Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

De Samaritaanse vrouw in de Bijbel

Gynē Samaritis (γυνὴ Σαμαρῖτις, Grieks) - “Vrouw uit Samaria (geen eigennaam)”

Wie was de Samaritaanse vrouw?

De Samaritaanse vrouw is de naamloze vrouw uit Sichar in Samaria aan wie Jezus bij de put van Jakob om water vroeg (Johannes 4:7). Hij beloofde haar levend water, liet zien dat Hij haar leven kende en maakte Zich aan haar bekend als de Messias. Daarna getuigde zij van Hem in haar stad.

De Samaritaanse vrouw komt alleen voor in het Evangelie naar Johannes, in Johannes 4:1-42. Haar naam wordt niet genoemd. De Statenvertaling noemt haar "een vrouw uit Samaria" en zij noemt zichzelf "een Samaritaanse vrouw" (Johannes 4:7 en 4:9). Toch geeft Johannes het gesprek tussen haar en Jezus uitvoeriger weer dan bijna elk ander gesprek dat Jezus met één persoon voerde. Het verhaal speelt zich af op de reis van Judea naar Galilea. Jezus is moe van de tocht en gaat omstreeks het middaguur bij de fontein van Jakob zitten, bij de stad Sichar. Een vrouw komt water putten en Hij vraagt haar: "Geef Mij te drinken." Daarmee doorbreekt Hij twee grenzen tegelijk: een Jood vraagt iets van een Samaritaanse, en een Joodse leraar spreekt een vrouw aan, terwijl Zijn discipelen in de stad zijn (Johannes 4:8). De vrouw benoemt het zelf, en de discipelen verwonderen zich er later over (Johannes 4:9 en 4:27). Het gesprek loopt via een reeks stappen: het water uit de put en het levend water, haar huwelijksgeschiedenis, de vraag waar men moet aanbidden, de verwachting van de Messias en ten slotte de woorden: "Ik ben het, Die met u spreek" (Johannes 4:26). Dan laat zij haar watervat staan en zegt in de stad: "Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?" Velen geloven om haar woord, en nog meer om het woord van Jezus zelf. Zij is niet te verwarren met twee andere bekende figuren. De barmhartige Samaritaan is een man uit een gelijkenis (Lukas 10:30-37), en de vrouw die in overspel gegrepen werd, staat in Johannes 8 en wordt in Jeruzalem bij Jezus gebracht. Deze pagina gaat over de vrouw zelf; de uitleg van het hele hoofdstuk staat bij de bijbeluitleg van Johannes 4.

Historische context

Johannes plaatst de ontmoeting aan het begin van het openbare optreden van Jezus, kort na het nachtgesprek met Nikodemus in Jeruzalem, dus omstreeks 30 n.Chr. (de precieze jaartallen zijn onzeker). Jezus verlaat Judea omdat de Farizeeën gehoord hebben dat Hij meer discipelen maakte dan Johannes de Doper (Johannes 4:1-3). "En Hij moest door Samaria gaan" (Johannes 4:4): de kortste weg naar Galilea liep door het bergland van Samaria. Veel uitleggers lezen in dat "moest" ook de wil van de Vader. Johannes noemt de stad Sichar, "nabij het stuk land, hetwelk Jakob zijn zoon Jozef gaf" (Johannes 4:5). Dat sluit aan bij Genesis 33:18-19, waar Jakob bij Sichem een deel van het veld koopt, bij Genesis 48:22 en bij Jozua 24:32, waar de beenderen van Jozef in dat veld begraven worden. Waar Sichar precies lag, is niet zeker; veel onderzoekers denken aan een dorp vlak bij het oude Sichem, aan de voet van de bergen Gerizim en Ebal. Het Oude Testament noemt zelf geen put van Jakob. De put die daar nu wordt getoond, gaat terug op een oude overlevering. De Samaritanen woonden in het gebied van het vroegere noordrijk. Volgens 2 Koningen 17 liet de koning van Assyrië na de val van Samaria volken uit Babel en andere streken in de steden van Samaria wonen (2 Koningen 17:24), en over hen zegt de tekst: "Zij vreesden den HEERE, en dienden ook hun goden" (2 Koningen 17:33). De Samaritanen zelf zagen zich als nakomelingen van de stammen van Jozef. Na de ballingschap weigerden Zerubbabel en de hoofden van de vaderen de hulp van de "wederpartijders van Juda en Benjamin" bij de tempelbouw (Ezra 4:1-3); veel uitleggers zien daarin de voorlopers van de latere Samaritanen. Josephus vermeldt dat de Samaritanen een eigen tempel op de berg Gerizim hadden, die in de tweede eeuw voor Christus door de Joodse vorst Johannes Hyrcanus werd verwoest. Voor zover bekend erkenden zij alleen de vijf boeken van Mozes, en daarin moest de zegen worden uitgesproken "op den berg Gerizim" (Deuteronomium 11:29). Op die berg doelt de vrouw: "Onze vaders hebben op deze berg aangebeden" (Johannes 4:20). De vijandschap blijkt ook elders: een Samaritaans dorp weigert Jezus onderdak (Lukas 9:52-53), en tegenstanders verwijten Hem dat Hij "een Samaritaan" is (Johannes 8:48). Johannes vat het samen: "Want de Joden houden geen gemeenschap met de Samaritanen" (Johannes 4:9). Water putten was vaak vrouwenwerk. Genesis 24:11 noemt de avond, "ten tijde, als de putsters uitkwamen"; of dat in de eerste eeuw ook het gewone tijdstip was, weten wij niet zeker. De zesde ure is volgens de gangbare Joodse telling vanaf zonsopgang omstreeks het middaguur. Waarom de vrouw juist toen kwam, zegt de tekst niet.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Vrijmoedig in gesprek: zij stelde vragen en sprak Jezus tegen (Johannes 4:9-12)
  • Zij sprak de waarheid toen zij zei: "Ik heb geen man", en Jezus erkende dat (Johannes 4:17-18)
  • Zij bracht de vraag naar de juiste plaats van aanbidding ter sprake (Johannes 4:20)
  • Zij kende en verwachtte de komst van de Messias (Johannes 4:25)
  • Zij getuigde direct en liet haar watervat staan (Johannes 4:28-29)

−Zwakke kanten

  • De man met wie zij leefde, was haar man niet (Johannes 4:18)
  • Zij begreep het levend water eerst als gewoon putwater (Johannes 4:15)

Theologische betekenis

Jezus knoopt aan bij wat de vrouw komt doen. In het Oude Testament noemt God Zichzelf "den Springader des levenden waters" (Jeremia 2:13), en Jesaja spreekt van water scheppen "uit de fonteinen des heils" (Jesaja 12:3). Jezus zegt dat Hij dat water geeft, en dat het in wie het drinkt wordt "een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven" (Johannes 4:14). In Johannes 7:37-39 legt de evangelist zelf uit dat Jezus met de stromen levend water de Heilige Geest bedoelde. De vrouw denkt eerst aan gewoon water, zoals Nikodemus eerst aan een gewone geboorte dacht (Johannes 3:4). Johannes laat beide gesprekken met een misverstand beginnen. "Ga heen, roep uw man" is geen afleiding. Jezus brengt het gesprek bij haar leven, zonder verwijt maar ook zonder het weg te praten: "dien gij nu hebt, is uw man niet" (Johannes 4:18). Waarom zij vijf mannen had gehad, zegt de tekst niet; overlijden, verstoting en eigen schuld worden door uitleggers alle genoemd. Duidelijk is dat haar ontmoeting met de Messias begint met licht op haar eigen leven, en dat zij daarna niet wegloopt maar het zelf noemt: "Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb" (Johannes 4:29). Op haar vraag naar de juiste berg antwoordt Jezus twee dingen. De openbaring is aan Israël gegeven, "want de zaligheid is uit de Joden" (Johannes 4:22). Tegelijk komt de ure dat de plaats er niet meer toe doet, omdat de ware aanbidders de Vader aanbidden "in geest en waarheid" (Johannes 4:23). Dat wijst vooruit naar het einde van de tempeldienst en naar een gemeente uit alle volken. Aan deze buitenstaander zegt Jezus in het Evangelie naar Johannes voor het eerst zo onomwonden wie Hij is: "Ik ben het, Die met u spreek" (Johannes 4:26). De Samaritanen belijden aan het slot dat Hij "de Zaligmaker der wereld" is (Johannes 4:42), een belijdenis die terugkomt in 1 Johannes 4:14. Ten slotte krijgt Samaria een plaats in de zending. De twaalf moesten eerst nog wegblijven uit "enige stad der Samaritanen" (Mattheüs 10:5), maar na de opstanding noemt Jezus Samaria uitdrukkelijk (Handelingen 1:8), en in Handelingen 8 neemt Samaria het Woord aan door de prediking van Filippus. Veel uitleggers zien in de woorden over zaaien en maaien (Johannes 4:35-38) een vooruitwijzing daarnaar.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Gynē Samaritis (γυνὴ Σαμαρῖτις, Grieks)

Betekenis

Vrouw uit Samaria (geen eigennaam)

Sleutelmomenten

1

Bij de fontein van Jakob

Op weg naar Galilea komt Jezus bij Sichar. Vermoeid van de reis gaat Hij omstreeks de zesde ure bij de fontein van Jakob zitten.

Johannes 4:5-6

2

Geef Mij te drinken

Een vrouw uit Samaria komt water putten en Jezus vraagt haar om drinken. Zij is verbaasd dat een Jood dat aan een Samaritaanse vraagt.

Johannes 4:7-9

3

Het levend water

Jezus spreekt over "de gave Gods" en over levend water. Wie daarvan drinkt, zal in eeuwigheid niet dorsten. De vrouw vraagt om dat water, maar denkt nog aan de put.

Johannes 4:10-15

4

Roep uw man

Jezus vraagt haar haar man te roepen. Zij zegt dat zij geen man heeft, en Hij antwoordt dat zij vijf mannen heeft gehad en dat de man die zij nu heeft haar man niet is.

Johannes 4:16-18

5

Op deze berg of te Jeruzalem

Zij herkent Hem als profeet en vraagt waar men moet aanbidden. Jezus zegt dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid.

Johannes 4:19-24

6

Ik ben het

De vrouw zegt dat de Messias komt en alle dingen zal verkondigen. Jezus antwoordt dat Hij het is.

Johannes 4:25-26

7

Het watervat blijft staan

De discipelen keren terug en verwonderen zich dat Hij met een vrouw spreekt. De vrouw laat haar watervat staan, gaat naar de stad en roept de mensen op om te komen zien.

Johannes 4:27-30

8

De Zaligmaker der wereld

Veel Samaritanen geloven om het woord van de vrouw. Jezus blijft twee dagen, en nog meer mensen geloven om Zijn eigen woord en belijden Hem als de Christus.

Johannes 4:39-42

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van de Samaritaanse vrouw beter te begrijpen.

Johannes 4:9

“Zo zeide dan de Samaritaanse vrouw tot Hem: Hoe begeert Gij, Die een Jood zijt, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want de Joden houden geen gemeenschap met de Samaritanen.”

De vrouw benoemt de grens die Jezus overschrijdt. Johannes voegt er de uitleg voor zijn lezers aan toe.

Johannes 4:10

“Jezus antwoordde en zeide tot haar: Indien gij de gave Gods kendet, en Wie Hij is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken, zo zoudt gij van Hem hebben begeerd, en Hij zoude u levend water gegeven hebben.”

De rollen draaien om: Hij die om water vroeg, blijkt de Gever van het levend water te zijn.

Johannes 4:14

“Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.”

De kern van de belofte. Met Johannes 7:39 verbinden veel uitleggers het levend water met de Heilige Geest.

Johannes 4:18

“Want gij hebt vijf mannen gehad, en dien gij nu hebt, is uw man niet; dat hebt gij met waarheid gezegd.”

Jezus kent haar leven en zegt het zonder omhaal, maar erkent ook dat zij de waarheid sprak.

Johannes 4:24

“God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.”

Het antwoord op de vraag naar de juiste berg: niet de plaats, maar de aard van de aanbidding beslist.

Johannes 4:26

“Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek.”

Aan deze vrouw maakt Jezus Zich ronduit bekend als de Messias die zij verwachtte.

Johannes 4:29

“Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?”

Haar getuigenis in de stad: een uitnodiging en een vraag, geen betoog.

Johannes 4:39

“En velen der Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb.”

Het woord van één vrouw brengt velen tot geloof.

Johannes 4:42

“En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.”

Het geloof van de Samaritanen rust uiteindelijk op Jezus zelf. Zij belijden Hem als Zaligmaker van de wereld, niet alleen van Israël.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

De Samaritaanse vrouw leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Jezus begint niet met een preek maar met een vraag om water. Hij gaat zitten, moe van de reis, en laat Zich iets geven door een vrouw met wie een Jood geen omgang hoorde te hebben. Dat leert ons dat het evangelie grenzen van afkomst, geslacht en reputatie doorkruist, en dat wij geen mensen hoeven af te schrijven die wij zelf liever ontlopen. Het levend water is een gave, geen beloning. Jezus biedt het aan voordat de vrouw iets in haar leven heeft rechtgezet: "Indien gij de gave Gods kendet." Wie dorst heeft, mag komen (Openbaring 22:17). Tegelijk laat het gesprek zien dat die gave niet buiten ons leven omgaat. Jezus noemt wat er niet klopt, en juist daarmee opent Hij de weg. Eerlijkheid voor God is geen drempel maar het begin van herstel. Of de vrouw met haar vraag uitweek of oprecht zocht, daarover verschillen uitleggers. Maar wanneer het persoonlijk wordt, zoeken wij soms een discussie op afstand: welke berg, welke kerk, welke vorm. Jezus neemt die vraag serieus, maar brengt haar terug bij de kern: de Vader zoekt aanbidders die Hem aanbidden in geest en waarheid. Dat geldt ook voor ons, in welke gemeente wij ook samenkomen. Een getuigenis hoeft niet volledig te zijn om echt te zijn. De vrouw had geen theologische opleiding. Zij zei wat zij had meegemaakt en stelde een vraag: "is Deze niet de Christus?" Daarna hoorden de Samaritanen Hem zelf. Zo mogen ook wij anderen uitnodigen om te komen zien, en het overtuigen aan Christus overlaten.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over de Samaritaanse vrouw

Wie was de Samaritaanse vrouw in de Bijbel?
De Samaritaanse vrouw is een naamloze vrouw uit de stad Sichar in Samaria. Toen zij water kwam putten bij de fontein van Jakob, vroeg Jezus haar: "Geef Mij te drinken" (Johannes 4:7). In het gesprek dat volgde, beloofde Hij haar levend water, liet Hij zien dat Hij haar leven kende en maakte Hij Zich aan haar bekend als de Messias. Zij liet haar watervat staan en vertelde het in haar stad, waarna velen in Jezus geloofden.
Wat was de naam van de Samaritaanse vrouw?
De Bijbel noemt haar naam niet. Johannes spreekt van "een vrouw uit Samaria" en zij noemt zichzelf "een Samaritaanse vrouw" (Johannes 4:7 en 4:9). In het Grieks is dat een aanduiding van afkomst, geen eigennaam. In de oosterse kerkelijke traditie draagt zij later de naam Photina of Photini, afgeleid van het Griekse woord voor licht, maar die naam en de verhalen over haar latere leven komen uit de overlevering, niet uit de Schrift.
Waar staat het verhaal van de Samaritaanse vrouw in de Bijbel?
Het verhaal staat alleen in het Evangelie naar Johannes, in Johannes 4:1-42. Het gesprek bij de put loopt van Johannes 4:7 tot 4:26. Daarna volgen de terugkeer van de discipelen, het getuigenis van de vrouw in de stad (Johannes 4:28-30) en het geloof van de Samaritanen (Johannes 4:39-42). De andere evangeliën vermelden deze vrouw niet.
Wat is het levend water waarover Jezus sprak?
Jezus beloofde de vrouw water waarna men "in eeuwigheid niet dorsten" zal, omdat het wordt "een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven" (Johannes 4:14). Johannes legt in Johannes 7:39 zelf uit dat Jezus met de stromen levend water de Heilige Geest bedoelde. Het beeld sluit aan bij Jeremia 2:13, waar God Zichzelf "den Springader des levenden waters" noemt. Het levend water is dus het nieuwe leven dat God door Christus en de Geest geeft.
Waarom kwam de Samaritaanse vrouw rond het middaguur water halen?
Johannes zegt dat het "omtrent de zesde ure" was (Johannes 4:6), volgens de gangbare Joodse telling vanaf zonsopgang omstreeks het middaguur. Genesis 24:11 noemt de avond als de tijd waarop de putsters uitkwamen; of dat in de eerste eeuw ook zo gold, weten wij niet zeker. Veel uitleggers denken dat zij de andere vrouwen ontliep vanwege haar levenswandel. De tekst zegt dat echter niet; het blijft een mogelijke verklaring, geen gegeven uit de Bijbel.
Waarom gingen Joden en Samaritanen niet met elkaar om?
De scheiding was eeuwenoud. Volgens 2 Koningen 17 vestigde de koning van Assyrië na de val van Samaria vreemde volken in het land, en de godsdienst daar raakte vermengd. Na de ballingschap weigerden de Joden de hulp van de "wederpartijders van Juda en Benjamin" bij de tempelbouw (Ezra 4:1-3), in wie veel uitleggers de voorlopers van de Samaritanen zien. De Samaritanen aanbaden later op de berg Gerizim in plaats van in Jeruzalem. Johannes vat het samen: "Want de Joden houden geen gemeenschap met de Samaritanen" (Johannes 4:9).
Hoeveel mannen had de Samaritaanse vrouw?
Jezus zegt tegen haar: "Want gij hebt vijf mannen gehad, en dien gij nu hebt, is uw man niet" (Johannes 4:18). Zij had dus vijf huwelijken achter zich en leefde nu samen met een man met wie zij niet getrouwd was. Waarom die huwelijken eindigden, door overlijden, verstoting of eigen schuld, zegt de tekst niet. Opvallend is dat Jezus haar eerlijkheid erkent: "dat hebt gij met waarheid gezegd."
Wat betekent aanbidden in geest en waarheid?
De vrouw vroeg of men op de berg Gerizim of in Jeruzalem moest aanbidden (Johannes 4:20). Jezus antwoordde dat de ure komt dat de plaats er niet meer toe doet: "God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid" (Johannes 4:24). Aanbidding wordt niet langer bepaald door een tempel of berg, maar door de Geest en door de waarheid die in Christus gekomen is. Tegelijk zegt Jezus dat "de zaligheid is uit de Joden" (Johannes 4:22).
Waar lag de put van Jakob?
Johannes zegt dat de fontein van Jakob lag bij de stad Sichar, "nabij het stuk land, hetwelk Jakob zijn zoon Jozef gaf" (Johannes 4:5). Dat veld lag bij Sichem, waar Jakob grond kocht (Genesis 33:18-19) en waar later de beenderen van Jozef begraven werden (Jozua 24:32). Waar Sichar precies lag, is niet zeker. De put die vandaag bij het huidige Nablus als put van Jakob wordt getoond, gaat terug op een oude overlevering.
Is de Samaritaanse vrouw dezelfde als de barmhartige Samaritaan of de overspelige vrouw?
Nee. De barmhartige Samaritaan is een man uit een gelijkenis die Jezus vertelde (Lukas 10:30-37); hij is geen historische persoon uit een ontmoeting. De vrouw die "in overspel gegrepen" werd, staat in Johannes 8:3-11 en werd in de tempel in Jeruzalem bij Jezus gebracht. De Samaritaanse vrouw uit Johannes 4 is een andere vrouw, die Jezus bij de put van Jakob in Samaria ontmoette.
Wat gebeurde er na het gesprek met de Samaritaanse vrouw?
De vrouw ging naar de stad en zei: "Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?" (Johannes 4:29). Velen geloofden om haar woord. Jezus bleef op hun verzoek twee dagen, en nog meer mensen geloofden om Zijn eigen woord. Zij beleden Hem als "de Christus, de Zaligmaker der wereld" (Johannes 4:42). Later nam Samaria het Woord aan door de prediking van Filippus (Handelingen 8:5).
Wat kunnen wij leren van de Samaritaanse vrouw?
Wij leren dat Jezus mensen opzoekt over de grenzen van afkomst, geslacht en reputatie heen. Hij biedt het levend water aan als gave en brengt tegelijk eerlijk ter sprake wat er in ons leven niet klopt. Ware aanbidding draait niet om de plaats maar om geest en waarheid. En haar getuigenis laat zien dat wij anderen eenvoudig mogen uitnodigen om te komen zien, zodat zij Christus zelf horen.

Stel een vraag over de Samaritaanse vrouw

Wilt u meer weten over de Samaritaanse vrouw? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over de Samaritaanse vrouw

Bijbelverhalen rond de Samaritaanse vrouw

Verdiep u verder