Abram trekt naar het zuiden
Na het altaar bij Bethel trekt Abram verder naar het zuiden. Na zijn verblijf in Egypte keert hij met Lot via het zuiden terug (Genesis 13:1).
Negev (Hebreeuws נֶגֶב) wordt meestal verbonden met een stam die droog zijn betekent; helemaal zeker is die afleiding niet. Omdat de streek in het zuiden van het land lag, werd negev ook het gewone woord voor de windstreek zuid. De Statenvertaling vertaalt het met het zuiden, het land van het zuiden of zuiderland.
De Negev is het droge zuiden van het land Kanaän, rond Berseba en Arad, tot de woestijn Zin. Abraham, Izak en Hagar leefden er, de verspieders trokken erdoor naar Hebron (Numeri 13:22). De Statenvertaling noemt de streek niet bij naam, maar spreekt van het zuiden.
Ook bekend als: het zuiden, land van het zuiden, zuiderland, Negeb
De Negev ligt ten zuiden van het bergland van Hebron. De streek begint ongeveer bij Berseba en Arad en liep naar het zuiden tot de woestijn Zin en Kades-Barnea, de zuidgrens van Juda (Jozua 15:1-4), tussen de kustvlakte in het westen en de Araba, de laagte ten zuiden van de Dode Zee, in het oosten. In het noorden is het land open en golvend; naar het zuiden wordt het kaler, met droge beddingen die alleen na regen water voeren.
De Negev vormt nu het zuidelijke deel van Israël, ruim de helft van het grondgebied. De moderne naam omvat een veel groter gebied dan de bijbelse streek, tot Eilat aan de Golf van Akaba; de Negev van de Bijbel is vooral het noordelijke deel rond Berseba en Arad. Bij Tel Berseba, dicht bij de moderne stad Beër Sjeva, en bij Tel Arad zijn vestingen uit de tijd van de koningen opgegraven. Welke streek de Bijbel bedoelt, staat vast; de precieze grenzen zijn niet scherp te trekken.
Na het altaar bij Bethel trekt Abram verder naar het zuiden. Na zijn verblijf in Egypte keert hij met Lot via het zuiden terug (Genesis 13:1).
Abraham reist naar het land van het zuiden, woont tussen Kades en Sur en verblijft als vreemdeling in Gerar.
Izak woont in het zuiderland bij de put Lachai-Roi, de put waar God eerder Hagar had gezien. Daar komt Rebekka hem tegemoet.
Mozes zendt twaalf mannen op tegen het zuiden. Zij trekken door de Negev het gebergte in, tot Hebron toe.
De Kanaänitische koning van Arad, die in het zuiden woont, valt Israël aan. De HEERE geeft de Kanaänieten over en de plaats krijgt de naam Horma.
Bij de verdeling van het land krijgt Juda een lange rij steden in het zuiden, tot aan de grens van Edom, waaronder Berseba.
Als vluchteling bij Achis zegt David dat hij tegen het zuiden van Juda en de Kenieten is uitgetrokken, terwijl hij in werkelijkheid de Gesurieten, Girzieten en Amalekieten overvalt (1 Samuël 27:8).
Terwijl Jeruzalem belegerd wordt, belooft de HEERE dat men in de steden van het zuiden weer velden zal kopen en brieven verzegelen.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van de Negev in de Schrift beter te begrijpen.
De Negev lag in het uiterste zuiden van het land Kanaän, ten zuiden van het bergland van Hebron. De streek begon ongeveer bij Berseba en Arad en liep naar het zuiden tot de woestijn Zin en Kades-Barnea, de zuidgrens van Juda (Jozua 15:1-4). In het westen grensde zij aan de kustvlakte, in het oosten aan de Araba ten zuiden van de Dode Zee. De moderne Negev in Israël is veel groter.
Het Hebreeuwse woord negev wordt meestal verbonden met een stam die droog zijn betekent, al is die afleiding niet helemaal zeker. Omdat de droge streek in het zuiden van het land lag, werd negev ook het gewone woord voor de richting zuid. Daarom is in een bijbelvers niet altijd duidelijk of de streek bedoeld is of alleen de windstreek.
De Statenvertalers vertaalden het Hebreeuwse negev met het zuiden, het land van het zuiden of zuiderland, bijvoorbeeld in Genesis 20:1, Genesis 24:62 en Numeri 13:29. Waar de Statenvertaling het zuiden schrijft, staat in het Hebreeuws vaak deze streeknaam. In Jozua 15:19 staat dor land: daar vraagt Achsa om water, omdat haar vader haar land in de Negev had gegeven.
Abraham en Izak woonden lange tijd in de Negev, bij Berseba, Gerar en de put Lachai-Roi (Genesis 20:1, 24:62). Ook Hagar en Ismaël leefden in de woestijn van Berseba (Genesis 21:14). In de tijd van de woestijnreis woonden er Amalekieten (Numeri 13:29) en Kanaänieten, zoals de koning van Arad, in de Statenvertaling Harad (Numeri 21:1). Later kregen Juda en Simeon de streek, en woonden er Kenieten en Jerahmeelieten (1 Samuël 27:10).
In de Negev trokken Abraham en Izak met hun kudden rond en groeven zij putten. De twaalf verspieders gingen er door naar Hebron (Numeri 13:22). Israël versloeg er de koning van Arad bij Horma (Numeri 21:1-3). David woonde als vluchteling in Ziklag en heroverde de buit op de Amalekieten (1 Samuël 30). Elia vluchtte via Berseba de woestijn in (1 Koningen 19:3-4).
In Psalm 126:4 bidden de pelgrims: "O HEERE! wend onze gevangenis, gelijk waterstromen in het zuiden". Met het zuiden is de Negev bedoeld. Daar liggen droge rivierbeddingen die na een regenbui in korte tijd vol water stromen. Het beeld zegt dat God het herstel van Zijn volk even plotseling en overvloedig kan geven als water in een droge bedding.
Gedeeltelijk. Het noorden van de Negev, rond Berseba en Arad, is een droge steppe waar in natte jaren graan groeit; Izak zaaide er en oogstte honderdvoudig (Genesis 26:12). Naar het zuiden toe wordt het land steeds kaler, met rotsen, kloven en droge beddingen. De Bijbel noemt delen ervan woestijn, zoals de woestijn van Berseba (Genesis 21:14) en de woestijn Zin aan de zuidrand.
Nee. De Negev is het droge zuiden van Kanaän zelf. De woestijn Zin lag aan de zuidgrens van Juda, bij Kades-Barnea (Jozua 15:1-3). De woestijn Paran was een groter woestijngebied ten zuiden daarvan, in het noordoosten van de Sinaï en tot in de zuidelijke Negev; ook Kades wordt ertoe gerekend (Numeri 13:26). De gebieden lopen in elkaar over en hun grenzen zijn niet precies bekend, maar de Bijbel onderscheidt ze.
In de Negev zijn de ruïneheuvels Tel Berseba en Tel Arad opgegraven, met vestingen uit de tijd van de koningen van Juda. In de centrale Negev liggen resten van latere handelssteden uit de Nabateese en Byzantijnse tijd, zoals Avdat. De moderne stad Beër Sjeva ligt vlak bij het oude Berseba. Het landschap van droge beddingen en steppe is nog goed te herkennen.
Berseba
De bijbelse stad wordt gelijkgesteld met Tel Sheva (Tel Beër Sjeva), een heuvel enkele kilometers ten oosten van de moderne stad Beër Sjeva in het zuiden van Israël
Kades-Barnea
De meeste onderzoekers zoeken Kades-Barnea bij Ain el-Qudeirat, de rijkste bron in het noordoosten van de Sinaï, in Egypte, ongeveer 75 kilometer ten zuidwesten van Berseba
Gerar
Gerar wordt meestal gelijkgesteld met Tel Haror (Arabisch Tell Abu Hureira), een heuvel aan de beek Gerar in de westelijke Negev in Israël, tussen Gaza en Berseba
Ziklag
De ligging is onzeker
Woestijn Paran
De woestijn Paran wordt meestal gezocht in het noordoostelijke deel van de Sinaï in Egypte, tot in het zuidelijkste deel van het huidige Israël: een droog plateau van kalksteen en grind, doorsneden door wadi’s
Edom
Het oude Edom ligt in het zuiden van Jordanië, tussen de omgeving van Tafila en de kust bij Akaba
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van de Negev? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in de Negev.
Plaats de Negev in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over de Negev.
Uitleg bij bijbelgedeelten over de Negev.
Verken thema's die verbonden zijn met de Negev.