Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~900 v.Chr.

Asa in de Bijbel

Asa (אָסָא, Hebreeuws) - “Betekenis onzeker; mogelijk genezer”

Wie was Asa?

Asa was koning van Juda, de zoon van Abia, en regeerde eenenveertig jaar in Jeruzalem. Hij deed de afgoden weg en riep de HEERE aan tegen Zerah de Moor (2 Kronieken 14:11). Later steunde hij op Benhadad van Syrië, zette de ziener Hanani gevangen en zocht in zijn ziekte de HEERE niet.

Koning Asa staat in 1 Koningen 15:8-24 en uitgebreider in 2 Kronieken 14 tot en met 16. Hij was de zoon van Abia, die in Koningen Abiam heet (1 Koningen 15:8), en de vader van Josafat. In het geslachtsregister van Jezus staat: "en Abia gewon Asa" (Mattheüs 1:7). Koningen vat zijn regering kort samen: hij deed wat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David, hij maakte een einde aan de tempelprostitutie en de afgodsbeelden van zijn vaderen (1 Koningen 15:12) en zette zelfs zijn moeder Maacha af. De hoogten werden niet weggenomen, "nochtans was het hart van Asa volkomen met den HEERE, al zijn dagen" (1 Koningen 15:14). Kronieken vertelt meer, en laat een lijn zien. In zijn eerste jaren zocht Asa de HEERE: hij bouwde in de rust vaste steden en riep, toen Zerah de Moor kwam, "help ons, o HEERE, onze God! Want wij steunen op U" (2 Kronieken 14:11). Na de woorden van de profeet Azaria trad het hele volk in een verbond om de HEERE te zoeken. Maar toen Baësa, de koning van Israël, Rama versterkte, zocht Asa hulp bij Benhadad van Syrië en betaalde die met de schatten van het huis des HEEREN. De ziener Hanani bestrafte hem, en Asa zette hem gevangen. Ook in zijn laatste ziekte zocht hij de HEERE niet. Asa is niet te verwarren met Asaf, de zanger en psalmdichter uit de tijd van David, en ook niet met Asa, de vader van de Leviet Berechja (1 Kronieken 9:16). Zijn zoon Josafat en Benhadad van Syrië, wiens hulp hij kocht tegen Baësa, hebben een eigen pagina.

Historische context

Asa werd koning in het twintigste jaar van Jerobeam, de eerste koning van het noordrijk (1 Koningen 15:9). Hij regeerde eenenveertig jaar, rond 900 voor Christus; de precieze jaartallen verschillen per uitlegger. In zijn tijd volgden in Israël zeven koningen elkaar op, van Jerobeam via Nadab, Baësa, Ela, Zimri en Omri tot Achab (1 Koningen 15:25 tot 16:29). Zijn moeder heet in 1 Koningen 15:10 Maacha, "een dochter van Abisalom". Dezelfde naam staat bij zijn vader Abiam (1 Koningen 15:2). Volgens 2 Kronieken 11:20-22 was Maacha, de dochter van Absalom, de vrouw van Rehabeam en de moeder van Abia. Veel uitleggers denken daarom dat zij de grootmoeder van Asa was en als koninginnemoeder aan het hof bleef. 2 Kronieken 13:2 noemt de moeder van Abia Michaja; hoe dat zich verhoudt, legt de tekst niet uit. Asa zette haar af, "dat zij geen koningin ware", omdat zij een afgrijselijk afgodsbeeld in een bos had gemaakt, en verbrandde dat beeld aan de beek Kidron (1 Koningen 15:13). Kronieken noemt een overwinning op Zerah de Moor, die met een enorm leger tot Maresa kwam (2 Kronieken 14:9). Moor staat in de Statenvertaling voor een man uit Kusj, ten zuiden van Egypte. Wie Zerah precies was, is niet met zekerheid te zeggen. Over de hoogten spreekt Kronieken twee keer. Asa nam "de altaren der vreemden, en de hoogten weg" (2 Kronieken 14:3), en even later staat er: "De hoogten werden wel niet weggenomen uit Israel" (2 Kronieken 15:17). Veel uitleggers lossen dat zo op dat Asa de hoogten van de afgoden wegnam, maar niet de hoogten waar het volk de HEERE offerde; anderen denken bij "uit Israel" aan het noorden. De tekst zelf legt het niet uit. Er "was krijg tussen Asa en tussen Baesa, den koning van Israel, al hun dagen" (1 Koningen 15:16). Baësa bouwde Rama, kort ten noorden van Jeruzalem, om de weg naar Juda af te sluiten. Asa nam het overgebleven zilver en goud uit de schatten van de tempel en het paleis en zond het naar Benhadad in Damaskus. Benhadad sloeg Ijon, Dan, Abel-Beth-Maacha en het land Nafthali, en Baësa moest zich terugtrekken. Met de stenen van Rama bouwde Asa Geba en Mizpa (1 Koningen 15:22). 2 Kronieken 16:1 dateert de tocht van Baësa in het zesendertigste jaar van Asa, terwijl Baësa volgens 1 Koningen 16:8 al in het zesentwintigste jaar was gestorven. Uitleggers lossen dat verschillend op; de tekst geeft de oplossing niet. In het negenendertigste jaar van zijn regering werd Asa ziek aan zijn voeten; twee jaar later stierf hij en werd met veel specerijen begraven in de stad Davids (2 Kronieken 16:12-14; vergelijk 1 Koningen 15:23).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Deed wat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk David (1 Koningen 15:11)
  • Riep in grote nood de HEERE aan en steunde op Hem (2 Kronieken 14:11)
  • Luisterde naar de profeet Azaria en zette de hervorming door (2 Kronieken 15:8)
  • Spaarde zijn eigen moeder niet toen zij een afgod maakte (2 Kronieken 15:16)

−Zwakke kanten

  • Steunde op de koning van Syrië en niet op de HEERE (2 Kronieken 16:7)
  • Werd toornig op de ziener en onderdrukte enigen uit het volk (2 Kronieken 16:10)
  • Zocht in zijn ziekte de HEERE niet (2 Kronieken 16:12)

Theologische betekenis

Het leven van Asa is in Kronieken opgebouwd rond het woord zoeken. Asa roept Juda op de HEERE te zoeken (2 Kronieken 14:4), de profeet Azaria zegt: "zo gij Hem zoekt, Hij zal van u gevonden worden; maar zo gij Hem verlaat, Hij zal u verlaten" (2 Kronieken 15:2), en het volk zweert de HEERE te zoeken met heel het hart. Aan het eind staat dat Asa in zijn ziekte de HEERE niet zocht. Het slot van zijn leven wordt gemeten aan het begin. Het verschil tussen de oorlog met Zerah en de crisis met Baësa is leerzaam. Tegenover een veel grotere overmacht zei Asa: "wij steunen op U" (2 Kronieken 14:11). Tegenover Baësa, een dreiging die kleiner leek dan het leger van Zerah, steunde hij op Benhadad. Hanani wijst precies dat aan: "Waren niet de Moren en de Libiers een groot heir met zeer veel wagenen en ruiteren? Toen gij nochtans op den HEERE steundet, heeft Hij hen in uw hand gegeven" (2 Kronieken 16:8). Daarop volgt het bekende woord: "Want den HEERE aangaande, Zijn ogen doorlopen de ganse aarde, om Zich sterk te bewijzen aan degenen, welker hart volkomen is tot Hem" (2 Kronieken 16:9). God zoekt niet naar sterke mensen, maar naar een volkomen hart, en Hij is bereid daarvoor Zijn kracht te tonen. Over de medicijnmeesters is nuchterheid nodig. De Bijbel veroordeelt artsen niet; Lukas wordt zelfs "de medicijnmeester, de geliefde" genoemd (Kolossenzen 4:14). De zonde van Asa lag erin dat hij "den HEERE niet" zocht in zijn ziekte (2 Kronieken 16:12). Dat sluit aan bij zijn eerdere houding tegenover Benhadad: hij vertrouwde op middelen in plaats van op God, en weigerde zich te laten bestraffen. Tegelijk blijft het oordeel van Koningen staan: "nochtans was het hart van Asa volkomen met den HEERE, al zijn dagen" (1 Koningen 15:14). De Bijbel tekent hem als een gelovige koning met ernstige zonden, niet als een afvallige. Zijn zoon Josafat wandelde in de weg van zijn vader Asa (1 Koningen 22:43). Via Asa liep de lijn van David verder naar de Messias (Mattheüs 1:7-8).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Asa (אָסָא, Hebreeuws)

Betekenis

Betekenis onzeker; mogelijk genezer

Sleutelmomenten

1

Afgoden weggedaan

Asa neemt de altaren der vreemden en de hoogten weg, breekt de opgerichte beelden en roept Juda op de HEERE, de God van hun vaderen, te zoeken en de wet te doen.

2 Kronieken 14:2-5

2

Rust en vaste steden

In de jaren zonder oorlog bouwt Asa vaste steden met muren en torens. Hij zegt tegen Juda dat het land rust heeft omdat zij de HEERE gezocht hebben.

2 Kronieken 14:6-7

3

Gebed tegen Zerah de Moor

Zerah de Moor trekt op met een enorm leger. Asa roept: "help ons, o HEERE, onze God! Want wij steunen op U", en de HEERE slaat de Moren voor Juda.

2 Kronieken 14:9-12

4

Het woord van Azaria

De profeet Azaria, de zoon van Oded, zegt tegen Asa: "zo gij Hem zoekt, Hij zal van u gevonden worden". Asa sterkt zich, doet de verfoeiselen weg en vernieuwt het altaar.

2 Kronieken 15:1-8

5

Verbond en Maacha afgezet

Juda, Benjamin en velen uit het noorden treden in een verbond om de HEERE met hun hele hart te zoeken. Asa zet zijn moeder Maacha af en verbrandt haar afgodsbeeld aan de Kidron.

2 Kronieken 15:12-16

6

Verdrag met Benhadad

Baësa bouwt Rama om Juda in te sluiten. Asa zendt het zilver en goud uit de tempel naar Benhadad, die het verbond met Baësa verbreekt en Israël in het noorden aanvalt.

1 Koningen 15:17-22

7

Hanani bestraft de koning

De ziener Hanani zegt dat Asa op de koning van Syrië steunde en niet op de HEERE. Asa wordt toornig, zet hem in het gevangenhuis en onderdrukt enigen uit het volk.

2 Kronieken 16:7-10

8

Ziekte en dood

In zijn negenendertigste jaar wordt Asa zwaar ziek aan zijn voeten en zoekt de HEERE niet, maar de medicijnmeesters. Hij sterft in het eenenveertigste jaar van zijn regering en wordt begraven in de stad Davids.

2 Kronieken 16:12-14

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Asa beter te begrijpen.

1 Koningen 15:11

“En Asa deed wat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David.”

Het eerste oordeel over Asa. Hij wordt gemeten aan David, de maatstaf voor de koningen van Juda.

1 Koningen 15:14

“De hoogten werden wel niet weggenomen; nochtans was het hart van Asa volkomen met den HEERE, al zijn dagen.”

Koningen noemt een tekort, maar oordeelt over het geheel van zijn leven gunstig.

2 Kronieken 14:11

“En Asa riep tot den HEERE, zijn God, en zeide: HEERE, het is niets bij U, te helpen hetzij den machtige, hetzij den krachteloze; help ons, o HEERE, onze God! Want wij steunen op U, en in Uw Naam zijn wij gekomen tegen deze menigte; o HEERE! Gij zijt onze God; laat den sterfelijken mens tegen U niets vermogen.”

Het gebed van Asa voor de slag tegen Zerah de Moor, in het dal Zefatha bij Maresa.

2 Kronieken 15:2

“En hij ging uit, Asa tegen, en hij zeide tot hem: Hoort mij, Asa, en gans Juda, en Benjamin! De HEERE is met ulieden, terwijl gij met Hem zijt; en zo gij Hem zoekt, Hij zal van u gevonden worden; maar zo gij Hem verlaat, Hij zal u verlaten.”

De profeet Azaria, de zoon van Oded, ontvangt Asa na de overwinning. Zijn woord vat het thema van Asa samen.

2 Kronieken 16:7

“En in denzelfden tijd kwam de ziener Hanani tot Asa, den koning van Juda, en hij zeide tot hem: Omdat gij gesteund hebt op den koning van Syrie, en niet gesteund hebt op den HEERE, uw God, daarom is het heir des konings van Syrie uit uw hand ontkomen.”

Na het verdrag met Benhadad bestraft de ziener Hanani de koning. Hij gebruikt hetzelfde woord steunen als Asa in zijn gebed.

2 Kronieken 16:9

“Want den HEERE aangaande, Zijn ogen doorlopen de ganse aarde, om Zich sterk te bewijzen aan degenen, welker hart volkomen is tot Hem; gij hebt hierin zottelijk gedaan; want van nu af zullen oorlogen tegen u zijn.”

Het bekendste vers uit de geschiedenis van Asa: een belofte voor wie op God vertrouwt, en een oordeel over de koning.

2 Kronieken 16:12

“Asa nu werd, in het negen en dertigste jaar van zijn koninkrijk, krank aan zijn voeten; tot op het hoogste toe was zijn krankheid; daartoe ook zocht hij den HEERE niet in zijn krankheid, maar de medicijnmeesters.”

Het verwijt is niet dat hij artsen raadpleegde, maar dat hij de HEERE niet zocht.

Mattheüs 1:7

“En Salomon gewon Roboam, en Roboam gewon Abia, en Abia gewon Asa;”

Asa staat in het geslachtsregister van Jezus Christus, in de koninklijke lijn van David.

Tijdperiode

~900 v.Chr.

Asa leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Asa begon goed. Hij zocht de HEERE, nam afgoden weg en riep in nood: "wij steunen op U". Toch eindigde zijn leven met een bestraffing die hij niet wilde horen. Een goed begin is een genade, maar geen vanzelfsprekende garantie voor het vervolg. Wij hebben het nodig om ook in de rustige jaren en in de oude dag de HEERE te blijven zoeken. Opvallend is dat Asa in de grote nood op God vertrouwde, en in een nood die kleiner leek op een mens. Misschien herkennen wij dat: als het echt niet anders kan, bidden wij; als er een uitweg in zicht is, grijpen wij die zonder te vragen naar Gods wil. De woorden van Hanani blijven gelden: de ogen van de HEERE doorlopen de ganse aarde om Zich sterk te bewijzen aan wie een volkomen hart tot Hem heeft. Asa werd toornig toen de ziener hem bestrafte. Wie gezag heeft, loopt het gevaar geen tegenspraak meer te verdragen. Hanani belandde in het gevangenhuis omdat hij het woord van God doorgaf (2 Kronieken 16:10). Een eerlijk woord van een ander kan een gave van God zijn, ook als het pijn doet. Dan de ziekte van Asa. Wij mogen artsen dankbaar gebruiken als middel in Gods hand. Het gaat erom dat wij in ziekte niet ophouden de HEERE te zoeken, maar onze nood en onze middelen bij Hem brengen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Asa

Wie was Asa in de Bijbel?
Asa was koning van Juda, de zoon van Abia en de vader van Josafat. Hij regeerde eenenveertig jaar in Jeruzalem, rond 900 voor Christus. Hij deed de afgoden weg, zette zijn moeder Maacha af en riep de HEERE aan toen Zerah de Moor tegen Juda optrok. Later kocht hij de hulp van Benhadad van Syrië, zette de ziener Hanani gevangen en zocht in zijn ziekte de HEERE niet (2 Kronieken 16:12).
Wat betekent de naam Asa?
De betekenis van de naam Asa is onzeker. Soms wordt gedacht aan genezer of geneesheer, maar die verklaring is niet zeker. Wie de naam zo uitlegt, ziet een wrange tegenstelling met het einde van zijn leven, toen hij in zijn ziekte de HEERE niet zocht. De Bijbel legt de naam zelf niet uit.
Waar staat koning Asa in de Bijbel?
Het verhaal van koning Asa staat in 1 Koningen 15:8-24 en uitgebreider in 2 Kronieken 14, 15 en 16. Hij wordt ook genoemd in 1 Koningen 22:43, waar staat dat Josafat in zijn weg wandelde, en in Jeremia 41:9, dat een kuil noemt die Asa vanwege Baësa maakte. In het Nieuwe Testament staat hij in het geslachtsregister van Jezus (Mattheüs 1:7-8).
Was Asa een goede koning?
De Bijbel spreekt overwegend goed over Asa: hij "deed wat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David" (1 Koningen 15:11), en zijn hart was volkomen met de HEERE al zijn dagen (1 Koningen 15:14). Toch noemt Kronieken ernstige zonden uit zijn latere jaren: hij steunde op de koning van Syrië, zette de ziener Hanani gevangen, onderdrukte enigen uit het volk en zocht in zijn ziekte de HEERE niet.
Wat bad Asa tegen Zerah de Moor?
Toen Zerah de Moor met een enorm leger tot Maresa kwam, bad Asa: "HEERE, het is niets bij U, te helpen hetzij den machtige, hetzij den krachteloze; help ons, o HEERE, onze God! Want wij steunen op U, en in Uw Naam zijn wij gekomen tegen deze menigte" (2 Kronieken 14:11). De HEERE plaagde de Moren voor Asa en Juda, en zij vluchtten (2 Kronieken 14:12).
Wat betekent "Zijn ogen doorlopen de ganse aarde"?
Deze woorden staan in 2 Kronieken 16:9. De ziener Hanani zei ze tegen Asa, nadat die op Benhadad van Syrië had gesteund in plaats van op God: "Zijn ogen doorlopen de ganse aarde, om Zich sterk te bewijzen aan degenen, welker hart volkomen is tot Hem." Het betekent dat God overal ziet wie op Hem vertrouwt, en Zijn kracht wil tonen aan wie een onverdeeld hart heeft.
Waarom bestrafte de ziener Hanani koning Asa?
Hanani bestrafte Asa omdat hij tegen Baësa de hulp van Syrië had gekocht in plaats van op God te steunen: "Omdat gij gesteund hebt op den koning van Syrie, en niet gesteund hebt op den HEERE, uw God" (2 Kronieken 16:7). Hij herinnerde aan Zerah: tegen een groot leger had Asa wel op de HEERE vertrouwd (2 Kronieken 16:8). Zijn slotwoord was: "gij hebt hierin zottelijk gedaan; want van nu af zullen oorlogen tegen u zijn" (2 Kronieken 16:9). Over het verdrag zelf staat meer bij Benhadad.
Was het zonde dat Asa naar de medicijnmeesters ging?
Het verwijt in 2 Kronieken 16:12 is niet dat Asa artsen raadpleegde, maar dat hij "den HEERE niet" zocht in zijn krankheid. De Bijbel veroordeelt geneeskunde niet; Lukas heet "de medicijnmeester, de geliefde" (Kolossenzen 4:14). Bij Asa past het in een lijn: ook tegenover Benhadad vertrouwde hij op middelen zonder God te zoeken. Middelen gebruiken en de HEERE zoeken gaan juist samen.
Waarom zette Asa zijn moeder Maacha af?
Asa zette Maacha af, "dat zij geen koningin ware, omdat zij een afgrijselijken afgod in een bos gemaakt had" (1 Koningen 15:13). Hij verbrandde het beeld aan de beek Kidron. Omdat Maacha ook de moeder van zijn vader Abiam wordt genoemd (1 Koningen 15:2), en 2 Kronieken 11:20-22 haar de moeder van Abia noemt, denken veel uitleggers dat zij zijn grootmoeder was en als koninginnemoeder aan het hof invloed had.
Is Abiam dezelfde als Abia, de vader van Asa?
Ja. De vader van Asa heet in 1 Koningen 15 Abiam en in 2 Kronieken 13 en Mattheüs 1:7 Abia. Het gaat om dezelfde koning, de zoon van Rehabeam, die drie jaar regeerde. Na zijn dood staat er: "en Asa, zijn zoon, regeerde in zijn plaats" (1 Koningen 15:8).
Hoe lang regeerde Asa en wie volgde hem op?
Asa regeerde eenenveertig jaar te Jeruzalem (1 Koningen 15:10). In het negenendertigste jaar werd hij ziek aan zijn voeten, en hij stierf in het eenenveertigste jaar van zijn regering (2 Kronieken 16:12-13; vergelijk 1 Koningen 15:23). Hij werd begraven in een graf dat hij voor zichzelf gegraven had in de stad Davids. Zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats (1 Koningen 15:24).
Wat kunnen wij leren van Asa?
Wij leren van Asa dat een goed begin niet vanzelf een goed einde geeft. Hij steunde in de grote nood op de HEERE, maar zocht later hulp bij een mens en verdroeg geen bestraffing. Zijn leven roept ons op om de HEERE te blijven zoeken, ook in rustige tijden, in ziekte en in de oude dag, want "Zijn ogen doorlopen de ganse aarde" om Zich sterk te bewijzen aan wie Hem met een volkomen hart vertrouwt.

Stel een vraag over Asa

Wilt u meer weten over Asa? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Asa

Verdiep u verder