Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

De hoofdman van Kapernaüm in de Bijbel

Hekatontarchos (ἑκατόνταρχος, Grieks) - “Hoofdman over honderd (titel, geen naam)”

Wie was de hoofdman van Kapernaüm?

De hoofdman van Kapernaüm was een heidense hoofdman over honderd wiens zieke knecht Jezus met één woord genas (Mattheüs 8:5-13). Hij achtte zich niet waardig dat Jezus onder zijn dak kwam en vertrouwde op het gezag van het woord van Jezus. Jezus verwonderde Zich over zijn geloof, groter dan Hij in Israël had gevonden.

De hoofdman van Kapernaüm staat in twee evangeliën: Mattheüs 8:5-13 en Lukas 7:1-10. Zijn naam wordt nergens genoemd. De Statenvertaling noemt hem "een hoofdman over honderd" (Mattheüs 8:5): een officier met het bevel over ongeveer honderd soldaten, in het Romeinse leger een centurio genoemd. Hij woonde in Kapernaüm, de stad aan het meer van Galilea waar Jezus was komen wonen (Mattheüs 4:13). Zijn knecht lag ziek. Mattheüs zegt dat hij "te huis geraakt" lag en "zware pijnen" leed (Mattheüs 8:6); Lukas vertelt dat de knecht "op zijn sterven" lag en dat de hoofdman hem zeer waard had (Lukas 7:2). De hoofdman zocht hulp bij Jezus, maar toen Jezus wilde komen, zei hij: "ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden" (Mattheüs 8:8). Hij legde uit waarom: ook hij stond onder gezag en had soldaten onder zich die deden wat hij zei. Jezus verwonderde Zich en zei: "Ik heb zelfs in Israel zo groot een geloof niet gevonden" (Mattheüs 8:10). De knecht werd in datzelfde uur gezond. De twee verslagen verschillen in de vorm. Bij Mattheüs spreekt de hoofdman zelf met Jezus. Bij Lukas komt hij niet zelf, maar stuurt hij eerst "de ouderlingen der Joden" en daarna "enige vrienden" (Lukas 7:3 en 7:6). Mattheüs geeft daarnaast het woord over velen die van oosten en westen komen; Lukas noemt de synagoge die de hoofdman bouwde. Op deze pagina leggen wij beide verslagen eerlijk naast elkaar. De hoofdman van Kapernaüm is niet te verwarren met Cornelius, de hoofdman over honderd in Cesarea die Petrus liet halen (Handelingen 10:1), en ook niet met de hoofdman bij het kruis, die zei: "Waarlijk, Deze was Gods Zoon!" (Mattheüs 27:54). Evenmin is hij de koninklijke hoveling uit Kapernaüm wiens zoon Jezus vanuit Kana genas (Johannes 4:46-54).

Historische context

Het verhaal speelt in de tijd dat Jezus in Galilea rondtrok, omstreeks 30 n.Chr. (de precieze jaartallen zijn onzeker). Beide evangelisten plaatsen het direct na een grote rede. Mattheüs vertelt het nadat Jezus "van den berg afgeklommen was" (Mattheüs 8:1), Lukas nadat Hij "al Zijn woorden voleindigd had, ten aanhore des volks" (Lukas 7:1). Bij Mattheüs staat het tussen de reiniging van een melaatse en de genezing van de schoonmoeder van Petrus (Mattheüs 8:2-15). Bij Lukas volgt de volgende dag de opwekking van de jongeling te Naïn (Lukas 7:11). Kapernaüm lag aan de noordwestoever van het meer van Galilea. Mattheüs noemt het gebied met de woorden van Jesaja "Galilea der volken" (Mattheüs 4:15; Jesaja 8:23), een streek waar Joden en heidenen dicht bij elkaar woonden. Galilea stond in die jaren niet rechtstreeks onder een Romeinse stadhouder, maar onder de viervorst Herodes Antipas. Veel uitleggers denken daarom dat deze hoofdman in de troepen van Antipas diende, die naar Romeins voorbeeld waren ingericht; anderen zien in hem een officier van het Romeinse leger zelf. De tekst zegt het niet. Wel blijkt uit beide verslagen dat hij geen Jood was: de ouderlingen zeggen dat hij "ons volk lief" heeft (Lukas 7:5), en Jezus stelt zijn geloof tegenover wat Hij in Israël vond. Een hoofdman over honderd voerde het bevel over een eenheid van ongeveer honderd man en stond zelf onder hogere officieren. Precies dat beschrijft hij: "ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten" (Mattheüs 8:9). In het Nieuwe Testament komen hoofdmannen opvallend vaak positief naar voren: de hoofdman bij het kruis (Markus 15:39), Cornelius in Cesarea (Handelingen 10:1-2) en Julius, die Paulus bij de schipbreuk wilde behouden (Handelingen 27:1 en 27:43). Dat de hoofdman een synagoge liet bouwen (Lukas 7:5), past bij heidenen die zich tot de God van Israël aangetrokken voelden zonder Jood te worden. In Kapernaüm staan de resten van een synagoge van witte kalksteen uit de vierde of vijfde eeuw, gebouwd op een fundering van basalt die volgens veel archeologen van een oudere synagoge kan zijn. Of dat de synagoge van de hoofdman was, valt niet vast te stellen. Een Joodse man ging in die tijd liever niet het huis van een heiden binnen. Petrus zegt later in Cesarea: "Gij weet, hoe het een Joodsen man ongeoorloofd is, zich te voegen of te gaan tot een vreemde" (Handelingen 10:28). Veel uitleggers lezen de woorden van de hoofdman, dat Jezus niet onder zijn dak hoefde te komen, mede in dat licht.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Bewogen met zijn knecht, die hem zeer waard was (Lukas 7:2)
  • Hij had het volk Israël lief en bouwde een synagoge (Lukas 7:5)
  • Nederig: hij achtte zich niet waardig dat Jezus onder zijn dak kwam (Mattheüs 8:8)
  • Hij vertrouwde op het gezag van het woord van Jezus (Mattheüs 8:8-9)
  • Zijn geloof deed Jezus Zich verwonderen (Lukas 7:9)

Theologische betekenis

De evangeliën vertellen bij maar twee gelegenheden dat Jezus Zich verwonderde: hier over het geloof van een heiden, en in Nazareth over het ongeloof van zijn eigen stadgenoten, want "Hij verwonderde Zich over hun ongeloof" (Markus 6:6). Dat contrast is veelzeggend. Het geloof van de hoofdman rust niet op een teken dat hij gezien heeft, maar op het woord van Jezus: "spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden" (Mattheüs 8:8). Zijn redenering gaat over gezag. Wie onder gezag staat, weet dat een bevel wordt uitgevoerd zonder dat de bevelhebber er zelf bij is. Zo ziet hij Jezus: als Iemand wiens woord macht heeft over ziekte. Mattheüs heeft vlak daarvoor verteld dat Jezus leerde "als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden" (Mattheüs 7:29). De hoofdman erkent die macht, die het Oude Testament aan de HEERE zelf toekent: "Hij zond Zijn woord uit, en heelde hen" (Psalm 107:20). Bij Mattheüs volgt een woord over de toekomst: "velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen" (Mattheüs 8:11), terwijl "de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis" (Mattheüs 8:12). Daarmee wordt de hoofdman een voorbode van de heidenen die door het geloof in het Koninkrijk komen. Het beeld van de maaltijd sluit aan bij Jesaja 25:6, waar de HEERE "allen volken een vetten maaltijd" belooft. Lukas geeft een vergelijkbaar woord in een ander verband (Lukas 13:28-29). Na de opstanding krijgt deze lijn gestalte in de opdracht om al de volken te onderwijzen (Mattheüs 28:19) en in de bekering van Cornelius (Handelingen 10). Lukas legt de nadruk op de waardigheid. De ouderlingen zeggen: "Hij is waardig" (Lukas 7:4); de hoofdman zegt zelf: "ik ben niet waardig" (Lukas 7:6). De genezing komt niet als beloning voor zijn liefde tot het volk of voor de synagoge die hij bouwde. Jezus prijst niet zijn verdiensten, maar zijn geloof, en Mattheüs besluit met de woorden: "u geschiede, gelijk gij geloofd hebt" (Mattheüs 8:13). Veel uitleggers, ook in de gereformeerde traditie, zien in dit verhaal een voorbeeld van het geloof dat niets in zichzelf zoekt en zich alleen aan Christus en zijn woord vasthoudt. Lukas had kort tevoren al aan Naäman herinnerd, een heiden die genezing ontving: "geen van hen werd gereinigd, dan Naaman, de Syrier" (Lukas 4:27). Het verhaal doet ook denken aan de Kananese vrouw, eveneens een heidense, tot wie Jezus zei: "O vrouw! groot is uw geloof" (Mattheüs 15:28).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Hekatontarchos (ἑκατόνταρχος, Grieks)

Betekenis

Hoofdman over honderd (titel, geen naam)

Sleutelmomenten

1

Een zieke knecht

Als Jezus in Kapernaüm komt, roept een hoofdman over honderd zijn hulp in. Zijn knecht ligt thuis, geraakt en met zware pijnen; volgens Lukas ligt hij op sterven.

Mattheüs 8:5-6

2

De ouderlingen pleiten

Bij Lukas stuurt de hoofdman de ouderlingen der Joden. Zij zeggen dat hij het waard is, omdat hij het volk liefheeft en zelf de synagoge heeft gebouwd.

Lukas 7:3-5

3

Ik zal komen

Jezus antwoordt dat Hij zal komen en de knecht zal genezen. Bij Lukas gaat Hij met de ouderlingen mee.

Mattheüs 8:7

4

Ik ben niet waardig

Niet ver van het huis laat de hoofdman weten dat hij zich niet waardig acht dat Jezus onder zijn dak komt. Jezus hoeft alleen een woord te spreken.

Lukas 7:6-7

5

Onder de macht van anderen

De hoofdman legt uit dat hij zelf onder gezag staat en soldaten heeft die gaan en komen op zijn woord. Zo heeft ook het woord van Jezus gezag.

Mattheüs 8:9

6

Jezus verwondert Zich

Jezus verwondert Zich over hem, keert Zich om naar de schare en zegt dat Hij zo groot een geloof zelfs in Israël niet gevonden heeft.

Lukas 7:9

7

Van oosten en westen

Bij Mattheüs voegt Jezus eraan toe dat velen van oosten en westen met Abraham, Izak en Jakob zullen aanzitten, terwijl de kinderen des Koninkrijks uitgeworpen worden in de buitenste duisternis.

Mattheüs 8:11-12

8

Gezond in datzelfde uur

Jezus zegt dat het zal geschieden zoals de hoofdman geloofd heeft. De knecht wordt in datzelfde uur gezond; bij Lukas vinden de boden hem gezond bij hun terugkeer.

Mattheüs 8:13

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van de hoofdman van Kapernaüm beter te begrijpen.

Lukas 7:2

“En een dienstknecht van een zeker hoofdman over honderd, die hem zeer waard was, krank zijnde, lag op zijn sterven.”

Lukas begint met de zieke knecht en met de band tussen hem en zijn meester.

Lukas 7:4-5

“Dezen nu, tot Jezus gekomen zijnde, baden Hem ernstelijk, zeggende: Hij is waardig, dat Gij hem dat doet; Want hij heeft ons volk lief, en heeft zelf ons de synagoge gebouwd.”

De ouderlingen der Joden pleiten voor de hoofdman op grond van zijn liefde voor Israël.

Mattheüs 8:8

“En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide: Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden.”

Het bekendste woord van de hoofdman: nederigheid en vertrouwen op het woord van Jezus gaan samen.

Lukas 7:7

“Daarom heb ik ook mijzelven niet waardig geacht, om tot U te komen; maar zeg het met een woord, en mijn knecht zal genezen worden.”

Bij Lukas verklaart de hoofdman, via zijn vrienden, waarom hij niet zelf gekomen is.

Mattheüs 8:9

“Want ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten; en ik zeg tot dezen: Ga! en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.”

Vanuit zijn eigen beroep begrijpt de hoofdman het gezag van Jezus over ziekte.

Mattheüs 8:10

“Jezus nu, dit horende, heeft Zich verwonderd, en zeide tot dengenen, die Hem volgden: Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israel zo groot een geloof niet gevonden.”

Jezus verwondert Zich over het geloof van een heiden en houdt het Israël voor.

Mattheüs 8:11

“Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen;”

Alleen Mattheüs verbindt aan dit verhaal de belofte over de heidenen in het Koninkrijk.

Mattheüs 8:13

“En Jezus zeide tot den hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt. En zijn knecht is gezond geworden te dierzelver ure.”

De genezing gebeurt op afstand, op het woord van Jezus, in hetzelfde uur.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

De hoofdman van Kapernaüm leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

De hoofdman leert ons dat geloof zich vasthoudt aan het woord van Christus, ook als er niets te zien is. Hij vroeg geen teken, en toen Jezus onderweg was, liet hij weten dat één woord genoeg was. Voor ons, die Jezus niet met eigen ogen zien, is dat bemoedigend: zijn woord heeft nog dezelfde macht, en wij mogen erop rusten zoals de hoofdman deed. Hij laat ook zien dat groot geloof en nederigheid samengaan. Anderen noemden hem waardig, hijzelf niet. Wie Christus leert kennen, gaat niet staan op wat hij gedaan heeft, hoeveel goeds anderen ook van hem zeggen. Dat maakt vrij om met lege handen te komen en alles van Hem te verwachten. Zijn zorg voor zijn knecht is een voorbeeld. Een man met macht spande zich in voor iemand die onder hem stond en zocht voor hem de hulp van Jezus. Voorbede voor wie van ons afhankelijk zijn, in het gezin, op het werk of in de gemeente, hoort bij het geloof. Ook bij hem liep die hulp via anderen: ouderlingen en vrienden brachten zijn vraag over. Het verhaal houdt ons ook een spiegel voor. Jezus vond zo groot een geloof niet in Israël, maar bij een buitenstaander, en Hij sprak over kinderen des Koninkrijks die buiten komen te staan. Vertrouwdheid met de kerk en de Bijbel is nog geen geloof. Tegelijk geeft het hoop: de deur staat open voor mensen van oosten en westen, en wie zich onwaardig weet, is bij Jezus aan het goede adres.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over de hoofdman van Kapernaüm

Wie was de hoofdman van Kapernaüm in de Bijbel?
De hoofdman van Kapernaüm was een heidense officier, een hoofdman over honderd, die in Kapernaüm aan het meer van Galilea woonde. Toen zijn knecht zwaar ziek was, zocht hij hulp bij Jezus. Hij achtte zich niet waardig dat Jezus onder zijn dak kwam en vroeg alleen om een woord. Jezus verwonderde Zich over hem en zei: "Ik heb zelfs in Israel zo groot een geloof niet gevonden" (Mattheüs 8:10). De knecht werd in datzelfde uur gezond.
Wat betekent hoofdman over honderd?
Een hoofdman over honderd was een officier die het bevel voerde over een eenheid van ongeveer honderd soldaten. In het Romeinse leger heette zo iemand een centurio; het Grieks gebruikt hekatontarchos (Mattheüs) of de bijvorm hekatontarchès (Lukas). Het is een rang, geen naam. Zo iemand stond zelf weer onder hogere officieren, zoals de hoofdman in Kapernaüm zegt: "ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten" (Mattheüs 8:9).
Waar staat de hoofdman van Kapernaüm in de Bijbel?
Het verhaal staat in twee evangeliën: Mattheüs 8:5-13 en Lukas 7:1-10. Bij Mattheüs volgt het direct op de Bergrede en de reiniging van een melaatse, en gaat het vooraf aan de genezing van de schoonmoeder van Petrus. Bij Lukas volgt het op de rede in Lukas 6 en gaat het vooraf aan de opwekking van de jongeling te Naïn. Buiten deze twee hoofdstukken wordt de hoofdman niet meer genoemd.
Hoe heette de hoofdman van Kapernaüm?
Dat weten wij niet. Mattheüs en Lukas noemen hem alleen "een hoofdman over honderd" (Mattheüs 8:5) of "een zeker hoofdman over honderd" (Lukas 7:2). Daarom heet hij op deze pagina naar zijn woonplaats. Hij is niet te verwarren met Cornelius, de hoofdman over honderd in Cesarea, die wel bij name genoemd wordt (Handelingen 10:1). Dat de evangelisten zijn naam weglaten, legt de nadruk op zijn geloof en op het woord van Jezus.
Waarom verschillen Mattheüs en Lukas over de hoofdman?
Bij Mattheüs spreekt de hoofdman zelf met Jezus (Mattheüs 8:5-9). Bij Lukas stuurt hij eerst de ouderlingen der Joden en daarna enige vrienden, en komt hij niet zelf (Lukas 7:3 en 7:6). Al sinds de kerkvaders, onder wie Augustinus, wordt dit vaak zo verklaard dat Mattheüs beknopt vertelt wat de hoofdman via zijn boden deed, zoals men ook zegt dat iemand iets doet wat hij laat doen. Lukas vertelt uitvoeriger. De kern is in beide gelijk: de nederigheid, het woord en de genezing.
Waar komt "ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen" vandaan?
Deze woorden zei de hoofdman van Kapernaüm tegen Jezus: "Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden" (Mattheüs 8:8; vergelijk Lukas 7:6-7). Hij wist zich als heiden onwaardig en vertrouwde erop dat het woord van Jezus genoeg was. In de rooms-katholieke liturgie klinkt vóór de communie een gebed dat op deze woorden teruggaat.
Waarom verwonderde Jezus Zich over de hoofdman?
Jezus verwonderde Zich omdat een heiden een geloof toonde dat Hij in Israël niet gevonden had (Lukas 7:9). De hoofdman vroeg geen teken, en toen Jezus onderweg was, liet hij weten dat Hij niet hoefde te komen; hij vertrouwde erop dat één woord van Jezus genoeg was, zoals een bevel van een officier wordt uitgevoerd zonder dat hij erbij is. De evangeliën vertellen bij maar twee gelegenheden dat Jezus Zich verwonderde: hier over geloof en in Nazareth over ongeloof (Markus 6:6).
Was de hoofdman van Kapernaüm een Romein?
Hij wordt vaak de Romeinse hoofdman genoemd, maar de Bijbel zegt alleen dat hij een hoofdman over honderd was en geen Jood. Galilea viel in die tijd onder de viervorst Herodes Antipas, die eigen troepen had naar Romeins voorbeeld. Veel uitleggers denken daarom dat de hoofdman in dienst van Antipas stond; anderen houden hem voor een officier van het Romeinse leger. Zeker is dat hij een heiden was die het volk Israël liefhad (Lukas 7:5).
Is de hoofdman van Kapernaüm dezelfde als Cornelius of de hoofdman bij het kruis?
Nee. Cornelius was een hoofdman over honderd in Cesarea, die door een engel werd aangezet om Petrus te laten halen en met zijn huis de Heilige Geest ontving (Handelingen 10). De hoofdman bij het kruis zei bij de dood van Jezus: "Waarlijk, Deze was Gods Zoon!" (Mattheüs 27:54). Het zijn drie verschillende mannen met dezelfde rang. De Bijbel geeft geen aanwijzing dat de hoofdman van Kapernaüm later een van de andere twee was.
Is dit hetzelfde verhaal als de koninklijke hoveling in Johannes 4?
Waarschijnlijk niet. In Johannes 4:46-54 vraagt een koninklijk hoveling uit Kapernaüm Jezus in Kana om zijn zoon te genezen, en Jezus zegt: "Ga heen, uw zoon leeft." Ook daar gebeurt de genezing op afstand. Maar het gaat om een zoon en niet om een knecht, Jezus is in Kana, en Hij spreekt eerst een vermaning uit: "Tenzij dat gijlieden tekenen en wonderen ziet, zo zult gij niet geloven." De meeste uitleggers zien hierin twee verschillende gebeurtenissen.
Wat bedoelde Jezus met velen zullen komen van oosten en westen?
Na het geloof van de hoofdman zei Jezus: "velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen" (Mattheüs 8:11). Hij bedoelde de heidenen uit alle windstreken die door het geloof in Gods Koninkrijk komen, terwijl wie zich op afkomst beroept buiten kan komen te staan (Mattheüs 8:12). De hoofdman is daarvan een voorbode. Het beeld van de maaltijd sluit aan bij Jesaja 25:6.
Wat kunnen wij leren van de hoofdman van Kapernaüm?
Wij leren van hem dat geloof zich vasthoudt aan het woord van Christus, ook zonder iets te zien. Hij vroeg alleen om een woord. Hij laat zien dat groot geloof en nederigheid samengaan: anderen noemden hem waardig, hijzelf niet. Zijn zorg voor zijn knecht is een voorbeeld van voorbede voor wie van ons afhankelijk zijn. En hij herinnert eraan dat de deur van het Koninkrijk openstaat voor mensen uit alle volken.

Stel een vraag over de hoofdman van Kapernaüm

Wilt u meer weten over de hoofdman van Kapernaüm? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over de hoofdman van Kapernaüm

Bijbelverhalen rond de hoofdman van Kapernaüm

Verdiep u verder