Ga naar hoofdinhoud
JohannesJohannes 4:1-42

De Samaritaanse vrouw bij de put

Jezus vraagt om water en geeft levend water

Samenvatting

De Samaritaanse vrouw bij de put is de geschiedenis uit Johannes 4:1-42 van het gesprek tussen Jezus en een vrouw uit Samaria bij de fontein van Jakob, vlak bij Sichar. Jezus vraagt haar om water en biedt haar levend water aan. Hij laat zien dat Hij haar leven kent, spreekt over aanbidding in geest en waarheid en maakt Zich bekend als de Messias. Door haar woord en daarna door Zijn eigen woord geloven velen in Samaria.

Bijbelgedeelte

“Jezus antwoordde en zeide tot haar: Indien gij de gave Gods kendet, en Wie Hij is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken, zo zoudt gij van Hem hebben begeerd, en Hij zoude u levend water gegeven hebben.”
Johannes 4:10 (Statenvertaling)
“Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.”
Johannes 4:14 (Statenvertaling)
“God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.”
Johannes 4:24 (Statenvertaling)
“Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek.”
Johannes 4:26 (Statenvertaling)
“Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?”
Johannes 4:29 (Statenvertaling)
“En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.”
Johannes 4:42 (Statenvertaling)

Het verhaal

Johannes 4 vertelt hoe de Heere Jezus op weg naar Galilea door Samaria trok en bij de fontein van Jakob met een vrouw uit die streek sprak. Kort daarvoor kwam Nikodemus, een overste van de Joden, in de nacht bij Hem (Johannes 3:1-2). Nu spreekt Jezus op de dag met een vrouw zonder naam: de Samaritaanse vrouw.

Waarom moest Jezus door Samaria?

Toen de Farizeeën hoorden dat Jezus meer discipelen maakte dan Johannes de Doper (al doopten Zijn discipelen en niet Hij Zelf), verliet Hij Judea (Johannes 4:1-3). Hij moest door Samaria gaan (Johannes 4:4). Dat was de kortste weg, en veel uitleggers lezen in dat moest ook de opdracht van de Vader. Bij Sichar, dicht bij het land dat Jakob aan zijn zoon Jozef gaf, was de fontein van Jakob. Vermoeid van de reis ging Jezus daar zitten, omtrent de zesde ure (Johannes 4:5-6).

Wat vroeg Jezus aan de Samaritaanse vrouw?

Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Zijn discipelen waren in de stad om eten te kopen (Johannes 4:8). Hij zei tegen haar: "Geef Mij te drinken" (Johannes 4:7). De vrouw vroeg verbaasd hoe Hij, een Jood, van haar, een Samaritaanse vrouw, te drinken kon vragen. Johannes legt erbij uit dat de Joden geen gemeenschap hielden met de Samaritanen (Johannes 4:9). Hij door Wie alle dingen gemaakt zijn (Johannes 1:3), zit vermoeid bij een put en vraagt een vreemde vrouw om water.

Wat zei Jezus over het water uit de put?

Jezus antwoordde dat zij Hem om levend water zou hebben gevraagd als zij de gave van God kende en wist Wie met haar sprak (Johannes 4:10). De vrouw dacht aan het water in de diepe put, en Jezus had niets om mee te putten. Was Hij soms meer dan hun vader Jakob (Johannes 4:11-12)? Jezus wees op het verschil. Wie van dit water drinkt, krijgt weer dorst. "Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten" (Johannes 4:14). Het water dat Hij geeft, wordt in de mens zelf een fontein die opspringt tot in het eeuwige leven. De vrouw vroeg erom, maar zij dacht nog aan gewoon water: dan hoefde zij niet meer te komen putten (Johannes 4:15).

Waarom vroeg Jezus naar haar man?

Toen zei Jezus dat zij haar man moest roepen (Johannes 4:16). Zij antwoordde dat zij geen man had. Jezus gaf haar gelijk en zei wat Hij wist: zij had vijf mannen gehad, en de man die zij nu had, was haar man niet (Johannes 4:17-18). Hoe de eerdere huwelijken eindigden, vermeldt de tekst niet. Wel is duidelijk dat Jezus haar leven kende zonder dat iemand het Hem verteld had. Het gesprek over water wordt zo een gesprek over haar eigen leven.

Waar moest men God aanbidden volgens Jezus?

De vrouw zag dat Hij een profeet was en bracht de oude twistvraag ter sprake: haar vaderen aanbaden op deze berg, de Joden in Jeruzalem (Johannes 4:19-20). Jezus antwoordde dat de ure kwam waarop men de Vader noch op deze berg noch in Jeruzalem zou aanbidden. Hij zei ook dat de zaligheid uit de Joden is (Johannes 4:21-22). Maar de ure kwam, en was er al, dat de ware aanbidders de Vader zouden aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt zulke aanbidders (Johannes 4:23). En Hij zei: "God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid" (Johannes 4:24).

Zei Jezus tegen de Samaritaanse vrouw dat Hij de Messias was?

Ja. De vrouw zei dat zij wist dat de Messias zou komen, Die Christus genoemd wordt, en dat Hij hun alle dingen zou verkondigen (Johannes 4:25). Jezus antwoordde: "Ik ben het, Die met u spreek" (Johannes 4:26). Zo rechtstreeks zegt Jezus het in de evangeliën zelden, en hier zegt Hij het tegen een vrouw uit Samaria.

Wat deed de vrouw na het gesprek met Jezus?

Toen kwamen de discipelen terug. Zij verwonderden zich dat Hij met een vrouw sprak, maar niemand vroeg Hem ernaar (Johannes 4:27). De vrouw liet haar watervat staan, ging naar de stad en zei tegen de mensen: "Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus"? (Johannes 4:29). De mensen gingen de stad uit en kwamen naar Hem toe (Johannes 4:30).

Ondertussen drongen de discipelen erop aan dat Hij zou eten. Jezus antwoordde dat Zijn spijs was de wil te doen van Hem Die Hem gezonden had, en Zijn werk te volbrengen (Johannes 4:31-34). Hij wees op de akkers: die waren al wit om te oogsten, en de discipelen zouden maaien wat anderen bearbeid hadden (Johannes 4:35-38).

Hoe eindigt het verhaal van de Samaritaanse vrouw?

Velen uit die stad geloofden in Jezus om het woord van de vrouw (Johannes 4:39). Op hun verzoek bleef Hij er twee dagen, en nog veel meer mensen geloofden om Zijn eigen woord (Johannes 4:40-41). Tegen de vrouw zeiden zij: "Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld" (Johannes 4:42). Daarna trok Jezus verder naar Galilea (Johannes 4:43).

Achtergrond

Samaria was het bergland tussen Judea in het zuiden en Galilea in het noorden. Na de val van het tienstammenrijk bracht de koning van Assyrië volken uit Babel en andere streken naar de steden van Samaria (2 Koningen 17:24). Van hen zegt de Bijbel: "Zij vreesden den HEERE, en dienden ook hun goden" (2 Koningen 17:33). Na de ballingschap boden tegenstanders van Juda aan mee te bouwen aan de tempel, omdat zij de God van Israël ook zochten; dat werd geweigerd (Ezra 4:1-3). Zo groeide er een diepe kloof. In de evangeliën weigert een Samaritaans dorp Jezus te ontvangen omdat Hij naar Jeruzalem reist (Lukas 9:52-53), en tegenstanders noemen Hem smalend een Samaritaan (Johannes 8:48).

De berg waarop de vaderen van de vrouw aanbaden, noemt Johannes niet bij naam. Uitleggers denken vrijwel allemaal aan de Gerizim bij Sichem, de berg waarop Israël de zegen moest uitspreken (Deuteronomium 11:29). Het stuk land bij Sichar gaat terug op Jakob, die bij Sichem een deel van het veld kocht (Genesis 33:19); daar werden later de beenderen van Jozef begraven (Jozua 24:32). Het Oude Testament vermeldt de put zelf niet. De vrouw noemt hem een gave van Jakob (Johannes 4:12). Johannes gebruikt twee woorden: fontein (Johannes 4:6) en put (Johannes 4:11).

De zesde ure is volgens de gangbare telling vanaf zonsopgang ongeveer het middaguur. Sommige uitleggers rekenen anders en denken aan zes uur in de ochtend of in de avond. Waarom de vrouw op dat uur kwam, zegt de tekst niet.

Betekenis

In Johannes 4 is het niet de vrouw die zoekt, maar de Heere Jezus. Hij moest door Samaria, Hij begint het gesprek, Hij biedt de gave aan en Hij maakt Zich bekend. Achter Hem staat de Vader, Die Hem gezonden heeft en Die volgens Jezus Zelf ware aanbidders zoekt (Johannes 4:23). Wat Jezus Zijn spijs noemt, het doen van de wil van Hem Die Hem zond (Johannes 4:34), ziet de lezer bij deze put gebeuren.

Jezus is de Gever van het levend water. In het Oude Testament noemt de HEERE Zichzelf "den Springader des levenden waters" (Jeremia 2:13), en Hij roept de dorstigen om te komen tot de wateren, zonder geld en zonder prijs (Jesaja 55:1). Nu zit Jezus bij een put en biedt dat water aan als de gave van God. Bij een later woord van Jezus over levend water zegt Johannes: Hij zei dit "van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven" (Johannes 7:39). In dat licht lezen veel uitleggers ook het levend water bij de put: het nieuwe leven dat God Zelf door Zijn Geest in een mens geeft en dat niet opdroogt.

Jezus brengt de zonde aan het licht om te redden. Hij kent het leven van de vrouw en noemt het, zonder het weg te praten. Toch stuurt Hij haar niet weg, en zij gaat naar de stad met de woorden dat Hij haar alles gezegd heeft wat zij gedaan heeft. Wie zo door Hem gekend wordt, hoeft zich niet langer te verbergen.

God zoekt aanbidders in geest en waarheid. De vraag waar men moet aanbidden, krijgt een ander antwoord dan de vrouw verwachtte. Jezus erkent dat de zaligheid uit de Joden is: aan Israël gaf God de verbonden en de beloften, en uit Israël is Christus naar het vlees (Romeinen 9:4-5). Toch is de ware aanbidding niet meer aan een berg of een stad gebonden. Over wat "in geest" hier precies betekent, verschillen uitleggers. Sommigen denken vooral aan de Heilige Geest, Die de ware aanbidding werkt; anderen aan aanbidding met het hart tegenover alleen uiterlijke vormen. Beide lezingen verbinden de aanbidding met de waarheid die in Christus gekomen is.

Het verhaal eindigt met een belijdenis uit de mond van Samaritanen: Jezus is de Christus, de Zaligmaker der wereld (Johannes 4:42). Dat wijst vooruit naar Handelingen 8, waar Filippus in Samaria Christus predikt en Samaria het Woord van God aanneemt (Handelingen 8:5 en 8:14), zoals Jezus gezegd had dat Zijn getuigen zouden spreken "in geheel Judea en Samaria" (Handelingen 1:8).

Lessen voor vandaag

God zoekt mensen op die Hem niet zochten. De vrouw kwam voor water, niet voor een gesprek over God. Toch was Jezus er eerder dan zij. Dat is een troost voor wie zich ver van God voelt: de Zoon des mensen is gekomen "om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was" (Lukas 19:10). Het levend water wordt gegeven en niet verdiend. Wie dorst heeft, mag het van Hem vragen, zoals Jezus Zelf zei: als de vrouw geweten had Wie met haar sprak, had zij Hem erom gevraagd (Johannes 4:10).

Jezus kent ons leven helemaal. Dat is ontdekkend en ook bevrijdend. Hij noemde wat er in het leven van de vrouw niet goed was, en juist zij werd daarna een getuige in haar stad. Wie zijn zonde voor God niet meer hoeft te verbergen, kan ook eerlijk over Hem spreken.

Christus Zelf maakt Zich bekend. De vrouw had geen uitgewerkte boodschap, alleen een uitnodiging: "Komt, ziet een Mens" (Johannes 4:29). Het geloof van de stad rustte uiteindelijk op het woord van Jezus Zelf (Johannes 4:42). Wij mogen anderen bij Hem brengen; Hij spreekt hen aan en overtuigt hen.

Het evangelie is voor de wereld. Joden en Samaritanen meden elkaar, en de discipelen verwonderden zich dat Jezus met een vrouw sprak (Johannes 4:27). Die kloof komt ook aan het licht in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Christus Zelf ging over die grenzen heen: Hij zocht deze vrouw op, en Samaritanen noemden Hem de Zaligmaker der wereld. Wie door Hem gezocht is, kan een ander niet meer als te ver weg afschrijven.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 6 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Jezus en Zijn discipelen waren op reis. Ze kwamen uit Judea, in het zuiden van het land, en gingen terug naar Galilea, in het noorden. Daartussen lag Samaria. Jezus moest door Samaria gaan. In Samaria woonden de Samaritanen. De Joden en de Samaritanen gingen niet met elkaar om. Ze waren het ook oneens over de plaats waar je God moest aanbidden. Aanbidden is God eren en dienen.

Jezus kwam bij een stad die Sichar heette. Vlak bij de stad was een put, de put van Jakob. Jakob was een aartsvader die eeuwen eerder leefde. De put was diep. Jezus was moe van de reis. Hij ging bij de put zitten. Het was ongeveer midden op de dag. De discipelen waren naar de stad gegaan om eten te kopen.

Toen kwam er een vrouw uit Samaria. Ze kwam water putten. De Heere Jezus zei tegen haar: "Geef Mij te drinken". De vrouw begreep het niet. Jezus was een Jood, en zij was een Samaritaanse vrouw. Waarom vroeg Hij haar om water?

Jezus antwoordde dat zij Hem om water zou vragen als zij wist Wie er met haar sprak. Dan zou Hij haar levend water geven. De vrouw begreep het nog steeds niet. Jezus had niets om water mee te putten. Hoe kon Hij dan water geven? Was Hij soms groter dan Jakob, die hun deze put had gegeven?

Toen zei Jezus dat iedereen die van het water uit de put drinkt, weer dorst krijgt. Hij zei ook: "Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten". Dat water zou in die mens worden als een bron die blijft opborrelen, tot in het eeuwige leven. Verderop in hetzelfde Bijbelboek spreekt Jezus opnieuw over levend water. Daar staat dat Hij de Heilige Geest bedoelde, Die nieuw leven geeft aan wie in Hem gelooft.

De vrouw vroeg Jezus om dat water. Dan hoefde ze niet meer te komen putten. Ze dacht nog steeds aan gewoon water.

Toen zei Jezus dat zij haar man moest roepen. De vrouw zei dat ze geen man had. Jezus zei dat dat waar was. Ze had al vijf mannen gehad. En de man die ze nu had, was niet haar eigen man. Jezus wist alles van haar leven, ook wat niet goed was. Niemand had het Hem verteld.

De vrouw zei dat de Heere Jezus een profeet was, iemand door wie God spreekt. Ze begon over de plaats waar je God moest aanbidden. De Samaritanen deden dat op hun berg. De Joden zeiden dat het in Jeruzalem moest. Jezus zei dat de tijd kwam dat het niet meer om die berg of om Jeruzalem zou gaan. God de Vader zoekt mensen die Hem aanbidden in geest en waarheid. Het ging er niet meer om op welke plaats je was, maar of je God werkelijk kende en eerde zoals Hij is.

Toen zei de vrouw dat ze wist dat de Messias zou komen. Messias betekent hetzelfde als Christus: de Verlosser Die God beloofd had. Als Hij kwam, zou Hij hun alles vertellen. Jezus zei: "Ik ben het, Die met u spreek". De Christus Die God beloofd had, was Zelf bij de put en sprak met haar.

Op dat moment kwamen de discipelen terug. Ze verwonderden zich dat Jezus met een vrouw sprak. Maar niemand vroeg er iets over. De vrouw liet haar watervat staan. Ze ging terug naar de stad. Daar zei ze tegen de mensen: "Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus"? De mensen gingen de stad uit en kwamen naar de Heere Jezus toe.

Ondertussen vroegen de discipelen of Jezus wilde eten. Jezus zei dat Zijn eten was om te doen wat God wilde, Die Hem gezonden had.

Veel Samaritanen uit die stad geloofden in Jezus, omdat de vrouw over Hem vertelde. Ze vroegen Jezus om bij hen te blijven. Hij bleef er twee dagen. Toen geloofden er nog veel meer mensen, omdat ze Jezus Zelf hoorden. Tegen de vrouw zeiden ze dat ze nu niet meer geloofden om wat zij had verteld. Ze hadden Hem zelf gehoord. Ze wisten "dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld". Een Zaligmaker is een Redder, Die mensen redt van hun zonden.

De Heere Jezus zocht deze vrouw op bij de put en bood haar het levend water aan. Hij is de Zaligmaker der wereld, en ook nu mag ieder die dorst heeft bij Hem komen.

Om te onthouden
“Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten” (Johannes 4:14)

Tips voor de verteller

  • Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u bij de vijf mannen volstaan met: Jezus wist alles van haar leven, ook wat niet goed was. Oudere kinderen vragen soms wat er dan mis was. Zeg eerlijk dat de Bijbel niet vertelt hoe die huwelijken eindigden, maar wel dat de man die zij nu had, haar man niet was. Jezus noemde het om haar te redden en stuurde haar niet weg.
  • Kinderen denken net als de vrouw eerst aan gewoon water. Laat dat misverstand in de vertelling staan; het hoort bij de geschiedenis. Leg daarna uit dat Jezus later zegt: wie dorst heeft, mag tot Hem komen, en dat Johannes dat uitlegt als de Heilige Geest (Johannes 7:37-39). Levend water is het nieuwe leven dat Jezus geeft en dat nooit opdroogt.
  • Leg kort uit waarom Joden en Samaritanen elkaar meden, zonder er vooral een les over buitensluiten van te maken. Het zwaartepunt van deze geschiedenis is dat Jezus Zich bekendmaakt als de Christus en de Zaligmaker der wereld. Een kind dat vraagt of Jezus echt moe en dorstig was: ja, Hij is waarachtig mens geworden, en tegelijk de Zoon van God.
  • Lees de woorden van Jezus in Johannes 4:7-14 en 4:21-26 hardop voor uit de Bijbel zelf. Leg de woorden profeet, Messias of Christus, aanbidden en Zaligmaker kort uit. Bij de zesde ure kunt u zeggen: ongeveer midden op de dag. Vertel niet dat de vrouw alleen kwam omdat niemand met haar wilde praten; dat staat niet in de Bijbel.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat vroeg Jezus aan de vrouw bij de put?
  2. NavertellenWat liet de vrouw staan toen ze naar de stad ging?
  3. VerwonderenWaarom is het water van Jezus beter dan water uit de put?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWaarom was de vrouw verbaasd dat Jezus haar om water vroeg?
  2. BetekenisJezus zei dat Hij levend water geeft. Wat bedoelde Hij daarmee? Lees ook Johannes 7:37-39.
  3. VerbindingOok bij Zacheüs zei Jezus dat Hij gekomen is om te zoeken wat verloren was (Lukas 19:10). Wat lijkt in die twee geschiedenissen op elkaar?
  4. ToepassingDe vrouw vertelde in haar stad over Jezus. Aan wie zou jij over de Heere Jezus willen vertellen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Jeremia 2:13. Hoe noemt de HEERE Zichzelf daar, en wat zegt dat over Wie Jezus is als Hij levend water aanbiedt?
  2. Wie is God?Jezus zegt dat de Vader aanbidders zoekt die Hem in geest en waarheid aanbidden. Wat zegt het over God dat Hij zulke mensen zoekt?
  3. Moeilijke vraagJezus zegt: "de zaligheid is uit de Joden" (Johannes 4:22). Toch noemen Samaritanen Hem de Zaligmaker der wereld. Hoe passen die twee bij elkaar?
  4. PersoonlijkDe Samaritanen geloofden eerst om het woord van de vrouw en later om het woord van Jezus Zelf. Wat betekent het voor jou om Hem zelf te horen spreken in de Bijbel?

Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij mensen opzoekt en het levend water om niet geeft. Bid voor wie Hem nog niet kennen, dat zij Hem zelf leren kennen als de Zaligmaker der wereld.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

levend wateraanbidding in geest en waarheidJezus de MessiasJoden en Samaritanengetuigen van Christus

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De Samaritaanse vrouw bij de put

Waar staat het verhaal van de Samaritaanse vrouw in de Bijbel?

Het verhaal van de Samaritaanse vrouw bij de put staat in Johannes 4:1-42. Het komt alleen in het Evangelie naar Johannes voor en volgt op het gesprek met Nikodemus in Johannes 3. Jezus reist van Judea naar Galilea, komt in Samaria bij de stad Sichar en spreekt bij de fontein van Jakob met een vrouw die water komt putten. Het verhaal eindigt met Samaritanen die belijden dat Jezus de Zaligmaker der wereld is (Johannes 4:42). Daarna trekt Jezus verder naar Galilea (Johannes 4:43).

Wat betekent levend water in de Bijbel?

Levend water is in het gewone spraakgebruik stromend water uit een bron, in tegenstelling tot stilstaand water. Jezus gebruikt het als beeld voor wat Hij geeft: wie daarvan drinkt, zal "in eeuwigheid niet dorsten" (Johannes 4:14). In het Oude Testament noemt de HEERE Zichzelf "den Springader des levenden waters" (Jeremia 2:13). Bij een later woord van Jezus over levend water legt Johannes uit dat Hij het zei "van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven" (Johannes 7:39). In dat licht lezen veel uitleggers ook Johannes 4: levend water is het nieuwe leven dat God door Zijn Geest geeft.

Kwam de Samaritaanse vrouw midden op de dag omdat iedereen haar meed?

Dat zegt de Bijbel niet. Johannes noemt alleen het tijdstip, omtrent de zesde ure (Johannes 4:6), naar de gangbare telling rond het middaguur. Vaak wordt gezegd dat zij op dat uur kwam omdat andere vrouwen haar meden vanwege haar leven. Dat is een uitleg, geen tekst. Johannes vermeldt niet of zij alleen was omdat zij buitengesloten werd. Wel laat het slot zien dat de mensen van de stad naar haar luisterden: velen geloofden in Jezus om haar woord (Johannes 4:39).

Waarom zei de vrouw dat Jezus haar alles had gezegd wat zij gedaan had?

Omdat Jezus haar leven kende. Hij zei tegen haar dat zij vijf mannen had gehad, en dat de man die zij nu had, haar man niet was (Johannes 4:18). Meer zegt de tekst niet. Hoe de eerdere huwelijken eindigden, door overlijden of door scheiding, is niet bekend. De Bijbel noemt haar nergens een prostituee. Duidelijk is wel dat haar leven niet was zoals God het wil, en dat Jezus het wist zonder dat iemand het Hem verteld had. Daarom zei zij in de stad: "Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb" (Johannes 4:29).

Waarom verbaasde de vrouw zich dat Jezus haar om water vroeg?

Zij was een Samaritaanse vrouw en Hij een Jood, en Johannes schrijft: "de Joden houden geen gemeenschap met de Samaritanen" (Johannes 4:9). De kloof was oud. Na de val van het tienstammenrijk vestigde de koning van Assyrië andere volken in Samaria, die de HEERE vreesden en ook hun eigen goden dienden (2 Koningen 17:24-33). Na de ballingschap mochten tegenstanders van Juda niet meebouwen aan de tempel (Ezra 4:1-3). Ook over de plaats van aanbidding verschilden zij: de berg in Samaria of Jeruzalem (Johannes 4:20). Jezus doorbrak die kloof door met de vrouw te spreken.

Wat bedoelde Jezus met "God is een Geest"?

Jezus zei: "God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid" (Johannes 4:24). Hij antwoordde daarmee op de vraag of men op de berg in Samaria of in Jeruzalem moest aanbidden. Omdat God een Geest is, is de ware aanbidding niet meer aan een plaats gebonden. Over de precieze betekenis van in geest verschillen uitleggers: sommigen denken vooral aan de Heilige Geest, anderen aan aanbidding met het hart tegenover alleen uiterlijke vormen. In waarheid wijst op aanbidding die past bij Wie God werkelijk is, zoals Hij Zich in Christus bekendmaakt.

Op welke berg aanbaden de Samaritanen?

De vrouw zegt: "Onze vaders hebben op deze berg aangebeden" (Johannes 4:20). Johannes noemt de naam van de berg niet. Vrijwel alle uitleggers denken aan de Gerizim bij Sichem, dicht bij de put van Jakob. Op die berg moest Israël na de intocht de zegen uitspreken (Deuteronomium 11:29 en 27:12). Volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (Joodse Oudheden, boek 11 en 13) hadden de Samaritanen daar eerder een eigen tempel, die door een Joodse vorst was verwoest.

Waarom zei Jezus dat de zaligheid uit de Joden is?

Jezus zei tegen de vrouw: "Gijlieden aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten; want de zaligheid is uit de Joden" (Johannes 4:22). God had Zich aan Israël bekendgemaakt. Paulus noemt dat Israël de verbonden, de wetgeving en de beloften ontving, en dat uit Israël Christus is naar het vlees (Romeinen 9:4-5). De Verlosser kwam dus uit de Joden. Tegelijk was Hij niet alleen voor hen gekomen. De Samaritanen belijden aan het slot dat Hij de Zaligmaker der wereld is (Johannes 4:42).

Wat bedoelde Jezus met de velden die wit zijn om te oogsten?

Terwijl de vrouw in de stad was, zei Jezus tegen Zijn discipelen dat men nog vier maanden rekende tot de oogst. Maar Hij zei: "Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten" (Johannes 4:35). Veel uitleggers verbinden dat beeld met de Samaritanen die op dat moment uit de stad naar Hem toe kwamen. De oogst is dan het tot geloof komen van mensen. Jezus zei erbij dat de discipelen zouden maaien wat anderen hadden bearbeid (Johannes 4:38).

Wat leert het verhaal van de Samaritaanse vrouw?

Het leert eerst Wie Jezus is. Hij zoekt een vrouw op die Hem niet zocht, Hij biedt haar levend water aan als gave van God, Hij kent haar leven en Hij maakt Zich bekend als de Christus. De Vader zoekt aanbidders in geest en waarheid (Johannes 4:23). Voor ons betekent dat: het nieuwe leven wordt gegeven, niet verdiend, en wie dorst heeft mag het vragen. Het verhaal eindigt bij de belijdenis dat Jezus "waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld" (Johannes 4:42).

Hoe vertelt u het verhaal van de Samaritaanse vrouw aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Geef de meeste ruimte aan wat Jezus zegt en doet: Hij vraagt om water, belooft levend water en zegt dat Hij de Christus is. Het misverstand van de vrouw over gewoon water mag blijven staan; kinderen herkennen het. Bij de vijf mannen volstaat voor jonge kinderen dat Jezus alles van haar leven wist, ook wat niet goed was. De verteltips helpen bij lastige vragen, en de gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over De Samaritaanse vrouw bij de put

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder