Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~600 v.Chr.

De Rechabieten in de Bijbel

Rekabim (רֵכָבִים, Hebreeuws) - “Nakomelingen van Rechab”

Wie waren de Rechabieten?

De Rechabieten waren de nakomelingen van Jonadab, de zoon van Rechab. Op zijn gebod dronken zij geen wijn en woonden zij in tenten. Toen Jeremia hun in de tempel wijn voorzette, weigerden zij. God stelde hun trouw als voorbeeld voor het ongehoorzame Juda (Jeremia 35:14).

De Rechabieten staan vooral in Jeremia 35. De Statenvertaling spreekt van "der Rechabieten huis" (Jeremia 35:2). Hun stamvader was Jonadab, de zoon van Rechab, die in 2 Koningen 10:15-23 met koning Jehu meereed. 1 Kronieken 2:55 rekent het huis van Rechab bij de Kenieten. Wat de naam Rechab betekent, is onzeker. Jonadab had zijn nakomelingen een levensregel gegeven: geen wijn drinken, geen huis bouwen, geen zaad zaaien, geen wijngaard planten, maar in tenten wonen, "opdat gij veel dagen leeft in het land, alwaar gij als vreemdeling verkeert" (Jeremia 35:7). Zij hielden zich daaraan, met hun vrouwen, zonen en dochters. In de dagen van Jojakim waren zij voor de legers van de Chaldeeën en de Syriërs naar Jeruzalem uitgeweken. Toen kreeg Jeremia de opdracht hen in een kamer van de tempel te brengen en hun wijn te drinken te geven. Hij zette hun "koppen vol wijn en bekers" voor (Jeremia 35:5), maar zij weigerden. Daarop sprak de HEERE tot Juda: deze mensen luisteren naar het gebod van hun vader, maar u luistert niet naar Mij. Aan de Rechabieten gaf Hij een belofte. Niet te verwarren met Rechab, de zoon van Rimmon, die Isboseth doodde (2 Samuël 4:2-6). Jaazanja, die in Jeremia 35:3 als eerste van de Rechabieten wordt genoemd, was een zoon van een zekere Jeremia, maar dat is niet de profeet.

Historische context

Jonadab trad op in de negende eeuw voor Christus. Toen Jehu, rond 841 voor Christus volgens de gangbare tijdrekening, het huis van Achab uitroeide, kwam Jonadab hem tegemoet. Jehu vroeg: "Is uw hart recht, gelijk als mijn hart met uw hart is?" (2 Koningen 10:15). Jonadab gaf hem de hand, reed met hem naar Samaria en ging met hem het huis van Baal binnen (2 Koningen 10:23). De Bijbel zegt niet waarom hij zijn nakomelingen hun levensregel gaf. Veel uitleggers denken aan bewuste afstand van de stadscultuur van Kanaän en de afgoderij die daarmee verweven was. Dat blijft een verklaring; Jeremia 35 noemt alleen het gebod zelf. Volgens 1 Kronieken 2:55 hoorde het huis van Rechab bij de Kenieten. De kinderen van de Keniet, de schoonvader van Mozes, trokken in de tijd van de richters met Juda mee (Richteren 1:16). Hoe de Rechabieten precies aan die families verbonden waren, zegt de Bijbel niet. Jeremia 35 speelt in de dagen van Jojakim, die volgens de gangbare tijdrekening van 609 tot 598 voor Christus regeerde. De Rechabieten zeggen dat zij naar Jeruzalem kwamen toen Nebukadnezar optrok, "vanwege het heir der Chaldeen, en vanwege het heir der Syriers" (Jeremia 35:11). Dat past bij 2 Koningen 24:1-2, waar de HEERE benden van Chaldeeën, Syriërs, Moabieten en Ammonieten tegen Juda zond. Het voorval valt dus waarschijnlijk in de laatste jaren van Jojakim, rond 600 voor Christus. De kamer waar Jeremia hen bracht, lag in het tempelcomplex, bij de kamer van de oversten (Jeremia 35:4). Nehemia 3:14 noemt later een Malchia, de zoon van Rechab; of hij tot dit geslacht behoorde, is onzeker.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Gehoorzaam aan het gebod van hun vader, generaties lang en met het hele gezin (Jeremia 35:8-10)
  • Standvastig: zelfs in de tempel, toen een profeet hun wijn voorzette, weigerden zij (Jeremia 35:5-6)
  • Zij verantwoordden hun verblijf in de stad: zij waren er gekomen vanwege het leger van de Chaldeeën en de Syriërs (Jeremia 35:11)

Theologische betekenis

Jeremia 35 is een gelijkenis in daden. God liet Jeremia de Rechabieten wijn voorzetten, niet om hen te verleiden, maar om hun trouw zichtbaar te maken voor Jeruzalem. De les wordt daarna uitdrukkelijk getrokken. De woorden van Jonadab "zijn bevestigd", zegt de HEERE, "en Ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt naar Mij niet gehoord" (Jeremia 35:14). Het is een redenering van het kleine naar het grote. Een mens gaf een gebod, en zijn kinderen hielden het meer dan twee eeuwen. God gaf Zijn wet en zond profeet na profeet, en Juda luisterde niet (Jeremia 35:15). Dezelfde gedachte klinkt bij Maleachi: "Een zoon zal den vader eren, en een knecht zijn heer; ben Ik dan een Vader, waar is Mijn eer?" (Maleachi 1:6). De brief aan de Hebreeën zegt: "zullen wij dan niet veel meer den Vader der geesten onderworpen zijn, en leven?" (Hebreeën 12:9). Het gaat in dit hoofdstuk om gehoorzaamheid, niet om wijn. De Bijbel maakt van de leefregel van Jonadab geen gebod voor heel Israël. De nazireeër onthield zich voor een tijd van wijn (Numeri 6:3), maar dat was een vrijwillige gelofte. Wie nadenkt over alcohol en geloof, vindt daarover meer bij het onderwerp alcohol; Jeremia 35 prijst de trouw van een familie. De belofte aan het einde is opvallend: "Er zal Jonadab, den zoon van Rechab, niet worden afgesneden een man, die voor Mijn aangezicht sta, al de dagen" (Jeremia 35:19). Voor het aangezicht van God staan is in het Oude Testament de taal van dienst; zo zei Elia: "voor Wiens aangezicht ik sta" (1 Koningen 17:1). Terwijl Juda het oordeel aangezegd kreeg, ontving deze kleine familie een toekomst.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Rekabim (רֵכָבִים, Hebreeuws)

Betekenis

Nakomelingen van Rechab

Sleutelmomenten

1

Jonadab rijdt met Jehu mee

Jehu ontmoet Jonadab, de zoon van Rechab, en vraagt of zijn hart recht is. Jonadab geeft hem de hand en stapt op de wagen: "Ga met mij, en zie mijn ijver aan voor den HEERE".

2 Koningen 10:15-16

2

In het huis van Baal

Jonadab gaat met Jehu het huis van Baal in Samaria binnen. Daarna worden de dienaren van Baal gedood en wordt het huis afgebroken.

2 Koningen 10:23-27

3

Uitgeweken naar Jeruzalem

Toen Nebukadnezar tegen het land optrok, trokken de Rechabieten naar Jeruzalem en bleven daar, vanwege het leger van de Chaldeeën en de Syriërs.

Jeremia 35:11

4

Wijn in de tempelkamer

Op bevel van de HEERE brengt Jeremia Jaazanja en het hele huis van de Rechabieten in een kamer van de tempel. Hij zet hun wijn voor, maar zij zeggen: "Wij zullen geen wijn drinken".

Jeremia 35:2-6

5

Een spiegel voor Juda

De HEERE laat Jeremia tot Juda en Jeruzalem zeggen dat het gebod van Jonadab is gehouden, terwijl het volk niet heeft gehoord naar Hem en naar Zijn profeten. Daarom zal het aangekondigde kwaad komen.

Jeremia 35:13-17

6

De belofte

Omdat de Rechabieten het gebod van hun vader hebben bewaard, belooft de HEERE dat Jonadab nooit een man zal ontbreken die voor Zijn aangezicht staat.

Jeremia 35:18-19

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van de Rechabieten beter te begrijpen.

2 Koningen 10:15

“En van daar gegaan zijnde, zo vond hij Jonadab, den zoon van Rechab, hem tegemoet; die hem groette; en hij zeide tot hem: Is uw hart recht, gelijk als mijn hart met uw hart is? En Jonadab zeide: Het is, ja, het is; geef uw hand. En hij gaf zijn hand, en hij deed hem tot zich op den wagen klimmen.”

De eerste keer dat Jonadab, de stamvader van de Rechabieten, in de Bijbel verschijnt: als bondgenoot van Jehu tegen de dienst van Baal.

Jeremia 35:6

“Maar zij zeiden: Wij zullen geen wijn drinken; want Jonadab, de zoon van Rechab, onze vader, heeft ons geboden, zeggende: Gijlieden zult geen wijn drinken, gij, noch uw kinderen, tot in eeuwigheid.”

Het antwoord van de Rechabieten in de tempelkamer. Zij beroepen zich niet op een eigen overtuiging, maar op het woord van hun vader.

Jeremia 35:7

“Ook zult gijlieden geen huis bouwen, noch zaad zaaien, noch wijngaard planten, noch hebben; maar gij zult in tenten wonen al uw dagen; opdat gij veel dagen leeft in het land, alwaar gij als vreemdeling verkeert.”

De volledige leefregel van Jonadab. Hij wilde dat zijn nakomelingen als vreemdelingen in het land zouden leven.

Jeremia 35:14

“De woorden van Jonadab, den zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn zouden drinken, zijn bevestigd; want zij hebben geen wijn gedronken tot op dezen dag, maar het gebod huns vaders gehoord; en Ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt naar Mij niet gehoord.”

De kern van het hoofdstuk: de trouw van de Rechabieten tegenover de ongehoorzaamheid van Juda.

Jeremia 35:19

“Daarom alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Er zal Jonadab, den zoon van Rechab, niet worden afgesneden een man, die voor Mijn aangezicht sta, al de dagen.”

De belofte aan de Rechabieten, uitgesproken in dezelfde tijd waarin Juda het oordeel werd aangezegd.

1 Kronieken 2:55

“En de huisgezinnen der schrijvers, die te Jabes woonden, de Tirathieten, de Simeathieten, de Suchathieten; dezen zijn de Kenieten, die gekomen zijn van Hammath, den vader van het huis van Rechab.”

Het geslachtsregister rekent het huis van Rechab bij de Kenieten. Verder geeft de Bijbel over hun afkomst weinig.

Tijdperiode

~600 v.Chr.

De Rechabieten leefden in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

De Rechabieten leren ons dat trouw in concrete dingen gewicht heeft. Hun gebod was eenvoudig en zichtbaar. Zij hielden het, ook toen een profeet in de tempel hun wijn voorzette. Trouw blijkt vaak juist op het moment dat toegeven gemakkelijk zou zijn. Zij houden ons ook een spiegel voor. Als mensen zo trouw zijn aan het woord van een aardse vader, hoe staat het dan met onze gehoorzaamheid aan de hemelse Vader? God spreekt tot ons door Zijn Woord, keer op keer. De vraag uit Jeremia 35:13 geldt ook voor ons: willen wij tucht aannemen en naar Zijn woorden horen? Verder laat dit hoofdstuk zien hoe ver het onderwijs van ouders kan doorwerken. Jonadab gaf een regel die zijn nakomelingen meer dan twee eeuwen bewaarden. Spreuken zegt: "Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet" (Spreuken 1:8). Wat ouders voorleven en leren, kan generaties lang vrucht dragen. De Rechabieten woonden bovendien als vreemdelingen in het land. Zo spreekt Petrus de gelovigen aan als "inwoners en vreemdelingen" (1 Petrus 2:11). Wie niet te vast aan deze wereld hangt, kan vrijer leven voor God.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over de Rechabieten

Wie waren de Rechabieten in de Bijbel?
De Rechabieten waren de nakomelingen van Jonadab, de zoon van Rechab, een tijdgenoot van koning Jehu. Op zijn gebod dronken zij geen wijn, bouwden zij geen huizen, zaaiden zij niet en woonden zij in tenten. In de dagen van koning Jojakim zette Jeremia hun in een kamer van de tempel wijn voor, maar zij weigerden. God stelde hun trouw als voorbeeld voor het ongehoorzame Juda en gaf hun een belofte (Jeremia 35:18-19).
Waar staan de Rechabieten in de Bijbel?
Het hoofdstuk over de Rechabieten is Jeremia 35. Hun stamvader Jonadab, de zoon van Rechab, staat in 2 Koningen 10:15-23, waar hij met Jehu meerijdt. 1 Kronieken 2:55 noemt het huis van Rechab bij de Kenieten. In Nehemia 3:14 herstelt een Malchia, de zoon van Rechab, de Mistpoort; of hij een Rechabiet was, is niet zeker.
Wie was Jonadab, de zoon van Rechab?
Jonadab was de stamvader van de Rechabieten. Hij leefde in de negende eeuw voor Christus en sloot zich aan bij Jehu toen die het huis van Achab en de dienst van Baal uitroeide. Jehu nam hem op zijn wagen mee met de woorden: "Ga met mij, en zie mijn ijver aan voor den HEERE" (2 Koningen 10:16). Hij is niet dezelfde als Jonadab, de neef van David en vriend van Amnon (2 Samuël 13:3).
Waarom dronken de Rechabieten geen wijn?
Omdat hun vader Jonadab het hun had geboden. Zij zeiden tegen Jeremia: "Wij zullen geen wijn drinken; want Jonadab, de zoon van Rechab, onze vader, heeft ons geboden" (Jeremia 35:6). Bij dat gebod hoorde ook dat zij geen huizen bouwden en in tenten woonden. Waarom Jonadab die regel gaf, zegt de Bijbel niet. Veel uitleggers denken aan afstand van de stadscultuur en de afgoderij van Kanaän.
Leert Jeremia 35 dat christenen geen alcohol mogen drinken?
Nee, dat is niet het punt van het hoofdstuk. God prijst de Rechabieten omdat zij het gebod van hun vader hielden, niet omdat geheelonthouding voor iedereen geboden is. De les staat in Jeremia 35:14: zij hoorden naar hun vader, maar Juda hoorde niet naar de HEERE. De leefregel van Jonadab gold alleen zijn familie. Elders noemt de Schrift de wijn een gave van God (Psalm 104:15) en waarschuwt zij tegen dronkenschap (Efeze 5:18).
Waarom brengt Jeremia de Rechabieten in de tempel?
Op bevel van de HEERE (Jeremia 35:2). Het was een openbare beproeving: in een kamer van het huis van de HEERE, voorgezet door een profeet, met "koppen vol wijn en bekers" (Jeremia 35:5). Juist daar bleven de Rechabieten bij hun gebod. Zo kon God hun trouw aan heel Jeruzalem laten zien als een aanklacht tegen het volk, dat Zijn profeten niet wilde horen.
Wat beloofde God aan de Rechabieten?
God beloofde: "Er zal Jonadab, den zoon van Rechab, niet worden afgesneden een man, die voor Mijn aangezicht sta, al de dagen" (Jeremia 35:19). Voor het aangezicht van God staan is in het Oude Testament de taal van dienst, zoals Elia zei: "voor Wiens aangezicht ik sta" (1 Koningen 17:1). Hoe die belofte later precies vervuld werd, vertelt de Bijbel niet.
Waren de Rechabieten Kenieten en familie van Jethro?
Volgens 1 Kronieken 2:55 hoorde het huis van Rechab bij de Kenieten. Tot de Kenieten behoorde ook de familie van de schoonvader van Mozes (Richteren 1:16), die in de Statenvertaling meestal Jethro heet. Of de Rechabieten rechtstreeks van hem afstamden, zegt de Bijbel niet. Als Kenieten waren zij waarschijnlijk geen Israëlieten van afkomst, al noemt 1 Kronieken 2 hen bij de geslachten van Juda.
Is de Jeremia uit Jeremia 35:3 de profeet?
Nee. Jaazanja, die als eerste van de Rechabieten wordt genoemd, was "den zoon van Jeremia, den zoon van Habazzinja" (Jeremia 35:3). Dat is een naamgenoot van de profeet. Ook Rechab, de zoon van Rimmon, die samen met Baena koning Isboseth doodde (2 Samuël 4:2-6), heeft niets met Jonadab te maken. De Rechabieten zijn genoemd naar Rechab, de vader van Jonadab.
Wat kunnen wij leren van de Rechabieten?
De Rechabieten leren ons trouw in concrete dingen, ook als toegeven gemakkelijk zou zijn. Zij houden ons een spiegel voor: als mensen zo trouw zijn aan een aardse vader, hoeveel te meer past ons gehoorzaamheid aan de hemelse Vader (Hebreeën 12:9). Hun geschiedenis laat ook zien hoe ver het onderwijs van ouders kan doorwerken. En zij herinneren eraan dat gelovigen als vreemdelingen in deze wereld leven.

Stel een vraag over de Rechabieten

Wilt u meer weten over de Rechabieten? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over de Rechabieten

Verdiep u verder