens van Edom, staan in Jozua 15:21-32; Simeon kreeg zijn erfdeel binnen Juda, met Berseba (Jozua 19:1-2). Kaleb gaf zijn dochter Achsa land in het zuiden, en zij vroeg er waterwellingen bij, omdat hij haar een dor land had gegeven (Jozua 15:19). De Kenieten vestigden zich ten zuiden van Arad (Richteren 1:16). David woonde als vluchteling in Ziklag. Tegenover Achis deed hij alsof hij het zuiden van Juda en van de Kenieten beroofde (1 Samuël 27:10). De Amalekieten vielen het zuiden binnen en verbrandden Ziklag (1 Samuël 30:1); van de heroverde buit zond David geschenken naar steden in het zuiden (1 Samuël 30:27). Elia vluchtte naar Berseba en ging een dagreis verder de woestijn in (1 Koningen 19:3-4). Jeremia zag de steden van het zuiden gesloten (Jeremia 13:19), maar beloofde ook dat men er weer velden zou kopen (Jeremia 32:44). Opgravingen bij Tel Berseba en Tel Arad hebben vestingen uit de koningentijd blootgelegd, met in Arad beschreven potscherven uit de laatste jaren van Juda. In de Nabateese en Byzantijnse tijd ontstonden in de centrale Negev handelssteden, zoals Avdat.

Betekenis in de Bijbel

In de Bijbel is de Negev eerst het land van de aartsvaders als vreemdelingen. Abraham en Izak trokken er met hun kudden van put naar put, groeven bronnen en bouwden altaren, maar kregen er geen erfdeel; het enige stuk grond dat Abraham kocht, was het graf bij Hebron (Genesis 23, Handelingen 7:5). Hebreeën 11:9 zegt dat Abraham door het geloof een inwoner is geweest in het land der belofte, als in een vreemd land, en in tabernakelen woonde met Izak en Jakob. De Negev is ook de grensstreek tussen het beloofde land en de woestijn. Hier kwam Israël vanuit Kades het eerst met het land in aanraking, en hier woonden de Amalekieten die het volk dwarszaten (Numeri 13:29). De zuidgrens van Juda liep door deze streek naar Kades-Barnea en de beek van Egypte (Jozua 15:1-4). Water is in de Negev nooit vanzelfsprekend. Daarom gaan zoveel geschiedenissen er over putten: de put waar de Engel des HEEREN Hagar vond (Genesis 16:14), de putten van Abraham en Izak bij Gerar en Berseba (Genesis 26), de waterwellingen die Achsa vroeg (Jozua 15:19). In dat landschap krijgt ook Psalm 126 zijn beeld (Psalm 126:4). De profeten beloven dat de steden van het zuiden weer bewoond zullen worden en dat de kudden er weer onder de hand van de teller zullen doorgaan (Jeremia 33:13). Obadja ziet de ballingen van Jeruzalem de steden van het zuiden weer bezitten (Obadja 1:20).

Sleutelgebeurtenissen in de Negev

1

Abram trekt naar het zuiden

Na het altaar bij Bethel trekt Abram verder naar het zuiden. Na zijn verblijf in Egypte keert hij met Lot via het zuiden terug (Genesis 13:1).

Genesis 12:9

2

Abraham woont tussen Kades en Sur

Abraham reist naar het land van het zuiden, woont tussen Kades en Sur en verblijft als vreemdeling in Gerar.

Genesis 20:1

3

Izak in het zuiderland

Izak woont in het zuiderland bij de put Lachai-Roi, de put waar God eerder Hagar had gezien. Daar komt Rebekka hem tegemoet.

Genesis 24:62

4

De verspieders trekken door het zuiden

Mozes zendt twaalf mannen op tegen het zuiden. Zij trekken door de Negev het gebergte in, tot Hebron toe.

Numeri 13:17-22

5

De koning van Arad en Horma

De Kanaänitische koning van Arad, die in het zuiden woont, valt Israël aan. De HEERE geeft de Kanaänieten over en de plaats krijgt de naam Horma.

Numeri 21:1-3

6

De steden van Juda in het zuiden

Bij de verdeling van het land krijgt Juda een lange rij steden in het zuiden, tot aan de grens van Edom, waaronder Berseba.

Jozua 15:21-32

7

David in Ziklag

Als vluchteling bij Achis zegt David dat hij tegen het zuiden van Juda en de Kenieten is uitgetrokken, terwijl hij in werkelijkheid de Gesurieten, Girzieten en Amalekieten overvalt (1 Samuël 27:8).

1 Samuël 27:10

8

Belofte van herstel

Terwijl Jeruzalem belegerd wordt, belooft de HEERE dat men in de steden van het zuiden weer velden zal kopen en brieven verzegelen.

Jeremia 32:44

Theologische betekenis

De Negev leert in de Schrift hoe afhankelijk de mens is van wat God geeft. Het land heeft geen rivier zoals Egypte. Het leeft van de regen en van de putten. De Engel des HEEREN vond Hagar in het zuiden bij een waterfontein, op de weg naar Sur (Genesis 16:7, 14), en zij noemde Hem "Gij, God des aanziens" (Genesis 16:13). Op de plek waar zij dacht dat alles verloren was, bleek de HEERE haar gezien te hebben. Psalm 126 maakt van het landschap een gebed. De bedding in het zuiden ligt een groot deel van het jaar droog, maar na de regen stroomt zij plotseling vol. Zo vragen de pelgrims of de HEERE hun gevangenis wil wenden. De psalm gaat verder: "Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien" (Psalm 126:5). Gereformeerde uitleggers lezen dat als een belofte voor de kerk in tijden van verval: het herstel is het werk van God, en het komt vaak onverwacht. De profeten trekken die lijn door. Jesaja belooft dat in de woestijn wateren zullen uitbarsten en beken in de wildernis (Jesaja 35:6), en dat de HEERE rivieren in de wildernis zal maken (Jesaja 43:19). Zo wordt de dorre Negev in de Bijbel een plaats waar zichtbaar wordt dat leven en vruchtbaarheid geschenken zijn, en waar de vreemdelingen Abraham en Izak leefden van de belofte en niet van het bezit.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van de Negev in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over de Negev

Waar lag de Negev?

De Negev lag in het uiterste zuiden van het land Kanaän, ten zuiden van het bergland van Hebron. De streek begon ongeveer bij Berseba en Arad en liep naar het zuiden tot de woestijn Zin en Kades-Barnea, de zuidgrens van Juda (Jozua 15:1-4). In het westen grensde zij aan de kustvlakte, in het oosten aan de Araba ten zuiden van de Dode Zee. De moderne Negev in Israël is veel groter.

Wat betekent het woord Negev?

Het Hebreeuwse woord negev wordt meestal verbonden met een stam die droog zijn betekent, al is die afleiding niet helemaal zeker. Omdat de droge streek in het zuiden van het land lag, werd negev ook het gewone woord voor de richting zuid. Daarom is in een bijbelvers niet altijd duidelijk of de streek bedoeld is of alleen de windstreek.

Waarom staat het woord Negev niet in de Statenvertaling?

De Statenvertalers vertaalden het Hebreeuwse negev met het zuiden, het land van het zuiden of zuiderland, bijvoorbeeld in Genesis 20:1, Genesis 24:62 en Numeri 13:29. Waar de Statenvertaling het zuiden schrijft, staat in het Hebreeuws vaak deze streeknaam. In Jozua 15:19 staat dor land: daar vraagt Achsa om water, omdat haar vader haar land in de Negev had gegeven.

Wie woonden er in de Negev?

Abraham en Izak woonden lange tijd in de Negev, bij Berseba, Gerar en de put Lachai-Roi (Genesis 20:1, 24:62). Ook Hagar en Ismaël leefden in de woestijn van Berseba (Genesis 21:14). In de tijd van de woestijnreis woonden er Amalekieten (Numeri 13:29) en Kanaänieten, zoals de koning van Arad, in de Statenvertaling Harad (Numeri 21:1). Later kregen Juda en Simeon de streek, en woonden er Kenieten en Jerahmeelieten (1 Samuël 27:10).

Wat gebeurde er in de Negev?

In de Negev trokken Abraham en Izak met hun kudden rond en groeven zij putten. De twaalf verspieders gingen er door naar Hebron (Numeri 13:22). Israël versloeg er de koning van Arad bij Horma (Numeri 21:1-3). David woonde als vluchteling in Ziklag en heroverde de buit op de Amalekieten (1 Samuël 30). Elia vluchtte via Berseba de woestijn in (1 Koningen 19:3-4).

Wat betekent waterstromen in het zuiden in Psalm 126?

In Psalm 126:4 bidden de pelgrims: "O HEERE! wend onze gevangenis, gelijk waterstromen in het zuiden". Met het zuiden is de Negev bedoeld. Daar liggen droge rivierbeddingen die na een regenbui in korte tijd vol water stromen. Het beeld zegt dat God het herstel van Zijn volk even plotseling en overvloedig kan geven als water in een droge bedding.

Is de Negev een woestijn?

Gedeeltelijk. Het noorden van de Negev, rond Berseba en Arad, is een droge steppe waar in natte jaren graan groeit; Izak zaaide er en oogstte honderdvoudig (Genesis 26:12). Naar het zuiden toe wordt het land steeds kaler, met rotsen, kloven en droge beddingen. De Bijbel noemt delen ervan woestijn, zoals de woestijn van Berseba (Genesis 21:14) en de woestijn Zin aan de zuidrand.

Is de Negev hetzelfde als de woestijn Paran of de woestijn Zin?

Nee. De Negev is het droge zuiden van Kanaän zelf. De woestijn Zin lag aan de zuidgrens van Juda, bij Kades-Barnea (Jozua 15:1-3). De woestijn Paran was een groter woestijngebied ten zuiden daarvan, in het noordoosten van de Sinaï en tot in de zuidelijke Negev; ook Kades wordt ertoe gerekend (Numeri 13:26). De gebieden lopen in elkaar over en hun grenzen zijn niet precies bekend, maar de Bijbel onderscheidt ze.

Wat is er vandaag van de bijbelse Negev te zien?

In de Negev zijn de ruïneheuvels Tel Berseba en Tel Arad opgegraven, met vestingen uit de tijd van de koningen van Juda. In de centrale Negev liggen resten van latere handelssteden uit de Nabateese en Byzantijnse tijd, zoals Avdat. De moderne stad Beër Sjeva ligt vlak bij het oude Berseba. Het landschap van droge beddingen en steppe is nog goed te herkennen.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan de Negev

Leer meer over de Negev met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van de Negev? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder