Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~6e eeuw v.Chr.

Obadja in de Bijbel

Ovadja (עֹבַדְיָה, Hebreeuws) - “Knecht of dienaar van de HEERE”

Wie was Obadja?

Obadja was een profeet uit het Oude Testament en de schrijver van het kortste boek ervan, 21 verzen lang. Hij kondigde het oordeel aan over Edom, dat zich verheugd had over de val van Jeruzalem, en sloot af met de belofte: "het koninkrijk zal des HEEREN zijn" (Obadja 1:21).

Obadja is de profeet van één hoofdstuk. Het boek dat zijn naam draagt telt 21 verzen en is daarmee het kortste boek van het Oude Testament. Het opent met de woorden "Het gezicht van Obadja" (Obadja 1:1), en daarmee houdt alles op wat de Bijbel over hem persoonlijk zegt. De meeste profeten worden met iets van herkomst genoemd: een vader zoals bij Joël, een woonplaats zoals Amos uit Thekoa, of de koningen in wier dagen zij spraken. Bij Obadja ontbreekt dat allemaal, net als bij Habakuk en Maleachi. Wij kennen hem alleen uit zijn boodschap. De Statenvertaling schrijft de naam als Obadja, zoals de meeste Nederlandse vertalingen. In het Engels heet hij Obadiah; in de Latijnse Vulgaat heet het boek Abdias. De naam betekent knecht of dienaar van de HEERE. Meer dan die naam en die dienst is er niet; het boek legt alle nadruk op het gezicht dat hij ontving (Obadja 1:1). Het boek is gericht tegen Edom, het volk dat afstamde van Esau, de broer van Jakob. In de Statenvertaling heet Esau Ezau, en Obadja spreekt over "Ezau's gebergte" (Obadja 1:8). De lijn van het boek is helder: Edoms trots en val (Obadja 1:1-9), zijn schuld tegenover zijn broeder op de dag van Jeruzalems ondergang (Obadja 1:10-14), de dag des HEEREN over alle volken (Obadja 1:15-16) en het herstel op de berg Sion (Obadja 1:17-21). Obadja is niet te verwarren met Obadja de hofmeester van koning Achab, die "den HEERE zeer vrezende" was (1 Koningen 18:3) en honderd profeten verborg voor Izebel. De Bijbel legt geen verband tussen die twee; een joodse overlevering in de Babylonische Talmoed (Sanhedrin 39b) doet dat wel. Daarnaast dragen nog ongeveer tien andere mannen in Kronieken, Ezra en Nehemia deze naam, onder wie een Leviet die toezicht hield op het herstel van de tempel onder Josia (2 Kronieken 34:12).

Historische context

Het boek noemt geen koning en geen jaartal. De datering hangt daarom af van de ramp in vers 11, toen "de vreemden tot zijn poorten introkken, en over Jeruzalem het lot wierpen" (Obadja 1:11). De meeste hedendaagse uitleggers denken aan de verwoesting van Jeruzalem door Babel in 586 voor Christus en plaatsen Obadja kort daarna, in de zesde eeuw. Daarvoor pleit dat ook andere teksten uit die tijd Edom verwijten wat het op die dag deed: "HEERE! gedenk aan de kinderen van Edom, aan den dag van Jeruzalem" (Psalm 137:7; zie ook Klaagliederen 4:21-22 en Ezechiël 35:5). Een andere opvatting, vooral bij oudere en behoudende uitleggers, denkt aan de negende eeuw, onder koning Joram van Juda, toen Edom afviel en Filistijnen en Arabieren de have uit het koningshuis wegvoerden (2 Kronieken 21:8-17). Zij wijzen op de plaats van het boek tussen Amos en Jona en op de verwantschap met Joël 2:32. Deze pagina volgt de zesde eeuw, met dat voorbehoud. Een deel van het boek lijkt bijna woordelijk op de profetie van Jeremia tegen Edom. "De trotsheid uws harten heeft u bedrogen" staat in Obadja 1:3 en, in andere volgorde, in Jeremia 49:16; ook het beeld van de dieven en de wijnlezers keert terug (Obadja 1:5, Jeremia 49:9). Wie wie aanhaalt, is niet met zekerheid te zeggen. Mogelijk putten beide profeten uit een ouder woord over Edom. Edom lag ten zuiden en zuidoosten van de Dode Zee, op het gebergte Seir: "Derhalve woonde Ezau op het gebergte Seir. Ezau is Edom" (Genesis 36:8). Het was een rotsachtig land met natuurlijke vestingen. Het Hebreeuwse woord voor steenrots in Obadja 1:3 is sela, ook de naam van een Edomitische vesting die koning Amazia innam (2 Koningen 14:7). Bozra was een belangrijke stad (Amos 1:12), Theman een landstreek die om haar wijsheid bekend stond (Jeremia 49:7). Langs Edom liep de handelsroute die Numeri 20:17 "den koninklijken weg" noemt, wat de "verborgen schatten" van Obadja 1:6 begrijpelijk maakt. De twee volken waren verwant. De wet zegt: "Den Edomiet zult gij voor geen gruwel houden, want hij is uw broeder" (Deuteronomium 23:7). Toch weigerde Edom Israël de doortocht (Numeri 20:14-21) en schudde het onder Joram het gezag van Juda af (2 Koningen 8:20). Maleachi spreekt later al over de bergen van Ezau die verwoest liggen (Maleachi 1:3-4). In de eeuwen daarna namen de Nabateeërs het bergland over; veel Edomieten trokken naar het zuiden van Judea, dat in het Nieuwe Testament Idumea heet (Markus 3:8). Josephus vermeldt dat de Hasmonese vorst Johannes Hyrkanus hen in de tweede eeuw voor Christus onderwierp, en dat het geslacht van Herodes uit Idumea kwam. Na de eerste eeuw na Christus verdwijnen de Edomieten als volk uit de geschiedenis.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Een trouw boodschapper: het boek noemt van hem alleen zijn naam en legt alle nadruk op het gezicht (Obadja 1:1)
  • Spreekt onverschrokken het oordeel uit over de trots van een machtig buurvolk (Obadja 1:3-4)
  • Oog voor het onrecht tegen weerlozen, zoals vluchtelingen die werden uitgeleverd (Obadja 1:14)
  • Vast vertrouwen op het koningschap van God voorbij het oordeel (Obadja 1:21)

Theologische betekenis

Het eerste thema van Obadja is trots. "De trotsheid uws harten heeft u bedrogen" (Obadja 1:3). Edom vroeg zich af: "Wie zou mij ter aarde nederstoten?" God geeft zelf het antwoord: "zo zal Ik u van daar nederstoten, spreekt de HEERE" (Obadja 1:4). Spreuken zegt hetzelfde in één regel: "Hovaardigheid is voor de verbreking" (Spreuken 16:18), en Petrus herhaalt dat "God wederstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade" (1 Petrus 5:5). Het tweede thema is de broeder. De aanklacht luidt niet alleen geweld, maar geweld "begaan aan uw broeder Jakob" (Obadja 1:10). Daarmee haalt Obadja de geschiedenis van Jakob en Esau in herinnering, die al in Genesis 25:23 over twee volken sprak. Opvallend is hoe de verzen 11 tot 14 opbouwen: het begint met erbij staan, "ten dage als gij tegenover stondt", en loopt via leedvermaak en plundering uit op het uitleveren van vluchtelingen. Toekijken is in Obadja geen neutrale positie. Tegen wie erbij stond, zegt de profeet: "waart gij ook als een van hen" (Obadja 1:11). Het derde thema is de dag des HEEREN. "Want de dag des HEEREN is nabij, over al de heidenen; gelijk als gij gedaan hebt, zal u gedaan worden" (Obadja 1:15). Het oordeel is geen eigenmachtige wraak van Juda: ook waar Jakobs huis een vuur heet, staat erbij "want de HEERE heeft het gesproken" (Obadja 1:18). Het is de rechtvaardige vergelding van God, en het treft niet alleen Edom. Het Nieuwe Testament kent dezelfde regel: "zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien" (Galaten 6:7). Het slot opent een groter perspectief. "Maar op den berg Sions zal ontkoming zijn" (Obadja 1:17); Joël 2:32 heeft bijna dezelfde woorden, met de toevoeging "gelijk als de HEERE gezegd heeft", wat veel uitleggers als verwijzing naar Obadja lezen. De "heilanden" van Obadja 1:21 zijn verlossers; het is hetzelfde Hebreeuwse woord dat de SV in Nehemia 9:27 met "verlossers" vertaalt, voor de richters. Veel gereformeerde uitleggers zien hierin een vooruitwijzing naar Christus, de Verlosser, en de uitbreiding van Zijn koninkrijk door het evangelie. Het boek eindigt met God zelf: "het koninkrijk zal des HEEREN zijn". Het Nieuwe Testament citeert Obadja niet letterlijk, maar zet de lijn voort. In Handelingen 15:16-17 haalt Jakobus Amos 9:11-12 aan, waar in het Hebreeuws het overblijfsel van Edom genoemd wordt; Handelingen volgt de Griekse lezing "de overblijvende mensen" en past het toe op al de heidenen. En Openbaring 11:15 hoort grote stemmen zeggen: "De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus".

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Ovadja (עֹבַדְיָה, Hebreeuws)

Betekenis

Knecht of dienaar van de HEERE

Betekenis van de naam Obadja: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Het gezicht van Obadja

Obadja ontvangt een gezicht van de Heere HEERE over Edom. Een gezant gaat rond onder de volken met de oproep om tegen Edom op te staan ten strijde.

Obadja 1:1

2

De trots van Edom

Edom woont hoog tussen de rotsen en zegt in zijn hart dat niemand het kan neerhalen. God antwoordt dat Hij het daar zal neerhalen, al bouwde het zijn nest tussen de sterren.

Obadja 1:3-4

3

Verraden door bondgenoten

De volken met wie Edom vrede had gesloten, drijven het tot aan de grens en overmeesteren het. Ook de wijzen van Edom zullen vergaan.

Obadja 1:7-8

4

Geweld aan broeder Jakob

De kern van de aanklacht: Edom stond erbij toen vreemden Jeruzalem innamen en het lot over de stad wierpen. De profeet zegt: "waart gij ook als een van hen".

Obadja 1:10-11

5

Leedvermaak en verraad

In een reeks verboden somt Obadja op wat Edom deed: toekijken, zich verheugen, grootspreken, de stad binnengaan, plunderen en vluchtelingen op de wegscheiding uitleveren.

Obadja 1:12-14

6

De dag des HEEREN

De dag des HEEREN is nabij over alle volken. Wat Edom deed, komt op zijn eigen hoofd terug.

Obadja 1:15-16

7

Ontkoming op de berg Sion

Op de berg Sion zal ontkoming zijn en het huis van Jakob krijgt zijn erfgoederen terug. Het huis van Esau wordt als een stoppel voor het vuur.

Obadja 1:17-18

8

Het koninkrijk des HEEREN

Het boek eindigt met verlossers op de berg Sion en met het koningschap van God zelf.

Obadja 1:21

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Obadja beter te begrijpen.

Obadja 1:1

“Het gezicht van Obadja. Alzo zegt de Heere HEERE van Edom: Wij hebben een gerucht gehoord van den HEERE, en er is een gezant geschikt onder de heidenen: Staat op, en laat ons opstaan tegen hen ten strijde.”

Het enige wat de Bijbel over Obadja zelf zegt is zijn naam. Het opschrift legt alle nadruk op wat hij zag en doorgaf.

Obadja 1:3

“De trotsheid uws harten heeft u bedrogen; hij, die daar woont in de kloven der steenrotsen, in zijn hoge woning; die in zijn hart zegt: Wie zou mij ter aarde nederstoten?”

Edom vertrouwde op zijn rotsachtige bergland. Obadja noemt die zekerheid zelfbedrog.

Obadja 1:4

“Al verhieft gij u gelijk de arend, en al steldet gij uw nest tussen de sterren, zo zal Ik u van daar nederstoten, spreekt de HEERE.”

Gods antwoord op de vraag van vers 3. Jeremia 49:16 gebruikt bijna dezelfde woorden.

Obadja 1:10

“Om het geweld, begaan aan uw broeder Jakob, zal schaamte u bedekken; en gij zult uitgeroeid worden in eeuwigheid.”

De kern van de aanklacht: het gaat om geweld tegen een broedervolk, de nakomelingen van Jakob.

Obadja 1:12

“Toen zoudt gij niet gezien hebben op den dag uws broeders, den dag zijner vervreemding; noch u verblijd hebben over de kinderen van Juda, ten dage huns ondergangs; noch uw mond groot gemaakt hebben, ten dage der benauwdheid;”

Het begin van een reeks verboden. Leedvermaak en grootspraak worden even ernstig genomen als de daden die volgen.

Obadja 1:15

“Want de dag des HEEREN is nabij, over al de heidenen; gelijk als gij gedaan hebt, zal u gedaan worden; uw vergelding zal op uw hoofd wederkeren.”

Het oordeel over Edom wordt onderdeel van Gods oordeel over alle volken, naar de maat van wat zij deden.

Obadja 1:17

“Maar op den berg Sions zal ontkoming zijn, en hij zal een heiligheid zijn; en die van het huis Jakobs zullen hun erfgoederen erfelijk bezitten.”

Na het oordeel volgt de belofte van herstel. Joël 2:32 heeft bijna dezelfde woorden, met de toevoeging "gelijk als de HEERE gezegd heeft".

Obadja 1:21

“En er zullen heilanden op den berg Sions opkomen, om Ezau's gebergte te richten; en het koninkrijk zal des HEEREN zijn.”

Het slot van het boek. Niet Edom en niet Juda, maar de HEERE heeft het laatste woord als Koning.

Tijdperiode

~6e eeuw v.Chr.

Obadja leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Bijbelboeken over Obadja

Lessen voor vandaag

Edom voelde zich onaantastbaar in zijn rotsen. Het had bergen, handel, bondgenoten en wijzen, en juist daardoor dacht het dat niemand het kon neerhalen (Obadja 1:3). Wij hebben andere rotsen: een goede baan, gezondheid, een netwerk, een reputatie. Obadja houdt ons voor dat zulke zekerheden kunnen bedriegen als het hart erop gaat rusten. De scherpste les zit in vers 11: "Ten dage als gij tegenover stondt". Edom begon niet met plunderen, maar met toekijken. In de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan doet de priester hetzelfde: "hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij" (Lukas 10:31). Wie zich afzijdig houdt terwijl een ander onrecht lijdt, staat volgens Obadja niet buiten het kwaad. Daar hoort het leedvermaak bij. Het is verleidelijk een stille voldoening te voelen als een tegenstander struikelt. Spreuken zegt het rechtuit: "Verblijd u niet als uw vijand valt" (Spreuken 24:17). Obadja roept Juda bovendien niet op tot eigenmachtige wraak. De vergelding ligt bij God (Obadja 1:15), en dat bevrijdt ons van de last om zelf de rekening te vereffenen. Ten slotte de profeet zelf. Van Obadja weten wij niets dan zijn naam, knecht van de HEERE, en zijn boodschap. Zijn boek laat ons zien dat het in de dienst van God niet gaat om wie wij zijn, maar om wat God zegt. Zijn laatste woord is ook het onze, in een wereld waarin machten opkomen en vallen: "het koninkrijk zal des HEEREN zijn" (Obadja 1:21).

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Obadja

Wie was Obadja in de Bijbel?
Obadja was een profeet uit het Oude Testament en de schrijver van het boek Obadja, het kortste boek van het Oude Testament. Hij kondigde het oordeel aan over Edom, het volk dat van Esau afstamde, omdat het zich had verheugd over de val van Jeruzalem en vluchtelingen had uitgeleverd. Over zijn eigen leven zegt de Bijbel niets. Wij kennen hem alleen uit zijn boodschap van 21 verzen.
Wat betekent de naam Obadja?
Obadja betekent knecht of dienaar van de HEERE. De naam is samengesteld uit het Hebreeuwse woord voor knecht of dienaar en een verkorte vorm van de Godsnaam. De Statenvertaling schrijft Obadja; in het Engels heet hij Obadiah en in de Latijnse Vulgaat heet het boek Abdias. De naam past bij de profeet: van hem is niets anders bekend dan dat hij het woord van God doorgaf.
Waar staat Obadja in de Bijbel?
De profeet Obadja staat alleen in het boek dat zijn naam draagt. Dat boek bestaat uit één hoofdstuk van 21 verzen en staat tussen Amos en Jona, als vierde van de twaalf kleine profeten. Zijn naam komt er één keer in voor, in het opschrift: "Het gezicht van Obadja" (Obadja 1:1). Andere mannen met de naam Obadja staan in 1 Koningen 18, Kronieken, Ezra en Nehemia, maar dat zijn andere personen.
Wat weten wij over de profeet Obadja zelf?
Vrijwel niets. Het boek noemt zijn naam en verder niets: geen vader, geen stam, geen woonplaats en geen regeringsjaar van een koning. Uit de inhoud blijkt alleen dat hij goed op de hoogte was van wat Edom deed bij de val van Jeruzalem, en dat Jeruzalem en de berg Sion hem na aan het hart lagen. Alles wat verder over zijn leven wordt verteld, komt uit latere overlevering en niet uit de Bijbel.
Is de profeet Obadja dezelfde als Obadja de hofmeester van Achab?
Waarschijnlijk niet; de Bijbel legt geen verband tussen die twee. Obadja de hofmeester diende koning Achab van Israël in de negende eeuw voor Christus; hij was "den HEERE zeer vrezende" en verborg honderd profeten voor Izebel (1 Koningen 18:3-4). Een joodse overlevering in de Babylonische Talmoed (Sanhedrin 39b) vereenzelvigt hem met de profeet en noemt hem een bekeerde Edomiet. De meeste uitleggers houden hen uit elkaar, omdat het boek Obadja waarschijnlijk veel later geschreven is.
Wanneer leefde de profeet Obadja?
Dat is niet zeker, want het boek noemt geen koning of jaartal. De meeste hedendaagse uitleggers plaatsen Obadja kort na de verwoesting van Jeruzalem door Babel in 586 voor Christus. Psalm 137:7, Klaagliederen 4:21-22 en Ezechiël 35 verwijten Edom hetzelfde gedrag op die dag. Een andere opvatting, vooral bij oudere en behoudende uitleggers, denkt aan de negende eeuw, toen Edom onder koning Joram van Juda afviel en Filistijnen en Arabieren het koningshuis plunderden (2 Kronieken 21:16-17).
Waarover gaat het boek Obadja?
Het boek Obadja is een profetie tegen Edom. Het begint met Edoms trots: het voelde zich veilig in zijn rotsen, maar God zal het neerhalen (Obadja 1:3-4). Daarna volgt de aanklacht: geweld tegen "uw broeder Jakob" bij de val van Jeruzalem (Obadja 1:10-14). Vervolgens kondigt Obadja de dag des HEEREN aan over alle volken (Obadja 1:15). Het slot belooft herstel op de berg Sion en eindigt met "het koninkrijk zal des HEEREN zijn" (Obadja 1:21).
Is Obadja het kortste boek van de Bijbel?
Nee, niet van de hele Bijbel. Obadja is wel het kortste boek van het Oude Testament: één hoofdstuk van 21 verzen. In de Statenvertaling telt 2 Johannes 13 verzen en 3 Johannes 15 verzen, en ook in aantal woorden zijn die twee brieven korter. Ondanks die geringe omvang bevat Obadja een volledige boodschap, van oordeel over trots en geweld tot het koningschap van God.
Wat heeft Obadja met Esau te maken?
Obadja spreekt over Edom, het volk dat van Esau afstamde: "Ezau is Edom" (Genesis 36:8). Hij noemt het land "Ezau's gebergte" (Obadja 1:8) en verwijt Edom het geweld aan "uw broeder Jakob" (Obadja 1:10). Zo grijpt hij terug op de twee broers uit Genesis, van wie al voor de geboorte gezegd werd dat het twee volken zouden zijn (Genesis 25:23). Het gaat bij Obadja om het volk, niet om Esau persoonlijk.
Waarom oordeelt God zo streng over Edom?
Omdat Edom zich tegen zijn broedervolk keerde op het moment dat Juda weerloos was. Het stond erbij toen vreemden Jeruzalem innamen, verheugde zich, plunderde en leverde vluchtelingen uit (Obadja 1:11-14). De wet had juist gezegd: "Den Edomiet zult gij voor geen gruwel houden, want hij is uw broeder" (Deuteronomium 23:7). Het oordeel volgt de regel "gelijk als gij gedaan hebt, zal u gedaan worden" (Obadja 1:15), en het treft alle volken, niet alleen Edom.
Komt Obadja terug in het Nieuwe Testament?
Het Nieuwe Testament citeert Obadja niet letterlijk, maar zet zijn lijn voort. In Handelingen 15:16-17 haalt Jakobus de verwante profetie van Amos 9:11-12 aan, waar in het Hebreeuws het overblijfsel van Edom genoemd wordt. Handelingen volgt de Griekse lezing "de overblijvende mensen" en past het toe op al de heidenen. Het slot van Obadja, "het koninkrijk zal des HEEREN zijn", klinkt door in Openbaring 11:15: "De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus".
Wat kunnen wij leren van Obadja?
Obadja leert ons dat trots bedriegt: Edom voelde zich veilig in zijn rotsen en viel toch (Obadja 1:3-4). Hij leert ook dat toekijken niet neutraal is, want Edom begon met erbij te staan (Obadja 1:11), en dat leedvermaak bij God telt. De vergelding laat hij aan God over (Obadja 1:15). En van de profeet zelf leren wij dat het in de dienst van God niet om onze naam gaat, maar om Zijn woord.

Stel een vraag over Obadja

Wilt u meer weten over Obadja? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Obadja

Verdiep u verder