Ga naar hoofdinhoud
Mattheüs, LukasMattheüs 8:5-13; Lukas 7:1-10

De hoofdman van Kapernaüm

Een officier vraagt Jezus om één woord voor zijn knecht

Samenvatting

De hoofdman van Kapernaüm is de geschiedenis uit Mattheüs 8:5-13 en Lukas 7:1-10 waarin een heidense officier de Heere Jezus om hulp vraagt voor zijn zieke knecht. Hij acht zich niet waardig dat Jezus bij hem komt en vraagt alleen om een woord. Jezus verwondert Zich over zijn geloof, en de knecht wordt gezond.

Bijbelgedeelte

“En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide: Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden.”
Mattheüs 8:8 (Statenvertaling)
“Jezus nu, dit horende, heeft Zich verwonderd, en zeide tot dengenen, die Hem volgden: Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israel zo groot een geloof niet gevonden.”
Mattheüs 8:10 (Statenvertaling)
“En Jezus zeide tot den hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt. En zijn knecht is gezond geworden te dierzelver ure.”
Mattheüs 8:13 (Statenvertaling)
“Daarom heb ik ook mijzelven niet waardig geacht, om tot U te komen; maar zeg het met een woord, en mijn knecht zal genezen worden.”
Lukas 7:7 (Statenvertaling)

Het verhaal

Mattheüs 8:5-13 en Lukas 7:1-10 vertellen hoe de Heere Jezus in Kapernaüm de knecht van een hoofdman over honderd genas zonder bij de zieke te komen. Bij Mattheüs gebeurt het na de Bergrede, bij Lukas direct nadat Jezus Zijn woorden tot het volk had voleindigd (Lukas 7:1).

Wat vroeg de hoofdman van Kapernaüm aan Jezus?

Een hoofdman over honderd had een knecht die ernstig ziek was. Mattheüs schrijft dat hij tot Jezus kwam met de woorden: "Heere! mijn knecht ligt te huis geraakt, en lijdt zware pijnen" (Mattheüs 8:6). Geraakt betekent hier verlamd. Lukas voegt toe dat de knecht hem "zeer waard was" en "op zijn sterven" lag (Lukas 7:2). Jezus antwoordde zonder voorwaarde: "Ik zal komen en hem genezen" (Mattheüs 8:7).

Waarom vond de hoofdman zich niet waardig?

Bij Lukas gingen eerst de ouderlingen der Joden naar Jezus. Zij pleitten: "Hij is waardig, dat Gij hem dat doet" (Lukas 7:4), want hij had het volk lief en had de synagoge gebouwd. De hoofdman zelf oordeelde anders. Toen Jezus niet ver meer van het huis was, liet hij Hem door vrienden zeggen: "Heere, neem de moeite niet; want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen" (Lukas 7:6). Bij Mattheüs staan dezelfde woorden in zijn eigen mond, met het verzoek: "maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden" (Mattheüs 8:8).

Hij legde uit waarom één woord genoeg was. Hij was zelf "een mens onder de macht van anderen", met soldaten onder zich; als hij zei dat iemand moest gaan, dan ging die (Mattheüs 8:9). Zoals zijn bevel gehoorzaamd werd, zo zou de ziekte het woord van Jezus gehoorzamen.

Wat zei Jezus over het geloof van de hoofdman?

"Jezus nu, dit horende, heeft Zich verwonderd" (Mattheüs 8:10). Hij zei tot wie Hem volgden: "Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israël zo groot een geloof niet gevonden" (Mattheüs 8:10). De man was geen Israëliet, en toch vertrouwde hij op het woord van Jezus, zonder dat Jezus bij de zieke kwam. Bij Mattheüs voegt Jezus eraan toe dat velen zullen komen "van oosten en westen" en zullen aanzitten met Abraham, Izak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen, terwijl "de kinderen des Koninkrijks" uitgeworpen worden in de buitenste duisternis (Mattheüs 8:11-12).

Hoe werd de knecht van de hoofdman genezen?

Jezus kwam het huis niet in. Hij zei tot de hoofdman: "Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt", en Mattheüs voegt eraan toe dat de knecht gezond werd "te dierzelver ure" (Mattheüs 8:13). Lukas eindigt bij de boden: toen zij in het huis terugkwamen, "vonden den kranken dienstknecht gezond" (Lukas 7:10). Direct daarna volgt bij Lukas de geschiedenis van de jongeling van Naïn. Meer over het hele hoofdstuk leest u in de uitleg van Mattheüs 8.

Achtergrond

Een hoofdman over honderd was een officier met het bevel over een eenheid van ongeveer honderd soldaten; in het Romeinse leger heette zo iemand een centurio. Kapernaüm lag in Galilea, waar Herodes viervorst was (Lukas 3:1); dat is Herodes Antipas. Of deze hoofdman in Romeinse dienst stond of in die van Herodes, zegt de tekst niet. Wel blijkt dat hij geen Jood was: de oudsten zeiden dat hij "ons volk lief" had (Lukas 7:5). Een Jood ging toen niet zomaar het huis van een heiden binnen. Petrus zegt later: "Gij weet, hoe het een Joodsen man ongeoorloofd is, zich te voegen of te gaan tot een vreemde" (Handelingen 10:28). Mogelijk speelde dat mee, maar de hoofdman noemt zelf alleen zijn onwaardigheid. Meer over hem leest u bij de hoofdman van Kapernaüm.

Betekenis

In deze geschiedenis staat het woord van Christus in het middelpunt. Jezus hoeft niet te komen, niet aan te raken en niet eerst te bidden: Hij spreekt, en de knecht wordt op dat uur gezond. Zo spreekt de Schrift over God Zelf: "Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er" (Psalm 33:9), en: "Hij zond Zijn woord uit, en heelde hen" (Psalm 107:20). Wat de HEERE in het Oude Testament doet, doet Jezus hier met Zijn eigen gezag.

Het geloof van de hoofdman steunt niet op hemzelf. De ouderlingen noemden hem waardig; hij zei zelf dat hij het niet was. Dit geloof is groot omdat het van Jezus alles verwacht en van zichzelf niets. Jezus verwonderde Zich hier over geloof. In Zijn vaderland gebeurde het omgekeerde: "Hij verwonderde Zich over hun ongeloof" (Markus 6:6).

Bij Mattheüs wijst de geschiedenis vooruit naar het Evangelie voor de volken. Een heiden gaat voor, en Jezus zegt dat velen van oosten en westen zullen aanzitten met Abraham, Izak en Jakob. Wie zich op afkomst beroept, kan daar niet op rekenen: het Koninkrijk is voor wie gelooft. Later is het opnieuw een hoofdman over honderd, Cornelius, bij wie God laat zien dat het Evangelie ook voor de heidenen is (Handelingen 10).

Lessen voor vandaag

De Heere Jezus vraagt geen verdienste vooraf. De hoofdman bracht niets mee dan zijn nood en zijn vertrouwen, en Jezus zei: "Ik zal komen en hem genezen". Wie zich, net als hij, niet waardig weet, mag toch tot Christus gaan. Dat besef is geen gebrek aan geloof; het hoort bij het geloof.

Zijn woord is genoeg, ook nu Hij niet zichtbaar onder ons is. De hoofdman zag Jezus niet bij het bed van zijn knecht, en toch geloofde hij. Wij hebben Zijn woord in de Schrift, en Paulus schrijft dat "het geloof uit het gehoor" is, "en het gehoor door het Woord Gods" (Romeinen 10:17).

Christus hoorde een gebed voor een ander. De hoofdman bad niet voor zichzelf, maar voor zijn knecht. Ook wij mogen zieken en wie van ons afhankelijk zijn bij Hem brengen. Hij belooft niet dat elke ziekte nu weggaat, maar Hij zegt: "die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen" (Johannes 6:37). Lees ook wat de Bijbel zegt over geloof.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

De Heere Jezus kwam in de stad Kapernaüm. Die stad lag aan een groot meer. In Kapernaüm was een hoofdman over honderd. Dat was een officier die soldaten onder zich had. Hij was geen Jood.

De hoofdman had een knecht, iemand die voor hem werkte. Die knecht was erg ziek. Hij lag thuis en kon zich niet bewegen. Hij had veel pijn.

De hoofdman ging naar de Heere Jezus toe. Hij vroeg Hem om hulp. Hij zei: "Heere! mijn knecht ligt te huis geraakt, en lijdt zware pijnen". Geraakt betekent: verlamd.

De Heere Jezus wilde helpen. Hij zei: "Ik zal komen en hem genezen".

Maar toen zei de hoofdman iets bijzonders. Hij zei dat hij niet waardig was dat de Heere Jezus in zijn huis kwam. Niet waardig betekent: niet goed genoeg. En hij vroeg: "spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden". Alleenlijk betekent: alleen maar.

De hoofdman legde ook uit waarom hij dat zei. Hij moest zelf gehoorzamen aan wie boven hem stonden. En hij had zelf soldaten onder zich. Als hij een soldaat opdracht gaf om te gaan, dan ging die. Als hij zei dat iemand moest komen, dan kwam hij. Daarmee bedoelde hij: als de Heere Jezus een woord spreekt, dan gebeurt het ook.

Toen de Heere Jezus dat hoorde, verwonderde Hij Zich. Hij was erover verbaasd. Hij zei tegen de mensen die met Hem meeliepen: "Ik heb zelfs in Israël zo groot een geloof niet gevonden". Israël was het volk van God. Maar juist bij deze man, die geen Jood was, vond de Heere Jezus zo’n groot geloof.

De Heere Jezus zei nog meer. Er zouden veel mensen komen uit het oosten en uit het westen. Ze zouden samen met Abraham, Izak en Jakob aan tafel zitten in het Koninkrijk der hemelen. Abraham, Izak en Jakob waren de vaders van het volk Israël. Het Koninkrijk der hemelen is waar God voor altijd Koning is. Maar de kinderen van het Koninkrijk zouden eruit gezet worden, in de buitenste duisternis. Daarmee bedoelde de Heere Jezus mensen uit Israël die dachten dat ze er vanzelf bij hoorden. Het gaat er niet om bij welk volk je hoort, maar of je de Heere Jezus gelooft, zoals deze hoofdman.

Toen zei de Heere Jezus tegen de hoofdman: "Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt". Dat betekent: het zal gebeuren zoals je geloofd hebt. De hoofdman had geloofd dat één woord van de Heere Jezus genoeg was.

En zo ging het ook. Op datzelfde uur werd de knecht gezond. De Heere Jezus was niet in het huis geweest. Hij had de knecht niet aangeraakt. Hij had alleen gesproken.

Zo eindigt deze geschiedenis. Als de Heere Jezus spreekt, dan gebeurt het. En Hij luistert ook naar mensen die weten dat ze het niet waard zijn.

Om te onthouden
“Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden.” (Mattheüs 8:8)

Tips voor de verteller

  • Deze vertelling volgt Mattheüs. Lukas vertelt dat de hoofdman eerst de oudsten van de Joden en daarna vrienden naar Jezus stuurde (Lukas 7:1-10). Vraagt een kind waarom het daar anders gaat, dan kunt u zeggen dat Lukas meer vertelt over hoe de vraag bij Jezus kwam. Veel uitleggers zien het zo dat Mattheüs korter vertelt wat de hoofdman via anderen liet zeggen.
  • Geef de meeste ruimte aan het woord van de Heere Jezus en aan Zijn verwondering. Leg de woorden hoofdman, geraakt, waardig en alleenlijk één keer kort uit. Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u het stuk over het oosten en het westen inkorten. Vraagt een ouder kind wie er buiten blijft, zeg dan eerlijk dat Jezus waarschuwt: niet afkomst, maar geloof in Hem telt.
  • Een kind kan vragen of de Heere Jezus een zieke opa of oma ook beter maakt als het bidt. Zeg eerlijk dat Hij dat kan en dat wij Hem erom mogen vragen, zoals de hoofdman deed. Maar Hij belooft niet dat elke zieke nu beter wordt. Wel belooft Hij dat Hij hoort wie tot Hem komt.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWie was er ziek in het huis van de hoofdman?
  2. NavertellenWat vroeg de hoofdman aan de Heere Jezus?
  3. VerwonderenHoe werd de knecht beter, terwijl Jezus niet in het huis kwam?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenDe hoofdman vertelde over zijn soldaten. Wat deden zij als hij iets zei?
  2. BetekenisWaarom was één woord van de Heere Jezus genoeg, volgens de hoofdman?
  3. ToepassingDe hoofdman vroeg de Heere Jezus om hulp voor een ander. Voor wie zou jij Hem om hulp willen vragen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Lukas 7:1-10. Wat vertelt Lukas over de ouderlingen en de vrienden van de hoofdman, en wat voegt dat toe aan Mattheüs 8?
  2. Wie is God?Jezus verwonderde Zich over geloof (Mattheüs 8:10) en over ongeloof (Markus 6:6). Wat zegt dat over hoe Hij naar mensen kijkt?
  3. Moeilijke vraagJezus zegt dat "de kinderen des Koninkrijks" uitgeworpen worden (Mattheüs 8:12). Wie bedoelt Hij, en waarom is dat zo ernstig?

Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Zijn woord macht heeft en dat Hij hoort naar wie zich niet waardig weet. Bid voor zieken in uw omgeving, zoals de hoofdman bad voor zijn knecht.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

geloof in het woord van Jezusonwaardigheid en genadevoorbede voor een andergenezing op afstandhet Evangelie voor de volken

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De hoofdman van Kapernaüm

Waar staat het verhaal van de hoofdman van Kapernaüm in de Bijbel?

Het verhaal van de hoofdman van Kapernaüm staat in Mattheüs 8:5-13 en Lukas 7:1-10. Mattheüs plaatst het na de Bergrede en de genezing van een melaatse. Lukas plaatst het direct na de rede van Lukas 6 en vlak vóór de opwekking van de jongeling van Naïn (Lukas 7:11-17). Markus noemt deze genezing niet. Johannes vertelt in Johannes 4:46-54 een vergelijkbare genezing op afstand, van de zoon van een koninklijk hoveling; veel uitleggers zien daarin een andere gebeurtenis.

Waarom sprak de hoofdman over zijn soldaten?

De hoofdman wilde laten zien waarom één woord van Jezus genoeg was. Hij zei: "Want ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten" (Mattheüs 8:9). Hij gehoorzaamde zelf zijn meerderen, en zijn soldaten gehoorzaamden hem: zei hij tot de een dat hij moest gaan, dan ging hij. Zo wist hij wat gezag is. Hij vertrouwde erop dat Jezus zo ook gezag had over de ziekte van zijn knecht. Daarom hoefde Jezus niet te komen. Bij Lukas laat de hoofdman dezelfde woorden door zijn vrienden zeggen (Lukas 7:6-8).

Kwam de hoofdman zelf bij Jezus of stuurde hij anderen?

Mattheüs vertelt kort dat de hoofdman tot Jezus kwam en met Hem sprak (Mattheüs 8:5-8). Lukas vertelt uitvoeriger dat hij eerst de ouderlingen der Joden stuurde en daarna vrienden (Lukas 7:3-6), en dat hij zichzelf niet waardig achtte "om tot U te komen" (Lukas 7:7). Veel uitleggers lezen het zo dat Mattheüs zegt wat de hoofdman via zijn boden liet zeggen. Beide evangelisten geven hetzelfde verzoek, dezelfde woorden over onwaardigheid en dezelfde uitkomst.

Wat betekent "spreek alleenlijk een woord"?

Met "spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden" (Mattheüs 8:8) vroeg de hoofdman Jezus om niet naar zijn huis te komen, maar alleen te spreken. Alleenlijk betekent: alleen maar. Hij vertrouwde erop dat het woord van Jezus op afstand evenveel macht had als Zijn komst. Bij Lukas staat: "zeg het met een woord" (Lukas 7:7).

Is de hoofdman van Kapernaüm dezelfde geschiedenis als de koninklijke hoveling?

Waarschijnlijk niet, al lijken de geschiedenissen op elkaar. In beide wordt iemand in Kapernaüm op afstand genezen. Maar in Johannes 4:46-54 gaat het om de zoon van een koninklijk hoveling, die Jezus in Kana opzocht en zei: "Heere, kom af, eer mijn kind sterft" (Johannes 4:49). Jezus antwoordde: "Ga heen, uw zoon leeft" (Johannes 4:50). Bij de hoofdman gaat het om een knecht; Jezus wilde komen en de hoofdman vroeg Hem juist om niet te komen. Veel uitleggers zien daarom twee verschillende gebeurtenissen.

Wat bedoelde Jezus met velen die van oosten en westen komen?

Na de woorden van de hoofdman zei Jezus dat velen "van oosten en westen" zullen komen en met Abraham, Izak en Jakob zullen aanzitten in het Koninkrijk der hemelen (Mattheüs 8:11). Aanzitten is aan tafel gaan, zoals bij een feestmaaltijd. Jezus bedoelt mensen uit de volken die door het geloof bij Gods volk gaan horen, zoals deze hoofdman. Tegelijk waarschuwt Hij dat "de kinderen des Koninkrijks" uitgeworpen worden (Mattheüs 8:12): wie Hem niet gelooft, kan niet op zijn afkomst rekenen. Lukas geeft een gelijke uitspraak in een ander verband (Lukas 13:28-29).

Hoe vertelt u de hoofdman van Kapernaüm aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Zij volgt Mattheüs 8:5-13 en geeft de meeste ruimte aan het woord van de Heere Jezus en aan Zijn verwondering over het geloof van de hoofdman. Leg de woorden hoofdman, geraakt, waardig en alleenlijk kort uit. Voor jonge kinderen kunt u het stuk over het Koninkrijk eenvoudig houden. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over De hoofdman van Kapernaüm

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder