Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1440 v.Chr.

Bezaleël in de Bijbel

Betsal’el (בְּצַלְאֵל, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk in de schaduw van God”

Wie was Bezaleël?

Bezaleël was een kunstenaar uit de stam Juda, de zoon van Uri en kleinzoon van Hur. God vervulde hem met Zijn Geest, met wijsheid en verstand, om samen met Aholiab de tabernakel, de ark en al het gereedschap in de woestijn te maken (Exodus 31:1-6).

Bezaleël staat in het tweede deel van Exodus, waar de bouw van de tabernakel beschreven wordt: Exodus 31, 35, 36, 37 en 38. Verder noemen alleen 1 Kronieken 2:20 en 2 Kronieken 1:5 hem. Zijn naam valt voor het eerst als God op de berg Sinaï, die Deuteronomium ook Horeb noemt, de beschrijving van de tabernakel aan Mozes afrondt. Dan zegt Hij: "Zie, Ik heb met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda" (Exodus 31:2). God had hem vervuld met Zijn Geest, met wijsheid, verstand en wetenschap, om te werken in goud, zilver en koper, in steen en in hout. Aholiab, de zoon van Ahisamach uit de stam Dan, werd hem toegevoegd. Na de zonde met het gouden kalf en het vernieuwen van het verbond maakt Mozes deze roeping aan het volk bekend (Exodus 35:30-35). Daarna begint het werk. Het volk brengt zoveel gaven dat er moet worden omgeroepen dat niemand meer iets brengt (Exodus 36:6). Exodus 37 noemt Bezaleël als maker van de ark en het verzoendeksel, en Exodus 38:22 vat samen dat hij maakte "al, dat de HEERE aan Mozes geboden had". Bezaleël is niet te verwarren met een latere Bezaleël uit de tijd van Ezra, een van de mannen die een vreemde vrouw getrouwd hadden (Ezra 10:30).

Historische context

Exodus noemt geen jaartal. Wie de uittocht rond 1446 voor Christus plaatst, op grond van 1 Koningen 6:1, komt voor de bouw van de tabernakel rond 1445 voor Christus, in ronde getallen rond 1440. Israël kwam in de derde maand na de uittocht bij de Sinaï (Exodus 19:1), en de tabernakel werd opgericht op de eerste dag van het tweede jaar (Exodus 40:17). Het werk van Bezaleël viel dus binnen dat ene jaar. Een andere gangbare datering plaatst de uittocht in de dertiende eeuw voor Christus; beide blijven onzeker. Zijn afstamming staat in 1 Kronieken 2:18-20: Kaleb, de zoon van Hezron, kreeg uit Efrath een zoon Hur, Hur gewon Uri, en Uri gewon Bezaleël. Deze Kaleb is waarschijnlijk niet de verspieder Kaleb, de zoon van Jefunne. Die was een tijdgenoot van Bezaleël (Jozua 14:7) en kan dus moeilijk zijn overgrootvader zijn. Of zijn grootvader Hur dezelfde is als de Hur die met Aaron de handen van Mozes ondersteunde (Exodus 17:12) en die met Aaron de leiding had toen Mozes de berg opging (Exodus 24:14), zegt de tekst niet. Veel uitleggers houden het voor mogelijk, omdat beide Hurs in dezelfde tijd en dezelfde kring voorkomen; de kanttekening bij Exodus 17:10 houdt hen juist voor twee personen. Josephus noemt Hur de man van Mirjam; dat is overlevering, geen gegeven uit de Bijbel. Het materiaal kwam van het volk, dat bij de uittocht zilveren en gouden vaten van de Egyptenaren had gekregen (Exodus 12:35). Alleen al het goud voor het heiligdom woog 29 talenten en 730 sikkels (Exodus 38:24). De ark was tweeënhalve el lang en anderhalve el breed en hoog (Exodus 37:1); met een el van ongeveer vijfenveertig centimeter, een gangbare schatting, is dat ruim een meter lang.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Begaafd en vervuld met de Geest Gods, met wijsheid en verstand (Exodus 31:3)
  • Veelzijdig vakman in goud, zilver, koper, steen en hout (Exodus 31:4-5)
  • Leraar die anderen onderwees (Exodus 35:34)
  • Gehoorzaam: hij maakte alles wat de HEERE aan Mozes geboden had (Exodus 38:22)

Theologische betekenis

Het eerste wat de Schrift over Bezaleël zegt, gaat niet over zijn talent maar over Gods daad: "Ik heb met name geroepen" en "Ik heb hem vervuld met den Geest Gods" (Exodus 31:2-3). Zijn vakmanschap is een gave van God. De Geest wordt hier niet verbonden met profetie of leiderschap, maar met het bewerken van goud en hout. Al eerder zei Farao van Jozef dat Gods Geest in hem was (Genesis 41:38), en in Exodus 28:3 spreekt God van wijzen van hart die Hij "met de geest der wijsheid vervuld" heeft om de priesterklederen te maken. Bij Bezaleël zegt Hij het nog sterker: "Ik heb hem vervuld met den Geest Gods". Eeuwen later klinkt dezelfde taal bij de kopersmid Hiram, die het koperwerk voor de tempel van Salomo maakte: hij "vervuld was met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap" (1 Koningen 7:14). Die gave was gebonden aan Gods woord. Mozes moest alles maken naar het voorbeeld dat hem op de berg getoond was (Exodus 25:40), en Bezaleël maakte "al, dat de HEERE aan Mozes geboden had" (Exodus 38:22). Zijn vrijheid als kunstenaar lag binnen de opdracht. Hebreeën 8:5 haalt hetzelfde gebod aan en noemt de tabernakel "het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen". Wat Bezaleël maakte, wees dus vooruit; het verzoendeksel en de ark waren de plaats van Gods tegenwoordigheid en van de verzoening. Hebreeën 9:5 noemt "de cherubijnen der heerlijkheid, die het verzoendeksel beschaduwden", en Paulus zegt van Christus dat God Hem "voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed" (Romeinen 3:25). Direct na zijn roeping volgt het gebod van de sabbat (Exodus 31:12-17), en ook voordat het werk begint, herhaalt Mozes dat gebod (Exodus 35:2). Veel uitleggers zien daarin dat zelfs het werk aan het heiligdom op de sabbat moest rusten.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Betsal’el (בְּצַלְאֵל, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk in de schaduw van God

Sleutelmomenten

1

Met name geroepen

Op de berg Sinaï zegt God tot Mozes dat Hij Bezaleël met name geroepen heeft en hem vervuld heeft met Zijn Geest, met wijsheid, verstand en wetenschap voor alle handwerk.

Exodus 31:1-5

2

Aholiab toegevoegd

God voegt Aholiab uit de stam Dan aan Bezaleël toe en geeft wijsheid aan allen die wijs van hart zijn. Samen zullen zij de tent der samenkomst, de ark en al het gereedschap maken.

Exodus 31:6-11

3

Aan het volk voorgesteld

Mozes maakt de roeping van Bezaleël aan het volk bekend. Hij noemt ook dat God hem en Aholiab de gave gaf om anderen te onderwijzen.

Exodus 35:30-35

4

Het werk begint

Bezaleël, Aholiab en alle wijzen van hart nemen de gaven van het volk in ontvangst. Er wordt zoveel gebracht dat Mozes laat omroepen dat niemand meer iets brengt.

Exodus 36:1-7

5

De ark en het verzoendeksel

Bezaleël maakt de ark van sittimhout, overtrekt haar met louter goud en maakt het verzoendeksel met de twee gouden cherubim.

Exodus 37:1-9

6

Zijn altaar bij Salomo

Eeuwen later staat het koperen altaar dat Bezaleël gemaakt had nog bij de tabernakel in Gibeon. Daar offert Salomo aan het begin van zijn regering.

2 Kronieken 1:5

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Bezaleël beter te begrijpen.

Exodus 31:2

“Zie, Ik heb met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.”

De roeping van Bezaleël. God noemt hem bij name, met zijn vader, grootvader en stam.

Exodus 31:3

“En Ik heb hem vervuld met den Geest Gods, met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;”

De Geest van God wordt hier verbonden met wijsheid voor handwerk.

Exodus 35:34

“Hij heeft hem ook in zijn hart gegeven anderen te onderwijzen, hem en Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan.”

Bezaleël en Aholiab kregen niet alleen vakmanschap, maar ook de gave om het door te geven.

Exodus 38:22

“Bezaleel nu, de zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda, maakte al, dat de HEERE aan Mozes geboden had.”

De samenvatting van zijn werk: alles naar het gebod van de HEERE.

2 Kronieken 1:5

“Ook was het koperen altaar, dat Bezaleel, de zoon van Uri, den zoon van Hur, gemaakt had, aldaar voor den tabernakel des HEEREN; Salomo nu en de gemeente bezochten hetzelve.”

Eeuwen later staat zijn altaar nog bij de tabernakel in Gibeon.

Tijdperiode

~1440 v.Chr.

Bezaleël leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Bezaleël laat zien dat God mensen roept voor heel verschillende taken. Niet iedereen is profeet, priester of leider. Bezaleël werkte met zijn handen, en God noemde hem bij name. Wie vakwerk doet, mag weten dat ook die gaven van God komen. Zijn gaven waren wel gebonden aan Gods woord. Bezaleël was een begaafd kunstenaar, maar hij maakte de tabernakel niet naar eigen smaak. Hij volgde het voorbeeld dat God aan Mozes had gegeven. Dat vraagt ook van ons dat wij onze gaven niet gebruiken om onszelf te tonen, maar om te dienen. Bezaleël onderwees bovendien anderen (Exodus 35:34). Een gave is niet alleen om zelf te gebruiken, maar ook om door te geven, zodat anderen mee kunnen werken. Paulus zegt het zo: "er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest" (1 Korinthe 12:4). Petrus schrijft dat ieder zijn gave moet bedienen aan anderen (1 Petrus 4:10). En hij werkte niet alleen. Aholiab, de wijzen van hart en een volk dat vrijwillig gaf, werkten mee. De woning van God kwam tot stand door velen, ieder met een eigen plaats.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Bezaleël

Wie was Bezaleël in de Bijbel?
Bezaleël was een kunstenaar uit de stam Juda, de zoon van Uri en kleinzoon van Hur. God riep hem met name en vervulde hem met Zijn Geest, met wijsheid, verstand en wetenschap, om de tabernakel in de woestijn te maken (Exodus 31:2-3). Samen met Aholiab uit de stam Dan leidde hij het werk. Exodus 37 noemt hem als maker van de ark en het verzoendeksel.
Waar staat Bezaleël in de Bijbel?
Bezaleël staat vooral in Exodus: zijn roeping in Exodus 31:1-11, de bekendmaking aan het volk in Exodus 35:30-35, het begin van het werk in Exodus 36:1-2, de ark in Exodus 37:1-9 en een samenvatting in Exodus 38:22. Verder noemt 1 Kronieken 2:20 hem in het geslachtsregister van Juda en 2 Kronieken 1:5 zijn koperen altaar in de tijd van Salomo.
Wat betekent de naam Bezaleël?
De naam Bezaleël betekent waarschijnlijk in de schaduw van God, in de zin van onder Gods bescherming. De Bijbel zelf verklaart de naam niet, en het verhaal legt er ook geen nadruk op. Het trema laat zien dat de laatste twee klinkers los van elkaar uitgesproken worden: Be-za-le-ël.
Wat maakte Bezaleël voor de tabernakel?
Volgens Exodus 31:7-11 maakten Bezaleël en Aholiab met de wijzen van hart de tent der samenkomst, de ark, het verzoendeksel, de tafel, de kandelaar, het reukaltaar, het brandofferaltaar, het wasvat, de priesterklederen, de zalfolie en het reukwerk. Exodus 37 noemt Bezaleël bij name als maker van de ark van sittimhout met het verzoendeksel en de twee gouden cherubim.
Wie was Aholiab?
Aholiab was de zoon van Ahisamach uit de stam Dan. God voegde hem toe aan Bezaleël (Exodus 31:6), en samen kregen zij de gave om anderen te onderwijzen (Exodus 35:34). Exodus 38:23 noemt hem "een werkmeester en vernuftig kunstenaar, en een borduurder in hemelsblauw, en in purper, en in scharlaken, en in fijn linnen". Bezaleël kwam uit Juda, Aholiab uit Dan: zo werkten twee stammen samen aan het heiligdom.
Wat betekent dat Bezaleël vervuld was met de Geest Gods?
God zegt in Exodus 31:3: "Ik heb hem vervuld met den Geest Gods, met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk". Zijn vakmanschap kwam dus van God. De Geest wordt hier niet verbonden met profetie, maar met wijsheid voor handwerk. Eerder zei Farao al van Jozef dat Gods Geest in hem was (Genesis 41:38), en in Exodus 28:3 spreekt God van wijzen van hart die Hij met de geest der wijsheid vervuld heeft. Bij Bezaleël zegt Hij het nog sterker.
Was Hur, de grootvader van Bezaleël, de Hur uit Exodus 17?
Dat is mogelijk, maar niet zeker. Exodus 31:2 noemt Bezaleël de zoon van Uri, de zoon van Hur. In Exodus 17:12 ondersteunen Aaron en Hur de handen van Mozes, en in Exodus 24:14 hebben zij samen de leiding als Mozes de berg opgaat. Veel uitleggers houden het voor mogelijk dat die Hur de grootvader van Bezaleël is, omdat beide in dezelfde tijd voorkomen. De kanttekening bij Exodus 17:10 houdt hen juist voor twee personen. De tekst legt het verband niet.
Is Bezaleël familie van Kaleb?
Volgens 1 Kronieken 2:18-20 stamt Bezaleël af van Kaleb, de zoon van Hezron: Kaleb gewon Hur, Hur gewon Uri, en Uri gewon Bezaleël. Die Kaleb is waarschijnlijk niet de verspieder Kaleb, de zoon van Jefunne, want die was een tijdgenoot van Bezaleël (Jozua 14:7). Ook de Bezaleël uit Ezra 10:30 is een andere man, uit de tijd na de ballingschap.
Wat zegt het Nieuwe Testament over de tabernakel die Bezaleël maakte?
Hebreeën 8:5 haalt het gebod aan dat Mozes alles moest maken naar het voorbeeld op de berg, en noemt de tabernakel "het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen". Wat Bezaleël maakte, wees dus vooruit. Johannes 1:14 zegt dat het Woord vlees werd en "heeft onder ons gewoond": in Christus woont God onder Zijn volk. En Hebreeën 9:5 noemt de cherubijnen die het verzoendeksel beschaduwden, het werk van Bezaleël.
Wat kunnen wij leren van Bezaleël?
Bezaleël leert ons dat God mensen roept voor heel verschillende taken, ook voor handwerk. Zijn gaven kwamen van God, en hij gebruikte ze om te maken wat God geboden had, niet naar eigen smaak (Exodus 38:22). Hij onderwees anderen en werkte samen met Aholiab en vele wijzen van hart. Zo kan ook gewoon werk dienst aan God zijn.

Stel een vraag over Bezaleël

Wilt u meer weten over Bezaleël? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Bezaleël

Verdiep u verder