Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

De overspelige vrouw in de Bijbel

Een vrouw, in overspel gegrepen (Johannes 8:3) - “Geen eigennaam, maar een aanduiding”

Wie was de overspelige vrouw?

De overspelige vrouw is de naamloze vrouw die de Schriftgeleerden en Farizeeën in de tempel bij Jezus brachten, "in overspel gegrepen" (Johannes 8:3). Op hun vraag of zij gestenigd moest worden, zei Jezus dat wie zonder zonde was de eerste steen moest werpen. De aanklagers gingen weg, en Jezus veroordeelde haar niet.

De overspelige vrouw komt alleen voor in het Evangelie naar Johannes, in Johannes 8:1-11. Haar naam wordt niet genoemd. De Statenvertaling spreekt van "een vrouw, in overspel gegrepen" (Johannes 8:3), en daaraan dankt zij de naam waaronder zij bekend is. Het verhaal wordt vaak samengevat met het woord van Jezus over wie zonder zonde is en de eerste steen. In de Statenvertaling luidt het: "Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar" (Johannes 8:7). Het gebeurt in de tempel in Jeruzalem, vroeg in de morgen. Jezus zit en leert het volk, wanneer de Schriftgeleerden en de Farizeeën de vrouw in het midden zetten. Zij zeggen dat zij op de daad betrapt is en dat Mozes geboden heeft zulke vrouwen te stenigen. Hun vraag is niet oprecht: Johannes schrijft dat zij Hem verzochten, "opdat zij iets hadden, om Hem te beschuldigen" (Johannes 8:6). Jezus bukt Zich en schrijft met de vinger in de aarde. Pas als zij blijven aandringen, richt Hij Zich op en spreekt Hij het bekende woord. Daarna schrijft Hij opnieuw. De aanklagers gaan een voor een weg, de oudsten eerst, tot alleen Jezus en de vrouw overblijven. Hij vraagt waar haar beschuldigers zijn en zegt: "Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen, en zondig niet meer" (Johannes 8:11). Zij is niet te verwarren met de Samaritaanse vrouw bij de put (Johannes 4), met de zondares die de voeten van Jezus zalfde (Lukas 7:36-50) of met Maria Magdalena. Deze pagina gaat over de vrouw en haar ontmoeting met Jezus; wat de Bijbel in het algemeen over overspel zegt, komt aan bod bij het onderwerp overspel.

Historische context

Johannes plaatst het verhaal in Jeruzalem, kort na het Loofhuttenfeest (Johannes 7:2). Op de laatste, grote dag van dat feest had Jezus in de tempel geroepen: "Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke" (Johannes 7:37). De schare was over Hem verdeeld (Johannes 7:43), en toen de overpriesters en Farizeeën Hem wilden laten grijpen, vroeg Nikodemus, die een van hen was, of de wet iemand mocht veroordelen zonder hem eerst te horen (Johannes 7:50-51). Daarna ging ieder naar huis en Jezus naar de Olijfberg; de volgende morgen was Hij weer in de tempel (Johannes 8:1-2). Dat was waarschijnlijk een half jaar voor de kruisiging, omstreeks 30 n.Chr.; de precieze jaartallen zijn onzeker. Lukas beschrijft hetzelfde ritme: overdag leren in de tempel, ’s nachts op de Olijfberg (Lukas 21:37-38). De wet van Mozes stelde op overspel de doodstraf, en wel voor beide betrokkenen: "de overspeler en de overspeelster" (Leviticus 20:10; zie ook Deuteronomium 22:22). Steniging wordt uitdrukkelijk genoemd in Deuteronomium 22:23-24, bij een ondertrouwde jonge vrouw. Een doodvonnis vroeg twee of drie getuigen (Deuteronomium 17:6), en die moesten zelf als eersten de hand opheffen: "De hand der getuigen zal eerst tegen hem zijn, om hem te doden" (Deuteronomium 17:7). Opvallend is dat de man die bij het overspel betrokken was, in Johannes 8 nergens genoemd wordt. Volgens Johannes 18:31 mochten de Joden in die tijd zelf niemand ter dood brengen. Bij het verhoor van Jezus zeggen zij tegen Pilatus: "Het is ons niet geoorloofd iemand te doden." Veel uitleggers zien daarom een dubbele val in de vraag. Zei Jezus dat de vrouw gestenigd moest worden, dan kwam Hij in botsing met het Romeinse gezag en met de naam die Hij had als "een Vriend van tollenaren en zondaren" (Lukas 7:34). Zei Hij dat zij vrijuit moest gaan, dan kon men Hem beschuldigen dat Hij Mozes opzijzette. Een vergelijkbare strikvraag staat in Mattheüs 22:15-22. Johannes 7:53-8:11 ontbreekt in de oudste Griekse handschriften van Johannes en staat in sommige handschriften op een andere plaats. Eusebius vermeldt dat Papias, in het begin van de tweede eeuw, al een verhaal kende over een vrouw die bij de Heere van veel zonden beschuldigd werd; volgens Eusebius stond het ook in het Evangelie naar de Hebreeën. Of het om hetzelfde verhaal gaat, is niet zeker. De Statenvertaling neemt het op, zoals de meeste latere handschriften.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Zij antwoordde naar waarheid op de vraag van Jezus: "Niemand, Heere!" (Johannes 8:11)
  • Zij hoorde het woord van Jezus persoonlijk aan, toen de menigte weg was (Johannes 8:10-11)

−Zwakke kanten

  • Zij was op overspel betrapt (Johannes 8:4), en Jezus noemt dat zonde (Johannes 8:11)

Theologische betekenis

Jezus doet in dit verhaal twee dingen tegelijk: Hij laat de wet staan en Hij laat de vrouw gaan. Hij zegt niet dat overspel geen zonde is of dat Mozes ongelijk had. Zijn antwoord sluit zelfs aan bij de wet, die bepaalde dat de getuigen als eersten de hand moesten opheffen (Deuteronomium 17:7). Maar Hij richt die bepaling op het geweten van de aanklagers: "Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar." Johannes zegt dat zij "van hun geweten overtuigd" weggingen (Johannes 8:9). Wie een ander kwam aanklagen, stond zelf voor God. Wat Jezus in de aarde schreef, vermeldt de tekst niet. Uitleggers hebben gewezen op Jeremia 17:13, waar staat dat wie de HEERE verlaten, "in de aarde geschreven" worden, en op de stenen tafelen die "beschreven met den vinger Gods" waren (Exodus 31:18). Anderen denken aan de zonden van de aanklagers, of zien in het schrijven alleen een weigering om op de val in te gaan. Het blijft gissen; het verhaal legt de nadruk op wat Jezus zei. Daarna blijft de enige over die wel zonder zonde is. Juist Hij veroordeelt niet: "Zo veroordeel Ik u ook niet." Dat sluit aan bij wat Johannes elders schrijft: God heeft Zijn Zoon niet gezonden "opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden" (Johannes 3:17). Toch is dit geen vrijspraak die de zonde wegpraat. Jezus voegt eraan toe: "ga heen, en zondig niet meer", zoals Hij ook zei tegen de man die Hij bij Bethesda genezen had: "zondig niet meer" (Johannes 5:14). De genade gaat voorop, en daaruit volgt een nieuw leven. De tekst zegt niet of de vrouw zich bekeerde. Calvijn wijst erop dat Jezus hier niet optreedt als rechter in een strafzaak (vergelijk Lukas 12:14), maar haar wel tot bekering roept. Veel uitleggers zien in het verhaal een illustratie van Johannes 1:17: "de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden." De wet wordt niet afgeschaft, maar de vrouw ontmoet in Christus de genade die de wet niet kon geven. Direct daarna noemt Jezus Zich "het licht der wereld" (Johannes 8:12). In dat licht worden de aanklagers en de aangeklaagde allebei gezien zoals zij zijn.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Een vrouw, in overspel gegrepen (Johannes 8:3)

Betekenis

Geen eigennaam, maar een aanduiding

Sleutelmomenten

1

Leren in de tempel

Na een nacht op de Olijfberg komt Jezus vroeg in de morgen in de tempel. Al het volk komt tot Hem, en Hij gaat zitten en leert hen.

Johannes 8:1-2

2

In overspel gegrepen

De Schriftgeleerden en de Farizeeën brengen een vrouw en zetten haar in het midden. Zij zeggen dat zij op de daad betrapt is.

Johannes 8:3-4

3

Een vraag over Mozes

Zij wijzen erop dat Mozes geboden heeft zulke vrouwen te stenigen, en vragen Jezus wat Hij ervan zegt.

Johannes 8:5

4

Schrijven in de aarde

Johannes zegt dat zij dit vroegen om Hem te kunnen beschuldigen. Jezus antwoordt niet meteen, maar bukt Zich en schrijft met de vinger in de aarde.

Johannes 8:6

5

Wie zonder zonde is

Als zij blijven vragen, richt Jezus Zich op: wie van hen zonder zonde is, moet eerst de steen werpen. Daarna bukt Hij Zich weer en schrijft.

Johannes 8:7-8

6

De aanklagers vertrekken

Door hun geweten overtuigd gaan zij een voor een weg, beginnend bij de oudsten. Jezus blijft alleen achter met de vrouw, die in het midden staat.

Johannes 8:9

7

Zondig niet meer

Jezus vraagt waar haar beschuldigers zijn en of niemand haar veroordeeld heeft. Op haar antwoord zegt Hij dat Hij haar ook niet veroordeelt, en dat zij heen moet gaan en niet meer zondigen.

Johannes 8:10-11

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van de overspelige vrouw beter te begrijpen.

Johannes 8:3

“En de Schriftgeleerden en de Farizeen brachten tot Hem een vrouw, in overspel gegrepen.”

Zo voert Johannes haar in. Haar naam noemt hij niet; de aanduiding "in overspel gegrepen" werd haar bekende naam.

Johannes 8:5

“En Mozes heeft ons in de wet geboden, dat dezulken gestenigd zullen worden; Gij dan, wat zegt Gij?”

De aanklagers beroepen zich op de wet (Leviticus 20:10; Deuteronomium 22:22-24) en dwingen Jezus tot een keuze.

Johannes 8:6

“En dit zeiden zij, Hem verzoekende, opdat zij iets hadden, om Hem te beschuldigen. Maar Jezus, nederbukkende, schreef met den vinger in de aarde.”

Johannes onthult het doel van de vraag. Wat Jezus schreef, vermeldt hij niet.

Johannes 8:7

“En als zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op, en zeide tot hen: Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar.”

Het bekende woord over wie zonder zonde is. De getuigen moesten volgens de wet de eerste steen werpen (Deuteronomium 17:7).

Johannes 8:9

“Maar zij, dit horende, en van hun geweten overtuigd zijnde, gingen uit, de een na den andere, beginnende van de oudsten tot de laatsten; en Jezus werd alleen gelaten; en de vrouw in het midden staande.”

Niemand blijkt zonder zonde. De aanklagers vertrekken, de vrouw blijft staan.

Johannes 8:10

“En Jezus, Zich oprichtende, en niemand ziende dan de vrouw, zeide tot haar: Vrouw, waar zijn deze uw beschuldigers? Heeft u niemand veroordeeld?”

Pas als de menigte weg is, spreekt Jezus de vrouw zelf aan.

Johannes 8:11

“En zij zeide: Niemand, Heere! En Jezus zeide tot haar: Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen, en zondig niet meer.”

Geen veroordeling en geen goedkeuring van de zonde: Jezus laat haar gaan en roept haar tot een nieuw leven.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

De overspelige vrouw leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Het verhaal stelt ons eerst naast de aanklagers. Zij gebruikten een mens als middel in een twistgesprek en wezen op de zonde van een ander om Jezus te vangen. Jezus keert de blik om. Voordat wij over anderen oordelen, worden wij zelf voor God geplaatst. Dat betekent niet dat zonde niet benoemd mag worden, wel dat wij dat doen als mensen die zelf genade nodig hebben, "met den geest der zachtmoedigheid; ziende op uzelven" (Galaten 6:1). Daarnaast laat het verhaal zien hoe Jezus omgaat met iemand die openlijk te schande is gezet. Hij stelt haar niet nog eens ten toon. Hij wacht tot de menigte weg is en spreekt haar persoonlijk aan. Wie zich door eigen schuld of door het oordeel van anderen klein voelt, mag weten dat Christus gekomen is "om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was" (Lukas 19:10). Tot slot houdt Jezus genade en heiligheid bij elkaar. "Zo veroordeel Ik u ook niet" komt eerst; "zondig niet meer" volgt. Het een kan niet zonder het ander. Wie alleen het eerste hoort, maakt van genade een vrijbrief; wie alleen het tweede hoort, maakt van het evangelie een nieuwe wet. De vrouw wordt niet veroordeeld en krijgt een nieuwe weg. Dat is ook het aanbod aan ons, want "bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt" (Psalm 130:4).

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over de overspelige vrouw

Wie was de overspelige vrouw in de Bijbel?
De overspelige vrouw is een naamloze vrouw die de Schriftgeleerden en de Farizeeën in de tempel in Jeruzalem bij Jezus brachten, "in overspel gegrepen" (Johannes 8:3). Zij vroegen of zij volgens de wet van Mozes gestenigd moest worden, om Hem te kunnen beschuldigen. Jezus zei dat wie zonder zonde was de eerste steen moest werpen. De aanklagers gingen weg, en Jezus zei tot haar: "Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen, en zondig niet meer" (Johannes 8:11).
Wat was de naam van de overspelige vrouw?
De Bijbel noemt haar naam niet. Johannes spreekt alleen van "een vrouw, in overspel gegrepen" (Johannes 8:3), en die aanduiding is haar bekende naam geworden. Er is geen bijbelse grond om haar gelijk te stellen met Maria Magdalena, met de zondares uit Lukas 7 of met een andere vrouw uit de evangeliën. Over haar leven voor of na deze ontmoeting vertelt de Schrift niets.
Waar staat het verhaal van Jezus en de overspelige vrouw in de Bijbel?
Het verhaal staat in het Evangelie naar Johannes, in Johannes 8:1-11, met als aanloop Johannes 7:53 ("En een iegelijk ging heen naar zijn huis"). Het speelt zich af in de tempel in Jeruzalem, de morgen nadat Jezus op de Olijfberg had overnacht, kort na het Loofhuttenfeest uit Johannes 7. De andere evangeliën vertellen dit verhaal niet.
Wat betekent: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen?
In de Statenvertaling luidt het: "Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar" (Johannes 8:7). Volgens de wet moesten de getuigen bij een steniging als eersten de hand opheffen (Deuteronomium 17:7). Jezus schaft de wet niet af, maar richt haar op het geweten van de aanklagers: wie een ander wil veroordelen, staat zelf voor God. Zij gingen "van hun geweten overtuigd" weg (Johannes 8:9). Het woord is geen verbod om zonde te benoemen, maar een oproep tot zelfonderzoek.
Wat schreef Jezus in het zand?
Dat zegt de Bijbel niet. Johannes vermeldt alleen dat Jezus Zich bukte en "met den vinger in de aarde" schreef, en dat twee keer (Johannes 8:6 en 8:8). Uitleggers hebben gedacht aan Jeremia 17:13, waar wie de HEERE verlaten, "in de aarde geschreven" worden, aan de wet die met de vinger Gods geschreven was (Exodus 31:18), of aan de zonden van de aanklagers. Het zijn vermoedens. Het verhaal legt de nadruk op wat Jezus zei, niet op wat Hij schreef.
Waarom brachten de Farizeeën de vrouw bij Jezus?
Het ging hun niet in de eerste plaats om de vrouw. Johannes zegt dat zij het vroegen "Hem verzoekende, opdat zij iets hadden, om Hem te beschuldigen" (Johannes 8:6). Veel uitleggers zien een dubbele val. Zei Jezus dat zij gestenigd moest worden, dan botste Hij met het Romeinse gezag, want volgens Johannes 18:31 mochten de Joden zelf niemand ter dood brengen, en met Zijn naam als vriend van zondaren. Zei Hij dat zij vrij moest gaan, dan leek Hij de wet van Mozes opzij te zetten.
Waar was de man bij de overspelige vrouw?
De tekst noemt hem niet. Dat valt op, want de wet van Mozes eiste de straf voor beide betrokkenen: "de overspeler en de overspeelster" (Leviticus 20:10; zie ook Deuteronomium 22:22). Als zij werkelijk "op de daad zelve gegrepen" was (Johannes 8:4), moet er ook een man geweest zijn. Veel uitleggers zien in zijn afwezigheid een aanwijzing dat het de aanklagers niet om recht ging, maar om een middel tegen Jezus. Waarom hij ontbrak, zegt de Bijbel niet.
Hoort Johannes 7:53-8:11 oorspronkelijk bij de Bijbel?
Het gedeelte ontbreekt in de oudste bekende Griekse handschriften van Johannes, zoals de papyri 66 en 75 en de codices Sinaiticus en Vaticanus, en staat in sommige handschriften op een andere plaats, bijvoorbeeld na Lukas 21:38. Het staat wel in de Codex Bezae (omstreeks 400) en in de meeste latere handschriften, waarop ook de Statenvertaling berust. Veel moderne vertalingen zetten het daarom tussen haken. Calvijn wist al dat het bij de oude Griekse kerken onbekend was, maar legde het toch uit, omdat de Latijnse kerk het altijd had aanvaard en het niets bevat wat een apostel onwaardig is. Ook veel uitleggers die betwijfelen of Johannes het hier schreef, beschouwen het als een oude en betrouwbare overlevering over Jezus.
Wat betekent "ga heen, en zondig niet meer"?
Met deze woorden besluit Jezus de ontmoeting: "Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen, en zondig niet meer" (Johannes 8:11). Hij veroordeelt de vrouw niet, maar Hij keurt haar daad ook niet goed; Hij noemt het zonde en roept haar tot een ander leven. Dezelfde woorden zegt Hij tegen de man die Hij bij Bethesda genas (Johannes 5:14). Genade gaat voorop, en uit die genade volgt de opdracht om niet terug te keren naar de zonde.
Is de overspelige vrouw dezelfde als Maria Magdalena of de Samaritaanse vrouw?
Nee. Maria Magdalena wordt in de Bijbel voorgesteld als de vrouw "van welke zeven duivelen uitgegaan waren" (Lukas 8:2); zij wordt nergens overspel verweten. Dat zij in de westerse traditie met zondige vrouwen werd vereenzelvigd, komt uit latere uitleg, niet uit de Schrift. De Samaritaanse vrouw uit Johannes 4 ontmoette Jezus bij de put van Jakob in Samaria. De zondares die Zijn voeten zalfde, staat in Lukas 7:36-50. De overspelige vrouw uit Johannes 8 is een andere, naamloze vrouw.
Wat kunnen wij leren van de overspelige vrouw?
Wij leren dat wij niet over anderen kunnen oordelen zonder zelf voor God te staan: niemand van de aanklagers bleek zonder zonde. Wij zien ook hoe Jezus omgaat met iemand die te schande is gezet: Hij stelt haar niet opnieuw ten toon, maar spreekt haar persoonlijk aan. En wij leren dat genade en heiligheid bij elkaar horen. Jezus zegt eerst "Zo veroordeel Ik u ook niet" en daarna "zondig niet meer" (Johannes 8:11).

Stel een vraag over de overspelige vrouw

Wilt u meer weten over de overspelige vrouw? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over de overspelige vrouw

Bijbelverhalen rond de overspelige vrouw

Verdiep u verder