Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~630 v.Chr.

Zefanja in de Bijbel

Tsefanja (צְפַנְיָה, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: de HEERE verbergt (beschermt)”

Wie was Zefanja?

Zefanja was een profeet in Juda in de dagen van koning Josia, rond 630 voor Christus. Hij was de zoon van Cuschi en een nakomeling van Hizkia in de vierde generatie (Zefanja 1:1). Hij kondigde de grote dag des HEEREN aan als oordeel over Juda en de volken, en beloofde herstel voor een nederig overblijfsel.

Alles wat wij over de persoon Zefanja weten, staat in het eerste vers van zijn boek: "Het woord des HEEREN, hetwelk geschied is tot Zefanja, den zoon van Cuschi, den zoon van Gedalja, den zoon van Amarja, den zoon van Hizkia; in de dagen van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda" (Zefanja 1:1). Geen andere profeet krijgt een geslachtslijst van vier generaties. Over zijn roeping, zijn beroep of zijn levenseinde zegt de Bijbel niets. Zefanja is de negende van de twaalf kleine profeten. Het boek telt drie hoofdstukken en volgt een heldere lijn. Hoofdstuk 1 kondigt de dag des HEEREN aan als oordeel over Juda en Jeruzalem: over de afgoderij en over de mensen "die in hun hart zeggen: De HEERE doet geen goed, en Hij doet geen kwaad" (Zefanja 1:12). Hoofdstuk 2 roept op om de HEERE te zoeken zolang het kan, en spreekt daarna over de volken rondom: de Filistijnen, Moab en Ammon, de Moren en Assur met de hoofdstad Nineve. Hoofdstuk 3 klaagt Jeruzalem opnieuw aan, maar eindigt met een belofte. God laat "een ellendig en arm volk" over dat op Zijn Naam vertrouwt (Zefanja 3:12), en Hij Zelf zal Zich over hen verheugen (Zefanja 3:17). De Statenvertaling schrijft de naam van de profeet als Zefanja. In de bijbellezer van deze site staat zijn boek onder de naam Sefanja; het gaat om hetzelfde boek. Eén keer gebruikt de Statenvertaling zelf de vorm Sefanja (Jeremia 37:3), maar dan voor een andere man: een priester in de tijd van koning Zedekia, die elders in de Statenvertaling ook Zefanja heet. Niet te verwarren met die priester Zefanja, de zoon van Maaseja, die enkele keren als bode tussen koning Zedekia en Jeremia optrad (Jeremia 21:1) en na de val van Jeruzalem als "den tweeden priester" werd weggevoerd (2 Koningen 25:18). Ook een Leviet in een geslachtslijst (1 Kronieken 6:36) en de vader van een zekere Josia na de ballingschap (Zacharia 6:10) heetten Zefanja.

Historische context

Zefanja profeteerde "in de dagen van Josia" (Zefanja 1:1). Josia regeerde eenendertig jaar te Jeruzalem (2 Koningen 22:1), gewoonlijk gedateerd van ongeveer 640 tot 609 voor Christus. Een jaartal geeft het boek niet. Veel uitleggers plaatsen Zefanja in de eerste helft van die regering, rond 630 voor Christus, omdat hij nog spreekt over een land vol afgoderij. Josia kwam op de troon na een donkere periode. Zijn grootvader Manasse regeerde vijfenvijftig jaar en "deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN" (2 Koningen 21:1-2). Zijn vader Amon volgde dat voorbeeld en werd na twee jaar door zijn eigen knechten gedood (2 Koningen 21:19-23). Josia was acht jaar toen hij koning werd. In zijn achtste regeringsjaar begon hij God te zoeken, in zijn twaalfde begon hij Juda en Jeruzalem van de afgoden te reinigen (2 Kronieken 34:3), en in zijn achttiende jaar werd in de tempel het wetboek gevonden (2 Koningen 22:3, 2 Koningen 22:8), waarna de profetes Hulda werd geraadpleegd (2 Koningen 22:14). Wat Zefanja aanklaagt, is precies wat Josia later afschafte: het overblijfsel van Baal, de Chemarim, de aanbidding van het heir des hemels op de daken en het zweren bij Malcham (Zefanja 1:4-5). Het zeldzame woord Chemarim, voor de afgodspriesters, staat ook in het verslag van de hervorming (2 Koningen 23:4-5). Daar wordt ook de Ammonitische god Milchom genoemd (2 Koningen 23:13), in wie veel uitleggers de Malcham van Zefanja herkennen. Of Zefanja vóór of tijdens de hervorming sprak, blijft open. De woorden "het overblijfsel van Baal" (Zefanja 1:4) kunnen erop wijzen dat de opruiming al begonnen was. Internationaal was Assur nog de grootmacht, maar zijn macht nam af. Zefanja kondigde aan dat God Nineve "tot een verwoesting" zou stellen (Zefanja 2:13), terwijl de stad nog zei: "Ik ben het, en buiten mij is geen meer" (Zefanja 2:15). Volgens Babylonische kronieken viel Nineve in 612 voor Christus. Zijn tijdgenoot Jeremia begon te profeteren in het dertiende jaar van Josia (Jeremia 1:2); ook Nahum sprak over de val van Nineve. Over zijn afkomst blijft een vraag open. De voorvader Hizkia draagt in het Hebreeuws en in de Statenvertaling dezelfde naam als koning Hizkia (2 Koningen 18:1), op deze site Hiskia. Koning Hizkia was via Manasse en Amon de overgrootvader van Josia; Zefanja zou dan één geslacht jonger zijn dan de koning onder wie hij profeteerde, en chronologisch kan dat. Veel uitleggers denken daarom aan koninklijke afkomst, wat de lange geslachtslijst zou verklaren. Maar de tekst noemt deze Hizkia geen koning, en de naam kwam vaker voor. Het blijft een mogelijkheid, geen gegeven.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Sprak het oordeel ook uit over de vorsten en de kinderen des konings (Zefanja 1:8)
  • Riep op tot gerechtigheid en zachtmoedigheid (Zefanja 2:3)
  • Spaarde zijn eigen stad niet in zijn aanklacht (Zefanja 3:1-4)
  • Hield hoop vast voorbij het oordeel (Zefanja 3:14-17)

Theologische betekenis

De dag des HEEREN is het hart van Zefanja's boodschap. Amos had al gewaarschuwd dat die dag "duisternis wezen en geen licht" zou zijn (Amos 5:18), maar bij Zefanja krijgt hij zijn uitvoerigste beschrijving: "De grote dag des HEEREN is nabij" (Zefanja 1:14), een dag der verbolgenheid, der benauwdheid en der duisternis (Zefanja 1:15). Het oordeel treft eerst Gods eigen volk in Juda en Jeruzalem (Zefanja 1:4) en daarna ook de volken rondom (Zefanja 2:4-15, Zefanja 3:8), tot "al de goden der aarde" toe (Zefanja 2:11). De Latijnse vertaling van Zefanja 1:15 begint met de woorden dies irae (dag van toorn), die later de titel werden van een bekende middeleeuwse hymne over het laatste oordeel. Toch is oordeel niet het doel. Midden in de aankondiging klinkt de oproep: "Zoekt den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands" (Zefanja 2:3). Het woord "misschien" in dat vers is geen twijfel aan Gods goedheid, maar een erkenning dat redding genade is en geen recht. De zaligspreking "Zalig zijn de zachtmoedigen" (Mattheüs 5:5) grijpt terug op Psalm 37:11; uitleggers horen er ook de zachtmoedigen van Zefanja 2:3 in. Opvallend is wat Zefanja over de volken zegt. Na het oordeel zal God "tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen" (Zefanja 3:9), en zelfs van voorbij de rivieren van de Moren zullen aanbidders komen (Zefanja 3:10). Sommige uitleggers zien hierin een omkering van de spraakverwarring bij Babel (Genesis 11:9) en een vooruitwijzing naar Pinksteren, waar geldt dat "een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden" (Handelingen 2:21). Het overblijfsel dat God bewaart, is "een ellendig en arm volk" (Zefanja 3:12), zonder bedriegelijke tong (Zefanja 3:13). Openbaring gebruikt vergelijkbare woorden voor de verlosten: "En in hun mond is geen bedrog gevonden" (Openbaring 14:5). Het slot van het boek keert de dag van toorn om in een dag van vreugde. De HEERE, Die in hoofdstuk 3 al "in het midden van haar" was als Rechter (Zefanja 3:5), is nu in het midden van Zijn volk als "een Held, Die verlossen zal" (Zefanja 3:17). Het Nieuwe Testament neemt beide lijnen over. De dag des Heeren komt onverwacht, "gelijk een dief in de nacht" (1 Thessalonicenzen 5:2), en Openbaring spreekt van "de grote dag Zijns toorns" (Openbaring 6:17). Maar bij de intocht in Jeruzalem haalt Johannes vrij Zacharia 9:9 aan, ingeleid met de woorden "Vrees niet, gij dochter Sions" (Johannes 12:15). Sommige uitleggers horen daarin Zefanja 3:16: "Vrees niet, o Sion!"

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Tsefanja (צְפַנְיָה, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk: de HEERE verbergt (beschermt)

Betekenis van de naam Zefanja: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Het woord komt tot Zefanja

In de dagen van Josia, de zoon van Amon, geschiedde het woord des HEEREN tot Zefanja. Het vers noemt zijn voorouders tot Hizkia.

Zefanja 1:1

2

Oordeel over de afgoderij

God zou Zijn hand uitstrekken tegen Juda en Jeruzalem en het overblijfsel van Baal, de Chemarim en de dienst van het heir des hemels uitroeien.

Zefanja 1:4-6

3

De grote dag des HEEREN

Zefanja beschreef de nabije dag als een dag van verbolgenheid, duisternis en bazuingeschal, waarop zilver noch goud kan redden.

Zefanja 1:14-18

4

Zoekt den HEERE

Voordat de dag komt, riep hij het volk op zichzelf te doorzoeken en de zachtmoedigen om gerechtigheid en zachtmoedigheid te zoeken.

Zefanja 2:1-3

5

Oordeel over de volken

Het oordeel zou ook de Filistijnen, Moab en Ammon, de Moren en Assur treffen. Moab en Ammon zouden worden als Sodom en Gomorra, en Nineve, de stad die zeker woonde, als een woestijn.

Zefanja 2:4-15

6

Aanklacht tegen Jeruzalem

Jeruzalem nam de tucht niet aan. Haar vorsten, rechters, profeten en priesters schoten tekort, terwijl de rechtvaardige HEERE in haar midden was.

Zefanja 3:1-7

7

Een rein en nederig volk

God beloofde de volken een reine spraak om Zijn Naam aan te roepen, en Jeruzalem een ellendig en arm overblijfsel dat op Hem vertrouwt.

Zefanja 3:9-13

8

Het lied van vreugde

Sion wordt opgeroepen om te juichen: de HEERE heeft de oordelen weggenomen en is als een Held in haar midden, Die Zich over haar verheugt.

Zefanja 3:14-17

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Zefanja beter te begrijpen.

Zefanja 1:1

“Het woord des HEEREN, hetwelk geschied is tot Zefanja, den zoon van Cuschi, den zoon van Gedalja, den zoon van Amarja, den zoon van Hizkia; in de dagen van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda.”

Het enige biografische vers over de profeet. De geslachtslijst van vier generaties is uitzonderlijk; of Hizkia de koning is, zegt de tekst niet.

Zefanja 1:12

“En het zal geschieden te dien tijde, Ik zal Jeruzalem met lantaarnen doorzoeken; en Ik zal bezoeking doen over de mannen, die stijf geworden zijn op hun droesem, die in hun hart zeggen: De HEERE doet geen goed, en Hij doet geen kwaad.”

Het beeld is ontleend aan wijn die te lang op de droesem blijft staan. Het richt zich tegen mensen die leven alsof God niet ingrijpt.

Zefanja 1:14

“De grote dag des HEEREN is nabij; hij is nabij, en zeer haastende; de stem van den dag des HEEREN; de held zal aldaar bitterlijk schreeuwen.”

De kern van hoofdstuk 1. De dag des HEEREN is geen verre gedachte, maar staat voor de deur.

Zefanja 1:15

“Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid;”

De opeenstapeling van "een dag der" maakt de ernst voelbaar. In de Latijnse vertaling begint dit vers met de woorden dies irae.

Zefanja 2:3

“Zoekt den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toorn des HEEREN.”

De oproep in het midden van de oordeelsprediking. Het verborgen worden doet denken aan de waarschijnlijke betekenis van de naam Zefanja, al staat er in het Hebreeuws een ander werkwoord.

Zefanja 3:9

“Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder.”

Een belofte voor de volken. Zij zullen samen, als met één schouder, de HEERE dienen.

Zefanja 3:12

“Maar Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen.”

Na het wegnemen van de hoogmoedigen blijft een nederig overblijfsel over, dat niet op zichzelf maar op de HEERE vertrouwt.

Zefanja 3:17

“De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.”

Het bekendste vers van het boek. Niet alleen het volk juicht; God Zelf verheugt Zich over Zijn verloste volk.

Tijdperiode

~630 v.Chr.

Zefanja leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Bijbelboeken over Zefanja

Lessen voor vandaag

Zefanja richtte zich tegen mensen die "stijf geworden zijn op hun droesem" en zeiden dat de HEERE geen goed en geen kwaad doet (Zefanja 1:12). Zij loochenden God niet openlijk, maar leefden alsof Hij er niet toe deed. Die geestelijke gemakzucht is ook voor ons herkenbaar: een geloof dat niets meer verwacht, niet van Gods oordeel en niet van Zijn hulp. De dag des HEEREN maakt duidelijk waar wij werkelijk op vertrouwen. "Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden" (Zefanja 1:18). Bezit, positie en afkomst geven geen zekerheid voor God. Zefanja's eigen afkomst, mogelijk koninklijk, speelt in zijn boodschap geen enkele rol. De weg die hij wijst, is eenvoudig en tegelijk diep: "Zoekt den HEERE" (Zefanja 2:3), met gerechtigheid en zachtmoedigheid. Zelfs de hervorming onder Josia raakte niet bij iedereen het hart; Jeremia zei in diezelfde tijd dat Juda zich niet met het ganse hart bekeerd had, "maar valselijk" (Jeremia 3:10). Uiterlijke vernieuwing vraagt om een hart dat God zoekt. En wie zich klein en arm weet, mag zich vasthouden aan het slot van het boek. God bewaart "een ellendig en arm volk" dat op Zijn Naam vertrouwt (Zefanja 3:12). Hij is als een Held in hun midden en verheugt Zich over hen (Zefanja 3:17). Dat God blijdschap heeft over Zijn volk, is een troost die het oordeel niet wegneemt, maar er voorbij kijkt.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Zefanja

Wie was Zefanja in de Bijbel?
Zefanja was een profeet in Juda in de dagen van koning Josia, die van ongeveer 640 tot 609 voor Christus regeerde. Hij was de zoon van Cuschi en een nakomeling van Hizkia in de vierde generatie (Zefanja 1:1). Zijn boek is het negende van de twaalf kleine profeten. Hij kondigde de grote dag des HEEREN aan als oordeel over Juda en de volken, riep op de HEERE te zoeken en beloofde herstel voor een nederig overblijfsel.
Wat betekent de naam Zefanja?
De Hebreeuwse naam Tsefanja is samengesteld uit een werkwoord dat verbergen of wegbergen betekent en een verkorte vorm van de Godsnaam. De betekenis is waarschijnlijk: de HEERE verbergt, of de HEERE beschermt. Dat past bij zijn oproep in Zefanja 2:3, waar de zachtmoedigen misschien "verborgen" worden in de dag van de toorn des HEEREN, al gebruikt het Hebreeuws daar een ander werkwoord.
Waar staat Zefanja in de Bijbel?
De profeet Zefanja wordt alleen genoemd in het eerste vers van het bijbelboek dat zijn naam draagt (Zefanja 1:1). Dat boek telt drie hoofdstukken en staat tussen Habakuk en Haggaï, als negende van de twaalf kleine profeten. Hoofdstuk 1 gaat over het oordeel over Juda, hoofdstuk 2 over de oproep tot bekering en het oordeel over de volken, en hoofdstuk 3 over Jeruzalem en het herstel.
Is het Zefanja of Sefanja?
Beide spellingen komen voor en bedoelen dezelfde profeet. De Statenvertaling schrijft Zefanja, zoals in Zefanja 1:1. In de bijbellezer van deze site staat het boek onder de naam Sefanja. De Statenvertaling gebruikt de vorm Sefanja zelf één keer, voor een andere man: de priester, de zoon van Maaseja, die koning Zedekia naar Jeremia stuurde (Jeremia 37:3). Elders heet diezelfde priester in de Statenvertaling gewoon Zefanja (Jeremia 21:1).
Was Zefanja familie van koning Hiskia?
Mogelijk, maar de Bijbel zegt het niet met zoveel woorden. Zefanja 1:1 noemt als voorvader een Hizkia, dezelfde naam als koning Hizkia (2 Koningen 18:1), op deze site Hiskia. Chronologisch kan het: koning Hizkia was de overgrootvader van Josia, en Zefanja zou één geslacht jonger zijn. Veel uitleggers zien daarin de reden voor de ongewoon lange geslachtslijst. Maar de tekst noemt deze Hizkia geen koning, en de naam kwam vaker voor.
Wanneer leefde Zefanja?
Zefanja profeteerde "in de dagen van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda" (Zefanja 1:1). Josia regeerde ongeveer van 640 tot 609 voor Christus. Een exact jaartal geeft de Bijbel niet. Omdat Zefanja nog een land vol afgoderij beschrijft, plaatsen veel uitleggers hem rond 630 voor Christus, vóór of aan het begin van Josia’s hervorming. Hij was een tijdgenoot van de jonge Jeremia.
Wat is de dag des HEEREN bij Zefanja?
De dag des HEEREN is bij Zefanja de dag waarop God ingrijpt om te oordelen. Hij noemt hem nabij en zeer haastende (Zefanja 1:14), een dag der verbolgenheid, der benauwdheid en der duisternis (Zefanja 1:15). Het oordeel treft eerst Juda en Jeruzalem en daarna ook de volken rondom, tot "al de goden der aarde" toe (Zefanja 2:11). Die dag kreeg een eerste vervulling in de val van Nineve en Jeruzalem, maar wijst ook vooruit naar het laatste oordeel.
Wat betekent Zefanja 3:17?
Zefanja 3:17 zegt: "De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich." Het vers staat aan het slot van het boek, na de aankondiging van het oordeel. God is niet alleen Rechter, maar ook Verlosser, en Hij verheugt Zich Zelf over Zijn verloste volk.
Wat is de boodschap van het boek Zefanja?
De boodschap van Zefanja is dat de dag des HEEREN nabij is en dat niemand zich achter afkomst, rijkdom of godsdienstige vormen kan verschuilen. Daarom roept hij op: "Zoekt den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands" (Zefanja 2:3). Het boek eindigt niet met oordeel maar met hoop. God bewaart een nederig overblijfsel, geeft de volken een reine spraak om Zijn Naam aan te roepen en verheugt Zich over Zijn volk.
Zijn er andere personen die Zefanja heten in de Bijbel?
Ja. Het bekendst is de priester Zefanja, de zoon van Maaseja, die door koning Zedekia naar Jeremia werd gestuurd (Jeremia 21:1). Hij is waarschijnlijk dezelfde als "Zefanja, den tweeden priester", die na de val van Jeruzalem werd weggevoerd (2 Koningen 25:18). Daarnaast staat een Leviet Zefanja in een geslachtslijst (1 Kronieken 6:36), en Zacharia noemt een Josia, de zoon van Zefanja (Zacharia 6:10).
Hoe komt Zefanja terug in het Nieuwe Testament?
Het Nieuwe Testament citeert Zefanja niet letterlijk, maar spreekt net als hij over de dag des Heeren, die onverwacht komt, "gelijk een dief in de nacht" (1 Thessalonicenzen 5:2), en Openbaring noemt "de grote dag Zijns toorns" (Openbaring 6:17). Over de verlosten staat: "En in hun mond is geen bedrog gevonden" (Openbaring 14:5), vergelijkbaar met Zefanja 3:13. De woorden "Vrees niet, gij dochter Sions" (Johannes 12:15) leiden een vrij citaat uit Zacharia 9:9 in; sommige uitleggers horen er ook Zefanja 3:16 in.
Wat kunnen wij leren van Zefanja?
Zefanja leert ons dat God niet onverschillig is, ook al lijkt het soms alsof Hij geen goed en geen kwaad doet (Zefanja 1:12). Geld en positie redden niet op de dag des HEEREN. De weg die overblijft, is de HEERE zoeken met gerechtigheid en zachtmoedigheid. En voor wie zich klein weet, is er de belofte dat God als een Held in het midden van Zijn volk is en Zich over hen verheugt (Zefanja 3:17).

Stel een vraag over Zefanja

Wilt u meer weten over Zefanja? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Zefanja

Verdiep u verder