Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~60 n.Chr.

Epafroditus in de Bijbel

Epaphroditos (Ἐπαφρόδιτος, Grieks) - “Waarschijnlijk: lieflijk, bekoorlijk”

Wie was Epafroditus?

Epafroditus was een christen uit Filippi die door de gemeente met een gift naar de gevangen Paulus werd gestuurd. Hij werd ziek "tot nabij den dood", maar God ontfermde Zich over hem (Filippenzen 2:27). Paulus noemt hem zijn broeder, medearbeider en medestrijder, en stuurde hem terug naar Filippi.

Epafroditus komt in de Bijbel alleen voor in de brief van Paulus aan de Filippenzen, en daar twee keer bij naam: in Filippenzen 2:25-30 en in Filippenzen 4:18. De Statenvertaling schrijft Epafroditus; in oudere en buitenlandse literatuur staat ook Epaphroditus. Hij hoorde bij de gemeente in Filippi, de eerste gemeente die Paulus in Europa stichtte (Handelingen 16). Die gemeente had Paulus al eerder geholpen, ook toen hij in Thessalonica werkte (Filippenzen 4:16). Toen zij hoorde dat Paulus gevangen zat, stuurde zij Epafroditus met een gift. Paulus schrijft: "ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was" (Filippenzen 4:18). Epafroditus bleef daarna bij hem om hem te dienen. Hij werd ernstig ziek; of dat onderweg of bij Paulus gebeurde, zegt de tekst niet. Paulus vertelt het zonder omhaal: "En hij is ook krank geweest tot nabij den dood; maar God heeft Zich zijner ontfermd" (Filippenzen 2:27). Het bericht van zijn ziekte bereikte Filippi, en dat maakte Epafroditus onrustig: hij verlangde naar de gemeente en was "zeer beangst", omdat zij om hem in zorg zat (Filippenzen 2:26). Toen hij hersteld was, stuurde Paulus hem terug. Volgens de gangbare uitleg nam hij de brief aan de Filippenzen mee. Paulus geeft hem vijf benamingen: "mijn broeder, en medearbeider en medestrijder, en uw afgezondene, en bedienaar mijner nooddruft" (Filippenzen 2:25). De eerste drie verbinden hem met Paulus, de laatste twee met de gemeente die hem stuurde. Met nadruk vraagt Paulus de Filippenzen hem met blijdschap te ontvangen, want hij had om het werk van Christus zijn leven niet geacht (Filippenzen 2:29-30). Epafroditus is niet te verwarren met Epafras, de medearbeider uit Kolosse (Kolossenzen 1:7). Epafras is wel een verkorte vorm van dezelfde naam, maar de Bijbel verbindt Epafras met Kolosse en Epafroditus met Filippi. Dat het om één persoon gaat, is niet aan te tonen.

Historische context

Filippi lag in Macedonië, in het noorden van het huidige Griekenland, aan de Via Egnatia, de Romeinse heerweg van de Adriatische Zee naar het oosten. Lukas noemt de stad "de eerste stad van dit deel van Macedonie, een kolonie" (Handelingen 16:12). Als Romeinse kolonie had Filippi veel inwoners met Romeins burgerrecht. Paulus kwam er op zijn tweede zendingsreis, rond 50 n.Chr. De eersten die geloofden waren Lydia en haar huis (Handelingen 16:14-15). De band tussen Paulus en deze gemeente was bijzonder hecht. Paulus dankt haar voor haar "gemeenschap aan het Evangelie, van den eersten dag af tot nu toe" (Filippenzen 1:5). Geen andere gemeente steunde hem zo vanaf het begin (Filippenzen 4:15), en ook in Thessalonica en in Korinthe kreeg hij hulp uit Macedonië (Filippenzen 4:16 en 2 Korinthe 11:9). De gift van Epafroditus was dus niet de eerste. Paulus schreef de brief aan de Filippenzen als gevangene. Hij spreekt over zijn banden, die "openbaar geworden zijn in het ganse rechthuis" (Filippenzen 1:13), en hij groet namens hen "die van het huis des keizers zijn" (Filippenzen 4:22). De meeste uitleggers denken daarom aan de gevangenschap in Rome, waar Paulus volgens Handelingen 28:30 twee jaar in een gehuurde woning bleef en bezoekers ontving. Dan is de brief geschreven rond 60 tot 62 n.Chr. Anderen denken aan een gevangenschap in Efeze of in Caesarea. Zekerheid is er niet. Een gevangene in de Romeinse wereld was voor voedsel en verzorging vaak afhankelijk van vrienden. Ook Handelingen laat zien dat de zijnen Paulus mochten dienen (Handelingen 24:23, 27:3). Dat verklaart de opdracht van Epafroditus: hij bracht geld en bleef om te helpen. Zat Paulus in Rome, dan was dat over land en zee een reis van weken. Dat het nieuws over zijn ziekte Filippi bereikte en de zorg van de gemeente weer bij hem terugkwam (Filippenzen 2:26), wijst erop dat er in die tijd meer berichten heen en weer gingen. Epafroditus was een gangbare naam, ook voor vrijgelatenen. De Joodse geschiedschrijver Josephus droeg zijn Joodse Oudheden en zijn geschrift Tegen Apion op aan een zekere Epafroditus, en de Romeinse geschiedschrijver Suetonius noemt in zijn leven van Nero een vrijgelatene van de keizer met die naam. Niets wijst erop dat zij iets met de Epafroditus uit Filippi te maken hebben. Over zijn verdere leven zegt de Bijbel niets. Volgens een latere kerkelijke overlevering werd hij opziener in Filippi; dat is niet te controleren.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Betrouwbaar: de gemeente vertrouwde hem haar gift voor Paulus toe (Filippenzen 4:18)
  • Dienstbaar: de "bedienaar mijner nooddruft" voor de gevangen apostel (Filippenzen 2:25)
  • Zelfopofferend: om het werk van Christus waagde hij zijn leven (Filippenzen 2:30)
  • Meelevend: in zijn ziekte was hij bezorgd om de zorgen van zijn gemeente (Filippenzen 2:26)

Theologische betekenis

Paulus gebruikt voor Epafroditus woorden die verder reiken dan een persoonlijke aanbeveling. Hij noemt hem "uw afgezondene" (Filippenzen 2:25). Het Griekse woord daarachter is apostolos, maar hier niet in de zin van een van de twaalf apostelen. Epafroditus was een gezant van zijn gemeente, zoals Paulus elders spreekt over broeders die "afgezanten der Gemeenten" zijn (2 Korinthe 8:23). Ook het woord "bedienaar" en de "bediening" van de gemeente (Filippenzen 2:30) hebben in het Grieks een klank van heilige dienst, zoals bij de priesters in de tempel. Dat sluit aan bij hoe Paulus over de gift spreekt: "een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk" (Filippenzen 4:18). Dat is de taal van het Oude Testament, waar een offer een liefelijke reuk voor de HEERE is (Genesis 8:21; Leviticus 1:9). Wat de Filippenzen voor de gevangen apostel deden, was in de grond een offer aan God. Hun steun was geen aalmoes aan een man in nood, maar gemeenschap aan het evangelie (Filippenzen 1:5 en 4:14). Opvallend is ook de plaats van Epafroditus in de brief. Kort daarvoor heeft Paulus geschreven over Christus, Die "Zichzelven vernederd" heeft, "gehoorzaam geworden zijnde tot den dood" (Filippenzen 2:8), en heeft hij de gemeente opgeroepen niet op het eigene te zien, maar ook op hetgeen der anderen is (Filippenzen 2:4). Daarna noemt hij twee voorbeelden: Timotheüs, die oprecht de zaken van de gemeente zou bezorgen (Filippenzen 2:19-22), en Epafroditus, die "zijn leven niet achtende" om de dienst te vervullen (Filippenzen 2:30). Veel uitleggers zien hier een bewuste lijn: wat in Christus volmaakt zichtbaar werd, krijgt in Zijn dienaren een zwakke maar echte navolging. Ook de ziekte van Epafroditus is leerzaam. Paulus, door wiens handen God "ongewone krachten" deed (Handelingen 19:11), schrijft niet dat hij hem genas. Hij schrijft: "God heeft Zich zijner ontfermd" (Filippenzen 2:27). Ook Trofimus moest hij later ziek achterlaten (2 Timotheüs 4:20). Genezing lag niet in de macht van de apostel, maar in de hand van God. Paulus noemt het herstel ontferming, ook over hemzelf, en spreekt openlijk over zijn eigen droefheid. Geloof en verdriet staan hier zonder schaamte naast elkaar.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Epaphroditos (Ἐπαφρόδιτος, Grieks)

Betekenis

Waarschijnlijk: lieflijk, bekoorlijk

Sleutelmomenten

1

Afgezant met een gift

De gemeente in Filippi hoort dat Paulus gevangen zit en stuurt Epafroditus met een gift. Paulus is er "vervuld" door.

Filippenzen 4:18

2

Medearbeider van Paulus

Epafroditus blijft bij Paulus om hem namens de gemeente te dienen. Paulus noemt hem zijn broeder, medearbeider en medestrijder, en de "bedienaar mijner nooddruft".

Filippenzen 2:25

3

Zijn leven gewaagd

Om het werk van Christus komt Epafroditus tot nabij de dood. Hij achtte zijn leven niet, om de dienst te vervullen die de gemeente zelf op afstand niet kon geven.

Filippenzen 2:30

4

Bezorgd om de gemeente

Het nieuws van zijn ziekte bereikt Filippi. Epafroditus verlangt naar de gemeente en is zeer beangst, omdat zij om hem in zorg zit.

Filippenzen 2:26

5

God ontfermt Zich

Epafroditus herstelt. Paulus ziet daarin Gods ontferming, niet alleen over de zieke, maar ook over hemzelf, opdat hij niet droefheid op droefheid zou hebben.

Filippenzen 2:27

6

Teruggezonden naar Filippi

Paulus stuurt hem zo spoedig mogelijk terug, opdat de gemeente zich verblijdt als zij hem ziet. Waarschijnlijk neemt hij de brief aan de Filippenzen mee.

Filippenzen 2:28

7

Met blijdschap ontvangen

Paulus vraagt de gemeente Epafroditus in de Heere te ontvangen met alle blijdschap, en zulke dienaren in waarde te houden.

Filippenzen 2:29

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Epafroditus beter te begrijpen.

Filippenzen 2:25

“Maar ik heb nodig geacht tot u te zenden Epafroditus, mijn broeder, en medearbeider en medestrijder, en uw afgezondene, en bedienaar mijner nooddruft;”

Vijf benamingen in één zin: drie verbinden Epafroditus met Paulus, twee met de gemeente die hem stuurde. "Afgezondene" betekent hier gezant van de gemeente.

Filippenzen 2:26

“Dewijl hij zeer begerig was naar u allen, en zeer beangst was, omdat gij gehoord hadt, dat hij krank was.”

Als reden van zijn onrust noemt Paulus niet de ziekte zelf, maar dat de gemeente ervan gehoord had.

Filippenzen 2:27

“En hij is ook krank geweest tot nabij den dood; maar God heeft Zich zijner ontfermd; en niet alleen zijner, maar ook mijner, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.”

Het herstel van Epafroditus is Gods ontferming. Paulus verzwijgt niet dat zijn dood hem diep bedroefd zou hebben.

Filippenzen 2:28

“Zo heb ik dan hem te spoediger gezonden, opdat gij, hem ziende, wederom u zoudt verblijden, en ik te min zou droevig zijn.”

Paulus stuurt zijn helper terug, terwijl hij zelf gevangen blijft. De blijdschap van de gemeente is ook zijn eigen troost.

Filippenzen 2:29

“Ontvangt hem dan in den Heere, met alle blijdschap, en houdt dezulken in waarde.”

Mogelijk wil Paulus voorkomen dat Epafroditus wordt gezien als een bode die te vroeg terugkwam; hij vraagt hem met eer te ontvangen. De opdracht geldt ook voor andere trouwe dienaren.

Filippenzen 2:30

“Want om het werk van Christus was hij tot nabij den dood gekomen, zijn leven niet achtende, opdat hij het gebrek uwer bediening aan mij vervullen zou.”

Epafroditus deed wat de gemeente op afstand niet kon doen, en waagde daarbij zijn leven. Paulus zegt dat het "om het werk van Christus" was.

Filippenzen 4:18

“Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was, als een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk.”

De gift die Epafroditus bracht, noemt Paulus een offer dat God welgevallig is. Steun aan het evangelie is dienst aan God.

Tijdperiode

~60 n.Chr.

Epafroditus leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Epafroditus laat ons zien dat dienen in de gemeente soms iets kost. Hij reisde ver om een gevangene te helpen en werd daarbij ernstig ziek. Paulus zegt dat het "om het werk van Christus" was (Filippenzen 2:30). Wie de Heere dient, mag weten dat moeite en zwakheid in die dienst niet tevergeefs zijn. Wij leren ook iets van zijn hart. Toen hij zelf bijna stierf, was hij vooral bezorgd omdat zijn gemeente om hem in zorg zat (Filippenzen 2:26). Dat is de gezindheid die Paulus in hetzelfde hoofdstuk beschrijft: niet alleen op het eigene zien, maar ook op wat van de ander is (Filippenzen 2:4). Wie zelf in nood is en toch aan de zorgen van anderen denkt, laat iets zien van de gezindheid die in Christus Jezus was (Filippenzen 2:5). Zijn ziekte vraagt om nuchterheid. Paulus schrijft niet dat hij hem genas, maar dat God Zich over hem ontfermde (Filippenzen 2:27). Hoe het herstel kwam, zegt de tekst niet. Wij mogen de Heere om genezing bidden en Hem danken voor herstel, of het nu wonderlijk of langs gewone weg komt. Waar herstel uitblijft, zoals bij Trofimus, is God niet minder ontfermend. "Houdt dezulken in waarde", vraagt Paulus (Filippenzen 2:29). In elke gemeente zijn mensen die zonder veel aandacht zieken bezoeken, zendelingen steunen en praktische zorg dragen. Zij verdienen eer en dank.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Epafroditus

Wie was Epafroditus in de Bijbel?
Epafroditus was een christen uit de gemeente in Filippi. Toen Paulus gevangen zat, stuurde de gemeente hem met een gift naar de apostel (Filippenzen 4:18). Hij bleef bij Paulus om hem te dienen en werd ziek tot nabij de dood, maar God ontfermde Zich over hem (Filippenzen 2:27). Paulus noemt hem "mijn broeder, en medearbeider en medestrijder" en stuurde hem terug naar Filippi, waarschijnlijk met de brief aan de Filippenzen.
Waar staat Epafroditus in de Bijbel?
Epafroditus wordt alleen in de brief aan de Filippenzen genoemd. In Filippenzen 2:25-30 beschrijft Paulus zijn dienst, zijn ziekte en zijn terugkeer naar Filippi. In Filippenzen 4:18 bedankt Paulus de gemeente voor de gift die hij van Epafroditus ontving. Verder komt hij in de Bijbel niet voor. Volgens een latere kerkelijke overlevering werd hij opziener van de gemeente in Filippi; dat is niet te controleren.
Is Epafroditus dezelfde als Epafras?
Epafroditus hoort bij Filippi in Macedonië: hij was de "afgezondene" van die gemeente (Filippenzen 2:25) en bracht haar gift (Filippenzen 4:18). Epafras daarentegen kwam uit Kolosse in Klein-Azië en bracht daar het evangelie (Kolossenzen 1:7, 4:12). Zijn naam is een verkorte vorm van Epafroditus, maar beide namen kwamen veel voor. Waarschijnlijk zijn het dus twee mannen; dat het om één persoon gaat, is niet aan te tonen.
Wat betekent de naam Epafroditus?
De naam is Grieks en afgeleid van Afrodite, de Griekse godin van de liefde. Hij betekent waarschijnlijk lieflijk of bekoorlijk. Het was een gewone naam in de Grieks-Romeinse wereld, en hij zegt niets over het geloof van de drager. Waarschijnlijk was Epafroditus van heidense afkomst, zoals veel leden van de gemeente in Filippi, al zegt de Bijbel dat niet. De Statenvertaling schrijft Epafroditus; elders komt ook Epaphroditus voor.
Wat bracht Epafroditus naar Paulus?
Hij bracht een gift van de gemeente in Filippi. Paulus schrijft: "ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was" (Filippenzen 4:18). Wat de gift precies was, zegt de tekst niet; waarschijnlijk vooral geld voor het levensonderhoud van de gevangen apostel. Epafroditus bleef bovendien zelf bij Paulus om hem te dienen. Paulus noemt de gift "een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk".
Waaraan was Epafroditus ziek?
Dat zegt de Bijbel niet. Paulus schrijft alleen dat hij "krank geweest tot nabij den dood" was (Filippenzen 2:27) en dat hij "om het werk van Christus" zo ver kwam (Filippenzen 2:30). Sommigen denken aan uitputting door de reis en de zorg voor de gevangene, anderen aan een ziekte die hij onderweg opliep. Dat blijft gissen. Duidelijk is wel dat het ernstig was en dat Paulus zijn herstel als Gods ontferming zag.
Waarom genas Paulus Epafroditus niet?
De tekst zegt niet of Paulus hem genas of om genezing bad. Paulus schrijft alleen: "God heeft Zich zijner ontfermd" (Filippenzen 2:27). Het herstel was dus Gods werk, geen daad waarover de apostel vrij beschikte. Bij Trofimus ging het anders: hem liet Paulus ziek achter (2 Timotheüs 4:20). Of God ook nu nog wonderen doet, bespreekt een aparte vraagpagina op deze site.
Wat betekent "zijn leven niet achtende"?
Paulus schrijft dat Epafroditus "om het werk van Christus" tot nabij de dood was gekomen, "zijn leven niet achtende" (Filippenzen 2:30). Hij zette zijn leven op het spel om te doen wat de gemeente op afstand niet kon: de gevangen apostel persoonlijk dienen. De Griekse tekst die de Statenvertalers volgden, heeft hier een werkwoord dat geen acht slaan op betekent; veel andere handschriften hebben een verwant woord dat op het spel zetten betekent. Beide komen op hetzelfde neer: hij telde zijn eigen leven niet. Paulus prijst dat niet als roekeloosheid, maar als trouw in de dienst van Christus.
Bracht Epafroditus de brief aan de Filippenzen?
Waarschijnlijk wel. Paulus schrijft: "Zo heb ik dan hem te spoediger gezonden" (Filippenzen 2:28) en vraagt de gemeente hem met blijdschap te ontvangen. Brieven werden in die tijd meegegeven aan iemand die toch reisde, en Epafroditus ging juist terug naar Filippi. Daarom zien de meeste uitleggers hem als de brenger van de brief. De tekst zegt het niet met zoveel woorden.
Was Epafroditus de oprechte metgezel uit Filippenzen 4?
Dat is mogelijk, maar niet zeker. In Filippenzen 4:3 vraagt Paulus "gij mijn oprechte metgezel" om Euodia en Syntyche te helpen. Omdat Epafroditus de brief waarschijnlijk zelf bracht, denken sommige uitleggers aan hem; anderen noemen andere kandidaten. De Bijbel noemt geen naam. Meer hierover staat op de pagina over Euodia en Syntyche.
Wat kunnen wij leren van Epafroditus?
Epafroditus leert ons dat dienen iets mag kosten: om het werk van Christus waagde hij zijn leven (Filippenzen 2:30). Hij laat zien dat ware liefde ook in ziekte op de ander blijft letten, want hij was vooral bezorgd om de zorg van zijn gemeente. Zijn herstel leert ons God te danken voor Zijn ontferming. En Paulus’ woorden "houdt dezulken in waarde" roepen ons op de stille dienaren in de gemeente te eren.

Stel een vraag over Epafroditus

Wilt u meer weten over Epafroditus? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Epafroditus

Verdiep u verder